Voormalige gebieden van het Duitse Rijk in het oosten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Als Oostgebieden van het Duitse Rijk of ook De voormalige Duitse gebieden in het oosten worden de gebieden ten oosten van de Oder-Neissegrens aangeduid, die op 31 december 1937 tot het gebied van het Duitse Rijk toebehoorden, en in 1945 na het einde van de Tweede Wereldoorlog door de Conferentie van Potsdam afgescheiden van Duitsland en vandaag de dag voor het overgrote deel tot Polen behoren. Alleen het noorden van voormalig Oost-Pruisen behoort nu tot de Russische Federatie, voorheen tot de Russische SFSR binnen de Sovjet-Unie.

In ruimere zin wordt het begrip ook gebruikt voor de oostelijke territoria die op 1 januari 1914 tot het Duitse Keizerrijk behoorden en door het Verdrag van Versailles voor Duitsland verloren gingen. Het begrip dient niet gebruikt te worden voor de uitgestrekte oostelijke geannexeerde territoria van het Groot-Duitse Rijk van 1941 tot 1945, evenmin voor het zogenaamde Sudetenland, dat van 1938 tot 1945 deel uitmaakte van Duitsland.

Inhoud

[bewerken] Na 1918

Afgestane Duitse gebieden na 1919 (lichtblauw) en 1945 (groen en geel)

In ruimere betekenis wordt ook het (grotere) gebied tot de Oostgebieden van het Duitse Rijk gerekend, gebieden die op 1 augustus 1914 tot het Duitse Keizerrijk behoorden, dus ook de provincies Posen, West-Pruisen, Oost-Opper-Silezië en het Memelland, dat deel uitmaakte van Oost-Pruisen. Deze gebieden moesten na het einde van de Eerste Wereldoorlog in het kader van het Verdrag van Versailles door het Duitse Rijk (Weimarrepubliek) afgestaan worden ten behoeve van de Tweede Poolse Republiek, het nieuwe Tsjecho-Slowakije en de Volkenbond (Memelland kwam in 1924 onder Litouwen). Overigens was een deel van de desbetreffende na de Eerste Wereldoorlog afgestane gebieden, waaronder Posen, eeuwenlang Pools geweest tot de Poolse deling van 1795. De etnische samenstelling verschilde van vrijwel geheel etnisch Pools tot geheel etnisch Duits, waarbij de meeste stedelijke gebieden een zeer duidelijke Duitse meerderheid kenden.

[bewerken] Verschuiving van Polen naar het westen

Verschuiving van Polen naar het westen in 1945

Volgens het besluit van de Geallieerde Overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog, zouden de Oostgebieden na de oorlog bezet worden door de Sovjet-Unie en zou in een later verdrag over het lot van deze gebieden definitief beslist worden. Echter, de Sovjet-Unie had het grootste deel van deze gebieden vroeg in de zomer van 1945 al toegewezen aan Polen zonder goedkeuring van de andere Geallieerde Machten en zonder eerst de plaatselijke bevolking te raadplegen. De Sovjet-russische dictator Stalin wilde hiermee de Polen compenseren voor de Poolse gebieden die de Sovjet-Unie annexeerde in 1939. Samen met de Nazi's was toen in onderling overleg Polen opgedeeld langs de zogenaamde Curzonlijn volgens een aanvankelijk geheime clausule in het Molotov-Ribbentrop pact tussen Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie. Na de oorlog was Stalin niet van zins om deze agressieve annexatie ongedaan te maken maar wilde Polen wel tegemoet komen door Duits gebied aan hen te geven. Na het akkoord tussen Stalin en de Polen begon de verdrijving van de Duitsers uit deze voormalige Duitse gebieden in het Oosten. De Polen werden echter op hun beurt eveneens hardhandig verdreven uit de door de Sovjets bezette gebieden ten oosten van de Curzonlijn. Veel van deze verdreven Polen vestigden zich in de door de Duitsers verlaten nieuwe Poolse gebieden. Het gebied om Koningsbergen (noordelijk Oost-Pruisen) werd onmiddellijk geannexeerd door de Russische Sovjetrepubliek en herbevolkt door Russen en heet vandaag officieel Oblast Kaliningrad. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is dit gebied een Russische exclave.

In het Poolse taalgebruik werden de van de Duitsers geannexeerde gebieden na de Tweede Wereldoorlog gebruikelijk aangeduid met de naam "Herwonnen Westelijke en Noordelijke Gebieden" of gewoon "Herwonnen Gebieden". Dit refereert aan de status van deze gebieden als delen van het Pools-Piasten rijk van de 10e eeuw tot de 13e eeuw-15e eeuw en sommige delen (waaronder de regio Posen), tot eind 18e eeuw. Dit taalgebruik imiteerde enigszins de retoriek van de nationaalsocialisten die de annexatie van grotere delen van Polen in 1941 rechtvaardigde door argumentatie aan te voeren dat gebieden zoals Wartheland, Kujavië en Mazovië tot de 5e eeuw voornamelijk bewoond waren geweest door Germanen.

[bewerken] Erkenning van de afscheiding

Op de Conferentie van Potsdam, keurde de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk de Poolse soevereiniteit over deze gebieden alsnog goed zonder regelingen te treffen voor een toekomstig vredesverdrag.

In de Bondsrepubliek vóór 1990 vormde de rechtsstatus van de Oostgebieden een groot deel van de zogenaamde Open Duitse Vragen. De Ostpolitik van de Bondsduitse overheid was tot het midden van jaren 1960 geconcentreerd op het niet erkennen van de verdrijving van de Duitse inwoners en afscheiding van de Duitse Oostgebieden tot het tot stand komen van een definitief vredesverdrag tussen de geallieerden en Duitsland. Men beriep zich nadrukkelijk zowel op de regels van het Internationaal Recht als op verschillende internationale verdragen (namelijk in het bijzonder de Vredesconferentie van Den Haag en het Atlantisch charter). De Neue Ostpolitik van de sociaaldemocratisch-liberale coalitie vanaf 1969 was opener voor erkenning van de nieuwe grens.

Sinds 1970, erkende de Bondsrepubliek Duitsland met het Verdrag van Warschau feitelijk, hoewel niet formeel, de status van deze gebieden als Pools grondgebied. Nochtans was het de Bondsrepubliek, vanwege het tot 1990 geldende voorbehoud van de Geallieerden voor kwesties, die Duitsland als geheel en de status van Berlijn betreft, verboden om de Oder-Neissegrens als de nieuwe Duits-Poolse grens internationaal te erkennen.

Voor het eerst in het kielzog van de Duitse Hereniging, werd de afscheiding van de Oostgebieden van Duitsland in 1990 door de Bondsrepubliek formeel erkend en de Oder-Neissegrens vastgelegd als de grens tussen Polen en Duitsland. De DDR had al in 1950 met de ondertekening van een “Vriendschappelijk Verdrag” met Polen (Verdrag van Görlitz) de Oder-Neissegrens als een zogenaamde “Vredesgrens” erkend, onder druk van de Sovjet-Unie.

[bewerken] Oppervlakte van de Oostgebieden

Duitse territoriale verliezen na 1945 ten opzichte van gebied op 1 januari 1937.

De Oostgebieden (op een enkele uitzondering na) omvatten bijna alleen voormalige Pruisische provincies:

Totale oppervlakte: 114.267 km² (het verschil met 114.296 km² is terug te voeren tot afrondingsfout)

Naar de uiteenzetting van sommige staatsrechtdeskundigen, worden ook het overwegend voor de oorlog door Duitsers bewoonde Sudetenland en het Memelgebied tot de Oostgebieden gerekend, ofschoon deze pas in 1938 en/of in 1939 (weer) in het Duitse Rijk kwamen. Hetzelfde geldt voor de voor 97 procent Duitstalige Vrije Stad Danzig. Voor het Memelgebied en voor Danzig is dit – historisch gezien – gerechtvaardigd omdat deze gebieden tot 1918/1919 tot het Duitse Rijk toebehoorden. De link tussen het Sudetenland en de Oostgebieden dient men met voorzichtigheid te beschouwen, daar dit gebied tot 1918/19 staatkundig en volgens internationale recht deel was van Oostenrijk.

