Christian Anfinsen
| 26 maart 1916 - 14 mei 1995 | ||
| Christian Anfinsen in 1969 | ||
| Geboorteland | Verenigde Staten | |
| Geboorteplaats | Monessen | |
| Plaats van overlijden | Randallstown | |
| Nobelprijs voor de | Scheikunde | |
| In | 1972 | |
| Reden | "Voor zijn verdiensten op het gebied van de ribonuclease." | |
| Samen met | Stanford Moore William Howard Stein |
|
| Voorganger(s) | Gerhard Herzberg | |
| Opvolger(s) | Ernst Otto Fischer Geoffrey Wilkinson |
|
Christian Boehmer Anfinsen (Monessen (Pennsylvania), 26 maart 1916 - Randallstown (Maryland), 14 mei 1995) was een Amerikaanse biochemicus en winnaar van de Nobelprijs voor de Scheikunde in 1972.
Anfinsen is geboren in Monessen, Pennsylvania (Verenigde Staten) in een Noors-Amerikaanse familie. In 1937 behaalde hij zijn bachelor aan het Swarthmore College (in Swarthmore, Pennsylvania), in 1939 behaalde hij zijn master in de organische chemie aan de Universiteit van Pennsylvania) en in 1943 verkreeg hij zijn doctoraal in de biochemie aan de Harvard Medical School. Anfinsen bleef tot 1950 assistent-professor aan Harvard en begon daarna, tot 1981, te werken aan het Amerikaanse National Institute of Health. Van 1982 tot aan zijn dood in 1995 was Anfinsen professor in de biologie aan de Johns Hopkins University.
In 1961 toonde hij aan dat ribonuclease opnieuw opgevouwen kan worden na denaturatie terwijl de enzymactiviteit behouden blijft, waarmee hij suggereerde dat alle informatie die nodig is voor het eiwit om zijn eindconformatie te vormen, gecodeerd zit in de primaire structuur van het eiwit. In 1972 ontving hij de Nobelprijs voor de Scheikunde vanwege zijn werk aan ribonucleases, met in het bijzonder de connectie tussen de aminozuurvolgorde en de biologisch actieve conformatie. Hij verkreeg deze prijs samen met Stanford Moore en William Stein.