Leenvertaling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een leenvertaling is een woord dat is ontstaan onder invloed van een andere taal. De lenende taal, in de volgende voorbeelden: het Nederlands, had dan doorgaans nog geen woord voor een bepaald begrip, dat echter wel kon worden weergegeven door een woord uit een andere taal.
Indien er toch behoefte ontstond om dat begrip te benoemen, kon dat op verschillende manieren gebeuren:

  • door gebruik van een leenwoord: het vreemdtalige woord wordt eenvoudigweg overgenomen (bijvoorbeeld computer)
  • door toepassing van een leenbetekenis: een reeds bestaand woord kreeg er de betekenis bij die in de vreemde taal reeds kon worden uitgedrukt, maar in de lenende taal nog niet (bijvoorbeeld hemel, dat in het Nederlands "zwerk", "uitspansel" betekende, maar er bij de kerstening een geleende betekenis "hiernamaals, Godsverblijf" bij kreeg)
  • door een leenvertaling: elementen uit de uitlenende taal worden stuk voor stuk letterlijk in het Nederlands vertaald. Daarbij gaat het steeds om afleidingen of samenstellingen.

Ontleningsgebieden[bewerken]

Op grond van hun aard zijn leenvertalingen vooral op die gebieden te verwachten waar zich vernieuwing voordoet (bijvoorbeeld zending en missie, wetenschap en techniek). Daarbij ontstaan immers begrippen die voor de lenende cultuur, en voor haar taal, nieuw zijn, en nieuwe begrippen vragen om nieuwe woorden. Zo vindt men in te taal van de godsdienst leenvertalingen uit het Latijn, in die van de medische wetenschap leenvertalingen uit Latijn en Grieks. Wetenschap en techniek hebben hun leenvertalingen bijvoorbeeld uit Duits en Engels, maar ook uit het middeleeuwse en renaissancistische Latijn gekregen. Dit wil niet zeggen dat een bepaald vakgebied zomaar te associëren valt met een bepaalde uitlenende taal.

In de volgende voorbeelden zijn de koppeltekens ( - ) uitsluitend aangegeven om de afgrenzing tussen de woorddelen duidelijker te maken; over juiste spelling zeggen zij dus niets. Wel maken zij duidelijk dat de vertaling niet altijd woorddeel voor woorddeel plaatsvindt; varianten zijn mogelijk, zodat er een vrije vertaling ontstaat.

Latijn[bewerken]

  • mede-lijden of mede-gevoel zijn leenvertalingen van com-passio
  • As-woensdag uit dies cinerum (lett. "dag der assen")
  • vlees-wording uit in-carnatio (lett. "invlezing")
  • drie-hoek uit tri-angulum
  • verstands-kies uit dens sapientiae (lett. kies der wijsheid").

Grieks[bewerken]

  • al-vlees-klier uit pan-kreas (in het Nederlands is klier nog toegevoegd).

Frans[bewerken]

Duits[bewerken]

  • zelf-moord uit Selbst-mord
  • leen-vertaling uit Lehn-übersetzung'.
  • nieuwbouwhuis uit Neubauhaus.

Engels[bewerken]

Russisch[bewerken]

Servo-Kroatisch[bewerken]

Hebreeuws[bewerken]

Herkenning[bewerken]

Leenvertalingen worden meestal niet als geleend woord herkend, omdat de onderdelen Nederlandstalig zijn. Dit onderscheidt een leenvertaling dan ook bij een leenwoord uit een verwante taal als het Duits: bij een leenvertaling is immers de vreemde woordvorm aan het Nederlands aangepast, bij een leenwoord niet (übermensch, sowieso).

Daarnaast is er niet altijd van leenvertaling sprake, ook als men dat op het eerste gezicht zou vermoeden. Zo zijn ons schipbreuk en het Duitse Schiffbruch waarschijnlijk onafhankelijk van elkaar ontstaan.

Acceptatie[bewerken]

Niet alle leenvertalingen worden door de taalgemeenschap aanvaard. Zo kunnen zij door hun vorm worden ervaren als vreemd aan het Nederlandse taaleigen: dan blijven het "morfologische (vorm) barbarismen (taalvreemde elementen)".

Een voorbeeld hiervan is groot-stad, een leenvertaling van het Duitse Gross-stadt. Die vorm grootstad wordt niet geaccepteerd, en in plaats ervan wordt doorgaans "grote stad" gezegd en geschreven.
Andere gevallen hebben echter wel aanvaarding gevonden, hoewel zij strikt gelijksoortig zijn: ze zijn ook uit het Duits geleend en ze vertonen ook een bijvoeglijk naamwoord dat aan het zelfstandig naamwoord vast is geschreven: hoogbouw, dubbelpion.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Sijs, Nicoline van der, Groot leenwoordenboek, Utrecht/Antwerpen 2005
  • Sijs, Nicoline van der, De geschiedenis van het Nederlands in een notendop, Amsterdam 2005