Irène Joliot-Curie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobelprijswinnaar  Irène Joliot-Curie
12 september 189717 maart 1956
Irène Joliot-Curie (1935)
Irène Joliot-Curie (1935)
Geboorteland    Frankrijk
Geboorteplaats    Parijs
Plaats van overlijden    Parijs
Nobelprijs voor de    Scheikunde
In    1935
Reden    "Voor haar synthese van nieuwe radioactieve elementen."
Samen met    Frédéric Joliot-Curie
Voorganger(s)    Harold Urey
Opvolger(s)    Peter Debye
Portaal  Portaalicoon   Scheikunde

Irène Joliot-Curie (Parijs, 12 september 1897 – aldaar, 17 maart 1956) was een Frans scheikundige en de dochter van Pierre en Marie Curie.

Biografie[bewerken]

De in Parijs geboren Irène Joliot-Curie raakte geïnspireerd door onderzoek naar radioactiviteit van haar moeder die daarvoor de Nobelprijs voor de Natuurkunde en de Nobelprijs voor de Scheikunde kreeg. Zijzelf ontving in 1935 de Nobelprijs voor de Scheikunde voor haar ontdekking van kunstmatige radioactiviteit. Marie en Irène Curie zijn tot nu toe de enige moeder en dochter die allebei de Nobelprijs kregen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog reisde Irène samen met haar moeder Marie naar het front. In ambulances die omgebouwd waren tot mobiele radiotherapeutische wagens, werden gewonde soldaten behandeld. Na de oorlog werkte ze als haar moeders assistent op het Radiuminstituut. In 1925 voltooide ze haar promotie met een proefschrift over de emissie van alfastralen uit polonium, het element dat haar ouders hadden ontdekt.

Irène + Frédéric (1934)

In 1926 trad ze in het huwelijk met de scheikundige Frédéric Joliot, die als assistent werkzaam was in het laboratrium van haar moeder. Elf maanden later werd hun dochter Hèlene geboren – die later een bekend natuurkundige werd en zou trouwen met Michel Langevin, de kleinzoon van Paul Langevin. Hun zoon Pierre, een bioloog, werd in 1932 geboren.

Samen met haar man deed ze onderzoek naar radioactiviteit, en dan met name de productie van kunstmatige radioactieve elementen. In 1934 wisten ze boor te transformeren in radioactief stikstof, magnesium in silicium en radioactieve isotopen van fosfor uit aluminium. Twee jaar daarvoor, in 1932, hadden ze ontdekt dat beryllium hoog-energetische straling uitzendt bij beschieting met alfadeeltjes. Aanvankelijk dachten ze dat dit een nieuwe vorm van gammastraling betrof maar kort na hun publicaties[1][2] in Comptes Rendus bewees James Chadwick dat deze straling uit neutronen bestond.

Het leven van Irène Joliot-Curie vertoont vele parallellen met dat van haar moeder, Marie Curie. Waar Marie niet politiek actief was, was Irène dit echter wel. Marie en Irène Curie zijn ook belangrijke figuren in de geschiedenis van de vrouwenemancipatie. Ze hebben beide veel dingen bereikt die voor vrouwen in die tijd nagenoeg onmogelijk waren. De beperkte toegang van vrouwen tot de universiteit hebben ze verbreed, hun carrières in de natuurkunde en baanbrekende ontdekkingen, de benoeming van Irène tot de eerste vrouwelijke minister in Frankrijk.

Net als haar moeder overleed Irène aan de gevolgen van leukemie, door haar levenslange werk met radioactieve elementen.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Irène Curie and Frédéric Joliot, (1932). Émission de protons de grande vitesse par les substances hydrogénées sous l’influence des rayons γ trés pénétrants. Comptes Rendus 194: 273-275 .
  2. Irène Curie and Frédéric Joliot, (1932). Effet d’absorption de rayons g de très haute fréquence par projection de noyaux légers. Comptes Rendus 194: 708-711 .