Faust (Goethe)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Faust
Faust in zijn studeerkamerGeschilderd door Georg Friedrich Kersting
Faust in zijn studeerkamer
Geschilderd door Georg Friedrich Kersting
Oorspronkelijke titel Urfaust
Faust. Ein Fragment
Faust. Eine Tragödie
Faust. Der Tragödie zweiter Teil
Auteur(s) Johann Wolfgang von Goethe
Vertaler Ard Posthuma (voor het Nederlands)
Land Duitsland
Oorspronkelijke taal Duits
Genre Roman (literatuur) gedeeltelijk in briefvorm
Fictie
Magnum opus
Oorspronkelijk uitgegeven 1790, 1808, 1832, 1887
Voorloper o.m. The tragical history of Dr. Faustus (1588-1592) (Christopher Marlowe)
(Als bewerking van eenzelfde legende)
Portaal  Portaalicoon   Literatuur


Faust is de titel van misschien wel het bekendste werk van de Duitse literaire schrijver Johann Wolfgang von Goethe, geïnspireerd op de zestiende-eeuwse medicus Johann Faust en de van deze persoon afgeleide (en vooral door Goethes werk tot ontwikkeling gekomen) Faustlegende. Goethes Faustvertelling is weliswaar het bekendste op de Faustlegende gebaseerde literaire werk, maar er bestonden eerdere literaire bewerkingen van dezelfde stof. Van 1588 tot 1592 schreef Christopher Marlowe bijvoorbeeld The tragical history of Dr. Faustus.

Faust en Goethe maakten een vrijwel parallelle ontwikkeling door, waarmee niet gezegd is dat het boek autobiografisch is, als wel dat het een goede representant is van Goethes intellectuele ontwikkeling. Tussen zijn twintigste levensjaar en zijn dood werkte Goethe met tussenpozen aan zijn magnum opus Faust, dat hij op de valreep, vlak voor zijn dood, afmaakte.

De vroegste versie van zijn werk, de Urfaust (in het Nederlands ook de Oer-Faust genoemd), kwam tot stand tussen 1772 en 1775 en werd pas in 1887 voor het eerst gepubliceerd.

De verschillende uitgaven en edities betreffen de volgende:

  • Oer-Faust (Urfaust), eerste editie, geschreven tussen 1772 und 1775, postuum verschenen in 1887
  • Faust. Fragment, voltooid in 1788, verschenen in 1790
  • Faust. Een tragedie. (soms met de toevoeging deel I of in het kort Faust I) verschenen in 1808
  • Faust. De Tragedie deel twee (of Faust II), verschenen in 1832


Thema[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Faust is, als personage en als boek, of door beide, een begrip geworden als de persoon die een weddenschap met de Duivel sloot. Het boek ontleent zijn apotheose aan de christelijke traditie. Faust wil beschikken over een superieure kennis, die eigenlijk aan geen mens toebedeeld zou mogen worden, althans naar de mening van God. Faust sluit een pact met de duivel en geniet enige jaren (van zijn) bovenmenselijke krachten. Faust heeft in de wonderschone Helena van Troje de mooiste vrouw ter wereld gevonden, tot de Duivel op een moment beslag komt leggen op Fausts ziel, overeenkomstig hun eerder gesloten pact.

De betwistbare maar gelijktijdig ergens onmiskenbare essentie van het verhaal is dat eenieder die superieur (in kennis) aan de Schepper probeert te zijn, dit met zijn ziel moet bekopen.

Goethes leven en de invloed hiervan op zijn Faust[bewerken]

Er zijn geen aanwijzingen die het aannemelijk maken dat Goethe volgens de christelijke overtuiging leefde. Goethe stond in zijn jeugd eerder onder invloed der Klassieken, dan onder christelijke invloed. Goethe kon zich echter, op jonge leeftijd al, moeilijk vinden in de Klassieke en christelijke overtuigingen en hield er al vrij snel voor die tijd onconventionele denkwijzen op na. Goethe werd lid van de schrijversbeweging Sturm und Drang, die zich in woord en daad poogde te verzetten tegen klassieke opvattingen en die de overtuiging van de vrijgevochten geest en het individu aanhing. Deze groep was verre van christelijk te noemen, en laat zich het best typeren als een groep schrijvers die voorliepen op de Romantici en nog onder invloed van de Verlichting stonden.

Omstreeks 1770 schreef Goethe een vertelling in briefvorm: Die Leiden des jungen Werthers (Het lijden van de jonge Werther). Deze roman vestigde Goethes naam als vooraanstaand schrijver binnen de Sturm-und-Drangbeweging.

Gretchen, een hoofdpersoon in het eerste deel van Faust, is gebaseerd op een dienstmeid met wie Goethe als advocaat in Frankfurt am Main in aanraking kwam. Zij was ter dood veroordeeld voor de moord op haar baby. Goethe koesterde een diepe sympathie voor deze vrouw.

Met de ter dood veroordeelde dienstmeid, deed hij zijn eerste inspiratie op voor het eerste deel van Faust. Enigszins opmerkelijk is dat met het schrijven van het tweede deel van Faust, het klassieke en het romantische worden gecombineerd, vertaald naar een huwelijk tussen Faust en eerdergenoemde Helena van Troje. Het klassieke aspect is in veel andere werken van Goethe terug te vinden, wat hem, in tegenstelling tot de schrijversgroep waartoe hij behoorde, moeilijk typeerbaar maakt. Faust zou meer dan een hervertelling van de Faustlegende worden. Goethes Faust verkocht zijn ziel niet zomaar aan de Duivel, in ruil voor superieure gaven, hij sloot een weddenschap met Mephistopheles en deze laatste delft hierin het onderspit. In tegenstelling tot de legende Faust, die God ongehoorzaam is, heeft Goethes Faust een God, die een volledig vertrouwen in diens goedheid heeft en het Mephisto toestaat Faust te verleiden tot een overeenkomst. God wil hiermee Mephistopheles herinneren aan de les, dat het goede het altijd van het kwade zal winnen, getuige zijn onvoorwaardelijke vertrouwen in Faust.

Goethe verheerlijkte, in tegenstelling tot veel van zijn romantische tijdgenoten, de Franse Revolutie niet, waarmee eens te meer wordt aangetoond, dat Goethe een veelzijdig schrijver was, die zich niet in één hoek liet dringen door de opvattingen van één van de stromingen aan wier invloed hij onderhevig was. Het is misschien juist wel Goethes klassieke inslag, die inherent was aan zijn vroege jeugd, en de hiermee samenhangende voorliefde voor politieke en sociale structuur, die voorkwam dat hij de revolutie in Frankrijk toejuichte. Eén jaar na het uitbreken van de Franse Revolutie, verschenen de eerste delen van 'Faust Deel I', terwijl hij zijdelings aan Faust verder werkte, verschenen van zijn hand enkele toneelstukken en romans, aan die hij niet in de laatste plaats zijn huidige vooraanstaande plek in de literaire wereld ontleent. Het was in deze tijd, dat Goethe een vriendschap aanging met Friedrich von Schiller en deze uitnodigde om met hem te verblijven in Weimar. Met Schiller, een poëet en toneelschrijver, werkte hij tot aan diens dood in 1805 innig samen. De relatie van de twee stond niet de ontwikkeling, maar wel het vorderen van het verhaal van Faust in de weg. Niet eerder dan na Schillers dood, pakte Goethe de draad weer op, om in 1808 de definitieve versie van Faust Deel I uit te brengen. Goethe realiseerde zich dat het duidelijk overbrengen van de boodschap die hij met Faust had, er behoefte was aan een vervolg: 'Faust Deel II', een werk waaraan hij echter pas in 1825 (zeventien jaar na het voltooien van het eerste deel) zou beginnen. In 1831, Goethe was inmiddels begin tachtig, voltooide hij ook het tweede deel van Faust, iets dat hem een zestal jaren gekost had.

Er is iets paradoxaals aan Faust: de beide delen 'Faust Deel I' en 'Faust Deel II' zijn moeilijk los van elkaar te zien en gelijktijdig lijken zij onverenigbaar. De lezer zal voor zichzelf moeten bepalen, of het inderdaad maar zo lijkt te zijn, of dat het daadwerkelijk zo blijkt te zijn. Dit is de speelruimte die Goethe, al dan niet bewust, tussen de twee delen heeft ingebouwd.

