Klimaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portaal AardwetenschappenEarth equator northern hemisphere.png

Het klimaat is de gemiddelde weerstoestand over een periode van minimaal 30 jaar. De toestand van de atmosfeer op een bepaald moment is het weer. Het klimaat is een onderdeel van de meteorologie waarbij dezelfde elementen een rol spelen als in het weer, maar dan voor een langere periode. Aangezien het weer sterk kan variëren, is het gemiddelde weer niet noodzakelijk een weerbeeld dat veel voorkomt in een betreffende regio. Daarom wordt er naast de rekenkundige gemiddelden van de weerselementen ook rekening gehouden met frequentieverdelingen, extreme waarden, modale waarden en standaardafwijkingen.

Klimaat op aarde[bewerken]

Bij lage zonnestand wordt de zonnewarmte over een veel groter oppervlak verdeeld dan bij hoge zonnestand.

Het klimaat op aarde wordt grotendeels bepaald door de zon. Deze warmt het aardoppervlak op, dat op zijn beurt de atmosfeer opwarmt. Astronomische factoren hierbij zijn de verschillen in de hoogte van de zon, de duur van de dag en de afstand van de aarde tot de zon. Door het verschil in hoogte van de zon valt het zonlicht rond de polen op een groter gebied dan rond de evenaar. Daarom is de insolatie, de hoeveelheid licht die op een stukje aardoppervlak invalt, en daarmee de opwarming van het aardoppervlak rond de evenaar veel hoger. Geografische factoren zijn de land-zee-ijs-verdeling, het reliëf van het aardoppervlak en de hoogte boven zeeniveau. Land warmt sneller op dan water, maar koelt ook sneller af. De luchttemperatuur zal dus sterker variëren boven land dan boven zee. Bij uitgestrekte bossen is de temperatuur lager en de luchtvochtigheid hoger. Hoge gebergtes hebben ook invloed op het klimaat van de omgeving; aan de loefzijde valt meer neerslag, aan de lijzijde minder.

De warmteverschillen resulteren in een verschil van luchtdruk, wat gepaard gaat met wind. De resulterende algemene circulatie, het geheel van atmosferische stromingen tussen lagere en hogere breedten en tussen de oceanen en continenten, verzorgt met de voornamelijk door wind veroorzaakte zeestromen de herverdeling van warmte over het aardoppervlak. In het klassieke model is er sprake van drie circulatiecellen: Hadleycellen, Ferrelcellen en polaire cellen. Deze cellen verschuiven met de seizoenen. Dit model is echter een te grote versimpeling gebleken. De aanwezigheid van water in de atmosfeer en het verdampen, condenseren en sublimeren daarvan is van groot belang voor de waterkringloop en het warmtetransport binnen de atmosfeer.

Luchtcirculatie aan aardoppervlak[bewerken]

Luchtcirculatie aan het aardoppervlak

Doordat in de gebieden op de evenaar de intensiteit van het zonlicht het grootst is, omdat de zon hier loodrecht bovenstaat, warmen deze gebieden het meeste op. Hierdoor ontstaat er een opgaande luchtstroom, die tegen het plafond van de troposfeer, de tropopauze, botst en vervolgens richting de polen stroomt. Bij de 30e breedtegraad daalt de lucht weer om vervolgens over het aardoppervlak terug te stromen naar de evenaar. Ook lucht afkomstig van de 60e breedtegraad daalt hier en stroomt langs het aardoppervlak terug naar de 60e breedtegraad om daar op te stijgen. Door de dalende luchtstromen op de 30e breedtegraad liggen hier de woestijnen, omdat dalende lucht opwarmt en daardoor geen regen geeft. Ook van het poolgebied stroomt lucht over het aardoppervlak naar de 60e breedtegraad om daar op te stijgen en vervolgens weer terug te stromen naar de polen. Bij de 60e breedtegraad ontstaan vaak depressies, doordat de koude lucht van de pool de warme lucht van de 30e breedtegraad ontmoet. Daarom bevinden de meeste depressies zich ten noorden van Nederland.

Classificatie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Klimaatclassificatie van Köppen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Er zijn meerdere moderne klimaatclassificaties mogelijk, die op zich niet veel van elkaar verschillen. Het meest wordt de classificatie gebruikt die is ontworpen door Wladimir Köppen en is verfijnd door vooral Rudolf Geiger, waardoor de naam van deze classificatie ook wel de klimaatclassificatie van Köppen-Geiger wordt genoemd. Uit deze classificatie zijn later andere classificatie ontstaan. Een andere classificatie die onder klimatologen en geografen wordt gebruikt is die van de fysische geograaf Arthur Strahler.

Al deze classificaties gaan uit van meerdere hoofdzones. Oorspronkelijk en traditioneel gezien zijn dat er vier:

  • Ten eerste is er de "tropische zone", die geacht wordt zich te bevinden tussen de evenaar en de keerkringen, die op de beide halfronden op ongeveer de 23,5e breedtegraad liggen.
  • Achter deze keerkringen beginnen de "subtropische zones". Vreemd genoeg is er geen officiële lijn die aangeeft, tot op welke breedte deze zones doorlopen. Afgaande op de heden ten dage meest gangbare omschrijving van dit klimaattype ligt de grens echter rond de 40e breedtegraad.
  • Aangezien na de subtropische zones de "gematigde klimaatzones" volgen, moeten deze geacht worden, rond de 40e breedtegraad te beginnen.
  • De grens tussen deze en de daarop volgende zones, te weten de "polaire", is wel weer door een officiële lijn gemarkeerd; de poolcirkel, die op 66,5 graden breedte ligt. De polen zelf bevinden zich op de 90e breedtegraad.

Klimaatverandering[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Klimaatverandering voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Klimaatverandering is de verandering van het gemiddelde weertype of klimaat over een bepaalde periode. De verandering manifesteert zich het duidelijkst in een stijging of daling van de gemiddelde temperatuur en van de gemiddelde hoeveelheid neerslag op Aarde. De recente veranderingen in het klimaat zijn te vinden in het artikel opwarming van de Aarde.

Microklimaat[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie microklimaat voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Van een microklimaat is sprake als de omstandigheden op een zeer kleine schaal anders zijn dan je op basis van het klimaat zou verwachten.

Binnenklimaat[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Binnenklimaat voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het binnenklimaat is de atmosferische omstandigheden (temperatuur, windsnelheid en luchtvochtigheid) in leefomgevingen zoals broeikassen en gebouwen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]