Tenzin Gyatso (dalai lama)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tenzin Gyatso (dalai lama)
 Tenzin Gyatso
Nobelprijs Medaille Tenzin Gyatso
Tibetaans བསྟན་འཛི ན་རྒྱ་མཚོ་
Tibetaans pinyin Dainzin Gyaco
Wylie bstan 'dzin rgya mtsho
Traditioneel Chinees 丹增嘉措
Vereenvoudigd Chinees 丹增嘉措
Hanyu pinyin Dānzēng Jiācuò
Andere benamingen Jetsün Jampä Ngawang Lobsang Yeshe Tenzin Gyatso
Goede Heer, Zachtmoedige Glorie, Welbespraakte Meevoelende Geleerde Verdediger van het Geloof, Zee van Wijsheid
Portaal  Portaalicoon   Tibet

Tenzin Gyatso (geboren: Lhamo Dhondup,Taktser, 6 juli 1935) is de huidige, veertiende dalai lama. Veel volgelingen van het Tibetaans boeddhisme zien hem als hun spiritueel leider. Tot aan de Tibetaanse diaspora in 1959 was hij het staatshoofd en de belangrijkste politieke leider van Tibet. Sindsdien woont hij in India, waar hij zich in 1960 vestigde in de hill station McLeod Ganj bij Dharamsala.[1]

Veel Tibetanen erkennen het bewind onder de Volksrepubliek China in Tibet niet. Volgens de regering in ballingschap beschouwen ze de dalai lama nog steeds als de politieke leider van het land.[2] Hij leidde de Tibetaanse regering in ballingschap tot 1990, toen hij in het kader van de politieke hervormingen de macht overdroeg aan het Tibetaans parlement in ballingschap, dat direct wordt gekozen. Informeel is hij nog steeds van grote politieke betekenis.

Inhoud

Naam [bewerken]

De naam die hij bij zijn inhuldiging op 22 februari 1940 kreeg, is Jampel Ngawang Lobsang Yeshe Tenzin Gyatso. Tenzin betekent Verdediger van de leer en is in het Tibetaans gangbaar voor boeddhistische lama's; Gyatso betekent oceaan.[3]

Gewoonlijk wordt hij als de dalai lama en niet met zijn naam aangeduid. In het Westen spreekt men hem vaak aan met Zijne Heiligheid. Tibetanen zelf noemen hem meestal Gyalwa Rinpoche (waardevolle overwinnaar i) of Yeshe Norbu (wensvervullende juweel ii). De bijnaam van Tenzin Gyatso is Kundun, wat "aanwezigheid" betekent.[4]

Biografie [bewerken]

1rightarrow.png Zie Geschiedenis van Tibet (1912-1951) en Tibet sinds 1950 voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

Ontdekking van de dalai lama [bewerken]

Geboortehuis van de Tenzin Gyatso in Taktser, Amdo
De jonge Tenzin Gyatso

De dertiende dalai lama overleed op 17 december 1933 en anderhalf jaar daarna kwam het Tibetaans staatsorakel in de zoektocht naar diens nieuwe reïncarnatie met een verwijzing naar het Meer van de Visioenen. De op een na laatste van de regenten in historisch Tibet van Tibet, Reting Rinpoche Jampäl Yeshe Gyaltsen en minister Wangchug Deden Shakabpa reisden in de zomer van 1935 naar dit meer. Hier kreeg de regent naar eigen zeggen een visioen van drie letters Ah, Kah en Mah, een kronkelweg die naar een boerderij liep en een tempel met twee verdiepingen en een gouden dak. Shakabpa ontkende later dat de rinpoche een visioen zou hebben gehad en schreef de ingeving toe aan allerlei verhalen die hij had gehoord. De richting waarin deze tempel en boerderij moesten worden gevonden, werd bepaald aan de hand van de oostelijke richting waar het hoofd van de dertiende dalai lama naar toe was gevallen bij zijn dood. In 1936 gingen drie groepen van monniken en leken op pad: naar Kham in het oosten, naar Amdo in het noordoosten[5] en naar Dagpo en Kongpo in het zuidoosten.[3]

Ketsang Rinpoche uit Sera leidde een van de groepen en ontmoette in februari 1937 de negende pänchen lama, Thubten Chökyi Nyima in Jyekundo, die op dat moment in ballingschap leefde in Kwomintang-China. Ook bracht hij een bezoek aan het klooster Kumbum waar Thubten Jigme Norbu - de oudste broer van de nog te vinden dalai lama - enkele jaren ervoor was erkend als de reïncarnatie van het klooster. Verder bezochten ze het karmapa-klooster Karma Rolpey Dorje, waar de dertiende dalai lama na zijn reis naar Peking in 1908 zich enige tijd had opgehouden. Hier vertelden monniken onder meer dat hij het dorp Taktser prachtig had genoemd. De pänchen lama had Ketsang getipt over drie kinderen en bij het derde huis in Taktser wees een tweejarig jongetje naar de rozenkrans die hij om zijn nek had en riep "die wil ik". De lama antwoordde: "Als je weet wie ik ben, dan mag je het hebben." Het jongetje antwoordde: "Jij bent de aga van Sera", waarbij aga streektaal was voor lama. Tijdens het tweede bezoek lieten ze het kind allerlei voorwerpen zien die van de dertiende dalai lama waren geweest, waarbij het telkens het juiste voorwerp koos. Het jongetje heette Lhamo Döndup en zijn ouders waren boeren; zijn vader heette Chökyong Tsering en zijn moeder Dekyi Sönam Tsering. Zijn moeder baarde vijftien kinderen, van wie uiteindelijk maar vijf jongens en twee meisjes overleefden.[3] Zijn ouders bezaten weinig land. Nadat hun zoon was erkend als wedergeboorte van de dalai lama kregen ze een aantal landerijen toegekend, onder meer in Saixing, een dorp op 50 km van Lhasa. Aan deze landerijen waren 130 lijfeigenen verbonden en 11 hectare land, die ze mochten bewerken tegen afdracht van 1500 kg gerst per hectare.[6]

Achteraf interpreteerde de groep de letters uit het visioen: Ah stond voor de provincie Amdo, Kah voor het klooster Kumbum en Kah en Mah voor Karma Rolpai Dorje. De vier mannen waren nu zeker dat ze de veertiende dalai lama hadden ontdekt.[5][7] Amdo bevond zich in die tijd onder controle van de islamitische krijgsheer Ma Bufang, die deze provincie Qinghai noemde. Ma Bufang hinderde de terugkeer met het kind naar Lhasa en eiste een grote geldsom voor een veilige doorgang. Na de onderhandelingen en de betaling eiste de krijgsheer een nog grotere som geld, waardoor de onderhandelingen voortsleepten. Ook met de invloed die de Chinese Kwomintang-regering uitoefende, lukte het niet grip op Ma Bufang te krijgen. Het duurde uiteindelijk nog tot 8 oktober 1939 voordat de dalai lama in Lhasa aankwam en op 22 februari 1940 werd de nieuwe dalai lama geïnstalleerd, in aanwezigheid van afgevaardigden van het Verenigd Koninkrijk, Bhutan, Nepal, China[5] en Sikkim en verschillende hoge lama's en regeringsleiders uit Tibet.[3] Later vertelde de dalai lama dat hij zich van deze momenten in zijn jeugd niets meer herinnerde.[8]

Jeugdjaren en studie [bewerken]

In zijn studietijd kreeg Tenzin Gyatso, zoals hij als dalai lama door het leven ging, onderwijs in het Tibetaans boeddhisme en de boeddhistische filosofie. Daarnaast kreeg hij les in allerlei andere vakken, waaronder toneel, Tibetaanse muziek, geneeskunde en poëzie. Later verklaarde hij dat hem zijn strenge opvoeding zwaar was gevallen. Zijn familie was met hem meegetrokken naar Lhasa en had een woning betrokken dicht bij het Potala-paleis. Zijn moeder en oudste zus bezochten hem in deze tijd vaak. De Reting Rinpoche, die in januari 1941 gedwongen terugtrad als regent van Tibet, was in die tijd hoofdverantwoordelijk voor zijn opleiding en opvoeding. De tweede Tagdrag Rinpoche volgde de Reting Rinpoche als laatste van de regenten in historisch Tibet op.[3]

De dalai lama speelde niet met kinderen maar met de vegers en een paar monniken die de kapellen schoonhielden. Het best bevriend raakte hij met de monnik en keukenchef die hij Ponpo (de baas) noemde. Hij kreeg van hem te eten tot rond 1965-66 en Ponpo ging zelfs mee op zijn reis naar India. Hij was een soort stiefvader voor de dalai lama toen hij het in zijn eerste kinderjaren zonder zijn moeder moest doen. Toen Ponpo overleed zag de dalai lama naar eigen zeggen een helder licht uit zijn borst. De dalai lama hield in zijn kinderjaren van Tibetaanse opera, lhamo, en hij acteerde vaak samen met de vegers.[9] Hij genoot verder van film en gaf de Oostenrijkse bergbeklimmer Heinrich Harrer tijdens diens Zeven jaar in Tibet speciaal de opdracht een filmtheater te bouwen.[10]

Van de geshe-examens in 1948 in de kloosters Sera, Drepung en Ganden zijn filmopnames bewaard gebleven die gemaakt zijn door Jigme Taring.[11]

Begin van zijn regering [bewerken]

Tijdens zijn kinderjaren was de Tweede Wereldoorlog gaande en erna confronteerde de onafhankelijkheid van India in 1947 Tibet met nieuwe omstandigheden. De Tibetaanse regering werd verrast toen de Britse Union Jack op gezantschappen en handelsagentschappen in Lhasa werd vervangen door de Indiase Tiranga en Tibet plotseling een ander buurland had gekregen. Tibet behoorde nu niet meer tot de Britse invloedssfeer, waardoor ze de Britten niet zonder meer bij de situatie konden betrekken. Daarnaast was India een nieuw land dat eerst naar eigen stabiliteit moest zoeken. Over de veranderde situatie reageerde het Tibetaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken met de wens aan de Britse regering dat ze de onafhankelijkheid van Tibet zou blijven ondersteunen. In 1949 richtte Mao Zedong de Volksrepubliek China op. Tenzin Gyatso werd tijdens zijn opvoeding niets over de situatie in de wereld onderwezen.[12]

Al begin 1950 deden in Lhasa veel berichten de ronde dat China zich opmaakte om Tibet binnen te trekken, wat zich uiteindelijk voltrok vanaf 7 oktober van dat jaar. Terwijl de hoogste ministers van de regering van Tibet een picknick hadden, kwam via de radio het bericht van de invasie binnen. Toen was het nog niet duidelijk dat het om een Chinese krijgsmacht ging van 40.000 troepen. Terwijl vrome monniken geen bier drinken en de regering voor driekwart uit geestelijkheid bestond, werd tijdens deze picknick niettemin veel Tibetaans bier gedronken. Een Tibetaans officier die van een laaggeplaatste secretaris in Lhasa te horen kreeg dat de ministers niet mochten worden gestoord, riep radeloos: "Laat ze de pest krijgen met hun picknick!" en verbrak de verbinding.[13] Het Tibetaans leger had een beperkte slagkracht en bestond het in deze tijd uit 8500 officieren en soldaten, 50 kanonnen van verschillend kaliber, 250 mortieren en 200 machinegeweren en was bedoeld om ongewenste reizigers uit Tibet te weren.[12]

