Bibliografie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De bibliografiesectie van de Universiteitsbibliotheek Graz.

Een bibliografie is een titellijst met publicaties, thematisch (per periode, per locatie of taalgebied of per onderwerp, per auteur, per type o.i.d.) en onafhankelijk van de aanwezigheid van de publicaties in een bepaalde collectie. Deze publicaties in een collectie worden opgenomen in een catalogus.

Doel[bewerken]

Bibliografieën worden gebruikt voor het zoeken van literatuur (bijvoorbeeld boeken of tijdschriftartikelen) over een onderwerp. Ze wijst onderzoekers op publicaties, zet hen op het spoor en oriënteert hen bij de onderwerpsverkenning. Daarnaast gebruikt men de bibliografie voor het verifiëren van de boekdata.

Indelingen[bewerken]

Een bibliografe uit Rusland aan het werk.
  • Er zijn zelfstandige en onzelfstandige bibliografieën (een literatuuropgave achterin een boek). Zelfstandige bibliografieën voegen informatie over het werk toe en gebruiken registers en indices. Zoeken kan op auteur, onderwerp, soms op tijdperk of geografisch. Centrale catalogi en fulltext-publicaties schuiven het concept van de zelfstandige bibliografie aan de kant.[1] De zelfstandige bibliografie heeft verschillende categorieën.
  • Lopende (er verschijnen nieuwe edities) versus afgesloten (wordt niet bijgewerkt).
  • Algemene of universele (discrimineren de inhoud niet) versus speciale of vakbibliografieën (discrimineren naar vakgebied) versus interdisciplinaire bibliografieën (onderwerpen die met verscheidene vakgebieden verband houden).
  • Nationale bibliografieën (één taal land, regio of lokaliteit) versus internationale bibliografieën (meerdere talen en landen).
Conrad Gesner ondernam een poging om alle Griekse, Latijnse en Hebreeuwse literatuur in een titellijst samen te brengen tussen 1545-1555.

Historiek[bewerken]

Bibliografieën ontstonden uit bibliotheekcatalogi. Na de uitvinding van de boekdrukkunst worden ze commercieel in functie van boekenforen zoals die in Frankfurt van 1564 tot 1749 of in Leipzig van 1594 tot 1860. Bibliografieën met wetenschappelijke motieven komen sinds de zestiende eeuw tot stand. Initiatieven om 'alle' publicaties te registreren gaan terug tot de vroege poging om alle Griekse, Latijnse en Hebreeuwse literatuur in een titellijst samen te brengen van Conrad Gesner. In zijn zestiende-eeuwse 'Bibliotheca universalis' Zürich, 1545-1555 beschrijft hij meer dan tienduizend werken. Ze representeren echter hoogstens een kwart van het destijds bestaande bestand. Latere pogingen om universele bibliografieën te maken mislukken. De laatste poging komt van de Belgische advocaten Paul Otlet en Henri Lafontaine. In 1895 sticht Otlet het 'Institut international de bibliographie', gesubsidieerd door de regering, met als bedoeling alles samen te brengen, sinds de vijftiende eeuw.

Literatuur[bewerken]

  • A.O. Kouwenhoven. Handboek bibliografie. Een nieuwe gids naar bronnen van gepubliceerde informatie, Van Gorcum, Assen, 1995.
  • Michiel van Kempen, 'De hoofdpijn van de bibliograaf; De kunst van het titelbeschrijven in het digitale tijdperk'. In: Oso, Tijdschrift voor Surinamistiek, 25 (2006), nr. 2, p. 68-80.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Kouwenhoven A.O. Handboek bibliografie. Een nieuwe gids naar bronnen van gepubliceerde informatie, Van Gorcum, Assen, 1995, p. 143, schema p. 67.