Intergovernmental Panel on Climate Change

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobelprijswinnaar  Intergovernmental Panel on Climate Change
Sinds 1988
Rajendra K. Pachauri, voorzitter van IPCC vanaf 2002
Rajendra K. Pachauri, voorzitter van IPCC vanaf 2002
Nobelprijs voor de    Vrede
In    2007
Reden    Voor het vergroten en verspreiden van de kennis over de door de mens veroorzaakte klimaatverandering en voor het bevorderen van maatregelen om deze tegen te gaan
Samen met    Al Gore
Voorganger(s)    Muhammad Yunus
Opvolger(s)    Martti Ahtisaari

Het IPCC of het Intergovernmental Panel on Climate Change is een organisatie van de Verenigde Naties, opgericht in 1988, om de risico's van klimaatverandering te evalueren. Het panel bestaat uit honderden experts uit de hele wereld, vanuit universiteiten, onderzoekscentra, ondernemingen, milieu-organisaties en andere organisaties. Het IPCC doet zelf geen onderzoek, maar evalueert onderzoek dat is gepubliceerd in aan collegiale toetsing onderworpen wetenschappelijke tijdschriften.

Sinds zijn oprichting heeft het IPCC een reeks rapporten gepubliceerd die gelden als referentiewerken voor beleidsmakers, wetenschappers, studenten en andere specialisten. Deze rapporten hebben een grote invloed in het milieubeleid van vele regeringen. Deze rapporten komen om de 5 à 6 jaar uit. Het vierde rapport is in verschillende delen uitgekomen in 2007, het vijfde in 2013 en 2014.

Op 12 oktober 2007 werd in Oslo bekendgemaakt dat aan het Intergovernmental Panel on Climate Change samen met de voormalige Amerikaanse vicepresident en presidentskandidaat Al Gore de Nobelprijs voor de Vrede 2007 was toegekend "voor het vergroten en verspreiden van de kennis over de door de mens veroorzaakte klimaatverandering en voor het bevorderen van maatregelen om deze tegen te gaan."

Doelstellingen[bewerken]

Het IPCC heeft in principe als doel zonder partijdigheid en op wetenschappelijke wijze een duidelijke, transparante en objectieve evaluatie te maken van de beschikbare wetenschappelijke, technische en socio-economische informatie in verband met de klimaatveranderingen. IPCC-rapporten horen objectief om te gaan met beleidsrelevante wetenschappelijke, technisch en socio-economische factoren. Ze moeten aan hoge wetenschappelijke en technische maatstaven voldoen en hebben als doel zo veel mogelijk verschillende geografische en wetenschappelijke perspectieven weer te geven.[1]

Werkwijze[bewerken]

Om het geschetste doel te bereiken wordt elk rapport van IPCC volgens een vaste werkwijze opgesteld: aan de hand van een tevoren opgestelde inhoudsopgave wordt door een groot aantal auteurs de beschikbare kennis en wetenschap bijeengebracht in een concept-rapport. In twee commentaarronden wordt vervolgens iedereen uitgenodigd om wetenschappelijk commentaar en kritiek te leveren, aanvullende informatie aan te dragen en de auteurs te wijzen op mogelijk over het hoofd geziene literatuur. De eerste ronde is open voor elke wetenschapper ter wereld. Na die eerste ronde wordt het commentaar verwerkt en wordt een nieuw concept opgesteld. De tweede commentaarronde verloopt via de regeringen, die op hun beurt de eigen deskundigen en wetenschappers vragen om wetenschappelijk, feitelijk commentaar te leveren. Na deze twee ronden wordt het definitieve rapport opgesteld. Alle rapporten en de daarbij behorende Technical Summaris (TS) worden volledig door de betrokken wetenschappers geschreven, zonder enige bemoeienis van politici of beleidsmakers.

