Fysische geografie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Fysische geografie of natuurkundige aardrijkskunde is die richting van de geografie die zich bezighoudt met de bestudering van de fysische of natuurkundige processen die het landschap vormen en hebben gevormd. Het is een onderdeel van de aardwetenschappen.

Kenmerken[bewerken]

Fysische geografie bestudeert voornamelijk het natuurlijk milieu terwijl de sociale geografie vooral het bewoonde deel van het aardoppervlak bestudeert. Fysische geografie is een interdisciplinaire studie op het grensvlak van de hydrologie, bodemkunde, geomorfologie, kustmorfologie, sedimentologie, geologie, paleogeografie, ecologie, biologie en klimatologie. Terwijl de klassieke geomorfologie de vormen in het landschap beschrijft en hun ontstaansgeschiedenis documenteert, bestudeert de fysische geografie de processen in het landschap en ontwikkelt numerieke computer modellen om die processen te simuleren en voorspellingen te kunnen doen over het effect van menselijk ingrijpen in het landschap of de gevolgen van klimaatverandering op het landschap en ons leefmilieu. De fysische geografie maakt veelvuldig gebruik van methoden en technieken zoals geostatistiek, geografische informatiesystemen (GIS) en aardobservatie (remote sensing) en verricht experimenteel werk in het laboratorium of in het veld.

Opleidingen[bewerken]

In Nederland kan men aan vier universiteiten Fysische Geografie studeren:

Ook in België kan men op drie universiteiten Fysische Geografie als vak krijgen in de richting geografie:

Bekende fysische geografen[bewerken]

De Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans promoveerde in 1955 tot doctor in de fysische geografie aan de Universiteit van Amsterdam en was ongeveer twintig jaar lector hierin aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Andere bekende fysisch-geografen zijn: J.I.S. Zonneveld (ex-hoogleraar aan de Universiteit Utrecht), A.J. Wiggers (ex-hoogleraar aan de VU), J.H.J. Terwindt (ex-hoogleraar aan de UU), H.J.A. Berendsen (ex-docent aan de UU), W. Roeleveld (ex-hoogleraar aan de VU), J.P.Bakker (voormalig hoogleraar Gemeente Universiteit Amsterdam, grondlegger van de opleiding fysische geografie aan de tegenwoordige UvA), Irénée Heyse (professor-doctor aan de Universiteit van Gent) en Salomon Kroonenberg, klimaatcriticus en hoogleraar toegepaste geologie aan de TU Delft.

Huidige Nederlandstalige hoogleraren in de fysische geografie zijn Jean Poesen (K.U.Leuven), Gerard Govers (K.U.Leuven), Anton Van Rompaey (K.U.Leuven), Etienne Paulissen (K.U.Leuven), Gert Verstraeten (K.U.Leuven), Nicole van Lipzig (K.U.Leuven), Bas van Wesemael (UCL), Morgan De Dapper (UGent), Jan Nyssen (UGent), Matthieu Kervyn (VUB), Marc Van Molle (VUB), Philippe Huybrechts (VUB), Steven de Jong (UU), Marc Bierkens (UU), Hans Middelkoop (UU), Willem Bouten (UvA), Henry Hooghiemstra (UvA), Jan Sevink (UvA), Karsten Kalbitz (UvA), Jef Vandenberghe (VU) en Hans Renssen (VU) en Dick Kroon(VU).