Paul Lincke

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Herinneringstableau in Oranienstraße 64, Berlijn
Graf van Lincke, begraafplaats van Hahnenklee

Carl Emil Paul Lincke (Berlijn, 7 november 1866 - Hahnenklee bij Goslar (Nedersaksen), 3 september 1946) was een Duits componist en theaterkapelmeester. Hij wordt gezien als de 'Vader' van de Berlijnse Operette. Veel bekende melodieën, waarvan men denkt dat het oude volksliedjes zijn, zijn in werkelijkheid composities van Lincke, maar worden niet direct met hem geassocieerd, bijvoorbeeld "Das macht die Berliner luft, luft, luft" uit Frau Luna, in Nederland bekend als "Een reisje langs de Rijn" van Willy en Willeke Alberti .

Levensloop[bewerken]

Pauls vroege herkenbare muzikaliteit uitte zich in zijn hang naar militaire muziek. Daarom stuurde zijn moeder hem na afloop van de Realschule voor studie naar Wittenberge. Hier werd hij bij de Wittenberger Stadtmusikkapelle door Rudolf Kleinow tot fagottist opgeleid. Daarnaast leerde hij ook tenorhoorn, slagwerk, piano en viool spelen.

Paul Lincke woonde hoofdzakelijk in Berlijn en werd op 19-jarige leeftijd al theaterkapelmeester en muziekuitgever. Vanaf 1893 was hij kapelmeester van het Apollo-Theater in Berlijn. Als componist en dirigent begeleidde hij orkesten door Duitsland en in de Europese hoofdsteden alsook de Verenigde Staten.

In 1943 was Lincke gastdirigent in Mariënbad om daar zijn compositie "Frau Luna" op te voeren, waarvan de officiële première in 1899 in Berlijn was. Tijdens zijn afwezigheid werden zijn huis en uitgeverij in de Berlijnse Oranienstraße platgebombardeerd. Na de Tweede Wereldoorlog wilde Lincke naar Berlijn terugkeren, hetgeen hem door de tweedeling van de stad niet meer lukte.

Met behulp van de Amerikaanse generaal Pierce trok hij vervolgens, met zijn huishoudster die al 35 jaar voor hem zorgde, naar Arzberg (Opper-Franken). Het klimaat daar deed de reeds aangeslagen en verzwakte Lincke geen goed en daarom zorgden vrienden in Lautenthal (Oberharz) ervoor dat hij naar Hahnenklee kon verhuizen. Hier stierf hij twee maanden voor zijn tachtigste verjaardag. Na een rouwdienst in de Stabkirche Hahnenklee werd hij bijgezet op de begraafplaats van Hahnenklee. Zijn graf wordt tot op de dag van vandaag goed onderhouden.

Ereburgerschap[bewerken]

Op 7 november 1941 werd hem ter gelegenheid van zijn 75-ste verjaardag het ereburgerschap van zijn geboortestad verleend. Zijn betekenis voor Berlijn is te vergelijken met die van Johann Strauss voor Wenen en Jacques Offenbach voor Parijs.

Paul-Lincke-Ring[bewerken]

In 1955 heeft de gemeente Hahnenklee-Bockswiese (na gemeentelijke herindeling in 1972 Stad Goslar) de Paul-Lincke-Ring in het leven geroepen. De prijs wordt elke twee jaar uitgereikt aan artiesten met buitengewone verdiensten voor de Duitstalige amusementsmuziek. Enkele winnaars zijn: Udo Jürgens (1981), René Kollo (1991), Peter Maffay (1995) en Freddy Quinn (1997).

Werken (selectie)[bewerken]

Werken voor orkest[bewerken]

  • 1900 Loreley-Walzer uit de operette "Fräulein Loreley", voor orkest
  • 1901 Man schwebt dahin, wals
  • 1901 Mein Juwel, wals
  • 1901 Tipp-Topp!, polka
  • 1903 Die Meistersinger von Berlin, groot zangselectie voor gemengd koor en orkest
  • Am Bosporus, intermezzo
  • Der Weg zum Herzen, Gavotte
  • Folies Bergère, mars voor orkest
  • Geburtstagsständchen, intermezzo voor orkest
  • Heimlich, still und leise, intermezzo voor orkest
  • Isolabella Romanze
  • Nautilus, intermezzo voor orkest
  • Siamesiche Wachtparade, intermezzo voor orkest
  • Sie kommen, karakterstuk

Werken voor harmonieorkest[bewerken]

  • Bis früh um fünfe, kleine Maus, mars
  • Das ist der Zauber von Berlin, mars
  • Das ist die Berliner Luft, mars uit de burleske Berliner Luft (1904)
  • Es war einmal, lied uit operette Im Reiche des Indra
  • Glühwürmchen, idyll uit de operette: Lysistrata
  • Gri-Gri, uit de operette Grigri
  • Märkische Heide, märkischer Sand, marslied
  • Ob du mich liebst, lied uit de operette Nakiris Hochzeit

