Reykjavik

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Reykjavík
Stad in IJsland Vlag van IJsland
Wapen van Reykjavík
Reykjavik
Reykjavik
Situering
Regio Höfuðborgarsvæðið
Coördinaten 64° 08' NB, 21° 56' WL
Algemeen
Oppervlakte 274.5 km²
Inwoners (2009) 117.607 (42.8 inw/km²)
Burgemeester Jón Gnarr
Foto's
Reykjavík gezien vanaf de Hallgrímskirkja
Reykjavík gezien vanaf de Hallgrímskirkja
Portaal  Portaalicoon   Noord-Europa

Reykjavik (IJslands: Reykjavík) is de hoofdstad van IJsland. Het is de meest westelijke hoofdstad van Europa, en met een ligging net ten zuiden van de poolcirkel is het ook 's werelds meest noordelijk gelegen hoofdstad.

Geografie[bewerken]

Reykjavik ligt in zuidwest-IJsland in de gemeente Reykjavíkurborg aan de fjord Kollafjörður, een uitloper van de grote baai Faxaflói. In de fjord liggen zes kleine eilanden: Viðey, Engey, Þerney, Akurey, Lundey, genoemd naar de papegaaiduiker, en Grotta. Het schiereiland Geldinganes is met een heel smalle landtong aan het vasteland verbonden. De stad zelf ligt voornamelijk op het schiereiland Seltjarnarnes. De voorsteden liggen daar vooral ten zuiden en oosten van.

Reykjavik is over een groot gebied uitgespreid. Hoogbouw komt voor, maar laagbouw en weids opgezette woonwijken domineren en er zijn plekken, die nog onbebouwd zijn en geschikt voor recreatieve doeleinden. De grootste rivier die door de stad loopt is de Elliðaár, waarin veel zalm zit, maar die voor boten onbevaarbaar is. Reykjavik ligt ten zuiden van de berg Esja, die de stad tegen de koude wind uit het noorden beschermt.

'Groot-Reykjavik' bestaat uit Reykjavik zelf met de 6 voorsteden Mosfellsbær, Seltjarnarnes, Kópavogur, Garðabær, Bessastaðahreppur, of Sveitafélagið Álftanes, en Hafnarfjörður. Reykjavík zelf bestond per 16 juni 2003 uit tien wijken: Vesturbær, Miðborg, Hliðar, Laugardalur, Háaleiti, Grafavogur, Breiðholt, Árbær, Úlfarsfell en Kjalanes, elk met zijn eigen wijkraad.

Net als elders in IJsland zijn er plaatsen in Reykjavik waar het in de grond warm is door geothermische activiteit, zoals in de winkelstraat Laugavegur, weg van de warme bronnen. Deze is door verwarming van de weg midden in de winter sneeuw- en ijsvrij.

Wijken en voorsteden van Reykjavík
Reykjavik gezien vanaf Perlan
op de achtergrond links de Háteigskirkja en rechts Sjómannaskólinn

Geschiedenis[bewerken]

Ingólfur Arnarson was de eerste kolonist die zich permanent op IJsland vestigde. Toen hij de zuidkust van IJsland naderde, gooide hij naar destijds vigerend heidens gebruik, twee heilige, aan de Noorse god Þor, Thor, gewijde houten balken, de Öndvegissúlur, overboord en zwoer dat hij zijn boerderij zou bouwen op de plaats waar ze aan land zouden spoelen. Zijn slaven vonden ze een paar jaar later terug aan de zuidoostkust van de baai Faxaflói. Hij vestigde zich er omstreeks 877. Hij noemde de plek Reykjavík, Rookbaai, omdat hij stoom zag oprijzen uit de hete bronnen in de omgeving. Reykur betekent rook, að reykja roken en vík is kleine baai of inham. De boerderij van Íngólfur stond waarschijnlijk ongeveer op de plek tussen het tegenwoordige stadhuis en de oude haven. Aan de Aðalstræti bevindt zich nu een put waarvan wordt gedacht dat Ingólfur op die plaats zijn water haalde. Een standbeeld van hem is te zien bij Lækjartorg.

