IJzeren Kruis (Duitsland)
Het IJzeren kruis (Eisernes Kreuz in het Duits) is een Pruisische, en later een Duitse militaire onderscheiding. Het IJzeren Kruis werd op 10 maart 1813 door de Pruisische koning Frederik Willem III ingesteld. Het ontwerp van het IJzeren Kruis is, zo blijkt uit een potloodtekening "van Hoogstderzelven hand", van koning Frederik Willem III zelf. De koning was de stichter van dit militaire ereteken dat in eerste instantie alleen aan Pruisische onderdanen werd verleend.
Het IJzeren Kruis werd alleen in oorlogen verleend en het werd voor dat doel telkens vernieuwd wat inhield dat de onderscheiding, het werd pas in 1939 een Ridderorde, het monogram van de heersende Pruisische koning kreeg met daaronder het jaartal van de vernieuwing. Voor de deelnemers aan de Eerste Duits-Deense Oorlog (1848-1851), de Tweede Duits-Deense Oorlog (1864) en de Duits-Oostenrijkse Oorlog, de zegeheten "brüderkrieg" van 1866, werden geen IJzeren Kruisen ingesteld en de verdienstelijke en dappere militairen werden daarom beloond met andere onderscheidingen zoals kruisen "met de Zwaarden" in de Orde van de Rode Adelaar, de Kroonorde en de Huisorde van Hohenzollern. De hoogste Pruisische onderscheiding voor dapperheid, de Orde Pour le Mérite werd tijdens alle conflicten tussen 1813 en 1918 verleend.
Inhoud |
Vorm en herkomst [bewerken]
De vorm en uiterlijk van de orde werden bewust gekozen aan de hand van het kruis van de Duitse Orde, een zwart kruis met de typische verbrede balken, zoals de Deutschritter al vanaf de 14e eeuw droegen. De koning ontwierp het kruis zelf. In tegenstelling tot andere militaire onderscheidingen in de wereld werd afgezien van waardevolle materialen, wat het plichtsbesef van een militair moest weergeven. Het lint was tot 1918 zwart met twee witte strepen.
Het kruis werd niet toegekend in de Duits-Deense Oorlogen van 1848 en 1864, en evenmin in de Duitse oorlog van 1866. Ter gelegenheid van de 25e verjaardag van de overwinning op Frankrijk (1 september 1870) besloot Keizer en Koning Wilhelm II op 18 augustus 1895 dat een uit drie eikenbladeren bestaand zilveren blad (in werkelijkheid van wit metaal) met het jubileumnummer "25" mocht worden gedragen op het lint van het in 1870 toegekende IJzeren Kruis.
Dit eikenloof was al eerder gebruikt op de versierselen van de Orde Pour le Mérite en de Orde van de Rode Adelaar. Het werd in 1939 door Adolf Hitler gebruikt om de vier door hem ingestelde ridderkruisen te versieren.
Hoewel Pruisen en Duitsland betrokken waren bij militaire conflicten in Oost-Azië en de opstanden in Duits-Zuidwest-Afrika werd het IJzeren Kruis tot 1914 niet opnieuw toegekend. De tweede vernieuwing van het IJzeren Kruis vond plaats op 8 augustus 1914 tijdens de eerste dagen van de Eerste Wereldoorlog. De dragers van het IJzeren Kruis uit 1870 ontvingen, volgens de beschikking van 4 juni 1915 als juni 1915 naast de zilveren eikenbladeren een zilveren gesp met een afbeelding van het IJzeren Kruis met het jaar 1914.
De derde en laatste editie van het IJzeren Kruis werd op 1 september 1939 gesticht, aan het begin van wat de Tweede Wereldoorlog zou worden.
Het grootkruis van het IJzeren Kruis was ongeveer tweemaal zo groot als de kruisen van de Tweede en Eerste Klasse. De vorm van het grootkruis werd in 1939 voor het Ridderkruis van het IJzeren Kruis overgenomen, maar dit kruis was kleiner dan de grootkruisen, maar groter dan de Tweede en Eerste Klasse. Op de onderste kruisarm van het IJzeren Kruis werd altijd met reliëf de oprichtingsdatum (1813, 1870, 1914 en 1939) aangebracht. Het getal 1813 prijkt op de bovenste arm van kruisen van 1870 en later. De initialen van koning Friedrich Wilhelm III, (FW), zijn te vinden op het middelste eikenblad. In 1870 en 1914 werden de monogrammen van Wilhelm I en Wilhelm II in het midden van het kruis, onder de gestileerde kroon van het Koninkrijk Pruisen dat in de bovenbalk werd geplaatst, afgebeeld.
