Nobelprijs voor de Scheikunde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jacobus Henricus van 't Hoff (1852 – 1911) ontving als eerste de Nobelprijs voor de Scheikunde, "voor zijn ontdekking van de wetten van chemische evenwichten en osmotische waarde in oplossingen."

De Nobelprijs voor de Scheikunde wordt jaarlijks toegekend door een commissie van de Kungliga Vetenskapsakademien (Koninklijke Zweedse Academie voor Wetenschappen).

Lijst met winnaars van de Nobelprijs voor de Scheikunde.

Jaar Naam Toelichting
1901 Jacobus van 't Hoff "Voor zijn ontdekking van de wetten van chemische evenwichten en osmotische waarde in oplossingen."
1902 Hermann Emil Fischer "Voor zijn werk op het gebied van de synthese van suiker en purine."
1903 Svante Arrhenius "Voor zijn elektrolytische dissociatietheorie."
1904 Sir William Ramsay "Voor zijn ontdekking van de edelgassen in lucht."
1905 Adolf von Baeyer "Voor zijn werk op het gebied van organische verven en aromatische samenstellingen."
1906 Henri Moissan "Voor zijn onderzoek naar en isolatie van het element fluor en voor zijn introductie van de naar hem genoemde elektrische oven."
1907 Eduard Buchner "Voor zijn verdiensten in de gisttechnologie."
1908 Sir Ernest Rutherford "Voor zijn onderzoek naar het uiteenvallen van elementen en de chemie van radioactieve stoffen."
1909 Wilhelm Ostwald "Voor zijn verdiensten in de katalyse en voor zijn onderzoek naar chemische evenwichten en reactiesnelheden."
1910 Otto Wallach "Voor zijn verdiensten op het gebied van alicyclische verbindingen."
1911 Marie Curie "Voor haar ontdekking van radium en polonium en voor haar studie naar de aard en samenstelling van deze opmerkelijke elementen."
1912 Victor Grignard "Voor zijn ontdekking van het Grignard-reagens en de bijbehorende Grignard-reactie."
Paul Sabatier "Voor zijn methode voor het hydrogeneren van organische verbindingen."
1913 Alfred Werner "Voor zijn verdiensten op het gebied van de verbinding tussen atomen in moleculen."
1914 Theodore William Richards "Voor zijn bepaling van het atoommassa van een groot aantal elementen."
1915 Richard Willstätter "Voor zijn onderzoek naar plantpigmenten."
1916 Geen Nobelprijs toegekend
1917 Geen Nobelprijs toegekend
1918 Fritz Haber "Voor zijn synthese van ammoniak."
1919 Geen Nobelprijs toegekend
1920 Walther Hermann Nernst "Voor zijn verdiensten op het gebied van de thermochemie."
1921 Frederick Soddy "Voor zijn verdiensten op het gebied van de chemie van radioactieve stoffen en zijn onderzoek naar isotopen."
1922 Francis William Aston "Voor zijn ontdekking van isotopen in een groot aantal niet-radioactieve elementen en voor zijn wet van de gehele getallen."
1923 Fritz Pregl "Voor zijn uitvinding van de microanalyse voor organische verbindingen."
1924 Geen Nobelprijs toegekend
1925 Richard Zsigmondy "Voor zijn demonstratie van de heterogene aard van colloïdale oplossingen en zijn gebruikte methoden."
1926 Theodor Svedberg "Voor zijn verdiensten op het gebied van disperse systemen."
1927 Heinrich Otto Wieland "Voor zijn onderzoek naar galzuur en gerelateerde substanties."
1928 Adolf Windaus "Voor zijn onderzoek naar sterolen en hun verbinding met vitamines."
1929 Arthur Harden
Hans von Euler-Chelpin
"Voor hun onderzoek naar de fermentatie van suiker en fermentatie-enzymen."
1930 Hans Fischer "Voor zijn onderzoek naar heemverbindingen en chlorofyl."
1931 Carl Bosch
Friedrich Bergius
"Voor hun bijdrage aan de chemische methoden die bij hoge druk verlopen."
