Emissiehandel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Elektriciteitscentrales van minimaal 20 megawatt (MWth) kunnen handelen in emissierechten van CO2 en NOx.

Emissiehandel is de handel in emissierechten. Emissierechten geven landen of bedrijven het recht om bepaalde broeikasgassen of andere schadelijke gassen uit te stoten. Het gaat daarbij om de uitstoot van bijvoorbeeld kooldioxide (CO2), methaan (CH4), lachgas (N2O), chloorfluorkoolstofverbindingen (cfk's) en bijvoorbeeld stikstofoxiden (NOx). Indien het aantal rechten beperkt is, wordt het voor bedrijven duur om emissies uit te stoten, hetgeen zou moeten leiden tot vergroening van het productieproces en investeringen in hernieuwbare energie. Meer officieel is emissiehandel de handel in emissieruimte. De emissieruimte geeft aan hoeveel een land of bedrijf van een bepaald gas mag uitstoten (emitteren).

In Nederland registreert en controleert de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) de emissiehandel van NOx- en CO2-rechten voor bedrijven.

Emissiehandel door Nederland[bewerken]

Deze emissiehandel vloeit voort uit het Kyoto-protocol. Nederland heeft zich verplicht om de uitstoot van broeikasgassen in de periode 2008-2012 met 6% te verminderen ten opzichte van 1990. In Kyoto is ook besloten dat industrielanden een deel van hun reductieverplichting via maatregelen in het buitenland mogen realiseren. Daarvoor bevat het Kyoto-protocol 3 instrumenten of mechanismen:

  1. het clean development mechanism (CDM),
  2. joint implementation (JI) en
  3. emissiehandel.

Er zijn 3 redenen voor emissiehandel:

  1. Nederland heeft in internationaal verband afgesproken de uitstoot van broeikasgassen (onder andere CO2) en verzurende gassen (onder andere NOx) verder terug te dringen. Emissiehandel vermindert de uitstoot van emissies. Daardoor levert de industrie met emissiehandel een bijdrage aan het behalen van de internationale doelstelling. Zo moet Nederland zijn broeikasgasemissies in 2008-2012 met 6% hebben gereduceerd ten opzichte van 1990 Dit als uitvloeisel van het Kyotoprotocol. Voor Nederland komt het neer op een emissiereductie van circa 13 Mton CO2-equivalenten ten opzichte van de uitstoot in 1990 van circa 213 Mton CO2-equivalenten. In dit protocol is ook een internationaal systeem van emissiehandel vastgelegd waarin landen onderling emissiereducties kunnen verhandelen.
  2. Ook is afgesproken dat Nederland in 2010 maximaal 260 kton stikstofoxiden mag uitstoten. Dat is vastgelegd in de zogenaamde NEC-richtlijn van de Europese Unie. De emissie-eisen uit deze richtlijn zijn verplichtend.
  3. Een handelssysteem is kostenefficiënt. Voor sommige bedrijven is het erg duur om hun uitstoot te verminderen, soms zelfs zo duur dat het nauwelijks opweegt tegen het milieueffect. Voor andere bedrijven is het reduceren van emissies relatief goedkoop. Ook zijn er bedrijven die al veel geld hebben gestoken in emissiebeperking en dus rechten over hebben. Ze hebben als het ware een overschot aan emissieruimte. Bedrijven waarvoor emissiebeperkingen duur zijn, kunnen emissierechten kopen van bedrijven die relatief weinig geld kwijt zijn aan maatregelen om hun uitstoot te verminderen. Daardoor worden emissies daar beperkt waar dat het goedkoopst is. Hierdoor wordt de uitstoot meer gereduceerd tegen lagere kosten.

Met alleen de overige maatregelen haalt Nederland de afgesproken normen niet. Het klimaatbeleid is in 2002 geëvalueerd. Daaruit blijkt dat het pakket aan maatregelen in de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid voldoende is om de Kyoto-doelstelling te halen. Na 2010 moet waarschijnlijk de uitstoot van broeikasgassen nog veel meer worden verminderd om een duurzaam emissieniveau te bereiken. De huidige maatregelen om deze emissie te beperken zijn daarvoor niet toereikend. Emissiehandel is dat wel.

