Global dimming

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Global dimming (globaal dimeffect) is het effect waarbij de intensiteit van het op de aarde vallende zonlicht wordt verminderd door stoffen in de atmosfeer, die het licht ofwel absorberen, of terugkaatsen, waardoor de albedo van de aarde wordt verhoogd. Volgens sommige onderzoekers is de intensiteit van het zonlicht door dit effect in verschillende grote gebieden op aarde in de periode 1960-1990 met 10 tot 20% afgenomen. Sinds 1990 is de trend echter omgekeerd en neemt de hoeveelheid zonlicht aan het aardoppervlak weer toe.

Het effect lijkt vooral te worden veroorzaakt door fijne stofdeeltjes die als condensatiekerntjes fungeren, waardoor wolken ontstaan die uit kleinere druppeltjes bestaan en hierdoor minder snel uitregenen en meer licht terugkaatsen dan meer natuurlijke wolken; ook spelen de condensatiestrepen (contrails) van uitlaatgassen van vliegtuigen hoog in de atmosfeer waarschijnlijk een rol.

Dit vrij recent opgevoerde verschijnsel kan mogelijk een vrij grote en tot op heden onderschatte invloed op ons klimaat hebben, dat de mondiale opwarming tegengaat. Als de mensheid dit effect tegengaat door de uitstoot van fijne deeltjes uit allerlei fabrieken en motoren te verminderen (wat vrij eenvoudig is) zou het broeikaseffect van andere typen vervuiling wel eens ernstiger kunnen blijken te zijn dan tot nu toe werd gedacht. Er zijn klimatologen die vermoeden dat de ongewoon warme zomers van het laatste decennium vooral een gevolg zijn van de verbetering van de luchtkwaliteit wat betreft stof, gecombineerd met de toegenomen temperatuur door het broeikaseffect van de gasuitstoot.

Kenmerken[bewerken]

In 1985 deed de aardrijkskundige onderzoeker Atsumu Ohmura aan het Swiss Federal Institute of Technology een vreemde ontdekking. In vergelijking met metingen van zijn voorgangers in 1960 was de hoeveelheid zonlicht met 10% afgenomen. Dit was merkwaardig, omdat dit niet paste bij bestaande metingen van een stijgende temperatuur, en een daling van 10% in 25 jaar was erg veel. Het effect bleek telkens toch te bestaan.

Global dimming is de afname van de hoeveelheid zonlicht die de aarde in een jaar bereikt. De hoeveelheid zonlicht neemt volgens metingen sinds 1950 met gemiddeld rond de drie procent per decennium af. Lokaal kan de afname groter zijn. Ook neemt in enkele gebieden de verdamping af. Dit houdt waarschijnlijk verband met de afname van de hoeveelheid zonlicht.

Deze afname is met het blote oog niet te zien, maar heeft gevolgen voor global warming, zonne-energie en zelfs toekomstig plantenleven. Het effect is echter vreemd genoeg nog vrijwel onbekend onder wetenschappers en komt zelfs niet voor in de rapporten van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change).

Na veel controverse werd ook door Stanhill en zijn collega Shabti Cohen aan het Volcani Center in Bet Dagan, Israël, aangetoond dat de hoeveelheid zonlicht met 0,23 tot 0,32% per jaar afnam.

Oorzaken[bewerken]

Op deze satellietfoto van Oost-China wordt de lucht gevuld door branden (rode stipjes op ingezoomde versie) en rook en nevel (grijzige pixels)
Condenssporen, zoals hier boven Nova Scotia, zijn waarschijnlijk een belangrijke oorzaak van global dimming

Mogelijke oorzaken zijn toenemende bewolking en een toename van het aantal aerosole stoffen. Hierdoor wordt zonlicht gereflecteerd en geabsorbeerd. Aerosolen kunnen ook de eigenschappen van wolken beïnvloeden, doordat een hoge concentratie hiervan de wolken witter maakt. Hierdoor blijven de wolken ook langer bestaan, doordat het neerslagproces door de kleinere druppelgrootte later op gang komt, waardoor de bedekkingsgraad van de bewolking toeneemt. Over de grootte van het effect hiervan is weinig bekend. Deeltjes als roet en woestijnzand kunnen het zonlicht absorberen. In sommige gebieden kan roet de vorming van wolken beperken en wolken oplossen door lokale verwarming. Dit versterkt de opwarming, maar gaat global dimming weer tegen. Gedurende de 20e eeuw is op het noordelijk halfrond een toename van de bewolkingsgraad van 2% waargenomen. Dit is te weinig om de gemeten global dimming te verklaren, maar draagt hier wel aan bij. De aerosolconcentratie neemt voor bijvoorbeeld sulfaataerosolen af, maar neemt voor roet toe. De hoeveelheid woestijnzand wisselt. Volgens gemeten trends wordt global dimming vooral veroorzaakt door aerosolen.

