Moeder Teresa
| Geboren | 26 augustus 1910 te Skopje, Ottomaanse Rijk | |||
| Gestorven | 5 september 1997 te Calcutta, India | |||
| Verering | Katholieke Kerk | |||
| Zaligverklaring | 19 oktober 2003 te Vaticaanstad door Paus Johannes Paulus II | |||
| Naamdag | n.v.t. | |||
| Lijst van christelijke heiligen | ||||
|
||||
Moeder Teresa, geboren als Agnes Gonxha Bojaxhiu (Skopje, 26 augustus 1910 - Calcutta, 5 september 1997), was een wereldbekende katholieke zuster en de stichteres van een liefdadige religieuze orde, de Missionarissen van Naastenliefde. In 2003 werd ze zalig verklaard door paus Johannes Paulus II. Doordat ze van Albanese afkomst is, is ze immens populair onder de Albanezen.
Inhoud |
Levensloop [bewerken]
Ze werd geboren in het toenmalige Ottomaanse Rijk (nu Macedonië) en groeide op in een prominent Albanees-katholiek gezin. In 1928 ging ze werken voor de Orde van de zusters van Loreto in Letnice. Door de orde werd ze naar Calcutta in India gezonden om lerares te worden. Zij koos daar de naam Moeder Teresa in verwijzing naar Teresia van Lisieux.
In Calcutta zette zij een wereldwijd bekend werk onder armen op, dat zij tot kort voor haar dood leidde. Ze stichtte de orde van de Missionarissen van Naastenliefde, een religieuze orde voor zusters in Calcutta. In 1979 ontving zij voor haar werk de Nobelprijs voor de Vrede.
Zaligverklaring [bewerken]
De Indiase Monica Besra leed aan een kwaadaardige tumor in de buik. Zij nam een jaar na de dood van moeder Teresa deel aan de mis. Toen Monica de kerk binnen ging, zag zij een foto van moeder Teresa: uit haar ogen kwamen lichtstralen. Hierna voelde zij zich duizelig worden en werd ze door nonnen in bed gelegd. De nonnen legden een medaillon van Maria op haar gezwel. Zes uur later was ze genezen. Dit wonder werd erkend door paus Johannes Paulus II.[1] Hiertoe werden 113 getuigen gehoord en 35.000 pagina's aan documentatie verzameld. Er bestaat echter controverse over de waarheidsgetrouwheid van deze getuigen en documentatie[2][3][4]
In 2003, zes jaar en zes weken na haar overlijden, werd moeder Teresa zalig verklaard door paus Johannes Paulus II. Hij wilde haar ook meteen heilig verklaard zien, maar de kardinalen wezen dit af omdat dit nog nooit was gedaan in de geschiedenis van de Katholieke Kerk.[5] Bij de zaligverklaring op het Sint-Pietersplein in Vaticaanstad waren onder anderen de Franse premier Raffarin, Bernadette Chirac, koningin Fabiola van België en president Rugova van Kosovo aanwezig.
Kritiek [bewerken]
Zowel moeder Teresa als haar orde, de Missionarissen van Naastenliefde, worden bekritiseerd omdat ze een agressieve vorm van liefdadigheid zouden bedrijven.[bron?] Punten van kritiek zijn onder meer het niet afstaan van vondelingen aan pleeggezinnen, het cultiveren van het miserabilisme, en de achterhaalde standaarden van medische zorg op vlak van medicatie en opleiding.[bron?] Ook het volgen van de kerkelijke leer in verband met geboortebeperking en abortus is op kritiek onthaald. Onder andere de Belgische publicist Etienne Vermeersch heeft zich in deze geest uitgelaten.[6] Ook Christopher Hitchens schreef een boek vanuit dit kritische gezichtspunt: The Missionary Position: Mother Teresa in Theory and Practice (1995). Simon Leys, de Belgische sinoloog en literator, reageerde op deze kritiek en op de dubbele bodem in de titel met een briefwisseling in the New York Review of Books en een essay waarin hij Hitchens' gebrek aan kennis van de christelijke traditie hekelde. Leys' brieven en het essay zijn opgenomen in de bundel The Hall of Uselessness (2011).