Hoewel de Duitse militairen een eed van trouw aan hem hadden afgelegd besloot Adolf Hitler in 1939 om een hakenkruis, het symbool van zijn nazi-staat, te plaatsen waar eerder het monogram van de stichter had gestaan.
Draagwijze [bewerken]
Het IJzeren Kruis werd ten tijde van de stichting gedragen in het tweede knoopsgat van de tuniek. Deze wijze van dragen raakte uit de mode en werd later alleen gezien bij speciale gelegenheden. Men ziet ook pas met het IJzeren Kruis gedecoreerde militairen het kruis op de wijze op portretfoto's dragen.[bron?]
1813 [bewerken]
Het IJzeren Kruis werd als onderscheiding in de oorlog tegen Napoleon toegekend zonder onderscheid te maken in stand en rang. In 1815 werd vastgesteld dat de onderscheiding ook aan bondgenoten van Pruisen mocht worden verleend. De Pruisische generaal-veldmaarschalk Blücher ontving na de slag bij Waterloo, die dankzij zijn ingrijpen door de geallieerden werd gewonnen, een IJzeren Kruis op een gouden ster. Men noemt deze onderscheiding, die alleen hem ten deel viel, daarom de Blücherster.
In december 1813 verleende de Pruisische koning aan duizenden Russische gardisten, overlevenden van de Slag bij Kulm, het zogenaamde Kruis van Kulm dat sterk op het latere IJzeren Kruis leek.
De vorm van de nieuwe ereteken was symbolisch. De Pruisische koning knoopte aan bij de middeleeuwse Duitse Orde. De ridders droegen een zwart kruis met breed uitlopende armen op een witte mantel. Zo werd het zegeteken uit de Duitse bevrijdingsoorlog in de traditie van de kruistochten en de Duitse gotiek geplaatst. Het herrijzende Duitsland van de vroege romantiek idealiseerde de middeleeuwen en de gotiek die als een puur "Duits" cultuurgoed werd beschouwd. Het werd afgezet teghen het "latijnse" en dus ook Franse, Classicisme.
Om de naaste bondgenoten van Pruisen, het Slavische Rusland, niet te bruuskeren werd de focus van de symboliek rond het IJzeren Kruis op de indertijd mateloos populaire Koningin Luise, de in 1810 gestorven vrouw van Frederik Willem III gelegd. Sinds haar dood in 1810 werd zij in de propaganda van de Pruisische regering geroemd als de ideale vorstin, vrouw en liefhebbende moeder, gepresenteerd als "Pruisische Madonna" en martelaar. Op wat haar 37e verjaardag had zullen zijn, 10 maart 1813, werd zij postuum en als de eerste, met het IJzeren Kruis gedecoreerd. De bladeren op het IJzeren Kruis verwijzen naar haar en haar kinderen. Koning Friedrich Wilhelm hechtte groot belang aan de propaganda rond zijn overleden vrouw en bekritiseerde hofprediker Rulemann Frederick Eyles , die in zijn preek in de Potsdamse Garnizoenskerk te weinig aandacht aan haar en haar symbolische verbinding met het IJzeren Kruis had besteed. De naam van de na 1821 door Schinkel ontworpen en gebouwde Berlijnse wijk Kreuzberg verwijst naar het IJzeren Kruis, in de plattegrond vindt men de vorm van een kruis terug.
Hoewel koning Friedrich Wilhelm III ten tijde van de stichting van de Orde expliciet had vastgestelt dat het om een onderscheiding in een bevrijdingsoorlog ging werd ook in latere oorlogen - de Duits-Pruisische oorlog van 1870-71, de Eerste en de Tweede Wereldoorlog door de Hohenzollern heersers of de nationaal-socialistische dictator een IJzeren Kruis ingesteld.
De Eerste Klasse, ridderkruis en grootkruis werden altijd in de oorspronkelijke uit 1813 stammende vorm op de linkerborst of om de hals gedragen.
1870 [bewerken]
Bij het begin van de Frans-Duitse Oorlog in 1870 werd het kruis door keizer Wilhelm I heringevoerd, tot het einde van de oorlog. In de Frans-Duitse oorlog werden speciale uitvoeringen voor verpleegsters (met een opgelegd rood kruis), en legeraalmoezeniers en priesters (aan een wit lint) ingesteld. Dit Kruis van Verdienste voor Vrouwen en Maagden (Duits: Ehrenkreuz für Frauen und Jungfrauen) was een apart ereteken dat in vorm gelijk is aan het ijzeren kruis. Anders dan het ijzeren kruis, dat uiteraard van gietijzer is, is deze onderscheiding van zilver. Ook dit kruis werd aan een lint van de vredesklasse van het IJzeren Kruis gedragen.
