Reykjavik
|
|
|||
|
|
|||
| Regio | Höfuðborgarsvæðið | ||
| Coördinaten | 64°08'N 21°56'W | ||
|
|
|||
| Oppervlakte | 274.5 km² | ||
| Inwoners (2009) | 117.607 | ||
|
|
|||
| Reykjavík gezien vanaf de Hallgrímskirkja | |||
|
|||
Reykjavik (IJslands: Reykjavík) is de hoofdstad van IJsland. Het is de westelijkste hoofdstad van Europa en 's werelds noordelijkste hoofdstad. De geografische ligging is 64°08' noorderbreedte en 21°56' westerlengte, dat is iets ten zuiden van de poolcirkel (66°30' noorderbreedte).
Inhoud |
[bewerken] Beschrijving
Reykjavik ligt in zuidwest-IJsland in de gemeente Reykjavíkurborg aan de fjord Kollafjörður, een uitloper van de grote baai Faxaflói. In de fjord liggen zes kleine eilanden: Viðey, Engey, Þerney, Akurey, Lundey ("papegaaiduikereiland") en Grotta. Het schiereiland Geldinganes is met een heel smalle landtong aan het vasteland verbonden. De stad zelf ligt voornamelijk op het schiereiland Seltjarnarnes. De voorsteden liggen voornamelijk ten zuiden en oosten daarvan.
Reykjavik is over een groot gebied uitgespreid. Hoogbouw komt voor, maar laagbouw en weids opgezette woonwijken domineren en er zijn meerdere plekken onbebouwd voor recreatieve doeleinden. De grootste rivier die door de stad loopt is de Elliðaá. Deze behoort tot de top tien van de beste zalmrivieren van IJsland en is voor boten onbevaarbaar. Reykjavik ligt ten zuiden van de berg Esja, die de stad tegen de koude noordelijke winden beschermt. De inwoners zijn voornamelijk werkzaam in de visserij en fabrieksindustrie, naast de gebruikelijke handel en dienstverlening die hoofdsteden eigen is. Verder is er een grote variëteit aan lichte industrie. Reykjavik is het landelijk centrum voor handel en transport, overheidsinstellingen, onderwijs en sociale en gezondheidsdiensten, en is ook een van de belangrijkste vissershavens van het land.
[bewerken] Geschiedenis
Toen Ingólfur Arnarson (de eerste kolonist die zich permanent op IJsland zou gaan vestigen) de zuidkust van IJsland naderde, gooide hij, naar destijds vigerend heidens gebruik, twee heilige, aan de Noorse god Þor (ofwel Thor) gewijde houten balken (de Öndvegissúlur) overboord en zwoer dat hij zijn boerderij zou bouwen op de plaats waar ze aan land zouden spoelen. Zijn slaven vonden ze een paar jaar later terug aan de zuidoostkust van de baai Faxaflói. Hij vestigde zich er omstreeks 877. Hij noemde de plek Reykjavík (Rookbaai), omdat hij stoom zag oprijzen uit de hete bronnen in de omgeving (reykur betekent rook, að reykja roken en vík is kleine baai of inham). De boerderij van Íngólfur stond waarschijnlijk ongeveer op de plek tussen het tegenwoordige stadhuis en de oude haven. Aan de Aðalstræti bevindt zich nu een put waarvan gedacht wordt dat Ingólfur op die plaats zijn water haalde. Een standbeeld van hem is te zien bij Lækjartorg. Een fenomeen dat nu op de geothermische activiteit van het gebied wijst is de trendy winkelstraat Laugavegur (weg van de warme bronnen): deze is dankzij "vloerverwarming" midden in de winter sneeuw- en ijsvrij. De kolonisatie van IJsland wordt uitvoerig beschreven in het oude IJslandse Landnámabók (Boek der Landname). Het stichten van de eerste nederzetting wordt ook genoemd in het Íslendingabók (Boek van de IJslanders). Verder wordt Reykjavik in de middeleeuwse IJslandse literatuur eigenlijk niet genoemd, behalve her en der als landbouwgrond of als woonoord (zie bijvoorbeeld hoofdstuk 10 in de Holmsveria saga ofwel de saga van Hord).
