Kernoorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Krijgswetenschap

M1A1 abrams front.jpg

Een kernoorlog of atoomoorlog is een oorlog waarbij de twee strijdende partijen kernwapens tegen elkaar inzetten. Een oorlog waarbij beide partijen kernwapens inzetten is er tot op heden (2014) niet geweest. Wel zijn er aan het eind van de Tweede Wereldoorlog kernwapens gebruikt in Hiroshima en Nagasaki door de Verenigde Staten.

Er is wel eens gedreigd met een nucleaire oorlog. Vanwege de desastreuze gevolgen van een dergelijke oorlog wordt getracht om de oorlog door overleg af te wenden. Volgens computermodellen zou bij een wereldwijde kernoorlog de mensheid, en zeker de westerse beschaving zoals wij die kennen, uitgeroeid kunnen worden. Als gevolg van de enorme branden zou er zoveel stof in de atmosfeer kunnen komen dat daardoor de atmosfeer zou verduisteren en een paar jaar een nucleaire winter zou heersen. Hierdoor zou er geen landbouw mogelijk zijn en de overlevenden verhongeren. Bovendien zouden de miljoenen lijken van mens en dier en het verdwijnen van roofdieren zoals vogels leiden tot enorme insectenplagen en epidemieën. Wanneer de atmosfeer opgeklaard zou zijn, zou er te veel ultraviolette straling tot de aarde doordringen. De stikstofoxiden die bij kernexplosies vrijkomen breken namelijk de ozonlaag af. Verder zouden hoge stralingsniveaus eeuwenlang de ecosfeer vervuilen waardoor veel levensvormen zowel op korte als op lange termijn schade zouden kunnen oplopen, met mogelijke verminderde reproductiekansen en hogere mutatiefrequenties. Dit treft dan vooral de hogere diersoorten waaronder de mens, terwijl lagere levensvormen, die zich zeer snel voortplanten, zoals insecten, bacteriën en virussen, net voordeel hebben van hogere mutatiefrequenties, aangezien dat een sneller aanpassingsvermogen tot gevolg heeft. Zelfs als de mensheid niet geheel zou uitsterven, zouden de overlevenden waarschijnlijk in prehistorische omstandigheden moeten voortleven. Het is bovendien zeer onwaarschijnlijk dat zij ooit weer een technologische beschaving zouden kunnen opzetten. Dit omdat de grondstoffen die voor een westerse beschaving onmisbaar zijn, zoals fossiele brandstoffen, metalen, enz. door overexploitatie schaars en moeilijk winbaar zijn geworden.

Dreigingen in het verleden[bewerken]

Montage van de lancering van een Trident C4 SLBM (links en midden) en het in de atmosfeer en in zee komen van dummy kernkoppen (rechts).

In de wapenwedloop voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog waren veel landen bezig een kernwapen te ontwikkelen, waaronder nazi-Duitsland en de Verenigde Staten. In de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog fabriceerden en gebruikten de Verenigde Staten twee atoombommen: Little Boy en Fat Man. Ze wierpen deze bommen op respectievelijk Hiroshima en Nagasaki - beide Japanse steden. Na de Tweede Wereldoorlog was de Koude Oorlog al snel een feit. Gedurende deze oorlog testten en fabriceerden zowel de Sovjet-Unie als de Verenigde Staten vele, steeds zwaarder wordende, kernwapens. Een kernoorlog leek ophanden en de situatie werd steeds dreigender. Deze spanning culmineerde in onder meer de grootste kernbom ooit gebouwd, de Tsar Bomba in 1961 (twee keer zo zwaar als de zwaarste Amerikaanse bom) en in 1962 in de Cubacrisis, toen een confrontatie ternauwernood vermeden kon worden.

Er waren ook minder bekende 'ongelukjes', maar in potentie zeker zo gevaarlijk zoals deze gebeurtenis. Op 26 september 1983 vermeed overste Stanislav Petrov het uitbreken van een kernoorlog, door niet naar zijn geautomatiseerde waarschuwingssysteem te luisteren dat aangaf dat de Amerikanen (toen onder Ronald Reagan) vijf kernraketten hadden gelanceerd.

Risicogebieden[bewerken]

Hieronder staan risicogebieden voor kernoorlogen waar landen met de beschikking over kernwapens met elkaar min of meer in staat van oorlog verkeren, of waar een kernmacht een gespannen verhouding heeft met bepaalde andere landen.

Zie ook[bewerken]