Karl von Bülow

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Karl von Bülow in 1915
Karl von Bülow in 1918 met om de hals het Grootkruis van de Orde van de Rode Adelaar

Karl Wilhelm Paul von Bülow (Berlijn, 24 maart 1846 - Berlijn, 31 augustus 1921) was een Pruisisch officier die in de Eerste Wereldoorlog als veldmaarschalk leiding gaf aan het Westfront. Het falen van de aanval op Parijs in de herfst van 1914 en het verlies van de daaropvolgende Slag aan de Marne worden door sommige historici op zijn conto geschreven.

Karl von Bülow was een zoon uit het grote Noord-Europese adellijke geslacht van die naam. Hij trad in Pruisische dienst en werd gardist. Hij vocht in de Brüderkrieg en in de Frans-Duitse oorlog van 1870.

Op 15 september 1904 werd Karl von Bülow generaal der Infanterie. In 1912 werd hij inspecteur-generaal van het IIIe Leger en bevorderd tot kolonel-generaal, een rang tussen generaal en veldmaarschalk.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kreeg v. Bülow het commando over het IIe Leger. Hij trok volgens het schema van het Schlieffenplan door België. Hij veroverde Namen en wist bij Charleroi en Saint-Quentin tegenaanvallen van het Franse Ve Leger onder Charles Lanrezac af te slaan. Begin september 1914 naderde twee Duitse legers Parijs. Op dat moment maakte v. Bülow een tactische fout waardoor Duitsland uiteindelijk de oorlog verloor. Tussen het IIe en Ie leger onder Alexander von Kluck gaapte een gat van veertig kilometer. De generaals vergaten de opdracht van v. Schlieffen om "de rechterflank beslist niet te vezwakken" en stuurden troepen van het Ie Leger naar het gat aan de linkerzijde. Het bevel werd door Karl von Bülow gegeven. Nu waren er opeens niet langer genoeg troepen en materiaal om Parijs vanuit het westen met een tangbeweging in te sluiten. Bülow moest uit het noordoosten aanvallen. Het Franse VIe leger viel op zijn beurt aan bij de Marne en het front kwam na de Slag aan de Marne aan de Marne tot stilstand. Het IIe Leger trok troepen terug uit de rechterflank waardoor de Britse troepen van het expeditieleger samen met het Franse 5e leger een wig konden drijven tussen de Duitse legers. Bülow moest zich achter de rivier Aisne terugtrekken. Daar groeven de soldaten zich in om bescherming te vinden tegen artillerie en machinegeweervuur. Wat voor het Duitse commando een bewegelijke oorlog had moeten zijn veranderde in een statische loopgravenoorlog en een uitputtingsslag die Duitsland niet kon winnen.

Op 27 januari 1915 werd Karl von Bülow tot Generaal-Veldmaarschalk bevorderd. Een hartaanval op 4 april 1915 maakte een einde aan zijn actieve dienst. Na een korte periode in de staf werd Karl von Bülow op 22 juni 1916 op non-actief gesteld. Veldmaarschalken gaan niet met pensioen.

Karl en Molly von Bülow liggen begraven op het beroemde Invalidenfriedhof in Berlijn.

Eerbewijzen[bewerken]

Karl von Bülow werd à la suite benoemd in de staf van het prestigieuze "4. Garde-Regiment zu Fuß" en was sinds 16 juni 1913 chef van het Tweede Brandenburgse Grenadier-Regiment No. 12 „Prinz Carl von Preußen“. Hij was ook (protestants) domheer of ere-kanunnik in Brandenburg an der Havel. In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog beleefden de ridderorden in Europa hun bloeiperiode. Een man als Von Bülow werd geregeld onderscheiden, ook door bevriende staatshoofden.

Huisorde en Orde van Verdienste van Hertog Peter Friedrich Ludwig
Hohenzollernkette

Literatuur[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x Rangliste der Königlich Preußischen Armee und des XIII. (Königlich Württembergischen) Armeekorps für 1914, Hrsg.: Kriegsministerium, Ernst Siegfried Mittler & Sohn, Berlin 1914, S.45