Op 19 oktober waren vijfduizend Tibetaanse soldaten gesneuveld en gaf het leger, dat verwaarloosd was sinds de dertiende dalai lama, zich over. Het Chinese leger was sterk genoeg geweest om door te trekken naar Lhasa, maar hield halt op tweehonderd kilometer voor de hoofdstad. Volgens de Chinese autoriteiten was Tibet een afvallige provincie en stond een reactionaire heersende kliek aan de regering die met lijfeigenschap Chinese burgers onderdrukte. Het Chinese leger eiste dat de Tibetaanse regering de vreedzame bevrijding accepteerde en veel Chinese soldaten waren van oordeel dat ze hieraan bijdroegen. Rondom de dalai lama klonken veel stemmen die zeiden dat hij zich in veiligheid moest brengen nabij de Indiase grens in het zuiden, maar dit was niet eenstemmig. De vijfenzeventig jaar oude regent was bij het volk niet geliefd en in de straten van Lhasa hingen plakkaten die de dalai lama opriepen de macht over te nemen. Tagdrag Rinpoche trad af en de dalai lama aarzelde. Over zijn eigen positie in deze beginperiode schreef hij zelf:[13][14]

"Het vervulde me met zorg. Ik was pas zestien jaar oud. Ik had mijn religieuze opleiding nog lang niet voltooid en ik wist weinig van de wereld. Ik had geen enkele politieke ervaring, hoewel ik al oud genoeg was om in te zien dat ik nog veel moest leren.
Ik beschikte over een zeer gebrekkige kennis toen ik op zestienjarige leeftijd de opdracht kreeg, mijn land tegen een overval van het communistische China te leiden."
— Tenzin Gyatso over zijn laatste dagen in Tibet[12][14]

Ook de regering gaf hem het advies de leiding over te nemen. Het Tibetaans staatsorakel werd verzocht naar het Potala-paleis te komen en sprak: zijn tijd is gekomen; hij werd geïnstalleerd op 17 november 1950.[12][14]

Chinees Volksleger in Tibet [bewerken]

1rightarrow.png Zie Invasie van Tibet en Tibet sinds 1950 voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

Thubten Jigme Norbu berichtte uit het klooster Kumbum over de handelwijze van de oprukkende Chinese troepen tegenover de monniken en de bevolking in Amdo. De dalai lama zond delegaties naar Peking, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Nepal. Op 11 december 1950 verzocht Tibet de Verenigde Naties per telegram om een onderzoekscommissie te sturen. De regering van El Salvador wilde het vraagstuk van Tibet op de agenda brengen. Na een lange toespraak van de vertegenwoordiger van generaal Chiang Kai-shek van Taiwan die de Sovjet-Unie steunde in de ondeelbaarheid van Tibet van China, wees de vergadering het voorstel af. Geoordeeld werd dat de vraag onder de nationale bevoegdheid van China zou vallen. De Tibetanen in de omgeving van de dalai lama voelden zich door de internationale gemeenschap in de steek gelaten. De dalai lama vluchtte daarop naar het klooster Dungkhar, dicht bij de grens van Sikkim, om te voorkomen dat hij als nationaal symbool in handen zou vallen van de maoïsten. In de buurt van Dungkhar begroeven aan de dalai lama getrouwe beambten goudpoeder en -staven die later, na de vlucht in 1959, dienst deed voor de financiering van de activiteiten in ballingschap.[12] Tot zijn gevolg behoorden naast beambten ook de leden van de ministerraad (Kashag).[15]

De dalai lama gaf telegrafisch de opdracht vanuit Dungkhar om onderhandelingen met de regering in Peking te beginnen. De besprekingen begonnen op 29 april en de Chinese regering legde een omvangrijk 17 puntenakkoord op, waarbij de Tibetaanse delegatie geen ruimte voor onderhandeling zag en de Tibetaanse delegatieleider Ngabo Ngawang Jigme het verdrag ongewijzigd tekende op 23 mei 1951.[12] De delegatie beargumenteerde dat noch het religieus-politieke systeem, noch de status en de macht van de dalai lama in gevaar werden gebracht. Al na enkele jaren bleek dit een grote inschattingsfout.[16]

Dit document verving het verdrag tussen China en Tibet uit het jaar 821 dat op een zuil in Lhasa was ingegraveerd en meer dan 1100 jaar de betrekkingen tussen beide had voorgeschreven. Het nieuwe akkoord bevatte geen verwijzingen meer naar een religieuze, geestelijke of culturele relatie. Voluit heette het verdrag: akkoord van de Centrale volksregering en de lokale regering van Tibet over de maatregelen voor de vreedzame bevrijding van Tibet.[12] Toen de dalai lama later in 1959 aankwam in India, verwierp hij "het 17 puntenakkoord dat de Tibetaanse regering en bevolking onder gewapende dreiging was opgedrongen."[17]

Na de ondertekening van het akkoord in Peking in 1951 stuurde het Witte Huis meerdere boodschappen aan de dalai lama. De Amerikaanse regering drong erop aan het 17 puntenakkoord af te wijzen, door naar een Aziatisch land te vluchten en daar in ballingschap te gaan. Deze gebeurtenissen speelden echter tijdens de Koude Oorlog, waarbij het hoge diplomaten van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken gelegen was de Aziatische publieke opinie tegen China op te zetten. De Amerikanen konden de Tibetaanse kwestie daarom goed gebruiken als middel om dit te bereiken en de dalai lama en zijn adviseurs besloten dat ze met de Chinese regering moesten blijven praten zolang Washington niet ondubbelzinnig partij koos. De dalai lama was daarbij niet zeker of India er klaar voor was hem te ontvangen[15] - het land was sinds 1947 onafhankelijk en talloze invasies door andere landen hadden India verzwakt. Ook koesterde hij hoop dat China zich misschien wel aan het 17 puntenakkoord zou houden, wat de Tibetaanse ballingen interpreteerden als autonomie van Tibet binnen China.[18] Toen de Chinese generaal Jiang Zhenwu in juli 1951 in Yatung kwam, besloten de dalai lama en een verdeelde groep van kashag-leden en adviseurs daarom het 17 puntenakkoord voorlopig te aanvaarden, in de hoop de onderhandeling over sommige punten te kunnen heropenen. De dalai lama verklaarde met het Tibetaanse spreekwoord wat door vuur is verbrand, moet door vuur worden genezen, dat de problemen waren gekomen uit de oosten, uit China, en de enige manier om ze op te lossen was, de dialoog aan te gaan.[15]

De dalai lama keerde op 17 augustus terug in Lhasa, in de hoop een gunstiger verdrag met de Chinese regering te kunnen onderhandelen. Naast dat hij weer kloosters kon bezoeken om met de monniken te spreken, na te denken en te mediteren, betekende zijn terugkeer naar Lhasa ook hoop voor de bevolking. Het Tibetaanse parlement in ballingschap kwam bijeen op 28 september. Het parlement had door onder andere de tekst in punt 7 vertrouwen in het akkoord gekregen. Dit punt zou erin voorzien dat de culturele vrijheid van Tibet gewaarborgd was:[19]

"De religieuze overtuigingen, gebruiken en zeden van het Tibetaanse volk worden gerespecteerd en de gemeenschappen van lama's wordt bescherming geboden. De centrale autoriteiten zullen de inkomsten van de kloosters niet veranderen."
— Punt 7 uit het 17 puntenakkoord[19]

Over veel andere punten bestond er te weinig begrip en kennis van de gebruikte terminologie, zoals over de strijd tegen het imperialisme, de invoering van economische hervormingen en de verwezenlijking van de militaire toezicht door de centrale volksregering. Uiteindelijk stemde het parlement in dat de dalai lama zijn toestemming voor het 17 puntenakkoord naar Peking telegrafeerde.[19]

Op 26 oktober 1951 marcheerden drieduizend troepen Lhasa binnen en even later volgden nog eens twintigduizend troepen op verschillende plaatsen in het land. De aanwezigheid van de Chinese troepen zorgde voor druk op de voedselvoorraden en toen de Chinese generaals twintigduizend ton gerst vorderden, liet de minister weten dat zulke grote voorraden niet aanwezig waren. De dalai lama zette hervormingen door om de omstandigheden voor de boeren te verbeteren. Hij schrapte onder andere schulden van landbezitters en kleine boeren die in generaties waren opgebouwd. Ondertussen bleef de dalai lama vorderingen maken in zijn studie en tijdens Mönlam 1954 ontving hij de wijding tot priester.[19]

Contacten met Mao [bewerken]

Begin 1954 nodigde Mao de achttienjarige dalai lama uit voor een bezoek. Voor hij naar Peking kon afreizen, moest hij eerst de bevolking overtuigen die de vijandigheid van het Chinese bestuur steeds meer ondervond. Met een afscheidsceremonie waaraan tienduizenden gelovigen deelnamen, vertrok hij per leren boot en muildier naar Chengdu, waar hij als eerste geestelijk leider van Tibet ooit het vliegtuig nam. Bij aankomst in Xi'an voegde de pänchen lama, Lobsang Trinley Chökyi Gyaltsen, zich bij hem. Samen reisden ze per speciale trein naar Peking. Zhou Enlai en Zhu De ontvingen hen hartelijk; als tolk trad Püntsog Wangyal op, de medeoprichter van de Tibetaanse Communistische Partij in de jaren 40 van de vorige eeuw. De dalai lama ontmoette Mao minstens twaalf maal en hij begon enthousiasme te ontwikkelen voor een echte verbinding met China. Niettemin verdampten deze verwachtingen toen Mao in zijn laatste gesprek sprak over het opium van de religie. Het bezoek in Peking stelde de dalai lama in staat staatsmannen te ontmoeten die in de internationale politiek een belangrijke rol speelden, zoals U Nu, toen president van Birma, Jawaharlal Nehru, de premier van India, en Nikita Chroesjtsjov en Nikolaj Boelganin, de hoogste leiders van de Sovjet-Unie, evenals diplomaten uit het oosten en westen. Hij vulde zijn ervaringen aan met een reis van meerdere maanden door China, waarbij de Chinese regering erop stond hem de industriële en landbouwkundige vooruitgang te tonen in Mantsjoerije en Binnen-Mongolië.[19]

Mao Zedong had de dalai lama in Peking gezegd dat het voorbarig zou zijn alle bepalingen van het 17 puntenakkoord direct toe te passen. Niettemin wachtten de Chinese autoriteiten in Kham niet af en begonnen ze met het in beslag nemen van land en het innen van bijna niet op te brengen afdrachten. Monniken, nonnen en nomaden moesten verplicht nutteloos werk uitvoeren, zoals het mennen van paarden, het werken op het land of het verplaatsen van zaken naar een andere plek en weer terug. Toen de partij beval dat de nomaden hun wapens, die hen beschermden in het harde leven, moesten inleveren, kwam het in 1956 tot een opstand. De Khampa verwoestten straten en bruggen en vielen militaire transporten aan. Hierop volgden tegenaanvallen die leidden tot duizenden vluchtelingen. De Chinese autoriteiten reageerden door 40.000 extra militairen naar Tibet te sturen. Het Internationale Commissie van Juristen bevestigde op 8 augustus 1960 onder meer folteringen, verkrachtingen en openbare executies.[19][20][21]

De dalai lama vertrouwde op Mao's woord en stuurde hem een brief die onbeantwoord bleef. Hij zond daarop een brief naar Püntsog Wangyal, maar het bleek dat de Chinese autoriteiten hem als gevaarlijk hadden bestempeld zodat hij niet meer mocht terugkeren naar Tibet. Verder moest hij enkele maanden onderhandelen voor toestemming naar Sikkim te reizen, na een uitnodiging van de Maharadja Kuma van Sikkim om de viering van de 2500e geboortedag van Boeddha bij te wonen. Tijdens een ontmoeting met Nehru in Delhi, waar zich ook Zhou Enlai bevond, stelde hij de afspraken met Mao nogmaals aan de orde. Zhou Enlai verzekerde hem dat er de volgende vijf jaar niets zou veranderen. Daarna waren er inderdaad verbeteringen te zien, zoals terugtrekking van soldaten en politie. De vele vluchtelingen hadden gezorgd voor een grote druk op de voedselvoorziening in Lhasa.[19]

