Berg (landvorm)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Berg (aardrijkskunde))
Ga naar: navigatie, zoeken
Berg in Alaska

Een berg is een landvorm die bestaat uit een beperkt gebied dat duidelijk hoger is dan de omgeving. De flanken van een berg bestaan uit meer of minder steile hellingen en het reliëf op en rondom de berg is groot. Een berg is in het algemeen hoger en steiler dan een heuvel, maar er bestaat geen vaste definitie voor het onderscheid tussen de twee. Soms wordt de definitie aangehouden dat een berg zich meer dan 200 à 300 meter boven zijn omgeving verheft; een kleinere verheffing wordt dan een heuvel genoemd.

In de aardrijkskunde en geologie onderscheidt men bergen naar hoogte, ligging of de wijze waarop ze zijn ontstaan. Wanneer vele bergen bij elkaar liggen, spreekt men van een gebergte. Gebergtes kunnen bestaan uit bergketens, aaneengesloten rijen van bergen; of bergmassieven, groepen aan elkaar vast zittende bergen.

Tussen bergen in liggen lagere gebieden. Meestal zijn dat dalen of vlakten. In een gebergte zijn bergen verbonden door bergkammen of graten. Het laagste punt op de graat tussen twee bergen wordt een zadel of bergpas genoemd. Het hoogste punt van een berg wordt de top genoemd. Een berg kan ook meerdere toppen hebben, die verbonden zijn door graten of kleine zadels.

Fysische kenmerken[bewerken]

Dominantie en prominentie van de berg met letter B. De dominantie van een berg is de horizontale afstand (hemelsbreed) van de top tot het dichtstbijzijnde minstens even hoge punt, in dit geval de helling van berg A. De prominentie is het hoogteverschil tussen de berg en het hoogste zadel dat naar een hoger punt leidt, in dit geval berg C.

Hoogte[bewerken]

De hoogte van een berg kan op verschillende manieren gemeten worden. De absolute hoogte van een berg is de hoogte ten opzichte van het zeeniveau. Omdat het zeeniveau niet overal gelijk is kunnen voor een berg verschillende absolute hoogtes worden aangegeven, afhankelijk van welk zeeniveau wordt uitgegaan. Bovendien kan de hoogte van bergtoppen die met ijs bedekt zijn, variëren naar gelang er ijs afsmelt of bijkomt.

De relatieve hoogte ten opzichte van de omliggende topografie wordt de prominentie genoemd. De prominentie is het hoogteverschil tussen de top en het hoogste zadel dat naar een hogere berg leidt. Er is echter geen precieze definitie van wat een zelfstandige berg is, wat een bergtop, en wat een sub- of zijtop is. Een top kan zo dicht bij een hogere top liggen, dat van een zelfstandige berg nauwelijks sprake is. In de Alpen spreekt men van een zelfstandige bergtop als de dominantie meer dan 30 m is, en van een zelfstandige berg als de prominentie minstens 100 tot 300 m bedraagt. In de Himalaya, die hoger is dan de Alpen, heeft men het pas bij een prominentie van 500 m over een zelfstandige berg.

De hoogste berg op Aarde is Mount Everest, gelegen in het grootste gebergte, de Himalaya. Als niet wordt gerekend vanaf zeeniveau, maar vanaf de omringende vlakke bodem, kan de op Hawaï gelegen vulkaan Mauna Kea aanspraak doen gelden op deze titel, want dan is deze veel hoger dan Mount Everest.

De hoogste bekende berg in ons zonnestelsel is Olympus Mons, gelegen op de planeet Mars, die ongeveer 20 km hoog is.

Indeling naar hoogte[bewerken]

De hoogte van een hogergelegen gebied bepaalt of het gebied een heuvel of berg wordt genoemd. Bergen kunnen naar hoogte worden ingedeeld in:

Ontstaan van bergen[bewerken]

Een berg is meestal het product van omhoogwerkende krachten veroorzaakt door tektoniek en vulkanisme. Een hogergelegen gebied in het landschap is altijd een dynamische situatie, waarbij de omhoogwerkende krachten tegen de erosie op werken. Erosie vindt plaats op gebieden met een grote helling, en zal als er geen omhoogwerkende krachten zijn, uiteindelijk tot gevolg hebben dat er geen reliëf meer overblijft.

