Doctoraalexamen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het doctoraalexamen was het examen waarmee in de regel studenten in het wetenschappelijk onderwijs in Nederland die voor 2003 begonnen, hun studie/opleiding afsloten. Vaak was er in de praktijk sprake van een doctoraalscriptie aan het eind van de opleiding, nadat aan alle overige studie-eisen was voldaan.

Buluitreiking[bewerken]

Na het doctoraalexamen werd in het openbaar plechtig de bul uitgereikt. Na het doctoraalexamen mag de titel doctorandus worden gevoerd, of bij afronding van een studie in de rechten of een ingenieursstudie, respectievelijk de titels meester of ingenieur. Omdat vanaf 2002 de bachelor-masterstructuur in het hoger onderwijs werd ingevoerd, is de term doctoraalexamen verdrongen door die van masterexamen. De titel doctorandus is vandaag vervangen door Master of Science, Master of Arts of Master of Medicine.

Taalgebruik rondom doctoraalexamen[bewerken]

Men kort de aanduiding "doctoraalexamen" ook wel simpelweg af als doctoraal, wat niet verward dient te worden met doctoraat, wat betekent dat men de daaropvolgende fase heeft afgerond, die voor het behalen van de doctorstitel. Voor de titel doctor is verder onderzoek, met een proefschrift als eindresultaat, tot de promotie vereist.

Engels gebruik[bewerken]

Voor Engelstalige landen is het gebruik van de term 'doctoraal' helemaal verwarrend: het is bijna gelijk aan het Engelse woord doctoral degree of doctorate, hetgeen gerelateerd is aan de graad van doctor, dus iemand die gepromoveerd is en de titel "dr." mag gebruiken. Iemand die promoveert in Engelstalige landen krijgt meestal de graad "PhD", een afkorting van het Latijnse Philosophiæ Doctor of het Engelse Doctor of Philosophy. Dezelfde verwarring bestaat met de in België gehanteerde term doctoraat, of in Frankrijk doctorat, wat overeenkomt met het huidige PhD.