Fritz Haber
| 9 december 1868 - 29 januari 1934 | ||
| Fritz Haber in 1918 | ||
| Geboorteland | Duitsland | |
| Geboorteplaats | Breslau | |
| Plaats van overlijden | Bazel | |
| Nobelprijs voor de | Scheikunde | |
| In | 1918 | |
| Reden | "Voor zijn synthese van ammoniak." | |
| Voorganger(s) | Richard Martin Willstätter | |
| Opvolger(s) | Walther Hermann Nernst | |
Fritz Haber (Breslau, 9 december 1868 – Bazel, 29 januari 1934) was een chemicus uit Duitsland. Zijn naam is vooral verbonden aan het Haber-Boschproces, dat gasvormig stikstof bindt aan waterstof tot ammoniak. Dit proces is de basis van de kunstmestproductie en heeft grote invloed gehad op de productiviteit van landbouwgrond over de gehele wereld. Hij kreeg er in 1918 de Nobelprijs voor.
Haber is een controversieel figuur, vanwege zijn rol bij de ontwikkeling van het tijdens de eerste Wereldoorlog ingezette chloorgas en mosterdgas en van het insecticide Zyklon-B, dat door de nazi's werd gebruikt als gifgas in de vernietigingskampen.
Inhoud |
[bewerken] Levensloop
Fritz Haber werd geboren als telg van een voorname Joodse familie. Hij was de zoon van Siegfried Haber, een koopman. Siegfried Haber handelde in stof, verf, lak en geneesmiddelen. Zijn moeder overleed drie weken na de geboorte van Fritz ten gevolge van complicaties opgelopen tijdens de bevalling. Siegfried Haber schijnt dit moeilijk verwerkt te hebben en er is altijd sprake geweest van spanningen tussen vader en zoon. Hij ging naar de St. Elizabeth Latijnse school in Breslau en daar verrichtte hij, terwijl hij op school zat, veel scheikundige experimenten.
Tussen 1886 en 1891 studeerde hij scheikunde aan de universiteit van Heidelberg bij Robert Bunsen, aan de universiteit van Berlijn bij August Wilhelm von Hofmann, en aan de Technische School van Charlottenburg bij Carl Liebermann. Haber promoveerde in 1891 in Berlijn met een dissertatie "Über einige Derivate des Piperonals" (over enkele derivaten van piperonal) in de organische chemie. Na zijn studie werkte hij enige tijd in het chemische bedrijf van zijn vader en omdat hij in techniek was geïnteresseerd ook bij Professor Georg Lunge aan het Instituut voor Technologie in Zürich. Op dat moment besloot hij een wetenschappelijke carrière na te streven. Hij werkte vervolgens samen met Ludwig Knorr in Jena, samen met hem publiceerde hij een artikel over diacetosuccinic ester. Tijdens zijn verblijf in Jena bekeerde Haber zich, op 25-jarige leeftijd, tot het protestants-christelijke geloof, voornamelijk om zijn wetenschappelijke loopbaan te bespoedigen.
In 1894 werd Haber een assistentschap aangeboden in Karlsruhe bij professor Hans Bunte van de faculteit chemische technologie; Haber accepteerde het aanbod. Haber zou daar tot 1911 werken. Professor Bunte richtte zich vooral de scheikunde van verbrandingsprocessen. Carl Engler, tevens daar werkzaam, bracht de studie van petroleum onder de aandacht van Haber. Het latere werk van Haber werd sterk door beide wetenschappers beïnvloed. In 1896 kwalificeerde Haber zich als docent met een experimentele studie naar de decompositie en verbranding van koolwaterstoffen. In 1898 werd hij in Karlsruhe benoemd tot buitengewoon hoogleraar in de technische scheikunde. Vanaf 1906 werd hij als professor benoemd in de fysische chemie en elektrochemie en tevens directeur van het desbetreffende instituut in Karlsruhe.
Fritz Haber trouwde met Clara Immerwahr in 1901. Clara liet al eerder in het openbaar blijken dat zij het zeer oneens was met de betrokkenheid van Haber bij de ontwikkeling van chemische strijdgassen. Na zijn terugkeer van het front bij Ieper, waar Haber betrokken was bij de eerste inzet van chloorgas op 22 april 1915, pleegde zij op 2 mei dat jaar zelfmoord met zijn dienstwapen.
In 1911 volgde hij Engler op als directeur van het Instituut voor fysische chemie en elektrochemie aan Berlin-Dahlem. Hij werkte daar tot 1933 toen Haber vanwege de machtsovername door de nazi's Duitsland moest ontvluchten. Hij werd uitgenodigd door Sir William Pope om naar Cambridge te komen en gaf er enkele maanden les aan de Universiteit van Cambridge. Hij had al enige tijd last van zijn hart en omdat hij de Engelse winters vreesde wilde hij weggaan. Hij overwoog om een baan aan te nemen in Rehovot, in het toenmalige Britse mandaatgebied Palestina (nu Israël). Hij vestigde zich echter nergens definitief. In januari 1934 stierf Fritz Haber op doorreis naar een hersteloord in Bazel (Zwitserland) op 65-jarige leeftijd aan een hartaanval.
Habers familie verliet ook Duitsland. Zijn tweede vrouw, Charlotte, met haar twee kinderen, vestigde zich in Engeland. Hermann, Habers zoon uit zijn eerste huwelijk, emigreerde naar de Verenigde Staten van Amerika tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hermann Haber pleegde zelfmoord in 1946. Een aantal leden van Habers familie werden vermoord in de concentratiekampen tijdens het nationaalsocialistische regime in Duitsland.
[bewerken] Verrichtingen
Haber heeft veel tijd en energie besteed aan het onderzoek naar strijdgassen zoals chloor en mosterdgas in de Eerste Wereldoorlog. Aan de andere kant van het front werkte ook zijn Franse tegenhanger Victor Grignard aan soortgelijke chemische wapens. Haber verdedigde zijn werk aan strijdgassen op nogal kinderlijke wijze. Op de aanklachten dat de inzet van strijdgassen onmenselijk was, zei hij: "Dood is dood, hoe het ook tot stand wordt gebracht." Na de eerste gasaanval met chloorgas op 22 april 1915 nabij Ieper vroeg zijn vrouw hem hiervoor verantwoording. Zelf was ze een sterke antimilitariste. Haber reageerde hierop zeer kwaad. Enkele dagen later pleegde zijn echtgenote zelfmoord met zijn dienstwapen. Dit weerhield hem echter niet zijn onderzoek met strijdgassen verder te ontwikkelen.
Het mosterdgas dat voor het eerst in 1917 op grote schaal werd ingezet kreeg de bijnaam Yperiet, naar de Franse naam "Ypres" voor "Ieper".
Vanaf 1919 probeerde hij zes jaar lang om goud uit zeewater te winnen, echter tevergeefs. Zijn doel was om Duitsland te ondersteunen met de opgelegde herstelbetalingen ten gevolge van de eerste wereldoorlog.
Vanaf april 1917 kreeg Haber de leiding over een onderzoekscommissie die chemische insectenbestrijding moest ontwikkelen. Deze activiteiten werden in maart 1919 ondergebracht in de "Deutschen Gesellschaft zur Schädlingsbekämpfung (Degesch)" (Duitse Vereniging voor Bestrijdingsmiddelen). Eerst had Haber de leiding, vanaf 1920 Walter Heerdt. Door Degesch werd, na de eerste wereldoorlog, het cyanideproduct zyklon B (blauwzuurgas) ontwikkeld dat als insecticide werd ontworpen en toegepast. Het blauwzuurgas werd gemaakt door cyaankali te behandelen met verdund zwavelzuur. Later werd het echter ook misbruikt in de vernietigingskampen in de gaskamers. Met dit gas werden door de Duitsers een groot aantal Joden gedood in een aantal concentratiekampen, waaronder Auschwitz-Birkenau, zie zyklon B. Haber heeft aan deze misdaden volsterkt geen schuld of is er op enige wijze mee verbonden; deze misdaden vonden plaats na zijn overlijden. Een aantal betrokken directeuren van Degesch en toeleveranciers werden na de Tweede Wereldoorlog verdacht aan en veroordeeld voor betrokkenheid bij moord. Ferdinand Flury, een vroegere medewerker van Haber, ontwikkelde later Zyklon A en verkreeg het patent.
Fritz Haber was vanaf de oprichting van I.G. Farben in 1925 lid van de toezichtraad. Nadat de nationaalsocialisten 1933 de macht overnamen in Duitsland werden de Joodse medewerkers uit IG Farben verwijderd. Haber werd tevens gedwongen te vertrekken, ondanks zijn verdiensten voor Duitsland, omdat hij de nationaalsocialistische principes niet wilde steunen.
[bewerken] Referenties
- Daniel Charles, Master Mind: The rise and fall of Fritz Haber, the Nobel Laureate who launched the age of chemical warfare, in: The Observer, 16 oktober 2005.
- Daniel Charles, Between Genius and Genocide: The Tragedy of Fritz Haber, Father of Chemical Warfare, 2005.
- Ken Gordon, From a Scientist's Life, Art's Cautionary Tales, in: New York Times, 12 oktober 2005.
[bewerken] Externe link
- Biografie, Nobelprize.org