In een artikel uit 2003 beweerde Hitchens dat moeder Teresa gestolen geld zou hebben aangenomen van de Haïtiaanse dictator Jean-Claude Duvalier (in ruil waarvoor ze zijn bewind zou hebben geprezen) en van Charles Keating, een Amerikaanse bankier, die in 1989 door het faillisement van de spaarbank Lincoln Savings and Loan duizenden Amerikanen van hun spaargeld beroofde.[7]
Onderscheidingen [bewerken]
- Damian Dutton Award
- 1962 - Ramon Magsaysay Award
- 1971 - Paus Johannes XXIII-vredesprijs
- 1973 - Templetonprijs
- 1978 - Balzanprijs
- 1979 - Nobelprijs voor de Vrede
- 1980 - Bharat Ratna
- 1992 - UNESCO-prijs voor Vredeseducatie
- 1996 - Ereburger van de Verenigde Staten
Motto [bewerken]
Een veel door Moeder Teresa gebruikt motto:
|
De vrucht van stilte is het gebed. |
Naamgeefster [bewerken]
Bij wijze van eerbetoon zijn met name in de Albanese wereld heel wat zaken naar Moeder Teresa genoemd, waaronder de luchthaven van en het Sheshi Nënë Tereza in Tirana, de Bulevardi Nënë Tereza in Pristina, de Rruga Nënë Tereza in Pejë (Kosovo) en de Rruga Nënë Tereza in het eveneens Kosovaarse Gjakovë. De kathedraal van het bisdom Sapë in het Noord-Albanese Vau i Dejës heet eveneens de Moeder Teresakathedraal. Een McDonnell Douglas MD-11 toestel (registratie PH-KCI) van de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij is vernoemd naar Moeder Teresa.
Externe links [bewerken]
| Zie ook: Portaal Albanië |
Bronnen
|
| Wikiquote heeft één of meer citaten gerelateerd aan Moeder Teresa. |
| Zie de categorie Mother Teresa van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
1901: Dunant, Passy · 1902: Ducommun, Gobat · 1903: Cremer · 1904: Institut de Droit International · 1905: Von Suttner · 1906: Roosevelt · 1907: Moneta, Renault · 1908: Arnoldson, Bajer · 1909: Beernaert, Balluet d'Estournelles de Constant · 1910: IPB · 1911: Asser, Fried · 1912: Root · 1913: La Fontaine · 1917: ICRC · 1919: Wilson · 1920: Bourgeois · 1921: Branting, Lange · 1922: Nansen · 1925: Chamberlain, Dawes · 1926: Briand, Stresemann · 1927: Buisson, Quidde · 1929: Kellogg · 1930: Söderblom · 1931: Addams, Butler · 1933: Angell · 1934: Henderson · 1935: Von Ossietzky · 1936: Lamas · 1937: Cecil · 1938: Office international Nansen pour les réfugiés · 1944: ICRC · 1945: Hull · 1946: Balch, Mott · 1947: Friends Service Council, American Friends Service Committee · 1949: Orr · 1950: Bunche · 1951: Jouhaux · 1952: Schweitzer · 1953: Marshall · 1954: Bureau van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen · 1957: Pearson · 1958: Pire · 1959: Noel-Baker · 1960: Luthuli · 1961: Hammarskjöld · 1962: Pauling · 1963: ICRC, IFRC · 1964: King · 1965: UNICEF · 1968: Cassin · 1969: Internationale Arbeidsorganisatie · 1970: Borlaug · 1971: Brandt · 1973: Kissinger, Lê Đức Thọ · 1974: MacBride, Satō · 1975: Sacharov · 1976: Williams, Corrigan · 1977: Amnesty International · 1978: Sadat, Begin · 1979: Moeder Teresa · 1980: Esquivel · 1981: Bureau van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen · 1982: Myrdal, Robles · 1983: Wałęsa · 1984: Tutu · 1985: IPPNW · 1986: Wiesel · 1987: Arias · 1988: VN-vredesmacht · 1989: Gyatso · 1990: Gorbatsjov · 1991: Suu Kyi · 1992: Menchú · 1993: Mandela, De Klerk · 1994: Arafat, Peres, Rabin · 1995: Rotblat, Pugwash Conferences on Science and World Affairs · 1996: Ximenes Belo, Ramos-Horta · 1997: ICBL, Williams · 1998: Hume, Trimble · 1999: AzG · 2000: Dae-jung · 2001: VN, Annan · 2002: Carter · 2003: Ebadi · 2004: Maathai · 2005: IAEA, El-Baradei · 2006: Grameen Bank, Yunus · 2007: Gore, IPCC · 2008: Ahtisaari · 2009: Obama · 2010: Liu · 2011: Johnson Sirleaf, Gbowee, Karman · 2012: Europese Unie