Calvin Coolidge

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Calvin Coolidge
Calvin Coolidge
30e president van de Verenigde Staten
Ambtstermijn 3 augustus 1923 - 4 maart 1929
Voorganger Warren G. Harding
Opvolger Herbert Hoover
Geboren 4 juli, 1872
Overleden 5 januari 1933
Partner Grace Coolidge
Politieke partij Republikeinse partij
Vicepresident Charles G. Dawes
Handtekening
Engelstalige videopresentatie
Engelstalige videopresentatie

John Calvin Coolidge Jr. (Plymouth Notch (Vermont), 4 juli 1872Northampton (Massachusetts), 5 januari 1933) was de 29ste vicepresident van de Verenigde Staten en de 30ste President van de Verenigde Staten, een positie die hem te beurt viel na het overlijden van Warren G. Harding.

Inhoud

[bewerk] Biografie

Coolidge werd geboren in Plymouth, in Windsor County in de staat Vermont, de zoon van John Coolidge en Victoria Moore. Na zijn afstuderen liet hij de naam John vallen. Hij studeerde aan het Amherst College in Massachusetts en studeerde af in 1895. Hij ging in praktijk als advocaat in Northampton in dezelfde staat en werd in 1899 lid van de gemeenteraad, was stadsadvocaat van 1900 tot 1902, rechtbankgriffier in 1904 en lid van het Huis van Afgevaardigden van Massachusetts (niet te verwarren met het nationale Huis van Afgevaardigden) van 1907 tot 1908.

Hij werd gekozen tot burgemeester van Northampton voor de periode 1910-1911 en was tussen 1912 en 1915 lid van de senaat van Massachusetts, de laatste twee jaar als president van dat lichaam. In de periode 1916-1918 was hij luitenant-gouverneur van de staat en in 1919-1920 gouverneur. Hij verwierf nationale bekendheid toen de politie van Boston in staking ging met zijn uitspraak "Er is geen recht om tegen de publieke veiligheid te staken voor wie dan ook, waar dan ook, wanneer dan ook".

In 1920 dong Coolidge mee naar de nominatie voor het presidentschap van de Republikeinse partij, maar verloor van senator Warren G. Harding van Ohio. De populaire kandidaat voor het vicepresidentschap was de senator Irvine Lenroot van Wisconsin, maar de partij koos voor Coolidge. Het Harding-Coolidge platform won het van de gouverneur van Ohio James M. Cox en zijn running mate en staatssecretaris van de Marine Franklin Delano Roosevelt.

Coolidge legde op 4 maart 1921 de eed als vice-president af en diende tot 3 augustus 1923. Op die datum werd hij President van de Verenigde Staten, na het overlijden van Warren Harding. Coolidge zat thuis – een familiebezoek – waar nog geen stroom of telefoon was toen hem het bericht van de dood van Harding bereikte. Zijn vader, een notaris, nam hem in hun huiskamer de eed af bij het licht van een kerosinelamp; later werd hem in Washington D.C. nog eens de eed afgenomen door een ambtenaar van de Federale overheid.

Coolidge was – ongebruikelijk voor een prominent politicus – een man van weinig woorden; dit leverde hem de bijnaam "Silent Cal" ("Stille Cal") op. Het verhaal doet de ronde dat bij een officieel diner op het Witte Huis een gast een weddenschap aanging met haar vriendinnen dat zij de president gedurende het maal tenminste drie woorden kon laten zeggen. Toen Coolidge deze weddenschap van haar vernam, antwoordde hij simpelweg "You lose".

Coolidge won de presidentiële verkiezingen van 1924 voor de termijn tot 4 maart 1929. Hij maakte gebruik van het nieuwe medium de radio en schreef verschillende keren radio-geschiedenis: zijn inaugurele rede was de eerste die per radio uitgezonden werd, op 12 februari 1924 werd hij de eerste president die een politieke speech op de radio hield en op 22 februari de eerste die een dergelijke speech uit liet zenden vanuit het Witte Huis.

Coolidge was de laatste president die niet probeerde in te grijpen in de vrije marktwerking en die de economische cyclus op zijn beloop liet. Daar was tijdens zijn presidentschap ook betrekkelijk weing reden toe, want toen maakte de Verenigde Staten een enorme economische groei door: de zogeheten "Roaring Twenties". Coolidge wordt hierdoor wel een aangeduid als 'the president when America was at play'. Coolidge kon niet alleen de belasting verlagen, hij betaalde ook $1 miljard aan staatsschuld af.

De groeitijd van de Verenigde Staten in de jaren '20 bracht veel sociale veranderingen teweeg, de Jazz-era, niet alleen vanwege de doorbraak van de Jazz-muziek als amusement voor het grote blanke publiek, maar ook door de opkomst van electronische massamedia (radio en film en de bijbehorende reclame) en van een massa-consumptiecultuur, waarmee Amerika de rest van de wereld zou vervullen met een mengeling van afgunst, afwijzing en navolging. Coolidge voelde zich niet meer thuis in zijn eigen tijd. Hij stelde zich daarom niet voor een derde maal kandidaat, wat toen grondwettelijk nog wel mogelijk was. Hij deelde dit in de voor hem typerende beknoptheid van woorden mee: "Ik verkies mij nìet te kandideren voor het presidentschap in 1928."

Hij werd voorzitter van de Nonpartisan Railroad Commission en erevoorzitter van de Stichting voor Blinden. Hij stierf in de "Beeches", te Northampton, Massachusetts op 5 januari 1933. Hij werd begraven in het Notch Cemetery te Plymouth in Vermont.

[bewerk] Aanstellingen aan het Amerikaanse Hooggerechtshof

[bewerk] Kabinetsleden onder Coolidge

KABINETSLEDEN MINISTERIE Periode Bijzonderheden:
Charles E. Hughes Buitenlandse Zaken 1923 - 1925 Idem onder Harding
Hubert Works Binnenlandse Zaken 1923 - 1928 Idem onder Harding
John W. Weeks Defensie 1923 - 1925 Idem onder Harding
Herbert Hoover Economische Zaken 1923 - 1928 Idem onder Harding, 31e President van de USA
Andrew Mellor Financiën 1923 - 1929 Idem onder Harding
Harry M. Dougherty Justitie 1923 - 1924 Idem onder Harding
Henry C. Wallace Landbouw 1923 - 1924 Idem onder Harding, Overleden op 24 oktober 1924
Vader van Henry A. Wallce, Vicepresident + Minister onder F.D.Roosevelt
Edwin Denby Marine 1923 - 1924 Idem onder Harding
Harry S. New Posterijen 1923 - 1929 Idem onder Harding
James J. Davis Arbeid 1923 - 1929 Idem onder Harding + Hoover
Harlan Fiske Stone Justitie 1924 - 1925
Joward M. Gore Landbouw 1924 - 1925
Curtis D. Wilbur Marine 1924 - 1929
Frank B. Kellogg Buitenlandse Zaken 1925 - 1929
Dwight F. Davis Defensie 1925 - 1929
John G. Sargent Justitie 1925 - 1929
William M. Jardine Landbouw 1925 - 1929
Roy O. West Binnenlandse Zaken 1928 - 1929
William F. Whiting Economische Zaken 1928 - 1929

[bewerk] Externe bronnen


 
Persoonlijke instellingen