Rozenkrans

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een rozenkrans
Gebedswijze van de katholieke rozenkrans:
1. kruisteken, geloofsbelijdenis
2. Onzevader
3. drie weesgegroetjes
4. Eer aan de Vader
5. vijf groepen van tien ('tientjes') met elk een Onzevader, tien weesgegroetjes en een Eer aan de Vader

Een rozenkrans of paternoster is een gebedssnoer in gebruik in de Katholieke Kerk. Rozenkrans is ook de naam voor het 'rozenkransgebed'.

De rozenkrans bestaat uit 5 grote en 50 kleine kralen en wordt gebruikt voor het rozenkransgebed. Dit gebed bestaat uit het bidden van het Onzevader (15 maal) en het Weesgegroet (150 maal) door de rozenkrans driemaal te doorlopen. Vaak doorloopt men de rozenkrans slechts eenmaal en bidt men in totaal 5 Onzevaders en 50 weesgegroetjes. Dit heet dan een rozenhoedje maar wordt vaak gewoon 'rozenkrans' genoemd. Tijdens het bidden van de rozenkrans wordt het leven, het lijden en de verrijzenis van Jezus overwogen.

Geloofsgeheimen[bewerken]

Het bidden van een rozenkrans gaat gepaard met het gedenken van geloofsgeheimen (het woord 'geheim' dient men op te vatten in de betekenis van 'mysterie'). Er zijn er twintig van. Per vijf gegroepeerd staan deze bekend als de 'blijde', de 'droevige' en de 'glorievolle' geheimen. In 2002 heeft paus Johannes Paulus II, bij het begin van het Jaar van de Rozenkrans, daar de 'vijf geheimen van het Licht' aan toegevoegd. Bij elkaar geven de 'geheimen' een soort samenvatting van het evangelie. Hierdoor kan het bidden van de rozenkrans iemand duidelijker bewust maken van de bijbelboodschap. De geheimen zijn:

Blijde geheimen
Geheimen van het Licht
Droevige geheimen (Goede Vrijdag)
  • Jezus bidt in doodsangst tot zijn hemelse Vader
  • Jezus wordt gegeseld
  • Jezus wordt met doornen gekroond
  • Jezus draagt het kruis naar de berg van Calvarië
  • Jezus sterft aan het kruis
Glorievolle geheimen
Een rozenkrans met houten kralen

Naast het gedenken van de geheimen is er plaats voor gebedsintenties, zodat er ook een persoonlijk aspect aan dit gebed is verbonden. Steeds na het noemen van een geheim bij elk tientje worden er 1 Onze Vader en 10 weesgegroetjes gebeden (een zogenoemd tientje). Dit tientje wordt afgesloten met het Eer aan de Vader. Om de tel niet kwijt te raken, is het handig om de rozenkrans te bidden met behulp van de daartoe bestemde kralenketting. De kraaltjes zijn verdeeld in 5 groepjes van elk 10 kraaltjes, met daartussen 4 losse kralen. Op de 10 kraaltjes bidt men het Weesgegroet. Het Onzevader wordt op de 4 geïsoleerde kralen gebeden, tussen twee tientjes in. (Voor het eerste Onze Vader zit de kraal in het 'staartje'.) De rozenkransketting heeft vijf tientjes, zodat men driemaal rond moet om de volledige rozenkrans te bidden (sinds 2002 viermaal). Eén keer rond heet een rozenhoedje. Aan de ketting zit nog een 'staartje' met een kruis eraan: deze is voor de geloofsbelijdenis, een Onze Vader, drie Weesgegroeten en een Eer aan de Vader bedoeld (ook zit bij dit 'staartje' nog het Onze Vader van het eerste tientje). Men begint het rozenkransgebed bij het kruis van het 'staartje' met het maken van het kruisteken en het bidden van de geloofsbelijdenis.

Rozenhoedje[bewerken]

Vaak bidt men niet het volledige rozenkransgebed maar de verkorte versie. Deze verkorte versie noemt men het rozenhoedje, maar wordt vaak ook gewoon 'rozenkrans' genoemd. Voor dit rozenhoedje bidt men de rozenkrans niet driemaal rond (15 tientjes) maar slechts eenmaal (5 tientjes). Wanneer men één rozenhoedje, bestaande uit vijf zogenaamde tientjes, bidt, koppelt men de geheimen of mysteries aan een bepaalde dag van de week (bijvoorbeeld donderdag de Eucharistie-instelling, zaterdag het onbevlekt hart van Maria); zo overweegt men op maandag en zaterdag de blijde geheimen, op donderdag de geheimen van het Licht, op dinsdag en vrijdag de droevige en op woensdag en zondag de glorievolle geheimen.

Slag bij Lepanto, uitgebeeld op een 19de-eeuws tapijt (museum De Crypte, Gennep)

Oktober, rozenkransmaand[bewerken]

Aan christelijke zijde werd de overwinning bij de Slag bij Lepanto (7 oktober 1571) toegeschreven aan het bidden van de rozenkrans door zowel het niet-strijdende volk als de krijgsmacht. Na de slag stelde paus Pius V officieel op 7 oktober een feestdag in als gedachtenis van de overwinning op de Ottomanen. Hierdoor geldt sindsdien de maand oktober als rozenkransmaand in de Rooms-katholieke Kerk.

De rozenkrans in de heraldiek[bewerken]

wapen van een geprofeste religieus die geen priesterwijding heeft ontvangen

De geprofeste leken, mannen die de lagere wijdingen ontvingen maar geen priesters zijn, en vrouwelijke religieuzen mogen volgens de tradities en regels van de kerkelijke heraldiek een rozenkrans om hun wapen hangen. Deze rozenkrans is zwart maar voor de Orde van Malta is een uitzondering gemaakt; de leden van deze orde voeren een wit kralensnoer met een daaraan bevestigd kruis van Malta in hun wapens.

Geschiedenis[bewerken]

De oorsprong van het rozenkransgebed moet worden gezocht in de vervanging van het monastieke psalmgebed: Het bidden van 150 maal een Weesgegroet is in feite een vereenvoudiging voor het gewone kerkvolk dat de 150 psalmen niet uit het hoofd kon opzeggen, zoals de kloosterbroeders dat wel konden. Eerst werd er vooral 150 maal een Onze Vader gebeden. Later werd hieraan in het Westen de devotie tot Maria verbonden. De rozenkrans kreeg de vorm zoals we hem vandaag kennen in de 15e eeuw door de prediking van de dominicaan Alanus de Rupe (Alain de la Roche, ca. 1428 - 1475).[1][2]

De rozenkrans wordt vaak geassocieerd met de Heilige Dominicus, de stichter van de dominicanenorde, maar er zijn geen bewijzen dat hij er de grondlegger van zou zijn.

Paus Leo X gaf in 1520 goedkeuring aan het gebed en de Kerk heeft de rozenkrans sindsdien steeds aanbevolen.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Interactive online handleiding voor het bidden van de rozenkrans

Bronnen, noten en/of referenties
  1. F.M. William, Die Geschichte und Gebetsschule des Rozenkranz (1948)
  2. W. Kirfel, Der Rozenkranz, Ursprung und Ausbreitung (1949)