Droogte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Drooggevallen meer in het Altai-gebergte, Rusland

Met droogte wordt in de meteorologie bedoeld dat er gedurende een langere periode geen neerslag valt.

Langdurige periodes met weinig neerslag komen in Nederland en België zelden voor en leiden zelden tot ernstige gevolgen, door de vele meren en de gestage aanvoer van water (in Nederland voornamelijk door de Rijn). Bij zonnig weer met wind en hoge temperaturen kan er veel vocht verdampen, waardoor het watertekort snel toeneemt. Ook de voorgeschiedenis is van belang: als het ook eerder in het jaar droog was, loopt het tekort op. De landbouw (die ongeveer 70% van alle water gebruikt) vult dit aan door kunstmatige beregening, wat gevolgen heeft voor de beschikbaarheid van water. Wanneer de vraag naar water het natuurlijke aanbod overstijgt, heerst er waterschaarste.

De hoeveelheden neerslag zijn grillig verdeeld, waardoor de droogte zich meestal beperkt tot een deel van het land of een deel van het jaar. Daardoor is het moeilijk om droogteperiodes in de historie te vergelijken.

Recente droogteperiodes[bewerken]

De meest recente droogteperiode was het voorjaar van 2011. De waterstand van de Rijn was in het voorjaar (april, mei) de laagste sinds 1921. Ook stond 2011 op de tweede plaats voor wat betreft het neerslagtekort, ook onder 1921. Het neerslagtekort van 2011 bedroeg in het voorjaar circa 100 mm, wat in het midden van mei stabiliseerde.

Ook in het voorjaar van 2007 beleefden Nederland en België een droogteperiode. Die begon eind maart en eindigde begin mei. In De Bilt viel er in april slechts 0,3 millimeter neerslag, waarmee het de droogste maand is sinds de waarnemingen begonnen, maar in veel Nederlandse en Belgische weerstations, waaronder in het Belgische nationaal waarnemingsstation te Ukkel, werd er in de hele maand april in het geheel geen neerslag gemeten: dit was de eerste keer sinds de waarnemingen in 1833 begonnen dat tijdens een kalendermaand geen neerslag viel. Ook werd met 36 opeenvolgende droge dagen het record van de langste neerslagvrije periode gebroken. De droogte ging gepaard met buitengewoon hoge temperaturen voor de tijd van het jaar (geregeld 25 tot 30 graden) en een recordaantal zonne-uren. Echter, doordat het zowel de maanden ervoor als de maanden erna relatief nat waren, zorgde deze droogte niet voor belangrijke problemen.

Droogteperiodes in de twintigste eeuw[bewerken]

Een lange droogteperiode beleefden Nederland en België het laatst in 1995 en 1996. Van de 22 maanden tussen juli 1995 en april 1997 waren er in De Bilt slechts vijf natter dan normaal. Droog waren vooral augustus en oktober 1995, januari, maart en april 1996 en januari en maart 1997. In de hele periode viel slechts 69% van de hoeveelheid neerslag die normaal had moeten vallen. Vooral in de eerste twaalf maanden van deze periode waren de tekorten groot. In De Bilt viel tussen juli 1995 en juni 1996 volgens handmatige metingen van de neerslag om 8 uur 's ochtends slechts 448 mm, wat ongeveer de helft is van de normale som. In de 20e eeuw is een periode van een jaar slechts eenmaal nog droger geweest: van september 1920 tot en met augustus 1921 viel hier 370 mm. Andere jaren met langdurige droogte waren 1959 en 1976. Net als in 1921 was het toen vooral in het groeiseizoen droog waardoor de voedselvoorziening in het gedrang kwam. In 1995, 1996 en 1997 was het vooral in de maanden buiten het groeiseizoen droog, waardoor de gevolgen uiteindelijk meevielen.

Droogteperiodes vanaf de middeleeuwen tot de 20e eeuw[bewerken]

De 19e eeuw kende een paar opmerkelijk droge jaren: zo viel in Maastricht in 1857 slechts 356 millimeter en in 1864 werd daar 363 millimeter gemeten. Normaal valt daar in een jaar ruim het dubbele.

Van de eeuwen daarvoor zijn er nauwelijks neerslaggegevens, maar dankzij dagboeken, kronieken, oogstgegevens en andere notities kunnen we tot ver in de geschiedenis nagaan wanneer het droog was. Uit onderzoek blijkt dat lange periodes van droogte grillig worden afgewisseld met natte jaren.

Opmerkelijk droge zomers waren er in ons gebied in de laatste vijfentwintig jaar van de dertiende eeuw. De warme zomers in de twaalfde en dertiende eeuw worden aangeduid als het "klimaatoptimum", een opmerkelijk warme periode die tot in de veertiende eeuw duurde. In 1389 stond de Rijn bij Keulen voor de derde keer in tien jaar zo laag dat de paarden midden in de rivier liepen. Ook in de jaren zeventig van de vijftiende eeuw was het droog. Zo viel er in de zinderende zomer van 1473 van eind april tot half november nauwelijks regen; in Soest op slechts drie dagen. Op veel plaatsen braken bos, heide- en veenbranden uit, soms door blikseminslag.

Hitte en droogte heersten ook in 1503: zeker vier maanden lang viel nauwelijks regen en er braken niet alleen bos-, koren- en veenbranden uit, maar ook plaatsen als Hindeloopen, Zaltbommel, Gorinchem, Harderwijk gingen deels in vlammen op. Het meest opmerkelijke jaar was 1540. Legio bronnen spreken van zeven maanden zonovergoten, droog en heet weer, waardoor een rivier als de Rijn vrijwel droog kwam te staan. Er was groot gebrek aan water en brood. Zon en warmte brachten onze landgenoten in de verleiding tot wijnaanbouw, maar dat mislukte. Het "Grote Zonnejaar" was de laatste van een aantal hete zomers; daarna begon de kleine ijstijd met koel en nat weer.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • De tekst op deze pagina, een eerdere versie daarvan of een deel van de tekst is afkomstig van de website van het KNMI.