Faust: het verhaal (deel I)[bewerken]

Het boek Faust begint in de Hemel, de Duivel is op bezoek bij God om zich te onderhouden over Gods creatie: de Adam, of: mens. De Duivel vindt, zoals bekend, deze creatie verachtelijk; hij zet vraagtekens bij zowel de mens zelf, als bij Gods bewegingen om deze te creëren. God is overtuigd van de goedheid van de mens en zijn vermogen om op het rechte pad te blijven, de Duivel trekt dit op zijn zachtst gezegd in twijfel en is ervan overtuigd de mens, in de vorm van Faust, van het rechte pad te kunnen afleiden. God tolereert Mephistopheles' brutaliteit, daar hij zich bewust is van diens rol in het op het rechte pad houden van de mens, maar gelijk overtuigd is van de potentie van diezelfde mens, om op het rechte pad te blijven. Deze verregaande mate van toekenning van zelfbeschikking aan de mens, staat al haaks op de traditioneel christelijke opvatting, dat God almachtig is, waarmee al rigoureus wordt afgeweken van andere Faustvertellingen.

Faust, de inzet van de overeenkomst tussen God en Mephistopheles, is een vooraanstaand professor, die zich bewust is van de grenzen van de menselijke kennis. Gebruikmakend van magie, wendt Faust de 'Aardgeest' aan en probeert zich hiermee te vereenzelvigen, in de overtuiging dat hij meer is dan gewoon een sterfelijk mens. De aardgeest weigert Faust, waarop deze zelfmoord wil plegen, hetgeen hem wordt belemmerd door het aanhoren van belgerinkel op de ochtend van het paasfeest. Samen met zijn onderzoeksassistent Wagner, gaat hij naar buiten, alwaar hij wordt toegejuicht door een schare mensen, die hem en zijn vader prijzen voor hun aandacht voor hun gezondheidsbeslommeringen. Hoewel gered en toegejuicht, is Faust nog steeds gedeprimeerd over de beperkingen van de menselijke kennis. Faust is in dubio over zijn drang naar de hoogste kennis en het toch onderhevig zijn aan alledaagse lusten. Terwijl Faust en zijn assistent Wagner naar huis terugkeren, worden zij gevolgd door een hond.

Thuis aangekomen, probeerde hij het evangelie van de apostel Johannes te vertalen, terwijl hij aan de vertaling werkt, wordt de hond onrustig, om uiteindelijk de transformatie naar Mephistopheles te ondergaan. De Duivel heeft zich voor het eerst aan Faust geopenbaard. Tijdens deze eerste ontmoeting, stelt Mephistopheles zijn krachten aan Faust ten toon, om hem vervolgens tot de slaap te verleiden en onopgemerkt te verdwijnen. Als hij terugkeert, gaat hij een weddenschap met Faust aan: hij belooft Faust elk van zijn wensen te vervullen, onder de voorwaarde dat, zijn ziel aan hem toebehoort, zodra Faust niets meer te wensen heeft. Het pact wordt met bloed ondertekend en zodoende gesloten. Mephistopheles poogt zo goed mogelijk, alle wensen van Faust in vervulling te doen gaan, zodat deze verzadigd raakt en zijn ziel aan hem toekomt. Zo leidt hij hem naar de keuken van een heks, die hem in een jongeman verandert, zo ontmoet hij Gretchen (een gangbare afkorting voor Margaret), een vrouw die hem met passie vervult. Hij wenst dan ook, dat Mephisto het voor hem mogelijk maakt, Gretchen te bezitten.

Faust: de persoon[bewerken]

Hoewel Faust onmiskenbaar over menselijke eigenschappen beschikt, ontstijgt hij in feite de gewone mens, omdat hij ergens alle mensen representeert, zowel hun goede als hun slechte kanten. Faust is geen statische maar een dynamische figuur, die aan verandering onderhevig is.

Invloed van Faust op andere kunsten[bewerken]

Veel kunstwerken zijn op de Faust van Goethe gebaseerd, waaronder de illustraties van Eugène Delacroix en Max Beckmann. Er is ook een figuur, van de manga Shaman King, die afkomstig is van Faust en Faust VIII genoemd wordt.

Nuvola single chevron right.svg Zie Lijst van werken gebaseerd op Faust voor het hoofdartikel over dit onderwerp.