Ontstaan van gebergtes[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie voor een uitgebreide beschrijving van het ontstaan van gebergten het artikel gebergtevorming.

Tektoniek omvat alle vervormingen in de lithosfeer, de laag in de Aarde die bestaat uit tektonische platen. De platen bewegen zich langs en over elkaar volgens een proces dat platentektoniek wordt genoemd. Als twee platen naar elkaar toe bewegen, treedt compressie op in de lithosfeer, wat gebergtevorming (ook wel orogenese genoemd) tot gevolg kan hebben.

De hoogste bergen op Aarde komen voor in lange bergketens in gebergten. Een gebergte ontstaat slechts als een direct gevolg van platentektoniek, op de grens van twee platen.

De Álfagjávallei, een ogenschijnlijk kleine slenk in het landschap op IJsland, vormt de grens tussen twee tektonische platen. Hier bewegen de Europese plaat en de Noord-Amerikaanse plaat uit elkaar.

Ontstaan van kleinere verhogingen door tektoniek[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie voor meer informatie over deformatie en bewegingen van stukken lithosfeer het artikel tektoniek.

Door platentektoniek, isostatische opheffing of intrusie van magma in de lithosfeer kunnen delen van platen gaan bewegen. Dit kunnen zowel horizontale als verticale bewegingen zijn. Men noemt zo'n bewegend stuk van een plaat een tektonische eenheid. Een omhoog bewegend stuk van een plaat wordt een geologisch massief genoemd.

Als een deel van een tektonische plaat omhoog beweegt zal dit tot extensie leiden: de hogere delen zullen door de zwaartekracht langs afschuivingen van elkaar af bewegen. Een gevolg is een landschap van horsten en slenken. Zo'n landschap wordt door kloven doorkruist op plekken waar breuken tussen twee blokken liggen. De opgeheven hogere delen vormen blokbergen of horsten. De tussenliggende laaggelegen blokken worden slenken genoemd. Deze laatsten kunnen klein zijn of de vorm hebben van reusachtige riftvalleien. Dit soort landschap is te zien in de Boven-Rijnse Laagvlakte, tussen de Vogezen en het Zwarte Woud. Hier vormt de Rijnvallei de slenk (de zogenaamde Boven-Rijnslenk) en de Vogezen en het Zwarte Woud twee horsten aan weerszijden (dit worden de riftschouders genoemd).

In een extreem geval van extensie zal zich uit een slenk een rift vormen, zoals de Grote Slenk in Oost-Afrika. Door het uit elkaar bewegen van de twee horsten treedt korstverdunning op, waardoor magma uit de asthenosfeer omhoog kan bewegen. Als dit proces zich doorzet, zal het magma uiteindelijk aan het oppervlak komen, zodat (via vulkanisme) oceanische korst gevormd wordt. Door de hitte die hierbij vrijkomt, worden de beide horsten verder opgeheven.

Een ander voorbeeld is Noorwegen, waar door extensie opheffing heeft plaatsgevonden. Het resultaat is het huidige bergachtige Noorse landschap. De rift is hier intussen uitgegroeid tot de Atlantische Oceaan, de andere riftschouder bevindt zich pas op de Oostkust van Groenland (dit is eveneens een hooggelegen gebied).

Ontstaan door vulkanisme[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Voor meer informatie over het ontstaan van vulkanen leze u de artikelen vulkaan en vulkanisme.

Sommige bergen zijn het product van vulkanische activiteit. Men spreekt in dat geval van een vulkaan. Daaronder vallen ook een aantal ogenschijnlijk kleine eilandjes, die evenwel een grote hoogte hebben bereikt vanaf de zeebodem (zogenaamde guyots).

Zie ook[bewerken]


Zoek dit woord op in WikiWoordenboek