In 1897 werd een zilveren eikenblad toegevoegd met het opschrift "25". Hiermee werden de veteranen van de oorlog van 1870 geëerd.
De Britse arts William George Nicholas Manley kreeg in deze oorlog ook het ijzeren kruis 2e klasse. In 1864 had hij ook het Victoria Cross verdiend tijdens de Maori oorlog in Nieuw-Zeeland. Hij is hiermee de enige persoon die zowel het ijzeren kruis als het Victoria Cross mocht dragen.
1914 [bewerken]
Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog werd het kruis opnieuw ingevoerd, ditmaal door keizer Wilhelm II. Het Kruis werd in deze oorlog zo vaak verleend dat het in aanzien daalde. Er werden naar schatting 5 miljoen IJzeren Kruisen 2e klasse verleend en 218.000 1e klasse. De latere Duitse dictator Adolf Hitler werd met het IJzeren Kruis eerste, en tweede klasse onderscheiden. Deze eerste onderscheiding was voor een korporaal opmerkelijk.
In 1915 werd het mogelijk gemaakt om het ijzeren kruis ook aan onderdanen van bondgenoten zoals Oostenrijk en Turkije te verlenen.
Om te voorkomen dat er te veel uitreikingen van het exclusieve kruis van de Orde Pour le Mérite zouden plaatsvinden werden de dragers van het IJzeren Kruis der Eerste Klasse eerst benoemd in de Huisorde van Hohenzollern. Het kruis IVe Klasse met de Zwaarden in deze orde was het "opstapje" naar de Orde Pour le Mérite. Het grootkruis van het IJzeren Kruis was voorbehouden aan maarschalken en vorsten.
Van 1813 tot 1914 onderscheidde men drie klassen:
- Grootkruis: Aan een lint om de hals,
- IJzeren Kruis 1e klasse: zonder lint op de borst en
- IJzeren Kruis 2e klasse: aan een lint op de borst.
De Pruisische generaal-veldmaarschalk Von Hindenburg ontving in maart van 1918 voor zijn overwinning in de Slag bij Tannenberg, een niet-voorziene onderscheiding, namelijk een speciaal voor hem ingestelde klasse. Het IJzeren Kruis werd op een gouden ster gezet. Dit kruis wordt de Hindenburgster genoemd.
Het IJzeren kruis als Ridderorde tussen 1939 en 1945 [bewerken]
Tijdens de Tweede Wereldoorlog voerde Adolf Hitler het IJzeren Kruis opnieuw in. Ditmaal was het geen militaire onderscheiding maar een ridderorde. Het lint was nu zwart, wit en rood. Het kruis was iets dikker en toonde het jaartal 1939 op de voorzijde, 1813 op de achterzijde en in het midden het hakenkruis.
Veteranen van de Eerste Wereldoorlog die ook in de Tweede Wereldoorlog een ijzeren kruis ontvingen dragen boven hun kruis een gesp in de vorm van een kleine adelaar met het jaartal "1914".
Van 1939 tot 1945 onderscheidde men vier klassen:
- IJzeren Kruis 2e klasse
- IJzeren Kruis 1e klasse
- Ridderkruis
De ridderkruisen werden, wanneer daar aanleiding voor was, bij bevordering versierd met twee zilveren eikenbladeren (ook wel 'eikenloof' geheten') op het lint, zwaarden die daar onder werden aangebracht, diamanten op de eikenbladeren en gouden eikenbladeren met diamanten.
- Grootkruis
Het ridderkruis kwam in de plaats van de tot 1918 verleende Pruisische Pour le Mérite. De onderscheiding werd ook aan de lagere rangen verleend. Het was dus ook voor een onderofficier mogelijk om het ridderkruis te verwerven. De commandanten van de legerkorpsen en bevelhebbers van de marine en luchtmacht hadden het recht om de twee laagste rangen in deze orde, in naam van de Führer, te verlenen.
Het Ridderkruis speelde in het nationaal-socialistische Duitsland een grote rol. Foto’s van de Ridderkruisdragers werden door de propagandaministerie op voorpagina's van kranten en weekbladen geplaatst en zij kregen veel aandacht in het bioscoopjournaal.