In 2001 is bij werkzaamheden in Reykjavík een oud langhuis uit 871 gevonden. Het huis heeft zijn eigen museum gekregen, het Reykjavík 871 ± 2.

De kolonisatie van IJsland wordt uitvoerig beschreven in het oude IJslandse Landnámabók, Boek der Landname. Het stichten van de eerste nederzetting wordt ook genoemd in het Íslendingabók, Boek van de IJslanders. Verder wordt Reykjavik in de middeleeuwse IJslandse literatuur eigenlijk niet genoemd, behalve her en der als landbouwgrond of als woonoord, bijvoorbeeld in hoofdstuk 10 in de Holmsveria saga ofwel de saga van Hord. Wel worden in het Þjóðmenningarhúsið originele IJslandse manuscripten, zoals het Flateyjarbók, de Edda, het Íslendingabók en saga's bewaard. Ook het Landnámabók wordt hier bewaard.

Reykjavik bestond aanvankelijk als een dorp uit een handvol boerderijen, maar rond het midden van de 19e eeuw begon deze kleine gemeenschap zich uit te breiden rond de wolververij en -weverij en touwfabriek van sheriff Skúli Magnússon. Van hem staat nu een standbeeld op de hoek van de Aðalstræti en Kirkjustræti. Toen Reykjavík in 1786 stadsrechten kreeg, waren er ongeveer 170 inwoners. Hierna groeide het stadje langzaam maar zeker en binnen een paar decennia verhuisden de regeringszetels en de onderwijsinstanties erheen, of werden er ingesteld, zoals het Alþing, het parlement van þingvellir, het hooggerechtshof, de bisschopszetel, de Latijnse school en de theologische school. In 1844 werd de enige drukpers in het land verplaatst van het eilandje Viðey naar Reykjavik. De universiteit van IJsland werd in 1911 in Reykjavik opgericht.

Reykjavik heeft een moderne, 20e-eeuwse kerk, de Hallgrímskirkja, die boven de stad uitsteekt. Deze kerk behoort tot de Evangelisch-Lutherse Kerk, de Nationale Kerk van IJsland of Volkskerk, waartoe 93 % van de bevolking behoort. Dit kerkgebouw is naar Hallgrímur Pétursson (1614-1675) genoemd , de grootste hymnenschrijver van het land, wiens werk nog vaak ten gehore wordt gebracht. De architect van de kerk, Guðjón Samúelsson, heeft zich laten inspireren door de grote basaltpartijen die op IJsland zijn te vinden. De bouw heeft 49 jaar geduurd. In 1986 was de kerk gereed. De grote klok in de toren draagt de tekst Eysbouts Atensis me fecit en is gegoten door de Klokkengieterij Eijsbouts in Asten.

Sinds 1968 is Reykjavik de zetel van het bisdom Reykjavik, een immediaat bisdom van de Rooms-katholieke Kerk, waartoe 3 % van de bevolking behoort. Van 1996 tot 2007 stond dit onder leiding van de Limburgse bisschop Joannes Gijsen. De kathedrale kerk werd gebouwd in de jaren 1920 als vervanging van een in 1897 gebouwd kerkgebouw en bevat o.a. een uit de 14e eeuw daterend Mariabeeld en houtsnijwerk van de IJslandse kunstenaar Ríkharður Jónsson. Ook van deze toren is de grote klok gegoten door Eijsbouts in Asten.

In 1986 vonden in Reykjavik de besprekingen plaats tussen president Ronald Reagan van de Verenigde Staten en zijn collega Michail Gorbatsjov van de toenmalige Sovjet-Unie. Hoewel er toen geen overeenkomst of verdrag werd gesloten, betekenden deze besprekingen het einde van de Koude Oorlog.

