Harry S. Truman

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Harry S. Truman
Harry S Truman
Harry S Truman
Geboren 8 mei 1884
Lamar (Missouri)
Overleden 26 december 1972
Kansas City (Missouri)
Politieke partij Democratische Partij
Partner Bess Truman
Beroep Politicus
Ondernemer
Agrariër
Religie Baptisme
Handtekening Handtekening
33e president van de Verenigde Staten
Aangetreden 12 april 1945
Einde termijn 20 januari 1953
Vicepresident(en) Alben Barkley (1949-1953)
Voorganger Franklin D. Roosevelt
Opvolger Dwight D. Eisenhower
34e vicepresident van de Verenigde Staten
Aangetreden 20 januari 1945
Einde termijn 12 april 1945
President Franklin D. Roosevelt
Voorganger Henry Wallace
Opvolger Alben Barkley
Senator voor Missouri
Aangetreden 3 januari 1935
Einde termijn 17 januari 1945
Voorganger Roscoe Patterson
Opvolger Frank Briggs
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Harry S. Truman (Lamar (Missouri), 8 mei 1884Kansas City (Missouri), 26 december 1972) was in 1945 de 34e vicepresident en van 1945 tot 1953 de 33e president van de Verenigde Staten. Hij werd president nadat Franklin D. Roosevelt stierf als zittend president.

Truman had geen tweede voornaam, maar alleen de middeninitiaal "S". In zuidelijke staten, waaronder Missouri, was dat niet ongebruikelijk. De initiaal 'S' was een compromis tussen de namen van zijn grootvaders Anderson Shippe Truman en Solomon Young.

Kerkelijk behoorde hij tot het baptisme. Truman overleed op 88-jarige leeftijd aan de complicaties van een longoedeem.

Biografie[bewerken]

Vroege leven[bewerken]

Harry S. Truman bezocht als kind van boeren pas na zijn achtste levensjaar reguliere scholen; voordien bezocht hij onder andere een calvinistische zondagsschool in Independence, Missouri. Na zijn schooltijd aan de Independence High School was hij opzichter bij de Santa Fe Railroad en werkte hij ook als vrijwilliger bij de Democratische Nationale Conventie. Tevens werkte hij als kantoorbediende en als typist bij de Kansas City Star (krant). In 1917 werd hij, na enige jaren lid te zijn geweest van de reservetroepen in Missouri, actief in de Eerste Wereldoorlog. Hij bracht het in veldslagen in de Vogezen tot kolonel, hetgeen de basis werd van zijn toekomstige politieke carrière in de Democratische Partij.

Truman werd in 1909 vrijmetselaar. In september 1940 werd hij grootmeester van het Grootoosten van Missouri.[1]

In 1922 wilde Truman via een vriend toetreden tot de toentertijd onder blanke mannen populaire Ku Klux Klan (KKK), maar zag hier na enige tijd vanaf, waarna hij zijn inschrijfgeld terugvroeg. Tijdens zijn presidentschap was Truman voorstander van gelijke rechten voor zwarte burgers en voerde wetgeving ter verbetering van de positie van zwarte Amerikanen door.

Presidentschap[bewerken]

Bij de presidentsverkiezingen van 1944 werd Harry Truman gekozen tot 34e vicepresident van de VS. Toen Roosevelt op 12 april 1945 overleed als zittend president werd Truman zijn opvolger in het ambt. Zijn voornaamste taak aan het begin van zijn presidentschap zou het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog worden.

Trumans presidentschap was veelbewogen: hij was president tijdens het einde van de Tweede Wereldoorlog, het begin van de Koude Oorlog, de oprichting van de Verenigde Naties en het merendeel van de Koreaanse Oorlog. Truman was een informele president, met vele bekende stopwoorden en leuzen, zoals "The buck stops here", waarmee hij bedoelde dat hij degene was die de beslissingen en verantwoording nam en behoorde te nemen. (To pass the buck betekent de schuld afschuiven; dus met the buck stops here bedoelde hij "geef mij maar de schuld".)