| 1801 | 600 |
|---|---|
| 1860 | 1.450 |
| 1901 | 6.321 |
| 1910 | 11.449 |
| 1920 | 17.450 |
| 1930 | 28.052 |
| 1940 | 38.308 |
| 1950 | 55.980 |
| 1960 | 72.407 |
| 1970 | 81.693 |
| 1980 | 83.766 |
| 1985 | 89.868 |
| 1990 | 97.569 |
| 1995 | 104.258 |
| 2000 | 110.852 |
| 2005 | 114.800 |
| 2006 | 115.420 |
Reykjavik bestond aanvankelijk als een dorp uit een handvol boerderijen, maar rond het midden van de 19e eeuw begon deze kleine gemeenschap zich uit te breiden rond de wolververij en -weverij en touwfabriek van sheriff Skúli Magnússon (wiens standbeeld op de hoek van de Aðalstræti en Kirkjustræti staat). Toen Reykjavík in 1786 stadsrechten kreeg, waren er ongeveer 170 inwoners. Hierna groeide het stadje langzaam maar zeker en binnen een paar decennia verhuisden de regeringszetels en de onderwijsinstanties erheen (of werden er ingesteld), zoals het Alþing (parlement) van þingvellir, het hooggerechtshof, de bisschopszetel, de Latijnse school en de theologische school. In 1844 werd de enige drukpers in het land verplaatst van het eilandje Viðey naar Reykjavik. De universiteit van IJsland werd in 1911 in Reykjavik opgericht. In 1900 waren er ruim 6300 inwoners. De groei van de stad heeft voor het merendeel in de 20e eeuw plaatsgevonden, met name sinds de Tweede Wereldoorlog. Op 1 december 2005 waren er in Reykjavik zelf 114.800 inwoners op een oppervlakte van 275 km². In 'Groot-Reykjavik' (Reykjavik inclusief de 6 voorsteden Mosfellsbær, Seltjarnarnes, Kópavogur, Garðabær, Bessastaðahreppur (of Sveitafélagið Álftanes) en Hafnarfjörður; 994 km²) woonden er 183.845. Dat waren destijds dus 38,8% respectievelijk 62,7% van de totale bevolking van IJsland (293.291). In januari 2006 is het inwonertal bevolking van IJsland de grens van 300.000 gepasseerd. Reykjavík zelf bestaat per 16 juni 2003 uit tien wijken: Vesturbær, Miðborg, Hliðar, Laugardalur, Háaleiti, Grafavogur, Breiðholt, Árbær, Úlfarsfell en Kjalanes, elk met zijn eigen wijkraad.
Reykjavik heeft een moderne, 20e-eeuwse kerk, de Hallgrímskirkja, die uittorent boven de stad. Deze kerk behoort tot de Evangelisch-Lutherse Kerk (Nationale Kerk van IJsland of Volkskerk), waartoe 93 % van de bevolking behoort. Dit kerkgebouw is vernoemd naar Hallgrímur Pétursson (1614-1675), de grootste hymnenschrijver van het land, wiens werk nog vaak ten gehore wordt gebracht. De architect van de kerk, Guðjón Samúelsson, heeft zich laten inspireren door de grote basaltpartijen die op IJsland te vinden zijn. De bouw heeft 49 jaar geduurd. In 1986 was de kerk gereed. De grote klok in de toren draagt de tekst Eysbouts Atensis me fecit en is gegoten door de Klokkengieterij Eijsbouts in Asten.