Dotoe-vaandel van de Chushi Gangdruk

In april 1958 voerde de Chinese politie een operatie uit tegen de reactionairen. Dit had tot gevolg dat duizenden jongeren de stad verlieten en zich bij de vrijheidsstrijders aansloten, zoals de Chushi Gangdruk. Twee broers van Tenzin Gyatso hadden contact met veiligheidsdiensten van de Verenigde Staten - waaronder de inlichtingendienst CIA[22] - die met hulpgoederen en wapens steun leverden aan verschillende verzetsbewegingen en hen trainde in Camp Hale in Colorado. In de provincies Kham en Amdo steeg het aantal aanslagen op de Chinese bewindvoerders, maar ook in de buurt van Lhasa vielen Tibetaanse rebellen Chinese militaire posten aan. De situatie was in die tijd zo bedreigend, dat een bezoek van de Indiase premier Nehru werd afgeblazen. Een uitnodiging om Peking te bezoeken sloeg Tenzin Gyatso af onder het mom van religieuze studie.[19]

Volksopstand en vlucht [bewerken]

Norbulingka-Paleis
1rightarrow.png Zie Opstand in Tibet (1959) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 5 maart 1959 nodigde de Chinese commandant de dalai lama uit voor een uitvoering van een dansgroep in zijn hoofdkwartier, waarbij hij hem verzocht zonder begeleiding te komen. Onder het volk ging het gerucht rond dat de militairen hem gevangen wilden nemen. De volgende dag legde hij zijn laatste examens af en ontving hij de titel doctor in Boeddhistisch Wetenschap, ofwel geshe. Intussen bouwde zich een grote mensenmassa op rondom het Norbulingkapaleis waar hij verbleef, die op 12 maart was uitgegroeid tot rond dertigduizend mensen die de dalai lama tegen het Chinese leger wilden beschermen. Er ging een petitie rond die de herroeping van het 17 puntenakkoord eiste. Chinese generaal Tian Guansan verzocht de dalai lama nu om zich vanwege veiligheidsredenen naar zijn kazerne te begeven. Het staatsorakel, dat tot dan toe de dalai lama had aangeraden te blijven werd geraadpleegd en gaf plotseling een ander antwoord: "Ga weg, ga weg!" De dertiende dalai lama had enkele decennia ervoor een voorspelling gedaan dat een vertrek uit Tibet eeuwig zou duren en de dalai lama zag zich voor een zwaar dilemma. Later die nacht vertrok de dalai lama in het geheim, vermomd in een broek met een lange jas. Gewoonlijk ging hij gekleed in een geel, bordeauxrood habijt en voor hem was dit kleding die hij nog nooit in zijn leven had gedragen. Voor de vierde keer in een halve eeuw kwam de hoogste ambt van Tibet buiten zijn functie te staan. Toen de Chinese autoriteiten twee dagen later de vlucht ontdekten, bombardeerden ze het paleis en schoten ze met machinegeweren op de grote menigte. De Chinese autoriteiten breidden het militaire apparaat in korte tijd uit tot 160.000 manschappen. De Chinese autoriteiten zetten de pänchen lama in 1962 gevangen, nadat hij zich in een toespraak kritisch over de Chinese bezetting had uitgelaten. Later werd hij in een heropvoedingsprogramma ondergebracht.[1]

Op 30 maart 1959 bereikte de dalai lama de grens met de Indiase deelstaat Assam. De Indiase regering gaf een welkomsboodschap af en op 18 april hield de dalai lama een persconferentie. De Indiase regering hield zich echter gebonden aan de afspraken die ze in 1954 met China hadden gemaakt en waarin ze hadden erkend dat Tibet onderdeel van China uitmaakte. Na een pauze van overdenkingen en meditatie hield de dalai lama een grote persconferentie in Tespur voor honderden journalisten op 20 juni. Hierin verkondigde hij: "Waar ik mij ook in begeleiding van mijn regering bevind, de Tibetaanse bevolking zal mij als haar staatshoofd erkennen." Nog dezelfde avond bracht de Indiase regering een verklaring uit dat zij de Tibetaanse regering in ballingschap niet erkende. Premier Nehru deelde de dalai lama niettemin wel mee dat hij zich in een vrij land bevond en dat hij moest handelen zoals hij zelf voor goed hield.[1][23]

Ballingschap in India [bewerken]

1rightarrow.png Zie Tibetaanse diaspora voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De dalai lama stuurde de Secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Dag Hammarskjöld, een zorgvuldig voorbereid telegram waarin hij verzocht het verzoek van El Salvador van 1950 nogmaals te onderzoeken. Ierland en Malaya dienden het resolutieontwerp in. De vergadering vond plaats op 20 en 21 oktober. Resolutie 1353 herinnerde aan het respecteren van de mensenrechten en wees op de culturele en religieuze eigenheid van Tibet. De resolutie vermelde echter met geen woord de naam van de Volksrepubliek China. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties nam de resolutie aan met 46 voorstemmen, 9 tegen en 26 onthoudingen, waaronder die van India en het Verenigd Koninkrijk; de Verenigde Staten stemden wel voor de resolutie. In 1961 stemde de Algemene Vergadering nogmaals over de Tibet-kwestie en stemde met een meerderheid 56 stemmen voor Resolutie 1723, 11 tegen en er waren 29 onthoudingen. Na de dood van Nehru in 1964 koos de nieuwe Indiase premier, Lal Bahadur Shastri, voor een andere opstelling in de Tibet-kwestie en bij de Resolutie 2079 in 1965 stemde India wel voor. De stemverdeling was toen 43 voor, 26 tegen en 22 onthoudingen.[1].[24]

De Indiase regering gaf de dalai lama en de andere vluchtelingen eerst onderdak in Mussoorie en later vanaf 1960 in McLeod Ganj bij Dharamsala. Ondertussen kwam een grote Tibetaanse diaspora op gang. Bijna honderdduizend Tibetanen vluchtten naar India of naar andere landen in de omgeving en de rest van de wereld. De dalai lama begon hardnekkig aan een democratisering van zijn regering en bracht mensen bijeen uit alle regio's van Tibet, waarbij hij ook de Bön-volgelingen betrok. Hij richtte verschillende ministeries op, voor educatie, informatie, veiligheid en economie. Hij financierde dit met het goud dat zijn vertrouwelingen in 1951 hadden begraven bij het klooster Dungkhar. De Tibetaanse regering opende kantoren in verschillende landen om het contact met andere regeringen te vereenvoudigen. Nepal had al sinds de 18e eeuw diplomatieke betrekkingen gehad met Tibet en was het eerste land dat een afgezant van de dalai lama ontving. Daarna volgden New York, Zürich, Tokio, Londen en Washington.[1][25][26]

Promotor van de Tibetaanse kwestie [bewerken]

1rightarrow.png Zie ook debat over de status van Tibet
De dalai lama en Khashyar Darvich tijdens de opnames van Dalai Lama Renaissance

Om ervoor te zorgen dat de buitenwereld de Tibetaanse kwestie niet zou vergeten, reisde de dalai lama de wereld af. Na de verschrikkingen van de Culturele Revolutie en de dood van Mao in 1976 kwamen er berichten van ontspanning uit China. Na een heropvoedingsprogramma van veertien jaar kwam de pänchen lama weer vrij. Hij verklaarde dit maal dat de levensstandaard van de Tibetanen met een veelvoud was verbeterd ten opzichte van de periode voor de Chinese bezetting. De dalai lama was van deze uitspraken onder de indruk en vroeg China de Tibetanen in ballingschap in de gelegenheid te stellen familie in Tibet te bezoeken. Peking gaf gehoor aan zijn verzoek en verschillende delegaties gingen op verzoek van de dalai lama naar Tibet, waaronder op 2 augustus 1979 een delegatie van vijf Tibetanen onder leiding van kalön (minister) Juchen Thubten Namgyal, met onder meer Püntsog Tashi Tagla. Begin april 1982 vertrok een tweede delegatie met opnieuw Namgyal en Tagla en met parlementsvoorzitter Lodi Gyari. De bezoeken hadden veel weg van vreugdefeesten en de bevolking voelde het als een begin van het einde van de bezetting.[1][27]

De dalai lama reisde in 1979, 1981 en 1984 naar de Verenigde Staten, drie reizen die niet zonder gevolg bleven. In juli 1985 stuurden 91 Amerikaanse congresleden een brief aan de Chinese president Li Xiannian, waarin ze hem opriepen volledige en passende aandacht te schenken aan het zeer verstandige en gerechtigde streven van Zijne Heiligheid, de Dalai Lama. Op 21 september 1985 gaf de dalai lama in het Capitool een verklaring af die sindsdien door het leven gaat als een vredesplan en een 5 puntenvoorstel:

  1. De verandering van Tibet, inclusief de regio's Amdo en Kham, in een vredeszone;
  2. Het afzien van de verhuizingspolitiek van Chinese staatsburgers uit andere delen van China naar Tibet;
  3. Het respecteren van de grondrechten en democratische vrijheid van het Tibetaanse volk;
  4. Het herstel en bescherming van het milieu en een stop aan de exploitatie en de opslag van nucleair afval;
  5. De start van werkelijke onderhandelingen over de toekomstige status van Tibet.[1]

In Lhasa bezielde dit streven de vrijheidsdroom. De autoriteiten in Peking spraken echter van separatisme en verwierpen de oproep tot dialoog. De wind die de woorden opriep wakkerde de storm aan van opstand in Tibet (1987-1993). Veel landen maanden China in deze jaren aan onderhandelingen op te nemen, waaronder het Europees Parlement in Straatsburg in juni 1988, nadat de dalai lama daar zijn vredesvoorstellen had gepresenteerd. Peking bekritiseerde Europa hevig, maar stelde wel een ontmoeting voor tussen beide partijen in Genève. Op 28 januari 1989 overleed de inmiddels weer mondigere pänchen lama volgens de officiële lezing aan een hartstilstand. Enkele dagen ervoor had hij een rede gehouden over de talrijke fouten die de Chinese autoriteiten hadden begaan in Tibet. De in twijfel getrokken doodsoorzaak mondde uit tot een climax van de rellen in de eerste helft van 1989 die het Chinese bestuur onverbiddelijk neersloeg met veel doden tot gevolg. In juni 1989 volgde in Peking zelf het Tiananmenprotest. Toen de regering ook dit protest bloedig neersloeg, kwam er een einde aan de opening die er was ontstaan voor meer vrijheid in Tibet.[1]

De dalai lama in 2004 met een andere Nobelprijswinnaar, Desmond Tutu

In 1989 ontving de dalai lama de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn streven naar vrijheid voor de Tibetanen, omdat hij altijd was blijven pleiten voor strikte geweldloosheid. Hij reisde naar Oslo en gaf in zijn dankrede aan: De reïncarnatie heeft slechts één doel, namelijk de continuïteit van het werk te verlichten. Hij sloot zijn dankrede af met het volgende boeddhistische gedicht:

"Zolang de ruimte voortbestaat,
Zolang er ontvankelijke wezens zijn,
Hoop ook ik op een blijven,
Om het lijden in de wereld te verdrijven"
— Boeddhistisch gedicht van tijdens Tenzin Gyatso's dankrede voor de Nobelprijs voor de Vrede[1]

In 1990 droeg hij zijn officiële politieke functies over aan de regering in ballingschap. Officieus is in hij politieke zin echter nog steeds van grote betekenis.

