Svante Arrhenius
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Svante August Arrhenius (Gut Wik (bij Uppsala), 19 februari 1859 — Stockholm, 2 oktober 1927) was een Zweeds scheikundige.
Arrhenius promoveerde in 1884 tot doctor in de wetenschappen aan de universiteit van Uppsala, met een proefschrift over de elektrische geleidbaarheid. Dit proefschrift, dat door de jury niet naar waarde werd geschat, was nochtans het uitgangspunt en de grondslag van de theorie van de elektrolytische dissociatie. In 1903 ontving Arrhenius de Nobelprijs voor scheikunde en in 1919 werd hij directeur van het Nobel-instituut voor fysische chemie te Stockholm. Arrhenius wordt beschouwd als een van de grondleggers van de fysische chemie.
In het Rotterdamse wijk Ommoord staat de Arrheniusflat, vernoemt naar Svante Arrhenius.
| Winnaars van de Nobelprijs voor de Scheikunde (1901-1925) |
|
1901: Hoff | 1902: E.Fischer | 1903: Arrhenius | 1904: Ramsay | 1905: Baeyer | 1906: Moissan | 1907: Buchner | 1908: Rutherford | 1909: Ostwald | 1910: Wallach | 1911: Curie | 1912: Grignard, Sabatier | 1913: Werner | 1914: Richards | 1915: Willstätter | 1918: Haber | 1920: Nernst | 1921: Soddy | 1922: Aston | 1923: Pregl | 1925: Zsigmondy |

