Klimaatverdrag

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Klimaatverdrag (of UNFCCC, United Nations Framework Convention on Climate Change) is een zogenaamd raamverdrag dat in 1992 onder verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties werd afgesloten en ondertekend tijdens de "Earth Summit" in Rio de Janeiro. Doel van het verdrag (ook: de "conventie") is om de emissies van broeikasgassen te reduceren en daarmee ongewenste gevolgen van klimaatverandering te voorkomen.[1]

Het klimaatverdrag trad in werking op 21 maart 1994. Sinds die tijd hebben bijna alle lidstaten van de Verenigde Naties het verdrag ondertekend en bekrachtigd (ratificatie). Op dit moment hebben 192 landen, waaronder Nederland, het klimaatverdrag geratificeerd.[2] Binnen het kader van het klimaatverdrag is in 1997 het Kyoto-protocol overeengekomen.

Doelstelling[bewerken]

Het Klimaatverdrag definieert een internationaal raamwerk waarbinnen regeringen gezamenlijk acties kunnen ondernemen om de uitdagingen van het veranderend klimaat op aarde te kunnen pareren. Het verdrag erkent de internationale verantwoordelijkheid voor het klimaat en tracht ongewenste beïnvloeding door menselijk handelen te voorkomen.

De concrete doelstelling van het verdrag is:

"het stabiliseren van de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer op een zodanig niveau, dat een gevaarlijke menselijke invloed op het klimaat wordt voorkomen".

Partijen bij het klimaatverdrag[bewerken]

De partijen bij het klimaatverdrag vormen twee groepen van landen:[3]

  • de geïndustrialiseerde landen als vermeld in Annex I bij het verdrag, ook wel "Annex I-landen" genoemd; de Annex I landen vallen, op het moment van opstelling van het verdrag, samen met de leden van de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.
  • de ontwikkelingslanden of niet-Annex I-landen: alle andere landen die het klimaatverdrag hebben geratificeerd.

Annex I-landen[bewerken]

De Annex I-landen zijn kwantitatieve verplichtingen aangegaan onder het Klimaatverdrag. Zij hebben afgesproken de groei van hun uitstoot van broeikasgassen te verminderen. In 2000 moest de uitstoot zijn teruggedrongen tot het niveau van 1990. Inmiddels hebben deze landen het zogenaamde Kyoto-protocol afgesproken, waarin zij verder gaande emissiereducties beloven te realiseren.

De Annex I-landen zijn bovendien de verplichting aangegaan hun emissies jaarlijks aan het secretariaat van de UNFCCC te rapporteren. Door deze rapportages kunnen de partijen bij het klimaatverdrag de voortgang van de afspraken uit het verdrag en de daarbij behorende protocollen (Kyoto-protocol) volgen.

Binnen de Annex I-landen heeft een aantal landen, de zogenaamde Annex II-landen, zich verplicht financiële ondersteuning te verlenen aan de ontwikkelingslanden.

Niet-Annex I-landen[bewerken]

De verplichtingen voor alle andere partijen bij de conventie (de "niet-Annex I-landen") zijn minder verregaand. Zij hoeven geen emissiereducties door te voeren.

Organisatie[bewerken]

Conference of Parties (COP)[bewerken]

Het belangrijkste besluitvormende orgaan binnen het verdrag is de "Conference of Parties" (COP), waarin alle partijen bij de conventie jaarlijks overleggen over de voortgang van het werk onder de conventie. De COP is verantwoordelijk voor het op stoom houden van de internationale activiteiten om de ongewenste gevolgen van klimaatverandering te voorkomen.

Een belangrijke taak van de COP is om de rapportages van de partijen over de voortgang van de implementatie van de gemaakte afspraken tegen het licht te houden. Het gaat daarbij om de zogenaamde "National Communications"[4][5] en de jaarlijkse rapportages over de nationale broeikasgasemissies.

Subsidiary Bodies[bewerken]

Binnen de conventie zijn twee "subsidiary bodies" ingesteld die de COP adviseren over

  • de implementatie van de afspraken binnen conventie (Subsidiary Body for Implementation: SBI);
  • technische en wetenschappelijke aspecten (Subsidiary Body for Scientific and Technological Advice: SBSTA).