In maart 2011 stemde het Tibetaans parlement in met zijn definitief neerleggen van zijn politieke taken. Hiertoe had hij op 10 maart verzocht om te voorkomen dat Peking na zijn dood een kind in China zou aanwijzen als zijn reïncarnatie. De nieuwe politieke leider is daarmee de premier in ballingschap, een rol die op dat moment door de vijfde Samdhong Rinpoche, Lobsang Tenzin, werd vervuld. Wel blijft hij zijn rol vervullen als spiritueel leider van de Tibetanen.[28]

Drie verbintenissen met het leven [bewerken]

Spiritueel leraar, 2012

Tenzin Gyatso kreeg bij zijn inhuldiging in 1940 de naam Tenzin mee, dat Verdediger van de leer betekent.[3] Tijdens zijn leven heeft hij daar op verschillende manieren invulling aan gegeven. Zijn gedachtegoed baseert hij zelf op drie belangrijke thema's: universele verantwoordelijkheid (hij noemt dat ook wel seculiere ethiek), zijn bijdrage als boeddhistisch leraar waarmee hij ook het onderling respect van mensen van verschillende wereldreligies zonder geloof wil versterken en de Tibetaanse kwestie waarbij hij geweldloos streeft naar rechtvaardigheid.[29][30]

Elke morgen staat hij om 3:30 uur op en mediteert hij de eerste vier uur van de dag. Hij doet dit op de grondlagen van compassie, en om na te gaan wat hij kan betekenen voor zijn volk, de Chinese broers en zussen en de rest van ons. Ook bereidt hij zich tijdens deze meditatiesessies voor op de dood.[31]

Universele verantwoordelijkheid [bewerken]

Een van de drie verbintenissen noemt de dalai lama universele verantwoordelijkheid of seculiere ethiek. Hiertoe rekent hij voornamelijk: compassie, vergeving, tolerantie, tevredenheid en zelfdiscipline. Compassie is volgens hem meer dan de gebruikelijke genegenheid voor familie en vrienden. Het gaat bij hem ook om liefde voor je vijand. Compassie is voor hem de eigen wensen aan de kant schuiven en jezelf in dienst stellen van het algemeen belang. Hij gaat ervan uit dat alle mensen gelijk zijn en we allemaal geluk willen en niet willen lijden. Tenzin Gyatso vindt deze ethiek universeel en dat het streven naar een gelukkig leven een streven is van alle voelende en denkende wezens. Hiertoe rekent hij in het bijzonder de mensheid, ongeacht welk ras, nationaliteit, geslacht en religie of het al dan niet hebben van een religie. Men moet niet alleen het eigen geluk nastreven, maar moet ook rekening houden met de verlangens en gevoelens van andere mensen. Dit betrekt hij ook op landen en organisaties. Hij ziet hebzucht en egoïsme als oorzaken van oorlog en de grote mate van materialisme in het Westen als reden voor veel problemen in de wereld. Medeleven, begrip en het zoeken naar evenwicht ziet hij als manieren om oorlogen en problemen op te lossen. Hij heeft een duidelijke mening over wat goed en kwaad is. Verder gelooft hij erin dat er vele verschillende paden zijn om tot het goede te komen.[29][30][32][33]

"In de huidige, sterk onderling afhankelijke wereld, kunnen mensen en naties veel problemen niet langer zelf oplossen. We hebben elkaar nodig en moeten daarom een gevoel ontwikkelen van universele verantwoordelijkheid. Het is onze gezamenlijke en persoonlijke verantwoordelijkheid om de wereldfamilie te beschermen en te voeden, haar zwakkere leden te steunen en het milieu te onderhouden waarin we allen leven."
— Tenzin Gyatso geciteerd in Discussienota Bilderbergconferentie 2007[34]

Spiritueel leraar [bewerken]

De kernopvattingen van Tenzin Gyatso zijn geworteld in zijn jarenlange scholing in de boeddhistische filosofie en metafysica, waarvan hij de hoogste graad van geshe behaalde op drieëntwintigjarige leeftijd. Hij praktiseert zelf ook rituelen, leidt leerlingen op en verricht inwijdingen in alle fasen. Hij onderricht een groot scala aan boeddhistische leringen, van de fundamentele leerstellingen van het vroege boeddhisme, filosofische bespiegelingen, het bodhisattva-ideaal, tantrische praktijken tot leersystemen van dzogchen, mahamudra, de kalachakra, Vier nobele waarheden en meer. Daarnaast is het kweken van wederzijds respect en begrip tussen mensen van verschillende religies en zonder religie een belangrijke verbintenis die hij is aangegaan met het leven.[29][30]

Kalachakra
Kalachakra betekent "wiel van de tijd" of "tijdcycli" en betreft de cycli vanaf de planeten tot de menselijke energie. Het onderwijst hoe iemand de meest subtiele energieën in zijn lichaam kan beheersen op het pad naar verlichting. Het is een wiel zonder begin en einde en na elke cyclus volgt een nieuwe cyclus. Tibetaanse monniken maken van de kalachakra vaak een zandmandala en vernietigen het daarna ceremonieel.[35]
Interreligieus respect
Bij deze tweede verbintenis wil hij op het niveau van de religieuze beoefenaar harmonie en begrip kweken tussen de verschillende religieuze tradities. Hij heeft de overtuiging dat ondanks de verschillende filosofieën alle wereldreligies het potentieel hebben, om goede mensen voort te brengen. In dit kader moedigt hij aan elkaar en de waarde van elkaars traditie te respecteren. Hij maakt daarbij onderscheid dat voor een persoon een bepaalde waarheid relevant is en er voor een gemeenschap meerdere waarheden en overtuigingen nodig zijn.[30]
Bodhicharyavatara
De Bodhicharyavatara is een geschrift van de 8e eeuwse bodhisattva Shantideva en beschrijft het nut van het bereiken van de verlichting. Tenzin Gyatso noemde dit een bijzonder belangrijke tekst en het beschrijft thema's die veelvuldig terugkomen in veel van zijn boeken, zoals de beheersing van het bewustzijn, de oefening van geduld en de beoefening van meditatie. Het boek begint met de beschrijving van de voorrechten van de bodhicitta, waarmee het de wens uitspreekt verlichting te vinden voor anderen.[36]
Tibetaans dodenboek
Het Tibetaans dodenboek is de naam in het Westen voor de teksten die gaan over sterven en wedergeboorte uit een verzameling van honderden teksten die bekendstaan onder De Natuurlijke Bevrijding door op de Vreedzame en Toornige Boeddha-vormen te Mediteren. Tibetanen kennen dit als Het Grote Boek van Natuurlijke Bevrijding door te Begrijpen in de Tussenstaat (Tibetaans: Bardo Thödol). Naast teksten over de drie overgangsfasen (bardo's) van het sterven en wedergeboorte bevat de verzameling beschrijvingen van de drie andere overgangsfasen: het leven, de droom en meditatie. Net als voor de meeste andere Tibetanen is dit boek ook van grote betekenis voor de dalai lama. In de documentaire The Tibetan Book of the Dead uit 1994 gaf onder meer Tenzin Gyatso zijn visie over het dodenboek. De film vertoont onder andere rites die een oudere en jonge monnik uitvoeren bij een zojuist overleden boeddhist uit Ladakh.[37][38]
Vier nobele waarheden
De vier nobele of edele waarheden is de eerste lering die Boeddha gaf en is in het algemeen de basis van boeddhistisch onderricht. De vier nobele waarheden zijn Dukkha (het lijden), Samudaya (de oorzaak van het lijden), Nirodha (de opheffing van het lijden) en Magga (het pad naar de opheffing van het lijden).[39]
Dzogchen
Dzogchen is een meditatieoefening en betekent grote perfectie. De leer richt zich op drie doelen. In de zienswijze gaat het om het direct aanschouwen van de absolute natuur van de geest en de meditatie vindt plaats in een ononderbroken belevenis. Het derde doel is de actie, waarbij zienswijze zich in het dagelijkse leven voegt. Dzogchen is de belangrijkste van de negen yana-systemen van de nyingmaschool en wordt ook gebruikt binnen de Tibetaanse religie bön.[40]
Mahamudra
Mahamudra of Het grote symbool of zegel is een opeenvolgende serie oefeningen en meditaties om tot een ontwaakte toestand van verlichting te komen. Het is de verwerkelijking van de ware natuur van de geest en omvat basis, weg en doel. Het is een essentieel deel in het boeddhistisch onderricht en is vooral een onderdeel in de kagyü-traditie.[41]


Uitspraken [bewerken]

Onderwijsruimte van de dalai lama in Dharamsala, India
Tenzin Gyatso tijdens een van de vele bezoeken in het buitenland

Tenzin Gyatso staat verder bekend om zijn spirituele wijsheden die soms leerzaam of verhelderend zijn en niet zelden grappig klinken. Enkele van zijn uitspraken zijn bijvoorbeeld:[42]

"Als je met een ernstig probleem geconfronteerd bent, denk dan zeer goed na.
Is er een oplossing dan heeft het geen zin om je op te winden.
Is er geen oplossing dan heeft het geen nut om je op te winden.[42]"

"We moeten slechte daden afwijzen.
Maar dat betekent niet dat we de dader als mens moeten afwijzen.
Met een volgende daad kan de ander zich als een vriend tonen.[42]"

"Zonder innerlijke vrede is wereldvrede onmogelijk.[42]"

"Ook al kan een vogel vliegen, hij moet altijd weer landen op aarde.[42]"

"Als je toegeeft aan je gevoelens van haat en wrok
dan veroorzaak je daar alleen maar ellende mee,
voor zowel jezelf als voor anderen.[42]"

"Geduld is de eigenschap die ons in staat stelt te voorkomen
dat negatieve gedachten en emoties de macht over ons krijgen.
Op een moment van tegenslag beschermt geduld onze gemoedsrust.[42]"

"Wanneer wetenschap aantoont dat bepaald geloof in het boeddhisme onjuist is,
dan moet het boeddhisme veranderen.[43]"

De Tibetaanse kwestie [bewerken]

1rightarrow.png Zie ook Debat over de status van Tibet

De derde verbintenis van Tenzin Gyatso is het bevorderen van een oplossing in de Tibetaanse kwestie. Tenzin Gyatso noemt dit een vanzelfsprekendheid, omdat hij Tibetaan is, hij de naam dalai lama draagt en Tibetanen vertrouwen in hem leggen. Uit naam van de Tibetanen spreekt hij zich uit in de strijd voor rechtvaardigheid in Tibet.[30]

Deze verbintenis is de enige van de drie die naar zijn mening eindig kan zijn, op het moment dat er een gezamenlijke oplossing komt voor Tibet die zowel voor Tibetanen als Chinezen voordelen zal hebben.[30]

Mohandas Karamchand Gandhi en zijn filosofie over geweldloosheid hadden een grote invloed op Tenzin Gyatso. Sinds begin jaren 70 leverde de dalai lama daarom alleen nog vreedzame strijd en zwoer hij het gebruik van wapens volledig af. Ervoor had hij geen standpunt ingenomen tegen bijvoorbeeld gewelddadige verzetsbewegingen die opereerden met steun van de CIA.[44]

Over geweld zegt hij:

"Ten eerst ben ik als Boeddhistische monnik tegen geweld.
Ten tweede ben ik een fervent aanhanger van Gandhi's leer van het passieve verzet.
Ten derde is geweld in werkelijkheid niet ons sterkste punt."
— Tenzin Gyatso[42]

In de loop van zijn jaren raakten China en Tibet steeds nauwer verstrengeld en was de economische en politieke macht van China inmiddels zodanig gegroeid, dat de dalai lama sinds eind jaren 80 het standpunt heeft ingenomen dat autonomie en zelfbestuur belangrijker zijn dan onafhankelijkheid. In dit kader formuleerde hij de zogenaamde middenwegfilosofie, waarin China wel de buitengrenzen van Tibet bewaakt, maar Tibetanen hun eigen aangelegenheden regelen, met name de culturele en religieuze zaken. Ondanks dat hij dit sindsdien verkondigt, verwijt de Chinese regering hem toch aanhoudend dat hij een separatist is die streeft naar onafhankelijkheid.[19][44][45]

Sinds 2002 spreken voor het eerst sinds een decennium weer gezanten van de dalai lama met vertegenwoordigers van de Chinese regering. De dalai lama voert zelf geen onderhandelingen, maar heeft de leiding aan de delegatie gegeven aan een van zijn belangrijkste vertrouwelingen, Lodi Gyari.[44]

In 2006 gaf hij aan, China zelf te willen bezoeken en de Chinese leiders als mensen onder elkaar te willen ontmoeten. Hij bood aan het adagium van Deng Xiaoping hanteren: "alles is bespreekbaar, behalve onafhankelijkheid." De Chinese regering ging hier niet op in om de eenheid van het land niet te verstoren. Naast Tibetanen zijn er in de Volksrepubliek China namelijk ook nog meer etnische minderheden die streven naar meer vrijheid, zoals de moslims in Sinkiang. De dalai lama houdt eraan vast dat China er ook belang bij heeft, dat zes miljoen Tibetanen tevreden en vreedzaam zijn. De dalai lama beschouwt het Chinese bestuur van Tibet als kolonialisme.[44]

Westerse standpunten [bewerken]

Nederland heeft pas een officieel standpunt over Tibet ingenomen na de opstand in Tibet in 1959. Daarvoor hadden beide nooit officiële banden. De Nederlandse regering ondersteunde de resoluties in de jaren 50 en '60 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Na het lidmaatschap van China van de Verenigde Naties in 1972 erkent Nederland enerzijds dat Tibet een feitelijk onderdeel is van China, maar het roept anderzijds de Chinese regering op onderhandelingen te starten over een vreedzame oplossing van het 'probleem Tibet' en het respecteren van de Tibetaanse mensenrechten en cultuur. De dalai lama maakte verschillende bezoeken aan Nederland, in 1973, 1986, 1990, 1994 en 1999. Hierbij had hij in 1999 onder andere een korte, formele ontmoeting met premier Wim Kok en informele ontmoetingen met prins Willem-Alexander en oud-premier Ruud Lubbers. In dit jaar sprak hij ook de Tweede Kamer toe.[44][46]
De 73-jarige geestelijk leider van de Tibetanen bezoekt Nederland begin juni 2009 opnieuw. Omwille van de handelsbetrekkingen met China en het in stand houden van zijn vriendschappelijke relaties met Chinees premier Wen Jiabao, zal premier Jan Peter Balkenende hem niet spreken. Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen zal hem samen met andere religieuze leiders ontmoeten.[47][48]
De dalai lama bezocht België eveneens meerdere malen, waarbij de autoriteiten de bezoeken vanuit economisch standpunt omzichtig organiseerden. In 2005 annuleerde het land bijvoorbeeld een bezoek van de dalai lama, omdat koning Albert op hetzelfde moment een bezoek bracht aan China. Tijdens het bezoek van de dalai lama aan het Europees Parlement, eind 2008, sprak de dalai lama de Belgische premier Yves Leterme en vice-premier Joëlle Milquet, waarbij de premier benadrukte dat het gesprek geen politieke bedoeling had, maar het om een privé-bezoek van een geestelijke ging.[49][50]
De dalai lama neemt de Congressional Gold Medal in ontvangst van George W. Bush
De contacten van de dalai lama met de Verenigde Staten stonden in eerste instantie in het kader van de Koude Oorlog, waarbij de VS de dalai lama als een spil zag om China in een slecht daglicht te zetten. Vanaf eind jaren 70 reisde de dalai lama verschillende malen naar de VS, in 1979, 1981 en 1984, waarmee de populariteit van hem, zijn denkbeelden en zijn vrijheidsstrijd in het Westen sterk toenam. In 1985 ondertekenden 91 Amerikaanse congresleden een brief die ze aan de president Li Xiannian stuurden. De dalai lama had verder goed contact met president Bill Clinton en George W. Bush. In maart 2009. tijdens het bezoek van minister Yang Jiechi, keurden de Amerikaanse Senaat en het Huis van Afgevaardigden het beleid van China in Tibet bijna unaniem af.[1][19][51][52]
In het algemeen zijn regeringen terughoudend in het ontvangen van de dalai lama, gezien China dit ziet als inmenging in interne aangelegenheden. Uit angst om de broze relatie met China te schaden, weigerde Japan in november 2008 nog de dalai lama te ontvangen, terwijl er veel boeddhisten in het land wonen. De pausen Paulus VI en Johannes Paulus II ontmoetten de dalai lama nog wel in achtereenvolgens 1973 en 2003, maar het bezoek van de dalai lama met Benedictus XVI in december 2008 zegde het Vaticaan onder druk van China af.[53][54][55] Ook de Zuid-Afrikaanse autoriteiten hebben de dalai lama in 2009 de toegang tot het land geweigerd onder druk van China. Hij zou in Johannesburg een vredesconferentie bijwonen.[56]

Chinees standpunt [bewerken]

De Chinese regering ziet Tibet als onderdeel van de Volksrepubliek China en noemt de dalai lama een separatist. Ze beschouwt de Tibetaanse kwestie als een interne aangelegenheid en verwijt de dalai lama dat hij de kwestie internationaliseert, vroeger al toen hij contacten onderhield met de Verenigde Staten tijdens de Koude Oorlog, maar ook daarna met het afleggen van bezoeken aan staatshoofden en politiek leiders en het doen van toespraken zoals in 2008 voor het Europees Parlement. De politieke gestuurde Chinese staatsmedia beschrijven de dalai lama als een subversief en gevaarlijk persoon. Regeringswoordvoerders als Qin Gang en Jiang Yu noemen hem een leider van een theocratisch slavenstelsel, zonder democratie, vrijheid of mensenrechten. Hiermee verwijzen ze naar de periode van horigheid in Tibet. Ze noemen hem en zijn medestanders de Dalai-kliek.[57][58][59] In Tibet is het bezit van een foto van de dalai lama verboden.
Daarbij wordt zijn steun aan de Taiwanese onafhankelijkheid hem niet in dank afgenomen. China beschuldigt de dalai lama ervan een bondgenootschap in het leven te willen roepen van Taiwanese nationalisten, de Islamitische Beweging van Oost-Turkestan en de Falun Gong, met als vermeend doel het moederland te verdelen.[60][61] Kritische geluiden komen ook van Tibetaans boeddhistische leiders in de Tibetaanse Autonome Regio na het zien van berichtgeving op de staatstelevisie, zoals de twaalfde Dorje Phagmo van Samding, de hoogste vrouwelijke reïncarnatie van de godheid Vajravarahi, die de dalai lama verantwoordelijk hield voor het aanwakkeren van de rellen van 2008.[62]

Zelfverbrandingen sinds 2009 [bewerken]

1rightarrow.png Zie Tibetaanse zelfverbrandingen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De protesten in 2008 stonden aan de basis van een nieuwe vorm van protest door Tibetanen, namelijk door middel van zelfverbranding. Voor de eerste keer gebeurde dit op 27 februari 2009, toen de 25-jarige monnik Tenpey uit het Kirtiklooster zich in Ngaba (provincie Sichuan) in de brand stak, uit protest tegen de onophoudelijke verslechtering van de omstandigheden. De zelfverbranding gebeurde enkele weken voorafgaand aan de herdenking van de vlucht van de dalai lama naar India - zie Opstand in Tibet (1959) - toen het de 600 monniken van het Kirtiklooster door de officiële instanties werd verboden de gebruikelijke jaarlijkse festiviteiten rondom Mönlam te vieren. In december 2012 vond de honderdste zelfverbranding plaats. De Chinese autoriteiten verwijten de dalai lama monniken aan te zetten tot de zelfverbrandingen. Lobsang Sangay, de politieke opvolger van de dalai lama zei dat de zelfverbrandingen ontmoedigd worden, "maar als een monnik toch voor die protestvorm kiest, is het voor Tibetanen een 'heilige plicht' om hem te steunen."[63][64][65][66][67]

Het NOS Journaal vroeg de dalai lama in 2012 naar zijn standpunt en waarom hij de monniken niet oproept ermee te stoppen. Hij antwoordde dat hij het ook niet meer weet. "De moed om je eigen leven te offeren, deze gigantische drama's, pijnlijke ervaringen... Ik zit hier in een vrij land. Dat is heel comfortabel. Moet ik dan zeggen: Jullie moeten dit niet doen? Dat is immoreel."[68]

Kritiek [bewerken]

Er zijn enkele gebeurtenissen, zoals de karmapa-controverse en de pänchen lama-controverse, waar de dalai lama slechts aan de zijlijn betrokken was. Een conflict die de Tibetaanse gemoederen al vele incarnaties lang bezig houdt is echter de Dorje-Shugden-controverse. Een ander punt waar veel Tibetanen zeer kritisch tegenover staan, heeft te maken met stellingname die de dalai lama innam in de Tibet-kwestie en met name het opgeven van zijn claim van onafhankelijkheid in ruil voor zinvolle autonomie. Hij wordt bekritiseerd in de Westerse wereld, dat hij homoseksualiteit verwerpelijk vindt en orale en anale seks afkeurt.[33] Ook de 'geweldloze' strijd, die de dalai lama verkondigt krijgt kritiek, omdat hij in het verleden niet zo geweldloos was.[69]

Twijfelachtige vrienden [bewerken]

Enkele vriendschappen werden in latere instantie in twijfel getrokken. Heinrich Harrer's lidmaatschap van de Sturmabteilung (SA), die van de Schutzstaffel (SS) en zijn sympathieën met het nazisme zijn wellicht vrij onschuldig. De dalai lama had ook contact met Bruno Beger, een veroordeelde kamparts en lid van de SS[70][71] en de Chileense Holocaustonkenner Miguel Serrano. Daarnaast ontving hij een gift van sekteleider Shoko Asahara die later gifgas spoot in de metro van Tokio, waarbij 27 doden vielen.

De vraag is in hoeverre zijn onwetendheid hem in dergelijke zaken aangerekend kan worden. Zijn reactie in Time Magazine, dat dit een gevolg was van onwetendheid, met daaraan toegevoegd: "Dit bewijst dat ik geen Boeddha ben."

Beeld van Dorje Shugden

Dorje Shugden-controverse [bewerken]

1rightarrow.png Zie Dorje Shugden-controverse voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Eind jaren 70 concludeerde de dalai lama dat de verering van Dorje Shugden in strijd is met de bescherming door het Tibetaans staatsorakel en de beschermgod Pälden Lhamo. In het voorjaar van 1996 besloot hij een stap verder te gaan en een verbod tegen de verering van Dorje Shugden uit te vaardigen. Hij noemde de Dorje Shugden in 1999 in een interview ".een kwade, bloeddorstige kracht".[72]

De oorsprong van de controverse gaat terug tot de boeddhistische leermeester van de vijfde dalai lama, Dragpa Gyaltsen, die Dorje Shugden-volgelingen in spiritueel opzicht gelijk aan de dalai lama beschouwen. Onbewezen aantijgingen die enkele eeuwen later nog steeds leven, stellen dat de rivaliteit naar een hoogtepunt steeg waarbij de vijfde dalai lama de eerste minister Dragpa Gyaltsen liet vermoorden, die vervolgens incarneerde als Dorje Shugden.
Later, in februari 1997, pleegden onbekende daders een drievoudige moord op Lobsang Gyatso, een zeventigjarige vertrouweling van de dalai lama, en twee kamergenoten. De politie trok de conclusie dat het om een rituele moord ging, vanwege de tientallen steekwonden bij elk van de slachtoffers. Zij zocht de daders tussen de aanhang van Dorje Shugden, maar heeft ze nooit ontdekt. De moorden brachten een schok teweeg in de Tibetaanse gemeenschap. In 1991 richtte de vooraanstaande Shugden-volgeling Kalsang Gyatso de nieuwe kadampa op, zodat de scheuring langer voortduurt.[73]

Steun van de CIA [bewerken]

In oktober 1998 gaf dalai lama's kabinet toe dat het vanaf de jaren 60 per jaar 1,7 miljoen dollar ontving van de Central Intelligence Agency.[74][75] De dalai lama ontving zelf 180.000 dollar per jaar van de Amerikaanse regering.[75] Met het geld werden Tibetaanse guerrillastrijders getraind, onder leiding van zijn broer,[69] om tegen het Chinese bestuur te strijden.[75] Ook zette de dalai lama met zijn subsidie kantoren op in Genève en New York City om te lobbyen bij internationale instanties.[76] Toen de Sino-Amerikaanse betrekkingen verbeterden in de jaren 70 werden deze subsidies stopgezet.[74]

Afstand van onafhankelijkheid [bewerken]

Tussen de toespraak van de dalai lama voor het Amerikaanse Congres op 21 september 1987 en het Europees Parlement op 15 juni 1988 veranderde de dalai lama zijn aanspraak op onafhankelijkheid naar een streven naar zinvolle autonomie. Voor beide parlementen presenteerde hij het ontwerp van een grondwet voor Tibet, dat hij ook wel de middenweg noemt.[44][77] Over het laten gaan van de onafhankelijkheid is twee decennia verdeeldheid blijven bestaan, waarbij onder andere het Tibetaans Jeugdcongres (TYC) bleef streven naar onafhankelijkheid. November 2008 hield de Tibetaanse gemeenschap in ballingschap een conferentie om tot een gezamenlijk standpunt te komen. Hier koos de meerderheid om te streven naar autonomie.[78][79]
Een bekend criticus van de aanpak van de dalai lama, is voormalig parlementslid en politiek essayist Jamyang Norbu. Hij vindt dat de dalai lama het te spiritueel en rationeel bekijkt wanneer hij zich uitspreekt voor samenleven met China als één grote familie. Volgens Norbu houdt hij geen rekening met dictators en moeten Tibetanen in groepen leven waarin ze zichzelf kunnen beschermen, zich verbonden voelen en idealen delen. Zoiets zouden Tibetanen niet met China hebben. Hij vindt ook dat de dalai lama activisten persoonlijk moet voorgaan in de strijd en de straat in stof en hitte op moet, net als Mahatma Gandhi dat deed.[59]
De wereldwijde Tibetaanse organisatie Students for a Free Tibet vindt dat de dalai lama een erfenis van onafhankelijkheid moet nalaten, zodat er na zijn dood eenheid onder de Tibetanen blijft. Aanvoerster Lhadon Tethong verwacht dat er een scheuring zal ontstaan, wanneer de Tibetanen achterblijven met de erfenis van de middenweg.[59]

Vriendschappen [bewerken]

Gedurende zijn leven leerde Tenzin Gyatso enkele mensen kennen, met wie hij langdurig bevriend bleef, in sommige gevallen voor de rest van zijn leven. Daarnaast bleef hij contact houden met zijn familieleden. Zo bezocht hij zijn broer Thubten Jigme Norbu, voormalig abt van Kumbum, onder andere vijfmaal in de Verenigde Staten. Zijn jongere zus Jetsün Pema verliet Tibet voor studie in 1950 en kwam in 1964 naar het ballingsoord Dharamsala waar hij haar vroeg de Tibetan Children's Villages te leiden. Zijn oudere broer Lobsang Samten was tijdens de eerste jaren van zijn jeugd vooral zijn speelmaatje en trad later ook toe tot de regering als kalön (minister) van Gezondheidszorg. Een andere broer die vooral bekend is vanwege zijn onderhandelingen met China is Gyalo Döndrub. Zijn jongste broer is de Ngari Rinpoche Tenzin Chögyal; tussen de dertiende dalai lama en de vorige incarnatie van de Ngari Rinpoche bestond er een goede vriendschap, waarover de dertiende dalai lama voorspelde dat deze band in hun volgende leven nog nauwer zou worden. Een van zijn belangrijkste lijfartsen was Tenzin Chödrag.

Verder heeft Tenzin Gyatso vriendelijke contacten met veel grote namen in de wereld, waaronder wereld- en regeringsleiders, andere Nobelprijswinnaars en artiesten.

Heinrich Harrer
Heinrich Harrer kwam al in de jaren 40 naar Tibet, toen hij tijdens de Tweede Wereldoorlog uit een Brits gevangenenkamp ontsnapte in Brits-Indië. Hij bouwde voor de dalai lama een filmtheater, gaf hem Engelse les en vertelde hem over het Westen. Hij schreef over deze Zeven jaar in Tibet een boek dat tweemaal werd verfilmd. In 1982 keerde hij nogmaals terug en schreef hierover het boek Terugkeer naar Tibet. In datzelfde jaar opende hij het Heinrich-Harrer-Museum in Hüttenberg en in 1992 het lingkor-pelgrimspad Tenzin Gyatso beide keren inwijdde. Ze ontmoetten elkaar veel vaker en na zijn dood in 2006 bezocht Tenzin Gyatso zijn graf in Oostenrijk.[10][80][81]
Lodi Gyari
Lodi Gyari is een van de oprichters van het Tibetaans Jeugdcongres en enkele jaren Deputy Cabinet Minister voor zijn ballingschapsregering. Met zijn ouders vluchtte hij eveneens in 1959 naar Dharamsala. Hij is in politieke zin steun en toeverlaat van de dalai lama, sinds hij in 1988 Senior Cabinet Minister werd voor het Departement van Informatie en Internationale Relaties, vergelijkbaar met minister voor buitenlandse zaken. In deze functie voerde hij sindsdien de gesprekken met de Chinese regering in Peking over de toekomstige status van Tibet.[44]
Tenzin Gyatso schenkt Richard Gere een witte khata
Tibet House
Meerdere vrienden van de dalai lama richtten het Tibet House in New York op, waaronder Robert Thurman, een professor in Indo-Tibetaans boeddhisme aan de Columbia-universiteit. Time Magazine riep hem in 1997 uit tot een van de vijfentwintig invloedrijkste Amerikanen. Een andere oprichter en vriend is componist Philip Glass; hij componeerde de muziek voor meerdere films van en over de dalai lama. Een derde oprichter en grote vriend is Richard Gere. Gere is verder bestuurslid van ngo International Campaign for Tibet. Volgens Richard Gere: "Hij is de 'real thing': aan hem kan niemand tippen en zijn uitstraling is enorm. Hij wenst niets anders dan jouw geluk en dat maakt het uniek in zijn gezelschap te verkeren." Hij speelde onder andere in de actiefilm Red Corner die de rechten van de mens in China zodanig aan de kaak stelt, dat Bill Clinton naar verluidt MGM verzocht de release uit te stellen tot na het bezoek van de president Jiang Zemin. Ook heeft hij meegewerkt aan een aantal kleinere producties die de dalai lama of het Tibetaans boeddhisme ondersteunden. Net voor de Olympische Zomerspelen 2008 in Peking speelde hij in een televisiecommercial voor Lancia, met een vette wenk naar Tibet waarbij Tibetaanse boeddhisten en het Potala-paleis in Lhasa prominent in beeld kwamen.[33][82][83][84][85][86]

Onderscheidingen [bewerken]

De dalai lama ontving een groot aantal onderscheidingen in zijn spirituele en politieke loopbaan.[87] Daarnaast scoorde hij ook hoog bij het publiek, zoals onder andere bleek uit een enquête die het Duitse weekblad Der Spiegel publiceerde op 14 juli 2007. Hierin noemden Duitsers de dalai lama vaker als voorbeeld dan hun landgenoot paus Benedictus XVI.[88]

In september 2007 stemde het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden voor de toekenning van de Congressional Gold Medal, de hoogste burgerlijke onderscheiding van de Verenigde Staten.[89] In 2010 ontving hij nogmaals een prijs van een organisatie die gefinancierd wordt door het congres, de National Endowment for Democracy.[90]

Orde van de Witte Lotus van Kalmukkië

Op 10 december 2006 ontving hij van de Republiek Kalmukkië de Orde van de Witte Lotus en op 27 juli 2005 ontving hij de Hessische Vredesprijs van het parlement van de Duitse deelstaat Hessen.[91]

Nobelprijs voor de vrede [bewerken]

Op 10 december 1989 ontving de dalai lama de Nobelprijs voor de Vrede. De Nobelprijscommissie eerde hem voor zijn strijd voor de bevrijding van Tibet en zijn inspanningen voor een vreedzame oplossing in plaats van het gebruik van geweld. De voorzitter van de Nobelprijscommissie gaf aan dat de prijs voor een deel een eerbetuiging was ter herinnering aan Mahatma Gandhi. In zijn ontvangstspeech bekritiseerde de dalai lama China voor het gebruik van geweld tegen de studentbetogers tijdens het Tiananmenprotest op 4 juni eerder dat jaar. Hij legde de nadruk op het belang van het blijven vasthouden aan geweldloosheid en hield vast aan zijn wens om de dialoog met China aan te gaan en te blijven proberen de situatie op te lossen.[92][93][94]

Tenzin Gyatso

Universitaire onderscheidingen [bewerken]

Tenzin Gyatso is vele malen onderscheiden door universiteiten. Zo ontving hij de Leopold Lucas Award van de Eberhard-Karls-Universiteit in Tübingen op 16 juni 1988, The President's Medal for Excellence van de Universiteit van Indiana op 26 juli 1996, de Human Rights Prize van de Universiteit van Graz op 14 oktober 2002, de 2nd Citizens Peace Building Award van de Universiteit van Californië op 16 april 2004, de International Acharya Sushil Kumar Peace Award van de Universiteit van Toronto op 27 april 2004, de The Gold Medal van de Nationale Autonome Universiteit van Mexico op 5 oktober 2004, de Ben Gurion Negev Award van de Ben-Gurion Universiteit van de Negev op 16 februari 2006 en de Guru Nanak Interfaith Prize van de Hofstra-universiteit op 24 maart 2008.[91]

Daarnaast ontving hij viermaal een ereprofessoraat: van de Staatsuniversiteit van Kalmukkië (11 september 1992), de Staatsuniversiteit van Novosibirsk (17 september 1992), de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem (20 maart 1994) en de Emory-universiteit (22 oktober 2007, doctor 11 mei 1998). Verder bekroonden zeer veel universiteiten hem met een eredoctoraat in het algemeen, ontving hij verschillende doctoraten op de terreinen Boeddhistische Filosofie, Godsdienstwetenschap, Literatuur, Rechtsgeleerdheid, Theologie, Menslievende Literatuur en Kunsten, en werd hij bekroond met een eredoctoraat voor Internationale Diplomatieke Wetenschap, Sociale Wetenschappen, Godsdienstfilosofie en Geesteswetenschappen. Dit gebeurde door de volgende universiteiten:[91]


Andere onderscheidingen [bewerken]

Op 22 juni 2006 verkoos het Canadese Parlement Tenzin Gyatso tot Ereburger van Canada, en op 9 december 2006 gaf het parlement van de Oekraïne hem de vergelijkbare eer. Daarnaast ontving hij van de verschillende burgemeesters de Sleutel tot de Stad: San Francisco op 27 september 1979, Los Angeles in september 1979 en New York op 25 september 2005. Verder riepen verschillende gemeenteraden hem uit tot Ereburger van de Stad: hij werd ereburger van Wrocław (24 juni 2008), Rome en Venetië (9 en 10 februari), Parijs (7 juni), Warschau (29 juli 2009), Boedapest (18 september 2010) en Hoei (24 mei 2012).[91][95]