Problemen in theorie en praktijk[bewerken]

In theorie is emissiehandel een efficiënte beleidsmaatregel ten opzichte van bijvoorbeeld een emissiebelasting (ecotaks) (slecht voor de concurrentiepositie) of fysieke emissiebeperkingen (hoge transactiekosten). Toch zijn er allerlei potentiële problemen; deze hebben te maken met de uitvoering van de emissiehandel. Het grootste probleem doet zich voor bij de invoering. Op dat moment moeten de emissierechten voor het eerst worden verdeeld onder de bedrijven die de te verhandelen stoffen uitstoten. Daar bestaan in principe twee methoden voor:

  1. De emissierechten worden geveild op een veiling. Volgens milieu-economen is dit het efficiëntst: immers de veiling creëert een transparante markt waardoor de juiste prijs ontstaat. Het probleem is wat te doen met het geld dat de veiling oplevert. Het kan worden benut voor het onderhavige milieuprobleem, maar de betreffende bedrijven willen uiteraard dat dit geld weer ten goede komt aan de sector.
  2. De emissierechten worden via een voorafgemaakte afspraak verdeeld. Vaak krijgen de bedrijven evenveel rechten als hun huidige emissies; dit systeem wordt grandfathering of grandparenting genoemd. Dat bevoordeelt bestaande bedrijven, die daarom meestal intensief lobbyen voor grandfathering. Een voorafgemaakte afspraak benadeelt echter nieuwe toetreders tot de markt en het duurt ook veel langer voordat er een realistische marktprijs tot stand komt. Een gratis toedeling van emissierechten is extra voordelig van aandeelhouders van bestaande bedrijven, omdat ze waarde vertegenwoordigen in de balans van de bedrijven.[1]
  3. Emissiehandel is geen garantie voor een verlaging van emissies. De Engelse term Cap and Trade geeft beter aan hoe emissiehandel werkt als milieumaatregel. Behalve handel moet er ook een cap, een plafond voor de totale hoeveelheid emissies worden gesteld, dat bijvoorbeeld in de loop van de tijd steeds lager komt te liggen. Overheden zijn vaak terughoudend met het vaststellen van dergelijke plafonds, omdat ze bang zijn de belangen van bedrijven te schaden.

In de praktijk zijn de emissierechten in de EU voor het eerst verdeeld via een gratis toedeling van emissierechten (grandfathering) aan bedrijven op basis van hun toenmalige uitstoot. Daarbij is een overschot aan emissierechten ontstaan doordat landen te veel rechten (certificaten) aan bedrijven hebben uitgedeeld. De oorzaak hiervan was dat de EU de emissiedefinitie ("horizontaal" activity based) en data van het European Environmental Agency in Kopenhagen gebruikte, bij toewijzing van emissierechten, terwijl het EU Transactielog emissiedata meet op verticale installatie basis. Hierdoor was er in de periode 2005-2007 een overallocatie van 200 miljoen ton emissierechten (10% van de markt) en stortte de prijs in naar nul eind 2007.[2] .Door de economische crisis in de jaren 2008 tot en met 2011 daalde bovendien de productie van veel bedrijven, waardoor ze nog meer emissierechten overhielden. Hierdoor is nog geen succesvolle markt ontstaan. Door een overaanbod aan emissierechten daalde de prijs. Hierdoor levert het systeem van emissierechten tot op heden voor bedrijven nog maar nauwelijks een prikkel om de uitstoot te beperken. Voor bedrijven is het in de meeste gevallen goedkoper om emissiecertificaten te kopen en gewoon door te gaan met vervuilen, dan om milieumaatregelen te nemen. Een versnelde verlaging van het totale uitstootplafond zou de situatie kunnen verbeteren, maar hiervoor is onvoldoende politiek draagvlak.

De afgelopen jaren zijn er problemen gebleken bij het Europese emissiehandelssysteem, het EU ETS. Het gaat om de volgende fouten in het ontwerp van het EU ETS in 2005:

  1. ETS is onevenwichtig doordat kopers/energiebedrijven, geconcentreerd en groot zijn en er vele kleine verkopers, industrie en project ontwikkelaars, zijn. Dit leidt tot een negatieve prijs-bias.
  2. ETS is enkel grootschalig waardoor er een disconnect ontstaat met de beleving van individuele burgers. De grootschaligheid stoot ook innovators/ entrepreneurs af.
  3. ETS is onvriendelijk voor carbon innovaties (m.n. de innovaties niet door de overheid geagendeerd worden), grandfathering beloont bestaande technologie. Ook in fase 3 van het ETS wordt naar industrie toe vooral gegrandfathered, en naar utilities geveild.
  4. ETS is te veel enkel een financiële markt, door grandfathering is er te weinig een link met veranderingen in productiestructuur. Negatief BTW fraude.

Daarnaast speelt er nog een technisch probleem van mismatch van de structuur van de emissiehandelsmarkt (rechten zijn 5 of meer jaren geldig, en kunnen worden opgespaard) ten opzichte van de veel grotere onderliggende elektriciteitsmarkt (elektriciteit kan niet worden opgeslagen en wordt per uur verhandeld). Dit zorgt ook een verstoorde prijsvorming van de emissierechten.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Edwin Woerdman, Oscar Couwenberg, Andries Nentjes: Terechte energieprijsverhoging door gratis emissierechten, Economisch Statistische Berichten 91 (4493), p. 427—429, 8. september 2006
  2. Carbon Trading & Pricing, Kanen, JLM Fulton Publishing, p. 68—69, 8. December 2006