In 1939 hadden deze Oostgebieden van het Duitse Rijk een bevolkingsaantal van 9.620.800 personen (daarvan 45.600 niet-Duitsers). Deze kan men onderverdelen in

  • Oost-Pruisen: 2.488.100 inwoners (daarvan 15.100 niet-Duitsers)
  • Silezië: 4.592.700 inwoners (daarvan 16.200 niet-Duitsers; zonder de bevolking van Zittau)
  • Pommeren: 1.895.200 inwoners (daarvan 11.500 niet-Duitsers)
  • Oost-Brandenburg: 644.800 inwoners (daarvan 2800 niet-Duitsers)

Belangrijke steden in de Oostgebieden waren onder andere Breslau (1925: 614.000 inwoners), Koningsbergen (Pruisen, Russisch: Kaliningrad), (294.000), Stettin (270.000), Hindenburg O.S. (Pools Zabrze) (132.000) en Gleiwitz (109.000).

[bewerken] Vlucht en verdrijving

Duitstalige bevolking vóór de Tweede Wereldoorlog
Duitstalige bevolking na het einde van de Tweede Wereldoorlog
Poolstalige bevolking vóór de Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was een zeer actieve politiek van etnische zuivering door de Hitler-regering in bezet Polen toegepast. Grote gebieden van bezet Polen werden klaargemaakt voor Duitse kolonisatie, waarbij honderden dorpen werden weggeveegd, met name in de regio Zamosc.

De Duitse bevolking van de Oostgebieden van het Duitse Rijk werd in de jaren 1944 tot 1949 door vlucht, etnische zuiveringen en kolonisatie door Polen, Oekraïners, Lemken en Russen bijna volledig vervangen.

Een deel van de nieuwe Poolse inwoners (tussen 1,4 en 1,9 miljoen) was zelf verdreven in het kader van het verschuiven van Polen naar het westen toe en in het geval van de Oekraïners en Lemken, werden zij door de Poolse communistische autoriteiten van de Volksrepubliek Polen verdreven tijdens de Akcja Wisła (Operatie Weichsel, maart tot september 1947) van hun geboortegrond die thans in het huidige zuidoosten van de Republiek Polen, nabij Sanok en aan de huidige grens met Oekraïne ligt.

De provinciën geven de volgende getallen:

  • Oost-Pruisen: 2.209.200 verdrevenen/vluchtelingen
  • Silezië: 3.587.300 verdrevenen/vluchtelingen
  • Pommeren: 1.761.700 verdrevenen/vluchtelingen
  • Oost-Brandenburg: 597.500 verdrevenen/vluchtelingen

Tezamen moesten 8.155.700 Duitsers de Oostgebieden (gerekend naar de grenzen van 1937) verlaten. Daarnaast werden nog ruim 1.000.000 Duitsers verdreven uit de gebieden die voor 1914 Duits waren. Naar schattingen van de huidige Bondsrepubliek Duitsland zijn bij de verdrijvingen uit Oostelijk Duitsland tussen twee tot drie miljoen Duitsers om het leven gekomen, in het bijzonder in Oost-Pruisen, Pommeren en Oost-Brandenburg, ten gevolge van vlucht, verdrijving en etnische zuivering.[1] Hierbij zijn ook de Sudeten-Duitsers uit het Sudetenland ingesloten.

In de voormalige Oostgebieden leven vandaag de dag nog rond de 400.000 Duitsers, voornamelijk in Opper-Silezië. Zij werden tot de val van het communisme gediscrimineerd. Na 1990 kregen veel gemeentes in Opper-Silezië burgemeesters van Duitse afkomst, alsmede enige Duitse scholen (meestal gefinancierd door Duitsers) werden opgericht. Naar aanleiding van een nieuwe Minderhedenwet, die de Poolse Sejm in januari 2005 aannam, kunnen in ongeveer 20 gemeentes in Opper-Silezië met meer dan 20 % Duitstaligen tweetalige plaatsnaamborden/bewegwijzeringen en het Duits als ambtelijke taal ingevoerd worden.

[bewerken] Zie ook

  1. Deutschlandfunk Christoph Bergner, Secretary of State in Germany's Bureau for Inner Affairs, outlines the stance of the respective governmental institutions in Deutschlandfunk on 29 November 2006
 
Persoonlijke instellingen
Boek maken