Harold Kroto

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobelprijswinnaar  Harold Kroto
7 oktober 1939
Harold 'Harry' Kroto
Harold 'Harry' Kroto
Geboorteland Engeland
Geboorteplaats Cambridgeshire
Nobelprijs Scheikunde
Jaar 1996
Reden Voor hun ontdekking van fullereen.
Samen met Robert Curl
Richard Smalley
Voorganger(s) Paul Crutzen
Mario Molina
Frank Sherwood Rowland
Opvolger(s) Paul Boyer
John E. Walker
Portaal  Portaalicoon   Scheikunde

Sir Harold (Harry) Walter Kroto, FRS (Cambridgeshire, Engeland, 7 oktober 1939) is een Engelse scheikundige die in 1996, samen met Richard Smalley en Robert Curl, de Nobelprijs voor de Scheikunde won. Samen ontdekten en bewezen ze het bestaan van de C60-molecuul.

Biografie[bewerken]

Kroto (in 1955 verkort van het originele Krotoschiner) was de zoon van Heinz en Edith Krotoschiner. De familie van vaderszijde was afkomstig uit de Poolse regio Bojanowo en die van moederszijde uit Berlijn. Zijn ouders was in de jaren 1930 naar Groot-Brittannië gevlucht voor het opkommende nationaal-socialisme omdat zijn vader joods was.

Hij groeide op in Bolton, Lancashire, alwaar hij de Bolton School bezocht. In 1958 ging hij scheikunde studeren aan de Sheffield Universiteit; in 1961 verkreeg hij er zijn bachelordiploma en in 1964 promoveerde hij er in de moleculaire spectroscopie. Na een jaar bij Bell Laboratories (1966/67) werkte Kroto een groot deel van zijn leven op de Universiteit van Sussex, waar hij nu professor-emeritus is. Sinds 2004 behoort hij tot de faculteit van de Florida State University. Zijn voornaamste bezigheden behelzen onderzoeken in de nanowetenschappen en de nanotechnologie.

Kroto beweert vier levensovertuigingen te hebben: humanisme, atheïsme, amnesty internationalisme en humorisme. Oorspronkelijk werd hij Joods opgevoed, maar van die religie snapte hij weinig. In 2004 kreeg Kroto de Copley Medal.

C60 molecuul[bewerken]

Begin jaren 1980 hield Kroto zich bezig met spectroscopisch onderzoek van complexe koolstofmoleculen, -clusters en -ketens in de interstellaire ruimte. Op zoek naar een methode om dergelijke deeltjes in het laboratorium te fabriceren kwam hij terecht bij Robert Curl en Richard Smalley van de Rice University. Op een astronomische bijeenkomst had Curl aan Kroto verteld dat Smalley een laserapparaat had gebouwd voor onderzoek naar moleculaire clusters van halfgeleiders. Kroto nam Curl uitnodiging aan om naar Rice te komen, waar ze overeenkwamen om Smalley's apparaat te gebruiken om koolstof te onderzoeken.

Tijdens het experiment werden inderdaad de lange koolstofketens gevormd waar ze op zoek naar waren, maar in de condenserende kooldamp vonden ze ook stabiele clusters van 60 koolstofatomen, C60. Een C60-molecuul is een elegant molecuul met dezelfde symmetrie als een voetbal, bestaande uit 12 vijfhoeken en 20 zeshoeken. Kroto noemde het molecuul buckminsterfullereen, vanwege de gelijkenis naar de geodese koepels van de Amerikaanse architecy Richard Buckminster Fuller.[1]

Aanvankelijk werd door wetenschappelijke collega's sceptisch gereageerd op deze ontdekking, mede omdat C60 met de door hun toegepaste techniek slechts in minime hoeveelheden gefabriceerd kon worden. Pas vijf jaar later, in 1990, vonden de fysici Wolfgang Krätschmer en Donald Huffman een methode om C60 in grote hoeveelheden te maken. Deze doorbraak vormde het startschot voor grootschalig natuur- en scheikundig fullereenonderzoek, waar naast fysici en chemici ook technologen, biochemici, moleculair-biologen en structuurontwerpers zich op wierpen.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Lang, Herman de, Canon van de Natuurkunde, Veen Magazines, Diemen, 2009, Blz. 312-315 ISBN 978-9085712350.
  1. H.W. Kroto, J.R. Heath, S.C. O'Brien, R.F. Curl en R.E. Smalley (1985). C60: Buckminsterfullerene. Nature 318: 162-163 . DOI:10.1038/318162a0.