Marshallplan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Noordam levert de eerste Marshallgoederen af in Rotterdam
Affiche van Marshallplan
Verdeling van de Marshall-hulp over de Europese landen.
Affiche n.a.v. verleende Marshall-hulp in Duitsland (1947)

Het Marshallplan was een omvangrijk materieel hulpplan, dat op initiatief van de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken George C. Marshall drie jaar na de Tweede Wereldoorlog in werking trad.

Dit European Recovery Program (ERP) was gericht op de economische wederopbouw van de door de oorlog getroffen landen in Europa. Een belangrijke drijfveer van deze hulp was het vormen van een sterke buffer tegen de expansie van het communisme vanuit de Sovjet-Unie van Stalin. De betrekkingen tussen de VS en de Sovjet-Unie waren namelijk in snel tempo verslechterd en hadden geleid tot de "Trumandoctrine". Het Marshallplan is dus vooral ook een propagandamiddel geweest.

Totstandkoming[bewerken]

Marshall deed het voorstel officieel op 5 juni 1947 in een toespraak aan de Harvard-universiteit in Cambridge, Massachusetts. Hij stelde daarbij de voorwaarde dat de deelnemende landen met een gemeenschappelijk Europees plan zouden komen.

Eind juni organiseerde de Britse minister van Buitenlandse Zaken Bevin in Parijs een drie-mogendhedenconferentie. De Russische minister Molotov verzette zich tegen het Marshall-plan dat hij beschouwde als een 'bedreiging voor de soevereiniteit van de kleine Europese landen.'

Op een conferentie in Parijs, die in juli 1947 plaatsvond, waren zestien Europese landen vertegenwoordigd om het plan te bespreken. Spanje (dat onder Franco formeel neutraal was gebleven) en de Sovjet-Unie waren niet uitgenodigd. Diverse Oost-Europese landen die ook voor hulp en deelname in aanmerking kwamen, namen op last van Stalin niet deel aan de conferentie.

De West-Europese landen stelden in september 1947 samen een economisch herstelplan op dat vervolgens aan de Amerikaanse senaat werd overhandigd.

Uitvoering[bewerken]

De hulp bestond tussen 1948 en 1952 concreet uit geld, goederen, grondstoffen en levensmiddelen. Voor veel mensen maakte deze hulp het verschil tussen leven en dood. Uiteindelijk bedroeg de Marshallhulp een totaalwaarde van 12,4 miljard dollar vanuit de Verenigde Staten. Hiervan kwam 1,5 miljard ten goede aan het verwoeste Duitsland, waardoor dit land de oude, waardeloos geworden Reichsmark op 20/21 juli 1948 kon vervangen door de Duitse mark en de lege winkelschappen weer gevuld konden worden. Ook de andere landen die profiteerden van de Marshallhulp kregen hierdoor een belangrijke impuls voor de opbouw van hun industrieën en energievoorziening. 20% van de hulp was een lening, 80% was gift.

Ten onrechte wordt vaak gedacht dat de economische opleving in West–Europa, die al snel na de Tweede Wereldoorlog ontstond, grotendeels is toe te schrijven aan de Marshallhulp. Eind 1947, dus vóór de uitvoering van het Marshallplan, waren de Britse, Franse en Nederlandse productie alweer op het vooroorlogse niveau. Italië en België volgden eind 1948. In Nederland was tijdens de eerste jaren van de bezetting de industriële productiecapaciteit gegroeid. Na de bevrijding kon deze worden aangewend voor de wederopbouw.[1][2] Voor Nederland was de Marshallhulp vooral van economisch belang omdat de Amerikaanse deviezentoekenning met name het economisch herstel van West Duitsland bevorderde, en een aanzet tot effectieve Europese samenwerking was.[3]

Van economisch belang voor de ERP-landen was dat de Marshallhulp hen ertoe aan zette om hun monetair beleid in dienst te stellen van herstel en uitbreiding van de internationale handel en prijsstabiliteit. Deze ontwikkelingen zijn belangrijk geweest voor de verdere Europese economische ontwikkeling na beëindiging van de Marshallhulp.[4]

Voorwaarden[bewerken]

In Frankrijk en Italië werden duidelijke voorwaarden aan de hulp gesteld. In mei 1947 werden de communisten, onder druk, uit de Franse regering gezet. Een maand later kreeg ook de Italiaanse regering een duidelijk anti-communistisch gezicht. Voor Nederland dreigde de Marshall-hulp twee keer voortijdig te eindigen. In 1949 dreigde de Verenigde Staten met het intrekken van de Marshall-hulp naar aanleiding van de politionele acties in Nederlands-Indië. Toen Amerika in 1950 de Koreaanse Oorlog tegen het communisme begon, vroeg het aan Nederland om troepen te sturen. Toen Nederland dit weigerde, dreigde Amerika opnieuw de Marshall-hulp op te zeggen.

Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina The Marshall Plan Speech (Engelstalig) op Wikisource
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Jan L. van Zanden, The Economic History of the Netherlands 1914-1995, Routledge, 1998, ISBN 04 1515 003 5
  2. Hein A.M. Kleemann, De Nederlandse Economie en de Tweede Wereldoorlog
  3. Pierre van der Eng, De Marshall-hulp, Een Perspectief voor Nederland, 1947-1953. Houten: De Haan, 1987. ISBN 9026942478
  4. Helma Houtman-De Smedt & Ludo Cuyvers, 5 eeuwen wereldeconomie, Universitaire Pers Leuven, 1999, ISBN 9789061869245, p.423 - 426]