Klimaatclassificatie van Köppen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Recente wereldkaart van de klimaatclassificatie van Köppen-Geiger[1]

██ Af

██ Am

██ Aw

██ BWh

██ BWk

██ BSh

██ BSk

██ Csa

██ Csb

██ Cwa

██ Cwb

██ Cwc

██ Cfa

██ Cfb

██ Cfc

██ Dsa

██ Dsb

██ Dsc

██ Dsd

██ Dwa

██ Dwb

██ Dwc

██ Dwd

██ Dfa

██ Dfb

██ Dfc

██ Dfd

██ ET

██ EF

De klimaatclassificatie van Köppen of ook wel de klimaatclassificatie van Köppen-Geiger genoemd, is een oorspronkelijk in 1918 door de Russisch-Duitse bioloog Wladimir Köppen ontworpen klimaatclassificatie, die later is verfijnd door vooral de Duitse klimatoloog Rudolf Geiger.

Algemeen[bewerken]

Het classificatiesysteem gaat uit van de plantengroei: de klimaatgrenzen werden op basis van minimale en maximale gemiddelde maandtemperatuur bepaald door het verspreidingsgebied van bepaalde planten.

Planten vormden een belangrijk onderdeel in de onderzoeken van Köppen, die zich afvroeg waarom bepaalde planten ergens wel of niet leefden. Hij kwam er achter dat dit te maken had met neerslag en temperatuurverschillen. Zo liggen de klimaatgrenzen meestal op de grenzen tussen twee of meerdere hoofdtypen vegetatie.

Voorbeeld aan de hand van bomen:

  • De scheiding tussen tropische en droge klimaten wordt bepaald door de aan- of afwezigheid van bomen.
  • Boomgroei is de indicator tussen het landklimaat en het toendraklimaat.
  • De scheiding tussen loofboomvegetatie en naaldboomvegetatie ligt ruwweg op de scheiding tussen het koudere landklimaat en een gematigd zeeklimaat.
1rightarrow blue.svg Zie ook Ecozone

Indeling[bewerken]

Köppen deelde het klimaat op drie niveaus in verschillende groepen in. Iedere groep op ieder niveau kreeg een letter. De vijf hoofdgroepen krijgen ieder een aparte hoofdletter (A t/m E). De twee kleinere niveaus krijgen ieder een kleine letter er achter geplakt. De B- en E-klimaten krijgen ieder nog een hoofdletter als 2e letter. Dat komt doordat in het Duits alle zelfstandige naamwoorden met een hoofdletter worden geschreven. In sommige gevallen wordt er ook een vierde letter toegekend. Op niveau 1 wordt vooral een grove indeling gemaakt op basis van temperatuur en neerslag. Op niveau 2 wordt er verder opgesplitst aan de hand van de neerslagverdeling gedurende een jaar. Niveau 3 is gebaseerd op de temperatuurverschillen, vaak gaat het hier om een warm, gematigd of koel klimaat.

In een overzicht:[2]

1ste: Grove indeling 2de: Neerslagverdeling 3de: Temperatuurverschil 4de letter
A Tropisch
  • f: regenwoud
  • m: monsoon
  • w: savanne
B Droog
  • S: Steppe
  • W: Woestijn
  • h: heet
  • k: koud
  • s: droog in zomer
  • w: droog in winter
C Maritiem
  • s: droge zomer
  • w: droge winter
  • f: zonder droog seizoen
  • a: hete zomer
  • b: warme zomer
  • c: koude zomer
D Landklimaat
  • s: droge zomer
  • w: droge winter
  • f: zonder droog seizoen
  • a: hete zomer
  • b: warme zomer
  • c: koude zomer
  • d: erg koude winter
E Poolklimaat
  • T: Toendra
  • F: IJskap
  • H: Hooggebergte

Met het systeem kon Köppen ieder klimaat nu voorzien van een label van maximaal vier letters. Nederland bijvoorbeeld krijgt dan een Cfb-classificatie: Maritiem-klimaat met neerslag in alle seizoenen en een warme zomer.

Niveaus[bewerken]

Niveau 1[bewerken]

  • A-klimaten of tropische klimaten: Gemiddelde temperatuur van de koudste maand is niet lager dan 18 °C.
  • B-klimaten of droge klimaten (aride klimaten): Te weinig neerslag voor boomgroei en permanente rivieren kunnen hier niet hun oorsprong hebben. De classificatie wordt bepaald aan de hand van de door Köppen gebruikte droogte-index, die uitgaat van de verhouding tussen de jaarlijkse neerslag en de (potentiële) verdamping.
  • C-klimaten of zeeklimaat (maritieme klimaten): Gemiddelde temperatuur van de koudste maand is niet lager dan -3 °C en niet hoger dan 18 °C, gemiddelde temperatuur van de warmste maand is hoger dan 10 °C
  • D-klimaten of landklimaten (continentale klimaten): Gemiddelde temperatuur van de koudste maand is lager dan -3 °C, gemiddelde temperatuur van de warmste maand is hoger dan 10 °C.
  • E-klimaten of poolklimaten (polaire klimaten): Gemiddelde temperatuur van de warmste maand is niet hoger dan 10 °C. Het hele jaar is het iedere maand dus (gemiddeld over 30 jaar) kouder dan 10 °C.

