Proefschrift

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Proefschrift van Willem van Irhoven uit Den Bosch over de lege ruimte (De Spatio Vacuo), Leidse universiteit, 1721 (op de titelpagina wordt een promotieplechtigheid uitgebeeld)

Een proefschrift of dissertatie, ook wel (doctoraats)thesis genoemd, is een originele wetenschappelijke verhandeling, geschreven door een promovendus, ter verkrijging van de doctorstitel.

Het kan ook bestaan uit een samenvoeging van eerdere wetenschappelijke publicaties van de auteur met een inleiding, samenvatting en persoonlijk dankwoord, met aan sommige universiteiten ook een biografie van de kandidaat - dit is meestal het geval. De promovendus doet hiermee verslag van een door hem of haar zelfstandig uitgevoerd nieuw wetenschappelijk onderzoek. De voertaal van een proefschrift is vaak het Engels om internationale uitwisseling mogelijk te maken, maar bij taalkundige of historische onderwerpen voegt de taal zich soms naar het onderwerp: bijvoorbeeld een proefschrift in het Frans over Franse literatuur of in het Nederlands over Nederlandse poëzie.

Een promotiecommissie van deskundigen beoordeelt het proefschrift en bij goedkeuring komt het tot een promotieplechtigheid. Bij een geslaagde verdediging van het proefschrift tijdens deze plechtigheid verleent de promotor de promovendus de doctorstitel en wordt de kersverse doctor gewezen op de rechten en plichten die deze titel aankleven.

Het verrichten van dit onderzoek en het schrijven van een proefschrift is in Nederland geen geringe opgave, waar men meestal minstens vier jaren voor uittrekt. Om een proefschrift te mogen schrijven moet men doorgaans eerst het doctoraalexamen (drs., mr. of ir.) of overeenkomstig (MA, LLM of MSc) hebben behaald. Het is mogelijk om, bij grote uitzondering, zonder WO-titel te promoveren, indien de persoon met gerede kans op succes een proefschrift kan voltooien op basis van zelfstandig wetenschappelijk onderzoek. Hierbij dient de promovendus deskundigen en een promotor te vinden die (schriftelijk) garant staan, hetgeen niet gemakkelijk is.

Stellingen[bewerken]

Tot in de 20e eeuw was het niet ongebruikelijk om op stellingen te promoveren. Er was in die gevallen géén promotieonderzoek gedaan. Vaak promoveerde men op de dag waarop men afstudeerde. Linnaeus promoveerde in 1735 in zes dagen aan de Universiteit van Harderwijk. Voor Christiaan Huygens werd een doctorstitel in de rechten - die hij nooit voerde - gekocht bij de Universiteit van Angers.[1]

Sommige Nederlandse universiteiten verlangen dat promovendi stellingen toevoegen aan hun proefschrift, andere niet. Het is een sport geworden om de laatste stelling een "lollig" karakter te geven, in de hoop dat die de media haalt. De andere stellingen dienen echter wel degelijk een serieus karakter te hebben. het moeten vooral stellingen zijn, dat wil zeggen beweringen die niet vanzelf spreken maar wel wetenschappelijk verdedigbaar zijn. Als reactie op een overmaat van al te lollige stellingen (die vaak veeleer het karakter van een aforisme droegen) verlangen universiteiten tegenwoordig veelal dat de stellingen tevoren worden goedgekeurd door de promotor.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Andriesse, C.D.: Titan kan niet slapen: een biografie van Christiaan Huygens (1993)