Ook vulkaanuitbarstingen (en bovengrondse kernproeven) zijn een bron van global dimming. Er zijn gegevens uit jaarringen van bomen die staven dat de uitbarsting van de Krakatau in 1883 global dimming heeft veroorzaakt.

Ook condenssporen, veroorzaakt door vliegtuigen, hebben waarschijnlijk een belangrijk aandeel hierin. Dit is gebleken na 11 september 2001. Alle weerstations in de Verenigde Staten noteerden toen een plotse en duidelijke stijging van de temperatuur met verschillen van 1.1 graad Celsius tot gevolg. Het verschil tussen de pieken en dalen werd dus groter. De verklaring hiervoor luidt dat het drukke vliegverkeer boven de U.S.A. volledig was stilgelegd na de vliegtuigkapingen en aanslagen.

Global warming is ook vermeld als een mogelijke oorzaak van global dimming. Door de toegenomen temperatuur verdampt meer water uit oceanen, zeeën en meren. Ook planten verdampen bij hogere temperatuur meer water vanuit hun stomata.

De vermoedelijke oorzaken van global warming zijn tegelijk ook mogelijke oorzaken van global dimming. Bij verbranding van fossiele brandstoffen, dus koolwaterstoffen, komt niet alleen het broeikasgas kooldioxide CO2 vrij, maar ook waterdamp H2O dat dus global dimming veroorzaakt. Bij opwekking van energie komen ook hoeveelheden waterdamp in de atmosfeer door de koeling, bijvoorbeeld met koeltorens. Kerncentrales die dus geen broeikasgas uitstoten, brengen wel waterdamp in de atmosfeer langs hun koeltorens.

Jaarsommen van zonne-energie berekend uit stralingsmetingen op vijf Nederlandse weerstations in de periode 1958 tot 2003 (bron: Stammes, KNMI). De hoeveelheid zonlicht in Nederland lijkt iets toe te nemen, maar statistisch significante effecten zijn moeilijk detecteerbaar vanwege de grote natuurlijke jaarlijkse fluctuaties van 10 tot 20%.

Effecten[bewerken]

Gevolgen voor global warming[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook het artikel over de opwarming van de Aarde

Het netto effect is moeilijk te bepalen, omdat sommige factoren temperatuurverhogend zijn en andere temperatuurverlagend. De voorspelbaarheid wordt verder beperkt doordat alleen gegevens van boven land bekend zijn, terwijl 70% van de aarde uit water bestaat. Wat de invloed van de mens op het stofgehalte betreft, is er sprake van een netto afkoelend effect. Global warming werkt global dimming voor een deel tegen. Door global warming smelt ijs van de poolkappen, gletsjers, permafrost en op bergen. Daardoor wordt minder zonlicht door dat wit ijs teruggekaatst. Weer andere effecten zijn gelijklopend voor global warming en global dimming. Door global warming treedt droogte op en sterke wind. Dat geeft aanleiding tot bosbranden. Die brengen dan weer roet en waterdamp in de atmosfeer, aanleiding tot global dimming. Ook afbranden van bossen voor landbouwgrond, bijvoorbeeld in Indonesië op grote schaal, brengt zowel broeikasgas in de atmosfeer als ook roet en waterdamp en veroorzaakt dus zowel global warming als global dimming.

Neveneffecten[bewerken]

Er is beweerd dat de veranderingen aan de wolken door fijnstof uit Europa de droogtes hebben veroorzaakt in Afrika met de eraan gekoppelde hongersnoden, onder meer in de Sahel. Als dit in belangrijke mate zo is, dan is dit een zelfversterkend effect. Als door de effecten van global dimming meer droogte en woestijnvorming voorkomt, dan komt meer woestijnzand in de atmosfeer die dus meer global dimming bewerkt.

Bestrijding[bewerken]

Dit is moeilijk te zeggen, omdat niet bekend is wat de stofsamenstelling van de atmosfeer in de toekomst zal zijn. Ook is niet bekend of en welke verandering in bedekkingsgraad en samenstelling van wolken er zal optreden bij global warming en welke effecten dit op global dimming heeft.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]