1932 Irving Langmuir "Voor zijn verdiensten op het gebied van de oppervlaktechemie."
1933 Geen Nobelprijs toegekend
1934 Harold Clayton Urey "Voor zijn ontdekking van deuterium."
1935 Frédéric Joliot
Irène Joliot-Curie
"Voor hun synthese van nieuwe radioactieve elementen."
1936 Peter Debye "Voor zijn verdiensten op het gebied van de moleculaire structuur door onderzoek naar dipoolmomenten en de diffractie van röntgenstralen en elektronen in gassen."
1937 Walter Norman Haworth "Voor zijn verdiensten op het gebied van de koolhydraten en vitamine C."
Paul Karrer "Voor zijn verdiensten op het gebied van de carotenoïden, flavines, vitamine A en vitamine B2."
1938 Richard Kuhn "Voor zijn verdiensten op het gebied van de carotenoïden en de vitamines."
1939 Adolf Butenandt
Lavoslav Ružička
"Voor zijn verdiensten op het gebied van de geslachtshormonen." (Adolf Butenandt)
"Voor zijn werk aan polymethylenen en hoge terpenen." (Lavoslav Ružička)
1940 Geen Nobelprijs toegekend
1941 Geen Nobelprijs toegekend
1942 Geen Nobelprijs toegekend
1943 George de Hevesy "Voor zijn verdiensten op het gebied van het gebruik van isotopen om chemische processen te bestuderen."
1944 Otto Hahn "Voor zijn ontdekking van kernsplijting van zware atoomkernen."
1945 Artturi Ilmari Virtanen "Voor zijn onderzoek en ontdekkingen op het gebied van agricultuur en levensmiddelenchemie."
1946 James Batcheller Sumner "Voor zijn ontdekking dat enzymen kunnen kristalliseren."
John Howard Northrop
Wendell Meredith Stanley
"Voor hun bereiding van enzymen en viruseiwitten in een zuivere vorm."
1947 Sir Robert Robinson "Voor zijn onderzoek naar producten van planten, in het bijzonder de alkaloïden."
1948 Arne Tiselius "Voor zijn onderzoek op het gebied van de elektroforese en de adsorptie analyse."
1949 William Francis Giauque "Voor zijn bijdragen op het gebied van de chemische thermodynamica."
1950 Otto Diels
Kurt Alder
"Voor hun ontdekking en ontwikkeling van de dieensynthese (de Diels-Alder-reactie)."
1951 Edwin McMillan
Glenn Seaborg
"Voor hun ontdekkingen in de chemie van de transuraan elementen."
1952 Archer John Porter Martin
Richard Laurence Millington Synge
"Voor hun uitvinding van partitiechromatografie."
1953 Hermann Staudinger "Voor zijn ontdekkingen op het gebied van de macromoleculaire chemie."
1954 Linus Pauling "Voor zijn onderzoek naar de aard van de chemische binding."
1955 Vincent du Vigneaud "Voor zijn verrichtingen op het gebied van de zwavelverbindingen, in het bijzonder de eerste synthese van een polypeptidehormoon."
1956 Sir Cyril Norman Hinshelwood
Nikolay Nikolaevich Semenov
"Voor hun onderzoek naar het mechanisme van chemische reacties."
1957 Sir Alexander Todd "Voor zijn verrichtingen op het gebied van nucleotiden en hun co-enzymen."
1958 Frederick Sanger "Voor zijn verrichtingen op het gebied van de structuur van eiwitten, in het bijzonder insuline."
1959 Jaroslav Heyrovský "Voor zijn ontdekking en ontwikkeling van de polarografische analysemethoden."
1960 Willard Frank Libby "Voor zijn methode om koolstof-14 te gebruiken voor ouderdomsbepaling."
1961 Melvin Calvin "Voor zijn onderzoek naar de assimilatie van koolstofdioxide in planten."
1962 Max Ferdinand Perutz
John Cowdery Kendrew
"Voor hun studie naar de structuur van myoglobine."