Sinds 1968 is Reykjavik de zetel van het bisdom Reykjavik, een immediaat bisdom van de Rooms-katholieke Kerk, waartoe 3 % van de bevolking behoort. Van 1996 tot 2007 stond dit onder leiding van de Limburgse bisschop Joannes Matthijs Gijsen. De kathedrale kerk werd gebouwd in de jaren 1920 als vervanging van een in 1897 gebouwd kerkgebouw en bevat o.a. een uit de 14e eeuw daterend Mariabeeld en houtsnijwerk van de IJslandse kunstenaar Ríkharður Jónsson. Ook van deze toren is de grote klok gegoten door Eijsbouts in Asten.
In 1986 vonden in Reykjavik de besprekingen plaats tussen president Ronald Reagan van de Verenigde Staten van Amerika en zijn collega Mikhail Gorbatsjov van de toenmalige Sovjet-Unie. Hoewel er toen geen overeenkomst of verdrag werd gesloten, betekenden deze besprekingen het einde van de Koude Oorlog.
[bewerken] Transport
Reykjavik heeft twee luchthavens:
- Reykjavíkurflugvöllur, de luchthaven van Reykjavik, vlak bij het centrum van Reykjavik, voor vluchten met binnenlandse bestemmingen en naar Groenland en de Faeröereilanden.
- Keflavíkurflugvöllur, de luchthaven Keflavík, ongeveer 50 km ten zuidwesten van Reykjavik op het schiereiland Reykjanes, die voor internationale vluchten wordt gebruikt.
Reykjavik heeft twee havens:
- Sæbraut, de oude haven vlak bij het centrum, voor de vissersvloot en voor cruise- en dagtochtschepen (bijvoorbeeld voor walvissafari's of voor het bekijken van papegaaiduikers op het eilandje Lundey vlak voor de kust).
- Sundahöfn, de grootste vrachttransportterminal van het land.
Ook heeft Reykjavik twee busstations:
- Hlemmur in het stadscentrum, voor het stedelijk openbaar vervoer verzorgd door stadsbussen (Strætó) met een goed uitgerust en eenvoudig te doorgronden (ook voor toeristen) netwerk van buslijnen die Hlemmur verbinden met alle uithoeken van de voorsteden. Sommige autobussen rijden op waterstof als brandstof. Naast één van de uitvalswegen naar de rondweg (IJslands: Hringvegur) liggen de waterstoftanks.
- BSÍ Umferðarmiðstöðin aan de Vatnsmýrarvegur, niet ver van de luchthaven van Reykjavik, voor de verbindingen met de rest van IJsland. Met uitzondering van de pendelbussen naar de internationale luchthaven Keflavík zijn deze busdiensten niet frequent: de meeste rijden slechts enkele malen per dag. In de zomermaanden vertrekken hier ook de bussen voor excursies.
IJsland kent geen treinvervoer en een spoorwegstation heeft Reykjavik dus niet. Van het plan om in 2020 een railverbinding met de luchthaven Keflavík te openen is weinig meer vernomen, als gevolg van de kredietcrisis die IJsland in 2008 extra hevig trof.
[bewerken] Interessante plaatsen
- Harpa, een futuristisch ogende concertzaal en conferentiecentrum bij de oude haven, geopend op 13 mei 2011.
- Þjóðminjasafnið: Nationaal Volksmuseum met vondsten uit de Vikingtijd (klederdracht etc.).
- Þjóðmenningarhúsið: een museum met originele IJslandse manuscripten, zoals het Flateyjarbók, de Edda, het Íslendingabók en saga's. Ook het Landnámabók wordt hier bewaard. Daarnaast zijn er wisselende exposities.
- Árbæjarsafn: openluchtmuseum.
- Ráðhus Reykjavíkur: het raadhuis met een reliëfkaart van IJsland.
- Alþingishúsið: het parlementsgebouw bij het parkje Austurvöllur in het centrum.
- Árni Magnússon Manuscript Institute: onderzoekt en beheert oude IJslandse manuscripten.
- Hallgrímskirkja: een kerk die de skyline domineert, met een magnifiek uitzicht over Reykjavík en wijde omgeving.