SBI en SBSTA komen tweemaal per jaar bij elkaar, waarvan één keer tegelijkertijd met de COP.

Secretariaat[bewerken]

Het secretariaat van het klimaatverdrag is gevestigd in Bonn. Het secretariaat biedt organisatorische ondersteuning aan alle processen binnen het klimaatverdrag en zorgt voor beschikbaarheid van alle informatie rondom de conventie.

De jaarlijkse Conferences of Parties[bewerken]

Inmiddels zijn er 17 Conferences of Parties gehouden:

Jaar COP Locatie Resultaat
1995 COP-1 Berlijn, Duitsland Voorbereidingen voor een verdere uitwerking
1996 COP-2 Genève, Zwitserland Acceptatie van de wetenschappelijke basis op grond van het tweede rapport van IPCC
1997 COP-3 Kyoto, Japan Kyoto-protocol
1998 COP-4 Buenos Aires, Argentinië De partijen kwamen een tweejarig actieprogramma overeen om de Kyoto-overeenkomst verder uit te werken
1999 COP-5 Bonn, Duitsland Weinig concreet resultaat
2000 COP-6 Den Haag, Nederland Een zeer ingewikkeld onderhandelingsproces, onder leiding van Jan Pronk, minister VROM, leidde niet tot resultaat tijdens de COP in Den Haag. Een half jaar later werd de vergadering voortgezet in Bonn (COP-6 bis), waarbij wél concrete afspraken werden gemaakt over een verdere technische invulling van het Kyoto-protocol.
2001 COP-7 Marrakesh, Marokko Hier werd het actieplan uit COP-4 (Buenos Aires) voltooid en werden de zogenaamde "Marakech accords" aangenomen.
2002 COP-8 New Delhi, India
2003 COP-9 Milaan, Italië
2004 COP-10 Buenos Aires, Argentinië
2005 COP-11 en COP/MOP-1 Montreal, Canada Inmiddels was het Kyoto-protocol in werking getreden. Daarom vond tegelijkertijd met COP-11 de eerste vergadering van de partijen bij het Kyoto-protocol, COP/MOP-1 plaats, de "Conference of Parties, serving as the Meeting of the Parties to the Kyoto-protocol, het hoogste gezagsorgaan binnen het Kyoto-protocol
2006 COP-12 en COP/MOP-2 Nairobi, Kenia
2007 COP-13 en COP/MOP-3 Bali, Indonesië
2008 COP-14 en COP/MOP-4 Poznan, Polen
2009 COP-15 en COP/MOP-5 Kopenhagen, Denemarken
2010 COP-16 en COP/MOP-6 Cancún, Mexico Geen wettelijke bepalingen, wel bescheiden afspraken
2011 COP-17 en COP/MOP-7 Durban, Zuid-Afrika
2012 COP-18 en COP/MOP-8 Doha, Qatar
2013 COP-19 en COP/MOP-9 Warschau, Polen

Emissierapportages[bewerken]

Rapportage[bewerken]

De Annex I-landen moeten jaarlijks hun emissies van broeikasgassen, via het secretariaat, rapporteren aan de Conference of Parties. Deze emissierapportages moeten aan exact omschreven randvoorwaarden voldoen:

  • Zij moeten binnen iets meer dan 15 maanden na afloop van het jaar waarover wordt gerapporteerd worden ingeleverd: 15 april van het jaar (N+2) voor de gegevens over jaar N.
  • De rapportage bestaat uit twee delen:
    • Een reeks tabellen in een voorgeschreven opmaak, het zogenaamde Common Reporting Format of CRF
    • Een National Inventory Report of NIR, waarin de schattingsmethoden en de gebruikte gegevens worden toegelicht
  • De rapportage moet worden gemaakt met behulp van de betreffende richtlijnen van IPCC

Beoordeling[bewerken]

Nadat landen hun rapportages hebben ingeleverd, vindt er een beoordeling daarvan plaats door een groep van onafhankelijke experts.

Bronnen, noten en/of referenties

De tekst op deze pagina is grotendeels gebaseerd op informatie van de officiële website van het klimaatverdrag: http://unfccc.int