1963 Karl Ziegler
Giulio Natta
"Voor hun ontdekkingen op het gebied van de hoge polymeren (de Ziegler-Natta-katalysatoren)."
1964 Dorothy Crowfoot Hodgkin "Voor haar bepaling van de structuur van belangrijk biochemische stoffen met behulp van röntgentechnieken."
1965 Robert Burns Woodward "Voor zijn verdiensten op het gebied van de organische synthese."
1966 Robert Sanderson Mulliken "Voor zijn verdiensten op het gebied van de chemische binding en de elektronische structuur van moleculen."
1967 Manfred Eigen
Ronald George Wreyford Norrish
George Porter
"Voor hun studies naar zeer snelle reacties."
1968 Lars Onsager "Voor de ontdekking van de naar hem genoemde reciproce relatie."
1969 Derek Harold Richard Barton
Odd Hassel
"Voor hun bijdragen aan de ontwikkeling van het begrip conformatie."
1970 Luis Federico Leloir "Voor zijn ontdekking van suikernucleotiden en hun rol in de biosynthese van koolhydraten."
1971 Gerhard Herzberg "Voor zijn bijdragen aan de elektronenstructuur en de geometrie van moleculen, in het bijzonder vrije radicalen."
1972 Christian Boehmer Anfinsen "Voor zijn verdiensten op het gebied van de ribonuclease."
Stanford Moore
William Howard Stein
"Voor hun bijdragen aan het begrip van de link tussen de chemische structuur en de katalytische activiteit van ribonuclease."
1973 Ernst Otto Fischer
Geoffrey Wilkinson
"Voor hun verdiensten op het gebied van de chemie van de organometaalverbindingen."
1974 Paul Flory "Voor zijn fundamentele verrichtingen, zowel theoretisch als experimenteel, op het gebied van de fysische chemie van macromoleculen."
1975 John Warcup Cornforth "Voor zijn verrichtingen op het gebied ven de stereochemie van enzymgekatalyseerde reacties."
Vladimir Prelog "Voor zijn onderzoek naar de stereochemie van organische moleculen en reacties."
1976 William Lipscomb "Voor zijn studie naar de structuur van boranen."
1977 Ilya Prigogine "Voor zijn bijdrage aan de niet-evenwichtthermodynamica."
1978 Peter Mitchell "Voor zijn formulering van de chemiosmotische theorie."
1979 Herbert Brown
Georg Wittig
"Voor hun ontwikkeling van boor- en fosforbevattende reagentia in de organische synthese (de Wittig-reactie)."
1980 Paul Berg "Voor zijn fundamentele studie naar de biochemie van nucleïnezuren, in het bijzonder recombinant DNA."
Walter Gilbert
Frederick Sanger
"Voor hun bijdragen aan de bepaling van de basenvolgorde in nucleïnezuren."
1981 Kenichi Fukui
Roald Hoffmann
"Voor hun theorieën op het gebied van het verloop van chemische reacties."
1982 Aaron Klug "Voor zijn ontwikkeling van kristallografische elektronenmicroscopie."
1983 Henry Taube "Voor zijn verrichtingen op het gebied van mechanismes van elekronenoverdrachtsreacties."
1984 Robert Bruce Merrifield "Voor zijn ontwikkeling van de methodologie voor chemische syntheses op een vaste matrix."
1985 Herbert Hauptman
Jerome Karle
"Voor hun ontwikkeling van directe methoden voor de bepaling van kristalstructuren."
1986 Dudley Herschbach
Yuan Lee
John Polanyi
"Voor hun bijdragen op het gebied van de dynamica van elementaire chemische processen."
1987 Donald Cram
Jean-Marie Lehn
Charles Pedersen
"Voor hun ontwikkeling en gebruik van moleculen met structuurspecifieke interacties met hoge selectiviteit."
1988 Johann Deisenhofer
Robert Huber
Hartmut Michel
"Voor hun bepaling van de driedimensionale structuur van een fotosynthetisch reactiecentrum."