Truman wordt door sommigen wel gezien als één van de grootste oorlogsmisdadigers uit de geschiedenis wegens zijn verantwoordelijkheid voor de dood van meer dan 200 000 burgers bij de bombardementen op Hiroshima en Nagasaki en voor de dood van ongeveer 140 000 burgers tijdens de Slag om Okinawa. Anderen menen echter dat door het met grof geweld afdwingen van de Japanse capitulatie de oorlog bekort werd en veel levens gered zijn.

Na de Duitse overgave op 7 mei 1945 woedde de oorlog nog in alle hevigheid verder in het Verre Oosten. Om het conflict tot een snel einde te brengen besloot Truman om kernwapens in te zetten tegen Japan. Op 6 augustus 1945 werd er door de bemanning van de Enola Gay een atoombom geworpen op de stad Hiroshima en drie dagen later, op 9 augustus, werd ook de stad Nagasaki doelwit van een atoomaanval. Bij deze bombardementen vielen meer dan 150 000 doden (80 000 in Hiroshima en 75 000 in Nagasaki) en nog eens dat aantal mensen stierf in de weken nadien aan hun verwondingen en aan stralingsziekten. Het onmiddellijke gevolg van het inzetten van atoomwapens was de Japanse overgave op 15 augustus 1945 en daarmee het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Het inzetten van atoomwapens tegen Japan is nog steeds een gevoelig onderwerp dat tot heftige discussies kan leiden. Voorstanders argumenteren dat door de atoombom in te zetten en zo de oorlog te bekorten, veel levens gered zijn van burgers in de door Japan bezette gebieden en van soldaten doordat een langdurige uitermate bloedige invasie van de Japanse eilanden vermeden is. Tegenstanders beweren echter dat het doden van honderdduizenden onschuldige burgers door gericht gebruik van atoomwapens tegen burgerdoelen een oorlogsmisdaad is en in geen enkele situatie gerechtvaardigd is, mede vanwege de rampzalige gevolgen op lange termijn. Bovendien trekken zij de noodzaak van het gooien van de atoombommen voor de Japanse capitulatie in twijfel, aangezien Japan al vóór 6 augustus 1945 zou hebben laten weten zich onder voorwaarden over te willen geven. De Verklaring van Potsdam op 26 juli 1945, waarin Japan werd gedreigd met 'onmiddellijke en totale vernietiging' als het zich niet overgaf, werd echter door de Japanse regering verworpen met wat zij zelf een 'dodelijke stilte' noemde. Op 9 augustus, enkele uren voor het vallen van de tweede bom, verklaarde de Sovjet-Unie de oorlog aan de Japanse marionettenstaat Mantsjoerije en viel die binnen. Dit kan bijgedragen hebben aan het besluit van Japan op 15 augustus om toch maar te capituleren aan de VS.

Na de oorlog stond Truman bekend als een fervente anticommunist die er belang aan hechtte dat Europa buiten de invloedssfeer van de toenmalige Sovjet-Unie zou blijven. Overigens toonde Truman zich een voorstander van internationale samenwerking en stond hij in 1945 mede aan de wieg van de Verenigde Naties. In 1947 steunde Truman ook de oprichting van de staat Israël (hoewel zijn minister van Buitenlandse Zaken George C. Marshall en de meeste buitenlanddeskundigen tegen waren) en erkende 11 minuten na de onafhankelijkheidsverklaring in 1948 het bestaansrecht van Israël.

Bij de presidentsverkiezingen van 1948 was de Democratische Partij erg verdeeld over het uitroepen van Truman als kandidaat voor herverkiezing. De heroriëntatie van de Amerikaanse oorlogseconomie na de oorlog, die gepaard ging met een massale afslanking van de strijdkrachten, vooral de marine, en de invoering van een wet op de vakbonden (de Taft-Hartley Act), waarbij het congres een presidentieel veto overstemde, was moeizaam verlopen. Uiteindelijk werd Truman toch een compromis-kandidaat. Dankzij zijn intensieve campagne met een 'whistle-stop tour' op het Amerikaanse platteland en de zwakte van zijn Republikeinse rivaal Thomas Dewey werd Truman tegen alle verwachtingen in herkozen. De Chicago Tribune had Dewey zelfs al tot winnaar uitgeroepen. Bij het uitbreken van de Koreaanse Oorlog in 1950 nam Truman de beslissing om Zuid-Korea militair te hulp te snellen.