Bij een IPCC rapport wordt ook een zogenaamde Summary for Policymakers (SPM) opgesteld. Hierover wordt een kleine week vergaderd met afgevaardigden van vele landen. Iedere uitspraak in de SPM moet consistent zijn met en onderbouwd zijn door het hoofdrapport en moet begrijpelijk en relevant zijn voor beleidsmakers. Bij de goedkeuring van de SPM wordt gestreefd naar consensus over de tekst tussen alle landendelegaties. De aanwezige hoofdauteurs hebben daarbij de taak om te bewaken dat de tekst van de SPM conform het hoofdrapport blijft. De hoofdauteurs kunnen zelf voorstellen doen om aan landencommentaren tegemoet te komen. Vanwege de betrokkenheid van de landen bij de opstelling van de SPM nemen de politici de conclusies van de wetenschappers meestal grotendeels over.[2]

Organisatie[bewerken]

De voorzitter is sinds 2002 Rajendra Pachauri (Nainital, India, 20 augustus 1940), van opleiding is hij econoom. De vorige voorzitter van het IPCC was Robert Watson.

Het IPCC bestaat uit drie werkgroepen:

  • Werkgroep I: fysische principes (oorzaken)
  • Werkgroep II: gevolgen, kwetsbaarheid en adaptatie (aanpassing)
  • Werkgroep III: mitigatie (terugdringen van broeikasgasemissies).

Daarnaast heeft IPCC een werkgroep (National Greenhouse Gas Inventories Program) ingesteld die, op verzoek van het klimaatverdrag, methoden ontwikkelt voor het schatten van de emissie van de gassen die het broeikaseffect veroorzaken. Deze methoden worden door landen gebruikt om hun rapportages aan het klimaatverdrag en het Kyoto-protocol op te stellen. Verder publiceerde het IPCC diverse Special Reports, bijvoorbeeld over socio-economische scenario's en over CO2-afvang en -opslag.

Gebruik van IPCC resultaten[bewerken]

De wetenschappelijke kennis, zoals die door IPCC wordt aangeleverd, speelt voor een deel mee bij de politieke besluitvorming binnen het Klimaatverdrag (UNFCCC). De partijen die betrokken zijn bij dit verdrag wegen de informatie van IPCC af tegen andere belangen en komen op grond daarvan tot afspraken over maatregelen. IPCC neemt niet deel aan deze politieke besluitvorming. Daarmee heeft het klimaatverdrag een strikte scheiding aangebracht tussen de verantwoordelijkheden van wetenschappers en die van de politici en beleidsmakers.[3]

Kritiek[bewerken]

Enkele wetenschappers zijn uit het IPCC gestapt omdat volgens hen belangrijke passages om politieke redenen werden weggelaten in de eindrapportages.[4] Paul Reiter van het Pasteur Instituut in Parijs heeft zijn medewerking beëindigd, nadat zijn kritische bijdragen waren genegeerd. Ook na zijn vertrek bleef het IPCC Reiter noemen als wetenschapper die de rapporten van het IPCC ondersteunde. Pas nadat Reiter dreigde met juridische stappen, werd zijn naam van de auteurslijst geschrapt van het Third Assessment Report (2001).[5][6]

Het IPCC wordt door sommige wetenschappers ervan beschuldigd dat het onzekerheden onvoldoende expliciteit maakt en extreme scenario's weglaat in zijn rapportages. [bron?]Enkelen van hen concluderen daaruit dat het de gevolgen van klimaatverandering overschat en anderen juist dat het de gevolgen onderschat.[7] Met name astrofysici, geologen en paleao-ecologen zijn vaak afwijzend over het IPCC, omdat zij vinden dat er onvoldoende gebruik wordt gemaakt van inzichten uit hun vakgebieden.[8][bron?]

