Alexander Todd
| 2 oktober 1907 - 10 januari 1997 | ||
| Geboorteland | Schotland | |
| Geboorteplaats | Glasgow | |
| Plaats van overlijden | Cambridge (Engeland) | |
| Nobelprijs voor de | Scheikunde | |
| In | 1957 | |
| Reden | Voor zijn onderzoek naar nucleotides en hun co-enzymen. | |
| Voorganger(s) | Cyril Norman Hinshelwood Nikolay Nikolaevich Semenov |
|
| Opvolger(s) | Frederick Sanger | |
Alexander Robertus Todd, Baron Todd (Glasgow, 2 oktober 1907 - Cambridge,10 januari 1997) was een Schotse biochemicus Hij heeft onderzoek gedaan de structuur en synthese van nucleotiden, nucleosiden en nucleotide coënzymen. In 1957 is hem de Nobelprijs voor de Scheikunde toegekend.
[bewerken] Biografie
Todd behaalde in 1928 zijn Bachelor of Science aan de Universiteit van Glasgow en in 1931 zijn doctoraal aan de Universiteit van Frankfurt voor zijn thesis over de chemie van de galzuren. In 1933 behaalde Todd aan het Oriel College van de Universiteit van Oxford zijn tweede doctoraat. In 1938 werd Todd benoemd tot hoogleraar scheikunde aan de Universiteit van Manchester. Aan deze universiteit startte hij zijn onderzoek naar nucleosiden. Dit zijn verbindingen die de structuureenheden van nucleïnezuren (DNA en RNA) vormen. Van 1944 tot 1971 was hij hoogleraar organische chemie aan het Christ's College van de Universiteit van Cambridge. In 1949 synthetiseerde hij adenosinetrifosfaat (ATP) en het flavine adenine nucleotide (FAD). In 1955 ontdekte hij de structuur van vitamine B12. Verder onderzocht hij de structuur en synthese van vitamine B1, vitamine E en de anthocyanen (pigmenten van bloemen en fruit) van insecten (bladluizen en kevers) Ook onderzocht hij alkaloïde, een stof dat gevonden wordt in hasj en marihuana. In 1970 werd hem de Copley Medal toegekend.