Clausthal-Zellerfeld

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Clausthal-Zellerfeld
Stad in Duitsland Vlag van Duitsland
Wapen van Clausthal-Zellerfeld
Clausthal-Zellerfeld
Clausthal-Zellerfeld
Situering
Deelstaat Nedersaksen
Landkreis Goslar
Samtgemeinde Oberharz
Coördinaten 51° 48' NB, 10° 20' OL
Algemeen
Oppervlakte 33,96 km²
Inwoners (31-12-2012[1]) 12.772 (376 inw/km²)
Hoogte 560 m
Burgemeester Wolfgang Mönkemeyer (CDU)
Overig
Postcode 38678
Netnummer 05323
Kenteken GS (alternatief: BRL en CLZ)
Stad 3 Ortsteile
Gemeentenummer 03 1 53 004
Website www.clausthal-
zellerfeld.de
Locatie van Stad Clausthal-Zellerfeld in Goslar
Clausthal-Zellerfeld in GS.svg
Portaal  Portaalicoon   Duitsland

Clausthal-Zellerfeld is een gemeente in de Duitse deelstaat Nedersaksen en maakt deel uit van het Landkreis Goslar. De stad is een Bergstadt, een officieel in onbruik geraakte titel voor acht mijnstadjes in de Oberharz. De stad is gelegen op 535 tot 600 meter boven zeeniveau en is de hoofdplaats van de Samtgemeinde Oberharz. Sinds 1924 zijn de steden Clausthal en Zellerfeld samengevoegd. De Technische Universiteit Clausthal, die zich in mijnbouw gespecialiseerd heeft en bekend is om haar mineralenverzameling, is gevestigd in Clausthal-Zellerfeld. De stad telt 12.772 inwoners[2].

Geografie[bewerken]

Clausthal-Zellerfeld ligt op de Oberharzer Hoogvlakte. De omgeving is in vergelijking tot het merendeel van de Harz niet berg-, maar heuvelachtig. Hierdoor is het gebied rijker aan bos- en landbouwgrond. Rondom de stad bevinden zich talrijke meertjes en beekjes van de Oberharzer Wasserregal.

De stad zelf bestaat uit de beide delen Clausthal (zuiden) en Zellerfeld (noorden), welke oorspronkelijk door het riviertje de Zellbach werden gescheiden. Tot 1926 waren Clausthal en Zellerfeld zelfstandige steden, iets wat nog steeds in de stadscultuur te vinden is. Zo zijn er nog steeds twee voetbal- en schutterijverenigingen. Tot 2007 waren er zelfs twee verschillende brandweerkorpsen. Sinds 1972 behoort ook het stadsdeel Buntenbock tot de stad.

Geschiedenis[bewerken]

In de 8e eeuw zou Bonifatius, die ook de Lage Landen evangeliseerde, in het huidige Zellerfeld een kapel (of Zelle) gesticht hebben. Door de stichting van het klooster Cella in de 12e eeuw, werd de Oberharz voor het eerst bewoond. De monniken bedreven reeds enige mijnbouw. Het klooster werd in 1431 door de paus gesloten. De mijnbouw kwam hiermee ook stil te liggen.

De tweede bewoning van deze omgeving volgde in de 16e eeuw toen de hertogen van Braunschweig, namelijk Hendrik de Jongere, interesse in de mijnbouw kregen. Het Braunschweiger deel van de Oberharz ontving in 1532 de eerste bergvrijheden, waarmee gepoogd werd bewoners naar de regio te trekken met aantrekkelijke vrijheden als bierbrouwen, stoken, mijnbouw en bosbouw. In 1529 kreeg Zellerfeld stadsrechten en bekeerde zich in 1539 tot de reformatie. Clausthal kreeg in 1570 de eerste kerk. De Oberharz bloeide op dankzij de mijnbouw. Saksische bewoners vanuit het Ertsgebergte bevolkten de regio en namen hun dialect mee.

Bij de Slag bij Lutter am Barenberge trokken delen van het leger van Johann t’Serclaes von Tilly door de Oberharz om te plunderen en brand te stichten. Terwijl Clausthal zich zonder verzet over gaf, ging Zellerfeld onder de stadsvoorman Thomas Merten op 19 maart 1626 de strijd aan met de overmacht. Merten viel, zoals de meeste strijders, in de slachting.

In 1885 had Clausthal 8.871 en Zellerfeld 4.407 inwoners, die grotendeels in de mijnen en aanverwante zaken werkzaam waren. Hoewel sinds 1930 in het stadsgebied geen mijnbouw meer bedreven wordt, is er middels en mijnmuseum (Oberharzer Bergwerkmuseum) nog steeds een band met het verleden. Daarnaast is de Technische Universiteit van Clausthal gespecialiseerd in mijnbouw. Hier werden de Fahrkunst (door Georg Wilhelm Dörell) en de staalkabel (door Wilhelm August Julius Albert) uitgevonden.

Tijdens het de dagen van het Derde Rijk ontstond in de direct omgeving, aan de weg naar Altenau, een munitiefabriek. In de springstoffabriek werd hoofdzakelijk TNT geproduceerd als vulstof voor bommen, mijnen en granaten. Een gedenkplaats herinnert aan de slachtoffers onder de dwangarbeiders van een bombardement van de fabriek.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties