Trolleybus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Trolleybus
Arnhem, de enige trolleystad van de Benelux
Arnhem, de enige trolleystad van de Benelux
Aandrijving elektromotor
Periode vanaf 20e eeuw
Snelheid 40-80 km/u
Beschikbaarheid openbaar vervoer
Infrastructuur wegen
Doelgroep stedelijk vervoer
Portaal  Portaalicoon   Verkeer & Vervoer
Openbaar vervoer

Een trolleybus is een door elektromotoren aangedreven bus die van spanning voorzien wordt met behulp van een tweedraads bovenleiding.

Voordelen van de trolleybus ten opzichte van de tram zijn de lagere investeringskosten en de uitwijkmogelijkheid (max. 3,5 meter). Bij een storing kan de trolleybus met behulp van een noodaggregaat verder rijden. Het voordeel ten opzichte van een gewone bus met verbrandingsmotor is het ontbreken van uitlaatgassen. In heuvelachtige trajecten heeft de met een tractiemotor uitgerustte bus het voordeel dat deze bij elke snelheid het juiste koppel wordt leverd; er hoeft dus niet geschakeld te worden, een krachtig koppel wordt geleverd bij lage snelheid terwijl dit verzwakt bij hoog toerental. Nadelen ten opzichte van een gewone bus zijn de investeringen in de bovenleiding (ongeveer 450.000 euro per kilometer) en de beeldvervuiling door deze bovenleidingen.

Trolleybussen rijden op gelijkspanning. De rijdraad aan de rechterkant (trottoirzijde) is nul, de andere rijdraad is plus. Anders dan in bijvoorbeeld elektrische treinen is het voertuig volkomen geïsoleerd van het voedend net.

Geschiedenis[bewerken]

Opkomst[bewerken]

Wisselconstructie in trolleybusbovenleiding.
Trolleybus in Bologna, Italië.

De eerste trolleybus in Nederland reed als proef in Groningen, tussen de Kraneweg en de Meeuwerderweg. In 1928 werd de proef als geslaagd beschouwd en in 1949 werden de overgebleven tramlijnen 1 en 3 in Groningen omgezet in trolleylijnen naar het Noorderstation en de wijk Helpman.

In België werden drie trolleybedrijven geopend. Antwerpen kreeg de trolley in 1929. In de in het Maasdal gelegen stad Luik kwam de trolleybus in 1930. Het net werd al gauw uitgebreid, waardoor Luik binnen de kortste keren het grootste trolleybedrijf van Europa had. Brussel opende in 1939 haar enige trolleylijn die het Vlaamse dorpje Machelen met het Brusselse stadsdeel Vorst verbond.

In Arnhem werd tijdens de Slag om Arnhem in september 1944 de complete tramremise vernield. Het vooroorlogse plan om het tramnet door trolleys te vervangen kwam in een stroomversnelling. Op 5 september 1949 werd de eerste trolleylijn geopend. Het geplande basisnet verbond de stad met de wijken Geitenkamp, Hoogkamp, Alteveer, 't Broek (Arnhem-noord) en Malburgen (Arnhem-zuid) alsmede met de voorsteden Velp en Oosterbeek. Vanaf medio 2013 wordt Huissen toegevoegd aan het trolleynet.

Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd ook in Rotterdam de inzet van trolleybussen voorbereid. Hiervoor werd in de Maastunnel bovenleiding aangebracht en werden bussen omgebouwd. Tot exploitatie kwam het echter niet. De koperen leidingen werden na de bevrijding in 1945 gebruikt voor herstel van trambovenleidingen.

In Nijmegen begon de trolleybus in 1952 te rijden op lijn 1, ter vervanging van de tram. In 1957 kwam lijn 4 er bij. In die tijd waren alle Nederlandse trolleybussen van BUT-Verheul.

Zowel voor Amsterdam-Noord (waar geen trams rijden) als voor de verbinding Nieuwegein-Utrecht hebben in de jaren zeventig plannen bestaan voor inzet van trolleybussen. Bij de laatste verbinding betrof het een afweging tussen tram, trein of trolleybus; de keuze viel daar op de tram.

In deze periode werd de trolleybus vaak gezien als een goedkope tram die kan uitwijken. Bij alle Nederlandse trolleysteden was er sprake van de omzetting van tramlijnen in trolleylijnen.

Neergang[bewerken]

Door de toename van het privé-autogebruik kreeg het openbaar vervoer in het algemeen en de trolleybus in het bijzonder het in de jaren zestig steeds moeilijker. De trolleybus kwam letterlijk vast te staan in het verkeer. In België verdween de trolleybus helemaal. In 1964 in Antwerpen en Brussel en in 1971 in Luik.

Gentse trolleybus (1989-2009) De beide stroomafnemers zijn goed zichtbaar.

Ook in Nederland werden, op Arnhem na, de trolleybedrijven gesloten. In Groningen op 9 november 1965 en in Nijmegen op 29 maart 1969. De sluiting van deze trolleybedrijven heeft mogelijk te maken met adviezen van de Duitse verkeerskundige Dr. Ing. F. Lehner. Deze stond bekend als een fel tegenstander van de trolleybus en heeft enkele Duitse steden geadviseerd om de trolley-exploitatie te beëindigen. Ook in Nijmegen heeft Lehner geadviseerd de trolleylijnen om te zetten in diesellijnen.[bron?]

Toentertijd werd de trolleybus vaak gezien als een dure bus die door de bovenleiding gebonden is aan een vaste route.

Opleving[bewerken]

In de jaren tachtig ontstond er een ware trolleyopleving: er werden nieuwe trolleybedrijven geopend (bijvoorbeeld in Nancy) en bij bestaande trolleybedrijven werden nieuwe lijnen geopend (bijvoorbeeld in Arnhem lijn 9 naar De Laar-West). Arnhem heeft op het moment een van de grootste trolleynetwerken van West-Europa.

In België kreeg in 1989 Gent een volledig nieuwe trolleybuslijn (lijn 3). Gedurende het volledige bestaan van de Gentse trolleylijn was Gent de enige stad van België met een trolleybus. Op 14 juni 2009 reed deze bus haar laatste rit.

Trolleysteden[bewerken]

Trolleybus in San Francisco (VS)
Dubbeldeksbus bij een lus in Reading, Engeland

Elders in West-Europa rijden nu nog trolleybussen in steden als Solingen, Esslingen am Neckar, Eberswalde, Linz, Bologna, Napels, Lyon, Limoges, Nancy, Saint-Étienne, Pilsen, Boedapest en Athene.

Ook in veel Zwitserse steden zijn trolleybussen aan te treffen, zoals in Bern, Zürich, Schaffhausen, Sankt Gallen, Luzern, Neuchâtel, La Chaux-de-Fonds, Montreux, Lausanne, Genève, Fribourg (duo-bussen), Biel en Winterthur.

In Centraal- en Oost-Europa zijn in zeer veel steden nog trolleybussen te vinden.

Trolleybussteden met een eigen artikel op Wikipedia[bewerken]

Nederland en België:

Andere landen

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]