Bevolking[bewerken]

In 1900 waren er ruim 6.300 inwoners. De groei van de stad heeft voor het merendeel in de 20e eeuw plaatsgevonden, met name sinds de Tweede Wereldoorlog. Op 1 december 2005 waren er in Reykjavik zelf 114.800 inwoners op een oppervlakte van 275 km². In 'Groot-Reykjavik' woonden toen 183.845 op 994 km². Dat waren destijds dus 38,8% respectievelijk 62,7% van de totale bevolking van IJsland (293.291). In januari 2006 is het inwonertal van IJsland de grens van 300.000 gepasseerd.

Economie[bewerken]

De inwoners zijn voornamelijk werkzaam in de visserij en fabrieksindustrie, naast de gebruikelijke handel en dienstverlening die hoofdsteden eigen is. Verder is er een grote variëteit aan lichte industrie. Reykjavik is het landelijk centrum voor handel en transport, overheidsinstellingen, onderwijs en sociale en gezondheidsdiensten, en is ook een van de belangrijkste vissershavens van het land.

Bestuur[bewerken]

De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan van van de stad Reykjavik. De raad bestaat uit 15 raadsleden die worden verkozen voor een periode van 4 jaar. De burgemeester wordt gekozen door de gemeenteraad.

Nuvola single chevron right.svg Lijst van burgemeesters van Reykjavik

Verkiezingsuitslagen gemeenteraad 29 mei 2010[bewerken]

Partijen Stemmen  % +/- % Zetels +/-
Beste Partij (Besti flokkurinn) 20.666 34,7 +34,7 6 +6
Onafhankelijkheidspartij (Sjálfstæðisflokkurinn) 20.006 33,6 -9,3 5 -2
Sociaaldemocratische Alliantie (Samfylkingin) 11.344 19,1 -8,3 3 1
Links-Groen (Vinstrihreyfingin - grænt framboð) 4.255 7,1 -6,4 1 -1
Progressieve Partij (Framsóknarflokkurinn) 1.629 2,7 -3,6 0 -1
Totaal 56.897 100.0 - 15 -

Klimatografie[bewerken]

Bevolkingsgroei Reykjavík.
1801 600
1860 1.450
1901 6.321
1910 11.449
1920 17.450
1930 28.052
1940 38.308
1950 55.980
1960 72.407
1970 81.693
1980 83.766
1985 89.868
1990 97.569
1995 104.258
2000 110.852
2005 114.800
2006 115.420
Weergemiddelden voor Reykjavik
Maand jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec Jaar
gemiddeld maximum (°C) 2,5 2,8 3,4 6,1 9,7 12,4 14,2 13,6 10,9 7,0 4,2 3,1 7,5
gemiddelde temperatuur (°C) 0,0 0,1 0,6 3,0 6,6 9,5 11,2 10,7 8,0 4,4 1,9 0,6 4,7
gemiddeld minimum (°C) - 2,4 - 2,4 -1,9 0,5 3,8 7,0 8,8 8,4 5,7 2,2 -0,5 -1,8 2,3
bron: IMO (1981-2010)[1]

Vervoer[bewerken]

Reykjavik heeft twee luchthavens:

Reykjavik heeft twee havens:

  • de oude haven aan de Sæbraut vlak bij het centrum, voor de vissersvloot en voor cruise- en dagtochtschepen (bijvoorbeeld voor walvissafari's of voor het bekijken van papegaaiduikers op het eilandje Lundey vlak voor de kust).
  • Sundahöfn, de grootste vrachttransportterminal van het land.

