Martti Ahtisaari

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Martti Oiva Kalevi Ahtisaari Nobel prize medal.svg
Martti Ahtisaari.jpg
10e president van Finland
Ambtstermijn 1 maart 1994 - 1 maart 2000
Voorganger Mauno Koivisto
Opvolger Tarja Halonen
Geboren 23 juni 1937
Politieke partij Sociaaldemocratische Partij
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Martti Oiva Kalevi Ahtisaari (Viipuri, 23 juni 1937) is een voormalig diplomaat bij de Verenigde Naties en voormalig president van Finland (1994-2000). In 2008 kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede wegens zijn belangrijke inspanningen, op diverse continenten en gedurende meer dan drie decennia, om internationale conflicten op te lossen[1][2].

Leven[bewerken]

Na enige jaren in het buitenland voor de YMCA gewerkt te hebben kwam hij in 1965 in overheidsdienst bij het Finse ministerie van buitenlandse zaken. In 1973 volgde zijn benoeming tot ambassadeur in een aantal Afrikaanse landen; tijdens deze periode legde hij contact met de Namibische verzetsbeweging SWAPO. In 1978 werd hij dankzij Afrikaanse steun VN-commissaris voor Namibië.

In 1978 verhuisde hij naar New York waar hij onder-secretaris-generaal van de VN werd belast met bestuurs- en leidinggevende taken. Tevens bleef hij echter voor Namibië de speciale afgezant van de VN-secretaris-generaal in welke hoedanigheid hij onderzoek deed naar de mogelijkheid van een eventuele onafhankelijkheid van dat land.

In 1989 leidde hij in Namibië een VN-vredesmacht waarbij hij vanwege de dreiging van de SWAPO zich genoodzaakt zag Zuid-Afrikaanse troepen binnen te halen teneinde de toestand in evenwicht te brengen. Uiteindelijk wist hij het voor elkaar te krijgen dat eind 1989 Namibië zijn eerste vrije verkiezingen mocht houden waarvoor hij als dank ereburger van Namibië werd.

Na weer enige tijd op het VN-hoofdkantoor in New York te hebben vertoefd werd hij in 1991 voor Finland minister van buitenlandse zaken. Tevens was hij namens de VN na afloop van de Golfoorlog betrokken bij de kwestie Irak waarbij hij een gematigd standpunt innam; hierdoor ontbeerde hij de steun van de Verenigde Staten bij de verkiezing van een nieuwe secretaris-generaal voor de Verenigde Naties zodat hij deze functie aan zijn neus voorbij zag gaan.

Een paar jaar later toen Ahtisaari zich bezighield met de oorlog in het voormalige Joegoslavië begon hij in 1993 aan zijn kandidatuur voor het presidentschap van Finland waarbij hij namens de Sociaaldemocratische Partij uitkwam. Een pré hierbij was zijn onbesproken verleden waardoor hij mede tot president werd verkozen.

Reeds in het begin van zijn ambtstermijn kwam het tot een breuk met de regerende Centrumpartij vanwege een conflict met haar premier Esko Aho die niet wilde dat hij zich met buitenlandse politieke zaken zou bemoeien.

Wapenfeiten van zijn presidentschap waren de aansluiting van Finland bij de Europese Unie, een ontmoeting in de Finse hoofdstad Helsinki tussen VS-president Bill Clinton en de Russische president Boris Jeltsin en zijn bemiddeling in de Kosovo-oorlog van 1999.
Ahtisaari wenste geen tweede termijn en werd daarom opgevolgd door Tarja Halonen, evenals hij lid van de sociaaldemocratische partij.

Hierna zette hij zich in voor allerlei soorten vredes- en bemiddelingspogingen.
Zo zocht de Britse regering hem in 2000 aan om mede de ontwapening van de IRA in Noord-Ierland te controleren.
En begin 2005 trad hij in Helsinki op als bemiddelaar bij vredesonderhandelingen tussen de Indonesische regering en de verzetsbeweging van Atjeh.

In 2007 stelde hij, als gezant van de Verenigde Naties, zijn plan voor de toekomst van Kosovo voor. Servië is gekant tegen dit plan.

In 2008 reikte minister Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hem de Geuzenpenning uit.

