Peter Mitchell (biochemicus)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobelprijswinnaar  Peter Mitchell
29 september 1920 - 10 april 1992
Afbeelding gewenst
Geboorteland    Groot-Brittannië
Geboorteplaats    Mitcham
Plaats van overlijden    Bodmin
Nobelprijs voor de    Scheikunde
In    1978
Reden    "Voor zijn formulering van de chemiosmotische theorie."
Voorganger(s)    Ilya Prigogine
Opvolger(s)    Herbert Brown
Georg Wittig

Peter Dennis Mitchell (Mitcham (Surrey), 29 september 1920 - Bodmin (Cornwall), 10 april 1992) was een Britse biochemicus die in 1978 de Nobelprijs voor de Scheikunde ontving voor zijn bijdragen aan het begrip van de biologische energieoverdracht door zijn formulering van de chemiosmotische theorie.

In de jaren 1960 stond ATP al bekend als de energie-eenheid van het leven, maar men dacht dat ATP werd gemaakt in de mitochondria via een mechanisme dat bekendstaat als substraatniveau fosforylering. De chemiosmotische theorie van Mitchell was de basis voor het begrip van het feitelijke proces: oxidatieve fosforylering. In die tijd was het biochemische mechanisme van de ATP-synthese door middel van oxidatieve fosforylering onbekend.

Mitchell realiseerde zich dat de beweging van ionen over een elektrochemische membraanpotentiaal de energie kon leveren die nodig was voor de synthese van ATP. Zijn hypothese was afgeleid uit informatie die algemeen bekend was in de jaren 1960. Hij wist dat levende cellen een membraanpotentiaal hebben. De beweging van geladen ionen over een membraan wordt dus beïnvloed door de elektrische krachten (aantrekking van positieve en negatieve ladingen). Deze beweging wordt ook beïnvloed door thermodynamische krachten, de neiging van stoffen om te diffunderen van gebieden met een hogere concentratie naar gebieden met een lagere concentratie. Hij ging ervan uit dat de ATP-synthese gekoppeld is met deze elektrochemische gradiënt.

Zijn theorie werd bevestigd door de ontdekking van ATP-synthase, een aan het membraan gebonden eiwit dat de potentiële energie van de elektrochemische gradiënt gebruikt om ATP te maken. In 1981 kreeg Mitchell de Copley Medal.