In 1947 werd het door George Marshall bedachte Marshallplan goedgekeurd door Truman, voornamelijk omdat het correspondeerde met zijn Trumandoctrine. Dit plan hield in dat Europa door Amerikaanse subsidies zichzelf kon heropbouwen. Voor vele landen is het Marshallplan een aanzienlijke hulp geweest bij de naoorlogse wederopbouw. In 1947 werd ook de truman-politiek (ook wel containmentpolitiek genoemd) bedacht, door Truman. Dit hield in dat als er een land dreigde communistisch te worden, de VS het recht had om in te grijpen.

In 1951 werd het 22ste amendement van de Amerikaanse Grondwet goedgekeurd. Dit amendement zorgde ervoor dat de Amerikaanse president voortaan slechts eenmaal herkiesbaar zou zijn. (F.D. Roosevelt, de voorganger van Truman, was 3 maal herkozen.) Deze regel was echter nog niet van toepassing op Truman aangezien hij zittend president was, maar nadat hij de voorverkiezing van de staat New Hampshire verloren had trok hij in 1952 zijn kandidatuur voor een derde ambtstermijn in.

Truman samen met Clement Attlee en Jozef Stalin in 1945
Truman tekent voor het begin van de Koreaanse interventie in 1950
Portret

Kabinetsleden onder Truman[bewerken]

Kabinetsleden Ministerie Periode Bijzonderheden
Edward R. Stettinnius jr. Buitenlandse Zaken 1945 Idem onder F. D. Roosevelt
Harold L. Ickes Binnenlandse Zaken 1945 - 1946 Idem onder F. D. Roosevelt
Henry L. Stimson Oorlog 1945 Idem onder F. D. Roosevelt
Henry A. Wallace Economische Zaken 1945 - 1946 Idem onder F. D. Roosevelt
Henry Morgenthau jr. Financiën 1945 Idem onder F. D. Roosevelt
Francis A. Biddle Justitie 1945 Idem onder F. D. Roosevelt
Claude R. Wickard Landbouw 1945 Idem onder F. D. Roosevelt
James V. Forrestal Marine 1945 - 1947 Idem onder F. D. Roosevelt
In 1947 werden Marine en Defensie (Oorlog) samengevoegd
Oorlog 1947 - 1949
Frank C. Walker Posterijen 1945 Idem onder F. D. Roosevelt
Frances C. Perkins Arbeid 1945 Idem onder F. D. Roosevelt
James Byrnes Buitenlandse Zaken 1945 - 1947
Robert P. Patterson Oorlog 1945 - 1947
Fred M. Vinson Financiën 1945 - 1946
Tom C. Clark Justitie 1945 - 1949
Clinton P. Anderson Landbouw 1945 - 1948
Robert E. Hannegan Posterijen 1945 - 1947
Lewis B. Schwellenbach Arbeid 1945 - 1948
Julius A. Krug Binnenlandse Zaken 1946 - 1949
W. Averell Harriman Economische Zaken 1946 - 1948
John W. Snyder Financiën 1946 - 1953
George Marshall Buitenlandse Zaken 1947 - 1949
Defensie 1950 - 1951
Kenneth C. Royall Oorlog 1947
J. Howard McGrath Justitie 1949 - 1952
Jesse M. Donaldson Posterijen 1947 - 1953
Charles W. Sawyer Economische Zaken 1948 - 1953
Charles F. Brannan Landbouw 1948 - 1953
Maurice J. Tobin Arbeid 1948 - 1953
Dean G. Acheson Buitenlandse Zaken 1949 - 1953
Oscar L. Chapman Binnenlandse Zaken 1949 - 1953
Louis A. Johnson Defensie 1949 - 1950
Robert A. Lovett Oorlog 1951 - 1953
James P. McGranery Justitie 1952 - 1953

Video[bewerken]

(video)
Harry Truman videomontage: Verzameling videoclips van de president.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Harry S. Truman.