Niveau 2[bewerken]

De A-, C- en D-klimaten krijgen een extra (kleine) letter die een eventuele droge periode aangeeft:

  • s: sommertrocken, Duits voor droge zomer.
  • w: wintertrocken, Duits voor droge winter.
  • f: 'fehlt" Duits voor het ontbreken van een droge periode, dus neerslag in alle jaargetijden.
  • m: moessonklimaat (alleen bij A-klimaten)

Hierbij is het in een gebied zomer wanneer de zonnestand hoog is en winter wanneer de zonnestand laag is.

De B-klimaten krijgen een extra hoofdletter:

  • S: Steppe (semi-aride); jaarlijks valt er ongeveer tussen de 200 en 300 mm neerslag. De werkelijke grens tussen het steppeklimaat, het woestijnklimaat en de andere klimaten wordt bepaald aan de hand van de droogte-index.
  • W: Woestijn (aride); jaarlijks valt er ongeveer minder dan 200 mm neerslag. De werkelijke grens tussen het steppeklimaat en het woestijnklimaat wordt bepaald aan de hand van de droogte-index.

De E-klimaten krijgen ook een extra hoofdletter:

  • T: Toendra; in de warmste maand ligt de temperatuur tussen de 0 °C en 10 °C
  • F: IJskap; het hele jaar door ligt de gemiddelde maandtemperatuur onder het vriespunt
  • H: Hooggebergte; deze letter wordt toegekend wanneer een gebied op lagere breedtes dan 70 graden liggen, bijvoorbeeld de Alpen.
    Deze wordt in sommige bronnen echter ook wel eens los gezien van de E-klimaten[3] en als het H-klimaat geclassificeerd.

Niveau 3[bewerken]

Voor C- en D-klimaten

  • a: warm; de gemiddelde temperatuur in de warmste maand is hoger dan 22 °C
  • b: gematigd; de warmste maand is koeler dan 22 °C
  • c: koel; minder dan vier maanden per jaar is de gemiddelde maandtemperatuur hoger dan 10 °C
  • d: koud; de koudste wintermaand heeft een gemiddelde temperatuur lager dan -38 °C

Voor B-klimaten

  • h: warm; gemiddelde jaartemperatuur hoger dan 18 °C
  • k: koud; gemiddelde jaartemperatuur lager dan 18 °C

Niveau 4[bewerken]

Voor B-klimaten

  • s: droog seizoen in zomer
  • w: droog seizoen in winter

Klimaatclassificaties[bewerken]

A-klimaten[bewerken]

B-klimaten[bewerken]

  • BS: steppeklimaat
    • BSh: warm steppeklimaat
    • BSk: koud steppeklimaat
    • BShs: warm steppeklimaat, droog seizoen in zomer
    • BSkw: koud steppeklimaat, droog seizoen in winter
  • BW: woestijnklimaat
    • BWh: warm woestijnklimaat
    • BWk: koud woestijnklimaat
    • BWhs: warm woestijnklimaat, droog seizoen in zomer
    • BWkw: koud woestijnklimaat, droog seizoen in winter

C-klimaten[bewerken]

D-klimaten[bewerken]

E-klimaten[bewerken]

Aanpassingen[bewerken]

Er zijn sinds de classificatie van Köppen zelf verscheidene aanpassingen gedaan. Deze aanpassingen komen voort uit kritiek op de classificatie en vormen dan ook een onderwerp van debat.

Een voorbeeld van zo'n aanpassing is de grens tussen het C- en D-klimaat. In de oorspronkelijke classificatie van Köppen is het een C-klimaat wanneer de gemiddelde temperatuur van de koudste maand meer dan -3 °C bedraagt en is het een D-klimaat wanneer deze hieronder zit. De aanpassing, oorspronkelijk door R.J. Russel in 1931[4] voorgesteld zorgt er voor dat de grens op 0 °C ligt, met als resultaat dat de grens tussen het gematigd en landklimaat in bijvoorbeeld Europa opschuift naar het westen en in Noord-Amerika naar het zuiden.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Peel, M. C. and Finlayson, B. L. and McMahon, T. A. (2007). Updated world map of the Köppen-Geiger climate classification. Hydrol. Earth Syst. Sci. 11: 1633-1644 . ISSN:1027-5606. (direct: Final Revised Paper)
  2. http://scholar.google.nl/scholar_url?hl=nl&q=http://www.hydrol-earth-syst-sci-discuss.net/4/439/2007/hessd-4-439-2007.pdf&sa=X&scisig=AAGBfm3yjRaVRUq76BRErdu6NGgwW0xRmA&oi=scholarr&ei=jdpMVPW2D4iV7AatgYHQCQ&ved=0CCEQgAMoADAA, Updated world map of the Koppen-Geiger climate classification (1-3-2007) - M. C. Peel, B. L. Finlayson, T. A. McMahon - Hydrology and Earth System Sciences Discussions
  3. Bladzijde 156 van de vierde editie van "Modern Physical Geography" van A.H. Strahler en A.N. Strahler. ISBN 0471533920
  4. Russell, R. J.: "Dry climates of the United States: I climatic map", University of California, Publications in Geography, 5, 1–41, 1931.