Onderscheidingen[bewerken]

Op 23 juli 1995, aanvaardde de Finse president de Zamenhofprijs, die hem werd toegekend door de Universala Esperanto-Asocio (UEA of Esperanto-Wereldvereniging) voor zijn lange inzet voor de wereldvrede en de internationale verstandhouding volgens de idealen van dr. Zamenhof, initiatiefnemer van het Esperanto. Door de Zamenhofprijs heeft de UEA - die zich in 2008 zelf onder de kandidaten voor de Nobelprijs voor de Vrede bevond - de lange loopbaan van Martti Ahtisaari willen onderstrepen in het internationale leven en bijzonder zijn belangrijke bijdrage voor de onafhankelijkheid van Namibië.

In 2007 werd hij onderscheiden met de Félix Houphouët-Boigny-Vredesprijs van de UNESCO.

In 2008 werd Ahtisaari bekroond de Nobelprijs voor de Vrede wegens zijn belangrijke inspanningen, op diverse continenten en gedurende meer dan drie decennia, om internationale conflicten op te lossen[1]

Externe link[bewerken]

Bronnen
Voorganger:
Mauno Henrik Koivisto
President van Finland
1994-2000
Opvolger:
Tarja Kaarina Halonen
Winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede

1901: Dunant, Passy · 1902: Ducommun, Gobat · 1903: Cremer · 1904: Institut de Droit International · 1905: Von Suttner · 1906: Roosevelt · 1907: Moneta, Renault · 1908: Arnoldson, Bajer · 1909: Beernaert, Balluet d'Estournelles de Constant · 1910: IPB · 1911: Asser, Fried · 1912: Root · 1913: La Fontaine · 1917: ICRC · 1919: Wilson · 1920: Bourgeois · 1921: Branting, Lange · 1922: Nansen · 1925: Chamberlain, Dawes · 1926: Briand, Stresemann · 1927: Buisson, Quidde · 1929: Kellogg · 1930: Söderblom · 1931: Addams, Butler · 1933: Angell · 1934: Henderson · 1935: Von Ossietzky · 1936: Lamas · 1937: Cecil · 1938: Office international Nansen pour les réfugiés · 1944: ICRC · 1945: Hull · 1946: Balch, Mott · 1947: Friends Service Council, American Friends Service Committee · 1949: Orr · 1950: Bunche · 1951: Jouhaux · 1952: Schweitzer · 1953: Marshall · 1954: Bureau van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen · 1957: Pearson · 1958: Pire · 1959: Noel-Baker · 1960: Luthuli · 1961: Hammarskjöld · 1962: Pauling · 1963: ICRC, IFRC · 1964: King · 1965: UNICEF · 1968: Cassin · 1969: Internationale Arbeidsorganisatie · 1970: Borlaug · 1971: Brandt · 1973: Kissinger, Lê Đức Thọ · 1974: MacBride, Satō · 1975: Sacharov · 1976: Williams, Corrigan · 1977: Amnesty International · 1978: Sadat, Begin · 1979: Moeder Teresa · 1980: Esquivel · 1981: Bureau van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen · 1982: Myrdal, Robles · 1983: Wałęsa · 1984: Tutu · 1985: IPPNW · 1986: Wiesel · 1987: Arias · 1988: VN-vredesmacht · 1989: Gyatso · 1990: Gorbatsjov · 1991: Suu Kyi · 1992: Menchú · 1993: Mandela, De Klerk · 1994: Arafat, Peres, Rabin · 1995: Rotblat, Pugwash Conferences on Science and World Affairs · 1996: Ximenes Belo, Ramos-Horta · 1997: ICBL, Williams · 1998: Hume, Trimble · 1999: AzG · 2000: Dae-jung · 2001: VN, Annan · 2002: Carter · 2003: Ebadi · 2004: Maathai · 2005: IAEA, El-Baradei · 2006: Grameen Bank, Yunus · 2007: Gore, IPCC · 2008: Ahtisaari · 2009: Obama · 2010: Liu · 2011: Johnson Sirleaf, Gbowee, Karman · 2012: Europese Unie · 2013: OPCW · 2014: Satyarthi, Yousafzai