Op dit moment is er veel discussie over de wijze waarop de wetenschappelijke onderzoeken van het IPCC worden geïnterpreteerd door de beleidsmakers. Een aantal wetenschappers[9] is het oneens met de bevindingen die zijn opgesteld door de auteurs van de Summaries for Policy Makers. Zij zijn van mening dat de uitkomst van wetenschappelijke onderzoeken, zoals deze zijn weergegeven in het IPCC rapport, opzettelijk verkeerd zijn geïnterpreteerd in de SPMs ten behoeve van politiek gewin.[bron?] Eind 2009/begin 2010 was het IPCC een aantal keren wegens vermeende onzorgvuldigheid in het nieuws. Onder andere wegens Climategate in december 2009 en in januari 2010 wegens de niet onderbouwde bewering dat de gletsjers in het Himalayagebergte in 2035 verdwenen zouden zijn en in februari 2010 wegens het aanvoeren van verhalen van bergbeklimmers en een scriptie van een student als betrouwbare onderbouwing dat de aarde op zou warmen.[10]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Mandate IPCC
  2. Klimaatportaal over de SPM
  3. Zie ook Koos Verbeek en Mieke Reijmerink (2008). Intergovernmental Panel on Climate Change, KNMI - Klimaatbeleid, geraadpleegd op 15 oktober.
  4. (en) Bijvoorbeeld Chris Landsea.
  5. Paul Reiter, in een verklaring in The Great Global Warming Swindle
  6. Een rapport van het Britse Hogerhuis noemt echter Reiters argumentatie niet overtuigend en beschuldigt hem van selectief citeren, onder andere van achterhaalde bronnen.
  7. Pearce, Fred (2007). De laatste generatie, Van Arkel.
  8. In Nederland bijvoorbeeld Salomon Kroonenberg, Thijs van Kolfschoten en Bas van Geel.
  9. O.a. Tim Ball (v\h Universiteit van Winnipeg), Roy Spencer (University of Alabama Huntsville), Nir Shaviv (Institute of Physics in Jerusalem), Ian Clark (Dept of Earth Sciences Universiteit van Ottawa), John Christy (Lead Author IPCC), Philip Stott (Biogeography Universiteit van Londen), Paul Reiter (IPCC & Pasteur Institute Parijs), Richard Lindzen (IPCC & Massachusetts Institute of Technology), Patrick Michaels (Dept. of Environmental Science University of Virginia), Patrick Moore (Medeoprichter Greenpeace).
  10. Nieuwe dubieuze bronnen VN-klimaatrapport, op de website van de NOS, 31 januari 2010
Winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede

1901: Dunant, Passy · 1902: Ducommun, Gobat · 1903: Cremer · 1904: Institut de Droit International · 1905: Von Suttner · 1906: Roosevelt · 1907: Moneta, Renault · 1908: Arnoldson, Bajer · 1909: Beernaert, Balluet d'Estournelles de Constant · 1910: IPB · 1911: Asser, Fried · 1912: Root · 1913: La Fontaine · 1917: ICRC · 1919: Wilson · 1920: Bourgeois · 1921: Branting, Lange · 1922: Nansen · 1925: Chamberlain, Dawes · 1926: Briand, Stresemann · 1927: Buisson, Quidde · 1929: Kellogg · 1930: Söderblom · 1931: Addams, Butler · 1933: Angell · 1934: Henderson · 1935: Von Ossietzky · 1936: Lamas · 1937: Cecil · 1938: Office international Nansen pour les réfugiés · 1944: ICRC · 1945: Hull · 1946: Balch, Mott · 1947: Friends Service Council, American Friends Service Committee · 1949: Orr · 1950: Bunche · 1951: Jouhaux · 1952: Schweitzer · 1953: Marshall · 1954: Bureau van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen · 1957: Pearson · 1958: Pire · 1959: Noel-Baker · 1960: Luthuli · 1961: Hammarskjöld · 1962: Pauling · 1963: ICRC, IFRC · 1964: King · 1965: UNICEF · 1968: Cassin · 1969: Internationale Arbeidsorganisatie · 1970: Borlaug · 1971: Brandt · 1973: Kissinger, Lê Đức Thọ · 1974: MacBride, Satō · 1975: Sacharov · 1976: Williams, Corrigan · 1977: Amnesty International · 1978: Sadat, Begin · 1979: Moeder Teresa · 1980: Esquivel · 1981: Bureau van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen · 1982: Myrdal, Robles · 1983: Wałęsa · 1984: Tutu · 1985: IPPNW · 1986: Wiesel · 1987: Arias · 1988: VN-vredesmacht · 1989: Gyatso · 1990: Gorbatsjov · 1991: Suu Kyi · 1992: Menchú · 1993: Mandela, De Klerk · 1994: Arafat, Peres, Rabin · 1995: Rotblat, Pugwash Conferences on Science and World Affairs · 1996: Ximenes Belo, Ramos-Horta · 1997: ICBL, Williams · 1998: Hume, Trimble · 1999: AzG · 2000: Dae-jung · 2001: VN, Annan · 2002: Carter · 2003: Ebadi · 2004: Maathai · 2005: IAEA, El-Baradei · 2006: Grameen Bank, Yunus · 2007: Gore, IPCC · 2008: Ahtisaari · 2009: Obama · 2010: Liu · 2011: Johnson Sirleaf, Gbowee, Karman · 2012: Europese Unie · 2013: Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens