Uitputtingsoorlogsvoering

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Krijgswetenschap

M1A1 abrams front.jpg

Uitputtingsoorlogsvoering, of Attritie, (in het Engels: attrition warfare) is wat optreedt als er in een oorlog geen mogelijkheid meer is om de vijand snel te verslaan of te vernietigen. Het enige alternatief is dan een uitputtingsslag. Een typisch voorbeeld van uitputtingsoorlogvoering is het beleg van een goed verdedigde stad: dit kan maanden of zelfs jaren duren.

Uitputting is een militaire tactiek waarin landen om een oorlog te winnen de vijand continu verliezen blijven toebrengen in personeel en materieel totdat het land in elkaar stort. Zo'n oorlog wordt over het algemeen gewonnen door de partij met de grootste reserves. Het is kenmerkend voor moderne oorlogen, waar compromisloos wordt doorgevochten tot een zijde totaal verslagen is of zich over geeft.

Bekende voorbeelden zijn het Westelijke front in de Eerste Wereldoorlog en het oostfront in de Tweede Wereldoorlog. In het eerste geval bevonden beide partijen zich in statische defensieve posities bestaande uit loopgraven die van de Zwitserse Alpen tot Het Kanaal liepen. Jarenlang was de enige manier voor commandanten om vijand te verslaan het continu aanvallen totdat de manschappen en het materieel van de vijand uitgeput waren en deze geen weerstand meer kon bieden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging de titanenstrijd tussen Duitsland en de Sovjet-Unie uiteindelijk om wie de langste adem had in het meest extreme voorbeeld van de totale oorlog.