Middeleeuws klimaatoptimum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Middeleeuws klimaatoptimum (Medieval Warm Period)

Het Middeleeuws klimaatoptimum, ook wel bekend als 'de Middeleeuwse warme periode', is een periode ten tijde van hoge middeleeuwen met een significant hogere temperatuur dan de voorafgaande en navolgende perioden. De Middeleeuwse warme periode duurde grofweg van 950 tot 1250. Het warme klimaat kwam vooral voor op het noordelijk halfrond, op andere plaatsen op de wereld (zoals Antarctica) kon men deze tijdelijke opwarming niet terugvinden in de ijskernen.

Het is tijdens deze periode dat onder andere de wijnbouw in de Nederlanden zijn grootste bloei kende. Na de dertiende eeuw koelde het klimaat af, wat vanaf de zestiende eeuw tot de kleine ijstijd zou leiden. Deze warme periode wordt soms aangehaald als mogelijke aanwijzing dat de mens niet per se verantwoordelijk is voor de huidige opwarming van de Aarde.

Initieel onderzoek[bewerken]

Over het algemeen plaatst men het Middeleeuwse klimaatoptimum in de periode van ongeveer 950 tot 1250, ongeveer gelijktijdig met de Europese Hoge Middeleeuwen. In 1965 publiceerde Hubert Lamb, een van de eerste paleoklimatologen, onderzoek op basis van botanische gegevens, historische documenten en meteorologische gegevens gecombineerd met bewaard gebleven data over de temperatuur en regenval in Engeland rond 1200 en rond 1600. Hij stelde dat "zich op vele onderzoeksgebieden bewijs heeft opgehoopt dat wijst op een merkbaar warmer klimaat in vele delen van de wereld gedurende enige eeuwen zo rond 1000-1200. Deze periode werd gevolgd door een daling van de temperatuurniveaus tot de periode tussen 1500 en 1700, de koudste fase sinds de laatste ijstijd.[1][2]

Deze warme periode werd bekend als de MWP en de koude periode werd de Little Ice Age (LIA) genoemd. Nochtans werd deze categorisering door andere onderzoekers ter discussie gesteld; het eerste IPCC rapport (IPCC First Assessment Report) uit 1990 sprak over de "Middeleeuwse Warme Periode rond 1000 n.Chr. (die mogelijk niet mondiaal was) en de Kleine IJstijd, die pas eindigde in het midden of laatste deel van de negentiende eeuw."[3] Het derde rapport (IPCC Third Assessment Report) uit 2001 vatte de stand van zaken van het onderzoek op dat moment als volgt samen" ... de huidige bewijs ondersteunt geen mondiale synchrone periodes van afwijkende koude of warmte in dit tijdsbestek, en de conventionele termen 'Kleine IJstijd' en 'Middeleeuwse warme periode' lijken van beperkt nut te zijn bij het beschrijven van trends in de hemisferische of mondiale gemiddelde temperatuurveranderingen in de afgelopen eeuwen". Mondiale temperatuurregistraties, die uit ijskernen, boomringen, en sedimenten in meren zijn verkregen, hebben aangetoond dat de Aarde in de 'Middeleeuwse warme periode', globaal genomen iets koeler (0,03 graden Celsius) was dan in het begin en midden van de 20e eeuw.

Paleoklimatologen, die regiospecifieke klimaatreconstructies van de afgelopen eeuwen ontwikkelen, duiden hun koudste intervallen traditioneel als "LIA" en hun warmste intervallen als "MWP" aan. Andere klimaatwetenschappers volgen deze conventie en als zij een belangrijke klimaatsgebeurtenis identificeren plaatsen zij deze in de "LIA" of "MWP" tijdsindeling, waardoor zij de door hen gevonden klimaatsgebeurtenissen met de periode associëren. Sommige "MWP" gebeurtenissen zijn dus eerder natte of koude gebeurtenissen dan strikte warmte gebeurtenissen. Dit speelt met name in het centrum van Antarctica, een gebied waarvan men heeft opgemerkt dat de klimaatpatronen soms tegengesteld zijn aan die in het Noord-Atlantische gebied.

Voetnoten[bewerken]

  1. Oorspronkelijk citaat uit Lamb: 1965: "Evidence has been accumulating in many fields of investigation pointing to a notably warm climate in many parts of the world, that lasted a few centuries around A.D. 1000–1200, and was followed by a decline of temperature levels till between 1500 and 1700 the coldest phase since the last ice age occurred."
  2. Hubert Lamb, The early medieval warm epoch and its sequel, 1965, Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology, vol. 1, blz. 13
  3. IPCC First Assessment Report Working Group 1 rapport, Executive Summary blz. 199