Raimondo Montecuccoli

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Raimondo Montecúccoli

Raimondo Montecuccoli, ook wel Raimundo Montecucculi (Pavullo nel Frignano, 21 februari 1609 - Linz, 16 oktober 1680), hertog van Melfi, was een Italiaans veldheer en ambassadeur in Oostenrijkse dienst. Volgens een Nederlandse gezant in Wenen was hij "... een geslepen, doortrapt (...) diplomaat.[1] Hij schreef diverse boeken over krijgskunde, die al snel in diverse talen werden vertaald. Montecuccoli was een van de grondleggers van de moderne krijgskunde en de eerste in Oostenrijk die een staand leger (in tegenstelling tot een huurleger) creëerde. Toen iemand de graaf vroeg wat het meest noodzakelijke voor de juiste oorlogvoering was, antwoordde hij: "Geld, geld en nog eens geld". Montecuccoli werd als de enige generaal beschouwd die Turenne kon evenaren.[2] Hij was de leermeester van Lodewijk Willem van Baden-Baden, bijgenaamd Türkenlouis.

Kasteel Montecuccoli bij Modena

Dertigjarige oorlog[bewerken]

Montecuccoli kwam uit een adellijke familie, afkomstig uit Ferrara en met een militaire traditie. Hij werd opgevoed door kardinaal Alessandro d'Este, een broer van de hertog van Modena. Hij begon zijn carrière rond 1625 onder zijn oom Ernesto Montecuccoli en nam deel aan de Dertigjarige Oorlog. In augustus 1629 viel zijn oom, die het opperbevel over het keizerlijk leger had, met zijn troepen de Veluwe binnen. De keizer van het Heilige Roomse Rijk had Spanje ongeveer 17.000 man troepen beschikbaar gesteld.

Het plan was via Amersfoort naar Holland op te trekken om de aandacht van de stadhouder te trekken die bezig was met zijn Beleg van 's-Hertogenbosch. Op 13 augustus werd Amersfoort aangevallen. Het stadje, onder leiding van burgemeester Willem van Dam, capituleerde een dag later en Raimondo zou als eerste de stad binnen zijn gestapt.[3] Als antwoord stuurde stadhouder Frederik Hendrik de compagnieën van Ernst Casimir, voornamelijk ruiters, vanuit 's-Hertogenbosch naar de Veluwe. De stadhouder vermeed een confrontatie met Montecuccoli, aangezien hij die zou verliezen. Ernst Casimir nam de stad Wesel in, terwijl Montecuccoli zich in Brussel bevond om te beraadslagen met Isabella van Spanje over indiensttreding. Door de inname van Wesel konden de Spaanse troepen moeilijker via de Rijn bevoorraad worden en dreigde Montecuccoli van zijn thuisbasis te worden afgesneden. (Waarschijnlijk speelde ook Hendrik van den Bergh nog een rol, als heer van Opper-Gelre.)

In de oorlog tegen Zweden en de Turken[bewerken]

De Grootvizier Köprülü Fazıl Ahmet Pascha

Hollandse oorlog[bewerken]

De onneembaar geachte vesting van Rüsselsheim

In 1672 nam hij samen met de Grote Keurvorst deel aan de Hollandse Oorlog. In september werden de keizerlijke troepen bij Halberstadt samengevoegd met die van de keurvorst. In november was het leger opgetrokken tot Frankfurt aan de Main. Montecuccoli traineerde de zaak, weinig overtuigd van de te volgen tactiek. Hij mocht alleen in actie komen als hij werd aangevallen.[7] Er waren ook veel opties. Het leger kon Keulen, Bonn, Maastricht of het bisdom Luik aanvallen. Het werd een kampeerpartij nabij Rüsselsheim; iedere wijnboer had twintig soldaten onder zijn dak. Het leger is niet de Rijn overgestoken.

Raimondo Montecuccoli
  • In februari 1673 lagen de legers weer noordelijker, nadat het domein van de Landgraaf van Hessen-Darmstadt door het leger was kaalgevreten. Montecuccoli begon onderhandelingen met Bernard van Galen, de bisschop van Münster. Lodewijk II van Bourbon-Condé viel het leger aan bij Soest (Westfalen). Maarschalk Turenne viel het stadje Unna aan, waardoor de geallieerde legers uit elkaar kwamen te liggen. Montecuccoli vertrok naar Wenen, omdat keizer Leopold I belette Westfalen aan de vallen. Montecuccoli wist dat daardoor de veldtocht tot mislukken gedoemd was en meldde zich ziek.[8]
  • In augustus werd steeds duidelijker dat een keizerlijke aanval noodzakelijk was. Er werd een leger geformeerd van 30.000 man onder bevel van... Montecuccoli.
Bonn in de 17e eeuw
  • Op 3 november 1673 sloeg het geallieerde leger onder leiding van stadhouder Willem III en Montecuccoli het beleg op voor de stad Bonn. Op 7 november werd met de beschieting van de stad begonnen waarna het garnizoen van de stad zich op 12 november overgaf. Door de inname van de stad werden de Franse aanvoerlijnen afgesneden en konden de Fransen hun legers in de Nederlanden niet meer via de Rijn bevoorraden. De Fransen begonnen met de ontruiming van de Republiek en hielden alleen nog Grave en Maastricht in handen.
  • In 1675 stond Montecuccoli tegenover maarschalk Turenne, die echter al sneuvelde vóór de strijd was losgebrand door een verdwaalde kogel tijdens een inspectie van het terrein. Montecuccoli joeg de Franse legers achterna tot over de Rijn, maar moest voor Bourbon-Condé terugwijken.

Montecuccoli beëindigde zijn militaire carrière en zocht de omgang met geleerden; hij werd lid van de Deutsche Akademie der Wissenschaften Leopoldina. Hij overleed ten gevolge van een ongeluk.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Panhuysen, L. van (2009) Het Rampjaar. Hoe de republiek aan de ondergang ontsnapte, p. 237.
  2. Guthrie, William P., The later Thirty Years War [1]
  3. Cauwer, Peter de, Tranen van bloed [2]
  4. http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/brederode
  5. http://de.wikisource.org/wiki/ADB:Montecuccoli,_Raimund_F%C3%BCrst_von
  6. http://www.bmlv.gv.at/omz/ausgaben/artikel.php?id=396
  7. http://www.british-history.ac.uk/report.aspx?compid=90328
  8. Panhuysen, L. van (2009) Het Rampjaar. Hoe de republiek aan de ondergang ontsnapte, p. 317.