1989 Sidney Altman
Thomas Cech
"Voor hun ontdekking van katalytische eigenschappen van RNA."
1990 Elias James Corey "Voor zijn ontwikkeling van de theorie en methodologie van organische syntheses, met name de retrosynthetische analyse."
1991 Richard Ernst "Voor zijn bijdragen aan de ontwikkeling van hoger resolutie NMR-spectroscopie."
1992 Rudolph Marcus "Voor zijn bijdragen aan de theorie van elektronenoverdrachtsreacties in chemische systemen."
1993 Kary Mullis
Michael Smith
"Voor hun bijdragen aan de ontwikkeling van methoden binnen de DNA-chemie."
1994 George Olah "Voor zijn bijdragen aan de chemie der carbokationen."
1995 Paul Crutzen
Mario Molina
Frank Sherwood Rowland
"Voor hun verrichtingen op het gebied van de atmosfeerchemie, in het bijzonder het ozongat."
1996 Robert Curl
Sir Harold Kroto
Richard Smalley
"Voor hun ontdekking van fullerenen."
1997 Paul Boyer
John E. Walker
"Voor hun verklaring van het enzymatische mechanisme bij de synthese van ATP."
Jens Skou "Voor zijn ontdekking van het iontransportenzym Na+K+-ATPase."
1998 Walter Kohn "Voor zijn ontwikkeling van de dichtheidsfunctionaaltheorie (DFT)."
John Pople "Voor zijn ontwikkeling van computationele methoden in de kwantumchemie."
1999 Ahmed Zewail "Voor zijn studie naar de overgangstoestanden van chemische reacties met behulp van femtoseconde spectroscopie."
2000 Alan Heeger
Alan MacDiarmid
Hideki Shirakawa
"Voor hun ontdekking en ontwikkeling van geleidende polymeren."
2001 William Knowles
Ryoji Noyori
"Voor hun verrichtingen op het gebied van chiraal gekatalyseerde hydrogeneringsreacties."
Barry Sharpless "Voor zijn verrichtingen op het gebied van chiraal gekatalyseerde oxidatiereacties."
2002 Kurt Wüthrich
John Fenn
Koichi Tanaka
"Voor hun ontwikkeling van methoden voor identificatie en structuuranalyse van biologische macromoleculen."
2003 Peter Agre
Roderick MacKinnon
"Voor hun ontdekkingen op het gebied van kanalen in celmembranen."
2004 Aaron Ciechanover
Avram Hershko
Irwin Rose
"Voor hun ontdekking van de rol van ubiquitine bij de eiwit degradatie."
2005 Robert H. Grubbs
Richard R. Schrock
Yves Chauvin
"Voor de ontwikkeling van de metathesemethode in de organische syntheses (alkeenmetathese)."
2006 Roger Kornberg "Voor de studie van de moleculaire basis van eukaryotische transcriptie."
2007 Gerhard Ertl "Voor zijn studies naar chemische processen op vaste oppervlakken."
2008 Osamu Shimomura
Martin Chalfie
Roger Tsien
"Voor hun ontdekking en ontwikkeling van het groen fluorescent proteïne (GFP)."
2009 Thomas Steitz
Ada Yonath
Venkatraman Ramakrishnan
"Voor studies naar de structuur en de functies van het ribosoom."
2010 Richard F. Heck
Ei'ichi Negishi
Akira Suzuki
"Voor de ontwikkeling van door palladium gekatalyseerde koppelingsreacties in de organische synthese."
2011 Daniel Shechtman "Voor de ontdekking van quasikristallen."
2012 Brian Kobilka
Robert Lefkowitz
"Voor de studie naar G-proteïnegekoppelde receptor."
2013 Martin Karplus
Michael Levitt
Arieh Warshel
"Voor de ontwikkeling van multischaalmodellen voor complexe chemische systemen."
2014 Eric Betzig
Stefan Hell
William Moerner
"Voor de ontwikkeling van superresolutie fluorescentiemicroscopie."

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]