- Perlan: een museum met bovenin een (exclusief) restaurant met panoramisch uitzicht (vrije toegang) bovenop de imposante warmwateropslagtanks.
- Reykjavík 871 ± 2: Museum en expositie over de kolonisatie van het gebied rond Reykjavík, de Landnámssýningin. Dit museum omvat de originele fundamenten van een langhuis, en is voorgedragen als het mooiste museum ter wereld in 2008.
- Laugavegur: winkelstraat.
- Het penismuseum; de enige ter wereld. Fallussen van tientallen zoogdieren zijn er te zien, inclusief een menselijke.
- Tjörnin: een fraaie vijver in het centrum met vele soorten eenden en ganzen.
- Höfði: het witte huis uit 1909 waar Reagan en Gorbatsjov in 1986 het einde bezegelden van de Koude Oorlog.
- Dómkirkjan, een kerk uit 1787 aan het Austurvöllur (plein).
- Menntaskólinn í Reykjavík, schoolgebouw uit 1846.
- Landakotskirkja, een kerk uit 1929.
- Landspítalinn, een ziekenhuis in een klassiek gebouw.
|
[bewerken] Standbeelden
- Leifur Eiríksson (voor de Hallgrímskirkja), eerste kolonist van Amerika.
- Ingólfur Arnarson (vlak bij Lækjartorg), eerste kolonist van IJsland.
- Jón Sigursson (Austervöller plein), leider van de IJslandse onafhankelijkheidsbeweging.
- Skúli Magnússon (hoek Aðalstræti en Kirkjustræti), de "vader van Reykjavik".
- Útlaginn (De vogelvrijverklaarde) (vlak bij de Universiteit; een kopie staat in Akureyri).
- Sæmunder Sigfússon (voor de Universiteit): priester en geleerde.
- De ambtenaar (achter Hótel Borg).
- De waterdraagster.
[bewerken] Bekende personen
[bewerken] Geboren
- Halldór Laxness (23 april 1902), auteur, Nobelprijswinnaar
- Jón Páll Sigmarsson (28 juni 1960 - 16 januari 1993), 'sterkste man ter wereld' (1984, 1986, 1988 en 1990)
- Arnaldur Indriðason (8 januari 1961), auteur van detectiveromans
- Arnór Guðjohnsen (30 april 1961), voetballer
- Einar Örn Benediktsson (29 oktober 1962), zanger en trompettist
- Björk Guðmundsdóttir (21 november 1965), zangeres/songwriter
- Agnar Helgason (31 juli 1968), antropoloog
- Rúnar Kristinsson (5 september 1969), voetballer
- Emiliana Torrini (16 mei 1970), zangeres/songwriter
- Arnar Grétarsson (20 februari 1972), voetballer
- Arnar Viðarsson (15 maart 1978), voetballer
- Sverrir Gudnason (12 september 1978), Zweeds acteur
- Eiður Guðjohnsen (15 september 1978), voetballer
- Örn Arnarson (31 augustus 1981), zwemmer
- Unnur Birna Vilhjálmsdóttir (25 mei 1984), Miss World 2005
- Bjarni Viðarsson (5 maart 1988), voetballer
- Gylfi Sigurðsson (9 september 1989), voetballer
- Kolbeinn Sigþórsson (14 maart 1990), voetballer
[bewerken] Overleden
- Jón Leifs (30 juli 1968), componist en dirigent
- Jón Páll Sigmarsson (28 juni 1960 - 16 januari 1993), gewichtheffer
- Bobby Fischer (17 januari 2008), Amerikaans schaakkampioen
[bewerken] Stedenbanden
Seattle
Zevenaar
Caracas
Kopenhagen
Moskou
Nuuk
Kingston upon Hull
Oslo
Sint Petersburg
Tórshavn
Vilnius
Winnipeg
Strumica
Bronnen, noten en/of referenties:
| Hoofdsteden in Europa | ||||
|---|---|---|---|---|
|
| Zie de categorie Reykjavík van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |