Hogedrukgebied

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Narve fredag kl12.png

Een hogedrukgebied, anticycloon of maximum is een gebied waarin de luchtdruk op zeeniveau hoog is ten opzichte van de omgeving. Dit in tegenstelling tot een lagedrukgebied, waarin juist relatief lage barometerstanden worden gemeten. Het symbool voor een hogedrukgebied is de letter H. Ze worden op weerkaarten gebruikt om aan te geven waar een hogedrukgebied zich bevindt en worden altijd in de kern van een hogedrukgebied weergegeven waar de luchtdruk het hoogst is.

Een vuistregel voor meteorologen is dat stijgende luchtdruk een weersverbetering aankondigt, terwijl dalende druk tot een weersverslechtering leidt. In de praktijk zal dat echter niet altijd het geval zijn. Dit heeft te maken met de dalende lucht in het hogedrukgebied.

De wind om een hogedrukgebied draait op het noordelijk halfrond over het aardoppervlak met de wijzers van de klok mee, op het zuidelijk halfrond tegen de wijzers van de klok in, de anticyclonale circulatie. Dit wordt veroorzaakt door de draaiing van de aarde.

Hogedrukgebieden bewegen veel langzamer over het aardoppervlak dan lagedrukgebieden. Soms staan ze langdurig stil. Als een hogedrukgebied stilstaat boven bijvoorbeeld Noorwegen, voert het in de winter langdurig koude winden uit het oosten over Nederland, terwijl het in de zomer dan over lange periode heet zal zijn.

Een uitloper van het hogedrukgebied wordt een rug van hoge druk genoemd, een snel passerend hogedrukgebied een trekrug of tussenhoog. Het bekendst is het Azorenhoog bij de Azoren dat ontstaat door de uitwisseling van warmte tussen de tropen en de poolgebieden

Soorten[bewerken]

Hogedrukgebieden kunnen worden ingedeeld naar ontstaanswijze:

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) afkomstig van de website van het KNMI.