Ook heeft Reykjavik twee centrale busstations:

  • Hlemmur in het stadscentrum, voor het stedelijk openbaar vervoer verzorgd door stadsbussen (Strætó) met een goed uitgerust en eenvoudig te doorgronden (ook voor toeristen) netwerk van buslijnen die Hlemmur verbinden met alle uithoeken van de voorsteden. Sommige autobussen rijden op waterstof als brandstof. Naast één van de uitvalswegen naar de rondweg, IJslands: Þjóðvegur 1, liggen de waterstoftanks. Strætó exploiteert ook enkele streekbusdiensten naar verder gelegen plaatsen als Akranes en Selfoss, die vertrekken vanaf een busstation in de buitenwijk Mjódd.
  • BSÍ Umferðarmiðstöðin aan de Vatnsmýrarvegur, niet ver van de luchthaven van Reykjavik, voor verbindingen met de rest van IJsland. Met uitzondering van de pendelbussen naar de internationale luchthaven Keflavík zijn deze busdiensten niet frequent: de meeste rijden slechts enkele malen per dag. In de zomermaanden vertrekken hier ook bussen voor excursies. BSÍ wordt beheerd door het bedrijf Reykjavik Excursions Kynnisferðir, het grootste busbedrijf van IJsland afgezien van Strætó. Sommige ondernemingen gebruiken een andere vertrekplaats in het centrum, zoals Lækjartorg of Harpa.

IJsland kent geen treinvervoer en een spoorwegstation heeft Reykjavik dus niet. Van het plan om in 2020 een railverbinding met de luchthaven Keflavík te openen is weinig meer vernomen, als gevolg van de kredietcrisis die IJsland in 2008 extra hevig trof.

Bezienswaardigheden[bewerken]

  • Þjóðminjasafnið, Nationaal Volksmuseum met vondsten uit de Vikingtijd
  • Þjóðmenningarhúsið, een museum met originele IJslandse manuscripten
  • Alþingishúsið, het parlementsgebouw bij het parkje Austurvöllur in het centrum
  • Árbæjarsafn, openluchtmuseum
  • Árni Magnússon Manuscript Institute, onderzoekt en beheert oude IJslandse manuscripten
  • Dómkirkjan, een kerk uit 1787 aan het Austurvöllur
  • Hallgrímskirkja, IJslands hoogste kerkgebouw
  • Harpa, een groot concert- en congrescentrum
  • Höfði, het witte huis uit 1909 waar Ronald Reagan en Mikhail Gorbatsjov in 1986 het einde bezegelden van de Koude Oorlog
  • Landakotskirkja, een kerk uit 1929
  • Landspítalinn, een ziekenhuis in een klassiek gebouw
  • Laugavegur, belangrijkste winkelstraat
  • Menntaskólinn í Reykjavík, schoolgebouw uit 1846
  • Penismuseum, het enige ter wereld
  • Perlan, een cultureel centrum iets ten zuidoosten van de stad, met imposante opslagtanks voor warm water
  • Ráðhus Reykjavíkur, het raadhuis met een reliëfkaart van IJsland
  • Reykjavík 871 ± 2, Museum over de kolonisatie van het gebied rond Reykjavík, de Landnámssýningin, met langhuis
  • Tjörnin, een fraaie vijver in het centrum met vele soorten eenden en ganzen.

Standbeelden[bewerken]

  • Leifur Eiríksson, voor de Hallgrímskirkja, eerste kolonist van Amerika
  • Ingólfur Arnarson,vlak bij Lækjartorg, eerste kolonist van IJsland
  • Jón Sigursson, Austervöller plein, leider van de IJslandse onafhankelijkheidsbeweging
  • Skúli Magnússon, hoek Aðalstræti en Kirkjustræti, de "vader van Reykjavik"
  • Útlaginn, De vogelvrijverklaarde, vlak bij de universiteit, een kopie staat in Akureyri
  • Sæmundur Sigfússon, voor de universiteit, priester en geleerde
  • Óþekkti embættismaðurinn, de ambtenaar
  • De waterdraagster

Bekende personen[bewerken]

Geboren[bewerken]

Overleden[bewerken]

Stedenbanden[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties