Ernst Otto Fischer
| 10 november 1918 - 23 juli 2007 | ||
| Afbeelding gewenst | ||
| Geboorteland | Duitsland | |
| Geboorteplaats | Solln | |
| Plaats van overlijden | München | |
| Nobelprijs voor de | Scheikunde | |
| In | 1973 | |
| Reden | "Voor hun verdiensten op het gebied van de chemie van de organometallische verbindingen." | |
| Samen met | Geoffrey Wilkinson | |
| Voorganger(s) | Christian Boehmer Anfinsen Stanford Moore William Howard Stein |
|
| Opvolger(s) | Paul Flory | |
Ernst Otto Fischer (Solln, 10 november 1918 – München, 23 juli 2007) was een Duitse chemicus aan wie in 1973 de Nobelprijs voor de Scheikunde werd toegekend voor zijn baanbrekende werk op het gebied van de organometaalchemie.
Fischer werd geboren in Solln bij München op 10 november 1918. Zijn ouders waren Karl T. Fischer, hoogleraar natuurkunde aan de Technische Universiteit van München, en Valentine Danzer. Na zijn eindexamen in 1937, moest hij twee jaar in militaire dienst waarna de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Tijdens de oorlog diende hij in Polen, Frankrijk en Rusland, maar hij kon in 1941 tijdens een verlofperiode zijn scheikundestudie aan de TU van München beginnen. Na een kort Amerikaans krijgsgevangenschap, hervatte hij zijn studie scheikunde in 1945, die hij afsloot in 1949.
Hij werkte aan zijn dissertatie als een assistent bij professor Walter Hieber in de anorganische chemie. Na zijn promotie vervolgde hij zijn werk aan organometaalverbindingen en werd uiteindelijk in 1964 na verschillende andere aanstelling aan de TU van München, benoemd tot hoogleraar anorganische chemie aan de TU van München.
Fischer werkte met name aan metaalcomplexen van cyclopentadienylen, indenylen, olefinen, arenen en carbonylen. In 1960 werd in zijn groep een klasse van alkylidenen en alkylidynen ontdekt die tegenwoordig met Fischer-carbenen worden aangeduid.
Fischer heeft vele prijzen gekregen voor zijn werk. Hij deelde in 1973 de Nobelprijs voor de Scheikunde met Geoffrey Wilkinson voor zijn werk aan organometaalverbindingen.