Muziektheater[bewerken]

Operettes[bewerken]

Voltooid in titel aktes première libretto
1897 Venus auf Erden 1 akte 6 juni 1897, Berlijn, Apollo-Theater Alfred Schmasov
1899 Frau Luna 1 akte;
later ook een versie met 2 aktes
31 december 1899, Berlijn, Apollo Theater Heinrich Bolten-Baeckers
1899 Im Reiche des Indra 1 akte 18 december 1899, Berlijn, Apollo Theater Alfred Schmasov en Leopold Ely
1900 Fräulein Loreley 1 akte 15 oktober 1900, Berlijn, Apollo Theater Heinrich Bolten-Baeckers
1902 Lysistrata 1 akte 1 april 1902, Berlijn, Apollo Theater Heinrich Bolten-Baeckers en Max Neumann
1902 Nakiris Hochzeit,
of Der Stern von Siam
2 aktes 6 november 1902, Berlijn, Apollo Theater Heinrich Bolten-Baeckers
1903 Am Hochzeitsabend 1 akte 1903, Keulen Heinrich Bolten-Baeckers
1905 Prinzessin Rosine 2 aktes 18 november 1905, Berlijn, Apollo Theater Heinrich Bolten-Baeckers
1911 Grigri 3 aktes 25 maart 1911, Keulen, Metropol Theater Heinrich Bolten-Baeckers naar Jules Chancel
1913 Casanova;
2e versie: Der König der Liebe
3 aktes 5 november 1913, Chemnitz, Stadttheater;
2e versie: 1931, Dresden
Willi Steinberg en Jacques Glück
1940 Ein Liebestraum 3 aktes 1940, Hamburg, Theater an der Reeperbahn Alexander Oskar Erler en Max Neumann

Balletten[bewerken]

Voltooid in titel aktes première libretto choreografie
1896 Unter den Linden 3 aktes 1896, Berlijn Benno Jacobson
1911 Champagner-Visionen 1 akte 1911, Darmstadt Helene Thiele-Leonhardt

Revue[bewerken]

  • 1908 Donnerwetter, tadellos! ook bekend onder de titel: Berlin so siehste aus, voorspeel en negen taferelen - libretto: Julius Freund - première: 15 september 1908, Berlijn, Metropol-Theater
  • 1909 Halloh! Die große Revue!, zeven taferelen, - libretto: Julius Freund - première: 18 september 1909, Berlijn, Metropol-Theater
  • 1924 Einst und Jetzt, - première: 1924, Berlijn

Wals- en dansliederen[bewerken]

  • Schenk' mir doch ein kleines bißchen Liebe
  • Schlösser, die im Monde liegen (uit: Frau Luna)

Overig[bewerken]

  • Verkehrte Welt (1895)
  • Eine lustige Spreewaldfahrt (1897)
  • Im Riesengebirge (1902)
  • Außer Rand und Band (1905)
  • Hochparterre links (1906)
  • Eine lustige Doppelehe (1906)
  • Fräulein Kadett (1914)

Bibliografie[bewerken]

  • Francisco Alia Miranda: La musica en la radio : radio Ciudad Real EAJ 65 y sus discos de pizarra, Cuenca: Ediciones de la Universidad de Castilla-La Mancha, 2000, 378 p., ISBN 978-84-84-27046-1
  • Ruth Renée Reif: Orchestermitglieder seit 1924, in: Die Stuttgarter Philharmoniker, ein historisches Porträt, Herausgegeben von der Gessellschaft der Freunde der Stuttgarter Philharmonica, Tübingen: Silberburg-Verlag, 1999. ISBN 3-87407-319-X
  • Luís Iglésias de Souza: El teatro lírico español : volumen IV : libretistas y compositores, Coruna: Editorial Deportacion Provincial, 1996, 742 p.
  • Ken Bloom: American song - The complete musical theater companion: 1877-1995. Volume 2: T-Z and indexes, Second edition, New York: Schirmer Books, 1996, 2093 p. ISBN 978-0-028-70484-5
  • Gaspare nello Vetro: Teatro Reinach 1871-1944 : gli spettacoli musicali opere concerti operette, Parma: Comune di Parma - Archivo storico Teatro Regio, 1995, 653 p.
  • Wolfgang Suppan, Armin Suppan: Das Neue Lexikon des Blasmusikwesens, 4. Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Schulz GmbH, 1994, ISBN 3-923058-07-1
  • Paul E. Bierley, William H. Rehrig: The heritage encyclopedia of band music : composers and their music, Westerville, Ohio: Integrity Press, 1991, ISBN 0-918048-08-7
  • Dieter Zimmerschied: Operette : Phänomen und Entwicklung, Wiesbaden: Breitkopf & Härtel, 1988. 156 p., ISBN 3-765-10183-4

Externe links[bewerken]