Dal (aardrijkskunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Alpbachtal, een dal in Tirol (Oostenrijk)
Een beekdal van de Gulp in Slenaken (Nederland)

Een dal is een langgerekte laagte, inzinking of verdieping in het landschap, vaak tussen hoogvlakten, heuvels of bergen. Een dal wordt soms ook wel een vallei genoemd, bijvoorbeeld in het geval van de Gelderse Vallei.

De meeste dalen zijn ontstaan door de uitspoeling van een beek of een rivier, maar ook gletsjers en bewegingen in de aardkorst kunnen een bijdrage leveren in het ontstaan van een dal. Op basis van de ontstaansgeschiedenis worden U-dalen en V-dalen onderscheiden. U-dalen zijn uitgesleten door gletsjers en V-dalen door beken. In gebieden met bergen, zoals in bijvoorbeeld Oostenrijk, Zwitserland en Noorwegen, zijn de dalen duidelijk te onderscheiden. Daar worden de hellingen aan weerszijden van het dal gevormd door de bergen. "Dal" geeft hier het verschil met de omliggende bergen aan.

Vanwege de toegankelijkheid liggen in bergachtige streken alle steden en de meeste dorpen in het dal. Bovendien is een dal vaak een vruchtbare plek, aangezien water het laagste punt zoekt. Het ligt ook beschut tegen wind en koude. Over het algemeen is de temperatuur in het dal hoger dan in de bergen om het dal.

In gebieden met weinig reliëf, zoals in Nederland, is het hoogteverschil minder duidelijk te zien. Topografische benamingen in Nederland met een verwijzing naar een dal zijn bijvoorbeeld Diependal, Roerdalen, Haasdal, Berg en Dal en Nijverdal. Dal heeft dan de betekenis van de laagste plaats in de omgeving, waar dus het water stroomt. Een voorbeeld daarvan is het IJsseldal.

Een vallei duidt op een vergaand geërodeerde omgeving, met aan weerszijden flauwe hellingen. Valleien kunnen vruchtbaar, maar ook dor zijn.

Een kloof (ook wel ravijn of canyon genoemd) is een door erosie diep uitgesleten rivierdal met steile (rots)wanden. Door de steile rotswanden is de bodem van een kloof meestal zeer ontoegankelijk.