Overige onderscheidingen[91][96]
deze tabel is te sorteren door rechts van de kolomtitel te klikken
datum onderscheiding prijs gever
31 augustus 1959 Ramon Magaysay Award voor Community Leadership Ramon Magaysay Committee
16 september 1959 The Admiral Richard E. Byrd Memorial International Rescue Committee
23 januari 1969 Lincoln Award Lakett Award Research Institute of America
17 juni 1979 Special Medal Norwegian Refugee Council Asian Buddhist Council for Peace
19 oktober 1979 Liberty Torch Gilbert Di Luchia Friends of Tibet
28 september 1987 Albert Schweitzer Humanitarian Award Human Behavior Foundation
21 juni 1989 Raoul Wallenberg Congressional Human Rights Award Human Rights Foundation
23 september 1989 Recognition of Perseverance of Times of Adversity World Management Council
4 december 1989 Prix de la Memoire Foundation Danielle Mitterrand, Parijs
25 maart 1991 Shiromani Award 1991 Shiromani Institute, Delhi
6 april 1991 Distinguished Peace Leadership Award 91 Nuclear Age Peace Foundation
17 april 1991 Advancing Human Liberty Award Freedom House, New York
23 augustus 1991 Peace and Unity Award National Peace Conference, Delhi
10 oktober 1991 Wheel of Life Award Temple of Understanding, New York
10 oktober 1991 United Earth Prize Klaus Nobel United Earth
14 maart 1993 International Valiant for Freedom Award The Freedom Coalition, Melbourne
27 april 1994 World Security Annual Peace Award New York Lawyer's Alliance
4 juni 1994 Franklin D. Roosevelt, Freedom Medal Franklin & Eleanor Roosevelt Institute
25 november 1997 Paulos Mar Gregorious Award Paulos Mar Gregorious Committee
8 mei 1998 Juliet Hollister Award Juliet Hollister Foundation, New York
12 oktober 1999 Boddhi Award American Buddhist Congress
24 november 1999 Life Time Achievement Award Hadassah Women's Zionist
12 december 1999 Diwaliben Mohanlal Mehta Award for International Peace & Harmony Diwaliben Mohanlal Mehta Charitable Trust
10 juni 2001 Ecce homo Order Kancelaria Kapituly Orderu
21 mei 2002 Peace Award 2000 UN Association of Australië
6 juli 2002 Man of the Year Croatian Academic Society
5 december 2002 Basavashree Award Basavakendra, Sri Murugha Math, Chitradurga
3 juni 2003 Manfred Bjorkquist Medal Sigtuna Foundation, Stockholm
19 september 2003 Human Right Award International League for Human Rights, New York
9 oktober 2003 Award for Promotion of Human Rights Foundation Jaime Brunet, Madrid
28 mei 2004 Humphreys Memorial Award for Services to Buddhism Buddhist Society of U.K.
12 augustus 2005 Manhae Peace Prize Manhae Foundation
6 november 2005 Inspiration & Compassion Award American Himalayan Foundation, San Francisco
8 oktober 2007 Ahimsa Award Institute of Jainology, Londen
25 juli 2008 Global Leadership Award Aspen Institute, Aspen
10 februari 2009 Duitse Mediaprijs Duitse Redacteurenbond, Baden-Baden
9 september 2009 Human Rights Award Jan Langos Foundation, Slowakije
23 september 2009 International Freedom Award National Civil Rights Museum, Memphis
27 september 2009 Prize for Love and Forgiveness Fetzer Institute, Vancouver
6 oktober 2009 The Lantos Human Rights Prize Lantos Foundation for Human Rights and Justice, Washington D.C.
19 februari 2010 Democracy Service Medal National Endowment for Democracy, Washington D.C.
18 maart 2010 Nirmala Deshpande Memorial Award for Peace and Global Harmony Gandhi Ashram Reconstruction Trust, India
23 mei 2010 President's Medal Hunter College, New York City
21 september 2010 Menschen in Europa Award Menschen in Europa, Passau
20 oktober 2010 International Freedom Award National Underground Railroad Freedom Center, Cincinnati
21 oktober 2010 Harry T. Wilkes Leadership Award Harry T. Wilks Foundation, Oxford
23 november 2010 Shine A Light Award Amnesty International USA, Los Angeles
13 juli 2011 Lifetime Achievement Award Caring Institute, Washington D.C.

Filmografie [bewerken]

Tenzin Gyatso, 2007

Een van de eerste boeken over Tenzin Gyatso die het grote publiek bereikte was het boek Zeven jaar in Tibet van de Oostenrijkse bergbeklimmer Heinrich Harrer.[97] Van dit boek verscheen de documentaire uit 1956 van regisseur Hans Nieter die een nominatie voor een Gouden Palm ontving op het filmfestival van Cannes.[98] De verfilming van 1997 onder regie van Jean-Jacques Annaud met Brad Pitt in de hoofdrol leverde drie prijzen op en daarbij nog tien nominaties.[99]

Maar ook andere films droegen bij aan een grotere bekendheid over de dalai lama, met name Kundun van regisseur Martin Scorsese uit 1997.[100][101]

Een groot aantal documentaires behandelen het leven van Tenzin Gyatso en de situatie van Tibet. Veel van deze documentaires zijn in het Nederlands ondertiteld, zoals The Unwinking Gaze van regisseur Joshua Dugdale waarin hij gedurende drie jaar de veertiende dalai lama volgde in de uitvoering van zijn taken.[102] Verder had hij een belangrijke rol in Dalai Lama Renaissance, On Life & Enlightenment, The Tibetan Book of the Dead, The Jew in the Lotus, Wheel of Time, 10 Questions for the Dalai Lama en The Dalai Lama: 50 Years After The Fall. Daarnaast komen vaak archiefbeelden van hem terug in films over Tibet. Voorbeelden hiervan zijn onder meer Tibet's Stolen Child, Refuge en Ce qu'il reste de nous.

Bibliografie [bewerken]

Veel boeken beschrijven de dalai lama en daarnaast heeft hij zelf ook een aantal boeken geschreven en was hij coauteur van vele andere. Deze bibliografie is beperkt tot de boeken die hij zelf (mede) heeft geschreven. Onder meer De kunst van het geluk, Meditatieoefeningen voor een zinvoller leven, Open je hart en Vrijheid in ballingschap zijn meermaals herdrukt.

In 1990 schreef hij zijn autobiografie Vrijheid in ballingschap. Al eerder, in 1962, schreef hij ook een autobiografie. De volgende lijst is een weergave van zijn boeken in het Nederlands sinds 1986:

Boeken in coauteurschap
  • Gyatso, Tenzin, Jr., Donald S. Lopez (1995) De weg naar vrijheid, ISBN 90-632-5484-9
  • Gyatso, Tenzin, Thupten Jinpa (1996) De wereld van het Tibetaanse boeddhisme, ISBN 90-550-1222-X
  • Gyatso, Tenzin, Aleid Swierenga (1996) Verlichting van hart en geest, ISBN 978-90-6325-503-9
  • Gyatso, Tenzin, Jr., Donald S. Lopez (1997) Leven in vrede, sterven in vrede, ISBN 978-90-6325-526-8
  • Gyatso, Tenzin, Howard Cutler (1999) De kunst van het geluk, ISBN 90-550-1605-5
  • Gyatso, Tenzin, Lies van Velsen (1999) De vier edele waarheden, ISBN 90-389-0774-5
  • Gyatso, Tenzin, Koosje van der Kolk (1999) De kracht van geduld, ISBN 90-718-8613-1
  • Gyatso, Tenzin, Thom Hoffman, Rob Hogendoorn (2000) De kracht van vriendelijkheid, ISBN 90-567-0040-5
  • Gyatso, Tenzin, Renuka Singh, Jaap Westerbos (2000) De weg tot rust, ISBN 90-550-1800-7
  • Gyatso, Tenzin, Lies van Velsen, Dominique Side (2000) Wijsheid en mededogen, ISBN 90-389-1097-5
  • Gyatso, Tenzin, José Ignacio Babezón, Marian de Heus (2000) Leegte en helderheid, ISBN 90-748-1535-9
  • Gyatso, Tenzin, Daniel Goleman, Gert-Jan Kramer (2001) Op zoek naar evenwicht, ISBN 90-550-1839-2
  • Gyatso, Tenzin, Paul Jeffrey Hopkins, Vivian Franken (2001) De Dalai Lama over de zin van het leven, ISBN 90-215-9887-6
  • Gyatso, Tenzin, Renuka Singh, Rinpochee, Lama Zopa 2002) De veranderde geest, ISBN 90-550-1893-7
  • Gyatso, Tenzin, Thupten Jinpa, Patrick Gaffney (2002) Dzogchen, ISBN 90-567-0067-7
  • Gyatso, Tenzin, Lies van Velsen, Kamalasila (2002) De fasen van meditatie, ISBN 90-389-1217-X
  • Gyatso, Tenzin, Nicholas Vreeland, Rob Pijpers (2002) Open je hart, ISBN 90-550-1962-3

Externe link [bewerken]

Winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede

1901: Dunant, Passy · 1902: Ducommun, Gobat · 1903: Cremer · 1904: Institut de Droit International · 1905: Von Suttner · 1906: Roosevelt · 1907: Moneta, Renault · 1908: Arnoldson, Bajer · 1909: Beernaert, Balluet d'Estournelles de Constant · 1910: IPB · 1911: Asser, Fried · 1912: Root · 1913: La Fontaine · 1917: ICRC · 1919: Wilson · 1920: Bourgeois · 1921: Branting, Lange · 1922: Nansen · 1925: Chamberlain, Dawes · 1926: Briand, Stresemann · 1927: Buisson, Quidde · 1929: Kellogg · 1930: Söderblom · 1931: Addams, Butler · 1933: Angell · 1934: Henderson · 1935: Von Ossietzky · 1936: Lamas · 1937: Cecil · 1938: Office international Nansen pour les réfugiés · 1944: ICRC · 1945: Hull · 1946: Balch, Mott · 1947: Friends Service Council, American Friends Service Committee · 1949: Orr · 1950: Bunche · 1951: Jouhaux · 1952: Schweitzer · 1953: Marshall · 1954: Bureau van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen · 1957: Pearson · 1958: Pire · 1959: Noel-Baker · 1960: Luthuli · 1961: Hammarskjöld · 1962: Pauling · 1963: ICRC, IFRC · 1964: King · 1965: UNICEF · 1968: Cassin · 1969: Internationale Arbeidsorganisatie · 1970: Borlaug · 1971: Brandt · 1973: Kissinger, Lê Đức Thọ · 1974: MacBride, Satō · 1975: Sacharov · 1976: Williams, Corrigan · 1977: Amnesty International · 1978: Sadat, Begin · 1979: Moeder Teresa · 1980: Esquivel · 1981: Bureau van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen · 1982: Myrdal, Robles · 1983: Wałęsa · 1984: Tutu · 1985: IPPNW · 1986: Wiesel · 1987: Arias · 1988: VN-vredesmacht · 1989: Gyatso · 1990: Gorbatsjov · 1991: Suu Kyi · 1992: Menchú · 1993: Mandela, De Klerk · 1994: Arafat, Peres, Rabin · 1995: Rotblat, Pugwash Conferences on Science and World Affairs · 1996: Ximenes Belo, Ramos-Horta · 1997: ICBL, Williams · 1998: Hume, Trimble · 1999: AzG · 2000: Dae-jung · 2001: VN, Annan · 2002: Carter · 2003: Ebadi · 2004: Maathai · 2005: IAEA, El-Baradei · 2006: Grameen Bank, Yunus · 2007: Gore, IPCC · 2008: Ahtisaari · 2009: Obama · 2010: Liu · 2011: Johnson Sirleaf, Gbowee, Karman · 2012: Europese Unie

Bronnen, noten en/of referenties

Voetnoten
i) Gyalwa Rinpoche, Tibetaans: རྒྱལ་བ་རིན་པོ་ཆེ; Wylie: rgyal-ba rin-po-che
ii) Yeshe Norbu, Tibetaans: ་ཡིད་བཞིན་ནོར་བུ; Wylie: yid-bzhin nor-bu
Referenties

