Lodewijk III van Beieren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lodewijk III
1845-1921
LodewijkIIIBeieren.jpg
Koning van Beieren
Periode 1913-1918
Voorganger Otto I
Opvolger --
Vader Luitpold van Beieren
Moeder Auguste Fernande van Oostenrijk

Lodewijk Leopold Jozef Maria Alois Alfred, geboren als Ludwig Luitpold Josef Maria Aloys Alfried (München, 7 januari 1845Sárvár, 18 oktober 1921) was van 1912 tot 1913 prins-regent en daarna tot 1918 de laatste koning van Beieren. Hij was de zoon van prins-regent Luitpold en Augusta van Oostenrijk-Toscane, dochter van Leopold II van Toscane.

Leven[bewerken]

Hij studeerde te München rechten en land- en bosbouwkunde en werd op 23 juni 1863 lid van het Hogerhuis. In 1866 nam hij aan Oostenrijkse zijde deel aan de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog, waarin hij op 25 juli bij Helmstadt gewond raakte. Op 20 februari 1868 trad hij te Wenen in het huwelijk met Maria Theresia Henriëtte van Oostenrijk-Este, kleindochter van Frans IV van Modena.

Hij volgde in 1912 zijn vader op als regent voor de geesteszieke koning Otto I. Op 5 november 1913 nam hij na een grondwetsverandering volgens de wens van de Beierse regering de koningstitel aan, hoewel Otto nog in leven was. Als koning stimuleerde hij landbouw, vervoer en kunst. Zijn heerschappij had voorts een sterk conservatief en katholiek stempel. Zijn sociale politiek was sterk beïnvloed door de encycliek Rerum Novarum die paus Leo XIII in 1891 had gepubliceerd.

Aan de Eerste Wereldoorlog nam hij zo min mogelijk deel, al verzette hij zich sinds 1917 wel tegen het beleid van Erich Ludendorff. Desondanks verloor hij zich in irreële dromen van gebiedsuitbreiding: hij wenste Elzas-Lotharingen en de Palts op de linker Rijnoever te annexeren, of, volgens een alternatief idee, België. De koning was overigens een weinig martiale figuur. Hij stond erom bekend dat hij altijd lange pantalons droeg die dan in plooien over zijn rijlaarzen vielen. Hij had daarom de bijnaam Ludwig der Faltenreiche.

Ondanks zijn houding was het idee dat de weinig charismatische koning zich al te gemakkelijk door de oorlogszuchtige Wilhelm II had laten meeslepen in Beieren wijd verbreid. Tot zijn grote verrassing werd Lodewijk in de Beierse Revolutie door Kurt Eisner voor afgezet verklaard. Hij deed geen troonsafstand, maar ontsloeg zijn beambten wel van hun eed van trouw en verliet het land. De rest van zijn leven bracht hij, verbitterd en hopend op een terugkeer, door in ballingschap. Hij stierf op 18 oktober 1921 in het Hongaarse Sárvár.

Kinderen[bewerken]

Uit zijn huwelijk met Maria Theresia Henriëtte van Oostenrijk-Este werden de volgende kinderen geboren: