Coherentie (taalkunde)
Het begrip coherentie heeft in de tekstlinguïstiek en de sociolinguïstiek betrekking op de manier waarop een gesproken of geschreven tekst conceptueel samenhangt en/of door de luisteraar als inhoudelijk samenhangend wordt ervaren. Taalkundige ofwel tekstuele coherentie verschilt van taalkundige cohesie, doordat het bij coherentie niet of tenminste niet in de eerste plaats om de formele samenhang binnen een tekst gaat (bijvoorbeeld woorden die vaak herhaald worden), maar vooral om de inhoud. Coherentie heeft met andere woorden meer te maken met de dieptestructuur bij taalgebruik dan met de oppervlaktestructuur. Wel is het zo dat de cohesieve elementen in een tekst (met name voornaamwoorden en andere functiewoorden) vaak dienen om de tekstuele coherentie te versterken.
Coherentie is over het algemeen sterk contextueel gebonden. In gewone situaties volgt op elke groet zoals Hallo een wedergroet en wordt op elke vraag een antwoord verwacht. Uitzonderingen hierop zijn de retorische vragen, waar in de regel geen antwoord op wordt verwacht. Retorische vragen zijn dan ook heel andere taalhandelingen dan gewone vragen.
Andere voorbeelden van coherentie in gesproken taal zijn de vaste reacties die worden geassocieerd met bepaalde taalhandelingen.
[bewerken] Referentiële vs. relationele coherentie
Zinnen in gesproken of geschreven teksten en/of korte vertogen die op het eerste gezicht geen of weinig syntactische samenhang of cohesie vertonen, kunnen in semantisch opzicht toch een hoge mate van inhoudelijke samenhang en daarmee een coherentierelatie hebben. Dit is bijvoorbeeld duidelijk het geval in het volgende zinspaar:
- 1. Wat een rotweer!
- 2. Ik blijf thuis vandaag.
Deze vorm van coherentie, die binnen de tekst zelf gelegen is, wordt relationele coherentie genoemd. Een andere belangrijke vorm van coherentie is de referentiële coherentie, waarbij - bijvoorbeeld door middel van een voornaamwoord - verwezen kan worden naar iets binnen de tekst zelf (endoforische referentie) dan wel erbuiten (exoforische referentie ofwel deixis). Een voorbeeld van dat laatste ofwel exoforische referentiële coherentie is te vinden in de zin:
- 1. Heb je al met hem van hierboven gepraat?
Hem verwijst in de zin naar een referent die niet in de tekst zelf genoemd wordt. Om de betekenis van deze taaluiting geheel te kunnen doorgronden, moet de toeschouwer daarom ook bekend zijn met de specifieke situatie waarin de spreker zich op het betreffende moment bevindt. Dat kan bijvoorbeeld in een flat of appartementencomplex zijn.
[bewerken] Zie ook
Bronnen, noten en/of referenties:
Dirven, R. & Verspoor. M (2001) Cognitieve inleiding tot taal en taalwetenschap, p. 215 - 234