Bronnen

  1. a b c d e f g h i j (de) Barraux, p.p. 302-314
  2. (en) Tibetaanse regering in ballingschap, White Paper: Invasion and illegal annexation of Tibet: 1949-1951
  3. a b c d e f (de) Barraux, Roland (1995) Die Geschichte der Dalai Lamas - Göttliches Mitleid und irdische Politik, Komet/Patmos, Frechen/Düsseldorf, ISBN 3-933366-62-3, p.p. 275-282
  4. (nl) Binder, Franz (2005) Dalai Lama: Biografie, Ten Have, Kampen, ISBN 90-259-5558-4, pag. 9
  5. a b c (de) Golzio, Karl-Heinz & Pietro Bandini (2002) Die vierzehn Wiedergeburten des Dalai Lama. Scherz Verlag / Otto Wilhelm Barth, Bern / München, ISBN 3-502-61002-9, p.p. 259-264
  6. (nl) Desimpelaere, Jean-Paul (2009) Tibet - Kroniek van het dak van de wereld, Uitgeverij EPO, ISBN 978-90-6445-479-0, pag. 97
  7. (en) Tibetaanse regering in ballingschap, Discovery of His Holiness 14th Dalai Lama
  8. (nl) Laird, Thomas en de 14e dalai lama (2007) Het verhaal van Tibet: Gesprekken met de Dalai Lama, p.p. 252-274, A.W. Bruna Uitgevers, Utrecht ISBN 978-90-229-8784-1
  9. (nl) Laird, Thomas (2007), p.p. 265-270
  10. a b (nl) Harrer, Heinrich (1953) Zeven jaar in Tibet
  11. (en) Norbu, Jamyang (23 februari 2010) The happy light bioscope theatre & other stories (part 2) - a brief historical overview of cinema in Tibet, Phayul
  12. a b c d e f g (de) Barraux, p.p. 286-294
  13. a b (nl) Laird, Thomas (2007), p.p. 291-297
  14. a b c (nl) Binder, Franz (2005), pag. 89
  15. a b c (nl) Laird, Thomas (2007), p.p. 298-302
  16. (de) Kollmar-Paulenz, Karénina (2006) Kleine Geschichte Tibets, C.H. Beck, München, ISBN 978-3-406-54100-1, pag 163
  17. (en) Tibetaanse regering in ballingschap The 17-Point Agreement - The full story as revealed by the Tibetans and Chinese who were involved
  18. (nl) Chhaya, Mayank (2007) Dalai lama, Man, monnik, mysticus, Sijthoff, Amsterdam, ISBN 978-90-218-0067-7, Pag. 95
  19. a b c d e f g h i j (de) Barraux, p.p. 295-301
  20. (en) Yanowitch, Lee (12 oktober 2000) It's a miracle, says Nobel-winning writer 9 Gao Xingjian)
  21. (nl) Zie bijv. ook de film The Sent Down Girl
  22. (en) New York Times (2 oktober 1998) Dalai Lama Group Says It Got Money From C.I.A.
  23. (en) CIA (2 maart 1963) The Sino-Indian Border Dispute, Section 1: 1950-59, voormalig geclassificeerd stuk, pag 19, vrijgegeven in mei 2007
  24. (en) ICT, United Nations General Assembly, Resolution 1723 (XVI)
  25. (nl) Polygoon Wereldnieuws (1959) video van de binnenkomst van de dalai lama in India (Tespur)
  26. (nl) Polygoon Wereldnieuws (1959) video van bezoek van premier Nehru aan de dalai lama in Moosurie
  27. (en) Shakya, Tsering (2000) The Dragon in the Land of Snows - A history of modern Tibet since 1947, Penguin Compass, oorspronkelijk Columbia University Press, ISBN 978-0-14-019615-3, pag. 360, 377 en 386
  28. (nl) Nu (25 maart 2011) Politiek pensioen dalai lama goedgekeurd
  29. a b c (nl) Binder, Franz (2005), pag. 159-165
  30. a b c d e f (en) Dalailama.com, Three Main Commitments in Life
  31. (en) Iyer, Pico (2008) The Open Road - The Glabal Journey of the Fourteenth Dalai Lama, Bloomsbury, Londen, ISBN 978-0-7475-9744-5, pag. 8-9
  32. (nl) Tenzin Gyatso (Verklaring 1992) De internationale gemeenschap en de noodzaak van universele verantwoordelijkheid, Interreligieuze Dialoog Gegevens (Interfaith Dialogue Basics)
  33. a b c (nl) Zweers, Wessel (1999) Tenzin Gyatso - de veertiende Dalai Lama, origineel van de publicatie in het Algemeen Dagblad
  34. (nl) VNO-NCW (2007) Discussienota Bilderbergconferentie - Ondernemen in het Europa van morgen
  35. (nl) Tulpen en Tempels, Kalachakra, betekenis en geschiedenis
  36. (nl) Gyatso, Tenzin (2005) De weg naar het nirwana, Lannoo Uitgeverij, ISBN 978-90-209-6195-9, p.p. 120, 125, 147, 158, 163
  37. (nl) Boeddhistische begrippen, Tibetaans dodenboek
  38. (en) Filmreview, The Tibetan Book Of The Dead
  39. (en) Zie ook YouTube video's, deel 1, deel 2, deel 3 en deel 4
  40. (nl) Tibetaansboeddhisme.nl, Nyingma, Guru Rinpoche en de Introductie van het Nyingma Dzogchen
  41. (nl) Mahamudra.nl Mahamudra: Het Grote Zegel
  42. a b c d e f g h (nl) Keijzers, Ernest, Wijsheden Dalai Lama, Gezegden Wijsheden Spreuken Esoterie Geloof
  43. (en) Leon Cohen (19 februari 2009) Why is Darwin still a problem for some Jews?, Jewish Chronicle
  44. a b c d e f g (nl) Baar, Bert van & Sander Tideman (2006) Tibet, een cultuur van vrede, Asoka, Rotterdam, ISBN 978-90-5670-128-4, p.p. 31-57
  45. (en) Medill News (23 november 2005) Dalai Lama speaks "middle way" approach for Tibet's future
  46. (nl) Dalai Lama Nederland 2009, bezoeken van Tenzin Gyatso aan Nederland
  47. (nl) Trouw (15 mei 2009) Balkenende ontmoet dalai lama niet
  48. (nl) De Telegraaf (15 mei 2009) Balkenende heeft slappe knieën
  49. (nl) Knack (26 november 2008) Dalai lama wordt niet ontvangen in kamer
  50. (nl) Gazet van Antwerpen (3 december 2008) Dalai lama bezoekt premier Leterme en Joëlle Milquet
  51. (nl) NRC Handelsblad (12 oktober 2007) Bush ontvangt Dalai Lama, China boos
  52. (nl) Trouw (12 maart 2009) VS veroordeelt Tibet-beleid China
  53. (nl) News4All (27 november 2007) Vaticaan en Japan negeren Dalai Lama
  54. (nl) Historiek, Dalai Lama Tenzin Gyatso (1935-....)
  55. (en) Het Vaticaan (30 september 1973) Address of the holy father Paul VI to his holiness the Dalai Lama
  56. (nl) RTL Nieuws (22 maart 2009) Dalai lama mag Zuid-Afrika niet in
  57. (nl) Zhirong, Zhang (6 mei 2008) De Koude Oorlog en de kwestie-Tibet, InfoChina.be
  58. (nl) NOS Journaal (4 december 2008) Dalai Lama spreekt in EU-parlement
  59. a b c (nl) Boeddhistische Omroep Stichting (4 maart 2009) The Dalai Lama: 50 Years after the Fall
  60. (nl) Trouw (21 mei 2007) China beschuldigt Dalai Lama van samenzwering
  61. (en) CNN (30 maart 2001) Invasion and illegal annexation of Tibet: 1949-1951
  62. (en) Reuters India (29 april 2008) Female living Buddha condemns Dalai Lama - Xinhua
  63. (nl) Buffetrille, Katia, in: Woeser (18 januari 2012) Tibet brandt
  64. (fr) Le Monde (28 februari 2009) Chine: la police tire sur un moine tibétain
  65. (en) International Campaign for Tibet (1 maart 2009) New protest today in Ngaba after officials ban prayer ceremony
  66. (nl) NOS Journaal (24 december 2012) 100 Tibetaanse zelfverbrandingen in 2 jaar tijd (audio)
  67. (nl) Trouw (12 november 2012) Opvolger Dalai Lama: steunen van zelfverbranding is heilige plicht
  68. (nl) Nos Journaal (24 december 2012) Conflict Tibet China lijkt te verharden (video)
  69. a b Trouw (4 juni 2009) Voetstuk dalai lama verzwakt
  70. The Dalai Lama has close ties to the Nazis, Western Shugden Society
  71. The Red Phoenix, 2 maart 2010
  72. Een boeddhist moet zich aan regels houden, de Trouw, 18 oktober 1999
  73. (nl) Chhaya, Mayank (2007) Dalai lama, Man, monnik, mysticus, Sijthoff, Amsterdam, ISBN 978-90-218-0067-7, p.p. 192-206
  74. a b Het 'ware gezicht' van de dalai lama, de Trouw, 2 oktober 2008
  75. a b c World News Briefs; Dalai Lama Group Says It Got Money From C.I.A., The New York Times, 2 oktober 1998
  76. The Dalai Lama has CIA connections, Western Shugden Society
  77. (en) Tibetaanse regering in ballingschap (9 januari 2006) An Overview of Sino-Tibetan Dialogue
  78. (nl) De Morgen (19 november 2008) Jonge Tibetanen willen onafhankelijkheid
  79. (nl) NOS Journaal (23 november 2008) Tibet geen harde confrontatie met China
  80. (nl) Harrer, Heinrich (1989) Terugkeer naar Tibet, Hollandia, ISBN 978-90-6410-046-8
  81. (de) Heinrich Harrer Museum, Museumbeschrijving
  82. (en) Big Think, Biografie Robert Thurman
  83. Time Magazine (21 april 1997) Time's 25 Most Influential Americans
  84. (en) Trailer.com, Red Corner (1997)
  85. (nl) Cinema, Red Corner
  86. Schenk, Niek (26 juni 2008) Ophef over reclame met Richard Gere, Algemeen Dagblad, met link naar clip op YouTube
  87. (en) Tibetaanse regering in ballingschap, Major Awards conferred on His Holiness the Dalai Lama
  88. (de) De Spiegel (14 juli 2007) Dalai Lama populärer als Papst Benedikt XVI.
  89. (en) Fox News (17 oktober 2007) Dalai Lama's All Smiles as He Receives Congressional Gold Medal
  90. (nl) NOS Journaal (20 februari 2010) Dalai lama krijgt medaille voor inzet democratie
  91. a b c d e (en) Dalailama.com, List of Major Awards and Honorary Conferments Received (lijst bijgewerkt tot 19 oktober 2012)
  92. (en) Nobelprize.org, The Nobel Peace Prize 1989 - Presentation Speech
  93. (en) Nobelpreis.org, The Nobel Peace Prize 1989 - Dalai Lama (Tenzin Gyatso) *1935
  94. (en) Tibetaanse regering in ballingschap (10 december 1989) His Holiness the Dalai Lama's Nobel Prize acceptance speech - University Aula, Oslo
  95. (nl) AGF (10 maart 2009) China blokkeert Franse kiwi
  96. (en) TASR (4 september 2009) Dalai Lama to Be Given Human Rights Award in Slovakia
  97. (en) Paetkau, Trevor (6 november 2007) Seven Years in Tibet, Heinrich Harrer, The Open Critic
  98. (en) Eye for film, Seven Years in Tibet (1956), filmrecensie
  99. (nl) Moviemeter, Seven Years in Tibet (1997), filmrecensie
  100. (nl) Himalaya Filmfestival, Little Buddha (1993), filmrecensie
  101. (nl) Filmkrant, Kundun (1997), filmrecensie
  102. (nl) Boeddhistische Omroep Stichting (5 juni 2008) The Unwiking Gaze, voorbeschouwing en uitzending