Om te voorkomen dat er te veel ridderkruisen verleend moesten worden, stelde Hitler in 1940 het Duits Kruis in. Daarvoor kwamen alleen de dragers van het IJzeren Kruis Ie Klasse in aanmerking.
De rangen en versierselen van de Orde van het IJzeren Kruis [bewerken]
IJzeren Kruis IIe klasse [bewerken]
Dit werd ongeveer 2,3 miljoen maal verleend, waaronder aan Adolf Hitler. Dit kruis werd aan een lint op de linkerborst gedragen. Het IJzeren Kruis zelf werd alleen op de dag van de uitreiking gedragen en tijdens ceremoniële bijeenkomsten. Daarna werd alleen het lint door het tweede knoopsgat van het uniform gedragen.
IJzeren Kruis Ie klasse [bewerken]
Dit werd ongeveer 300 000 maal verleend. Ook Adolf Hitler kreeg deze medaille. Dit kruis werd zonder lint op de linkerborst gespeld.
Ridderkruis [bewerken]
Dit werd 7313 keer verleend.
Het merendeel van de Ridderkruisdragers was Duits, maar ook Nederlandse, Poolse, Belgische, Franse, Scandinavische en Italiaanse militairen kregen deze onderscheiding. Verder waren er ook nog 4 Japanners die voor hun strijd tegen de Amerikanen onderscheiden werden met Ridderkruis. De testpilote Hanna Reitsch was de enige vrouw die het Ridderkruis ooit kreeg. De Nederlandse NSB'er en Waffen-SS vrijwilliger Gerard Mooyman was de eerste niet-Duitser die het Ridderkruis mocht ontvangen. Ook Belgische vrijwilligers die in de Waffen-SS dienden werden met Ridderkruisen onderscheiden. Het waren: Léon Degrelle, Leon Gillis, Remi Schrijnen en Jacques Leroy.[1]
Ridderkruis met eikenloof [bewerken]
Deze rang werd ingesteld op 3 juni 1940 en werd 883 keer verleend. 34 maal werden ook niet-Duitsers met het eikenloof onderscheiden.
Ridderkruis met eikenloof en zwaarden [bewerken]
Dit werd ingesteld op 21 juni 1941 en werd 159 keer verleend. Deze onderscheiding kon alleen worden toegekend wanneer Adolf Hitler persoonlijk toestemming gaf. De ontvanger moest 100% Germaans zijn en zijn militaire acties moesten van grote invloed zijn op het verloop van een bepaald militair offensief. De Zwaarden werden altijd door Adolf Hitler persoonlijk aan de ontvanger overhandigd.
De zwaarden bestonden uit twee gekruiste miniatuurzwaardjes, gemaakt van zilver, die geplaatst werden onder het amulet van de eikenbladen en net boven het kruis.
In totaal kregen slechts 200 militairen deze hoge onderscheiding.
Ridderkruis met eikenloof, zwaarden en briljanten [bewerken]
Deze onderscheiding werd ingesteld op 15 juli 1941, werd 27 keer verleend, onder andere aan Erwin Rommel, Walter Model en Josef Dietrich. In dit geval werden 250 kleine diamanten op het eikenloof geplaatst.Ook de gevesten van de zwaarden werden met diamanten versierd.
Van de ruim tien miljoen militairen die Duitsland tijdens de oorlog onder de wapenen had, kregen slechts 27 deze onderscheiding. Tien van hen waren piloten, twee tankbestuurders, twee onderzeebootkapiteins en veertien generaals, maarschalken of andere legeraanvoerders.
Uitgereikt aan:
- Hans-Ulrich Rudel (luitenant-kolonel, piloot)
- Erich Hartmann (majoor, piloot)
- Hans Joachim Marseille (kapitein, piloot)
- Adolf Galland (luitenant-generaal, piloot)
- Walter Nowotny (majoor, piloot)
- Werner Mölders (luitenant-kolonel, piloot)
- Gordon Gollob (luitenant-kolonel, piloot)
- Heinz Wolfgang Schnaufer (majoor, nachtpiloot)
- Hermann Graf (luitenant-kolonel, piloot)
- Helmut Lent (1e luitenant, nachtpiloot)
- Dietrich von Saucken (generaal van de pantsertroepen)
- Hyazinth Graf Strachwitz (luitenant-generaal)
- Wolfgang Luth (onderzeebootkapitein)
- Albrecht Brandi (onderzeebootkapitein)
- Erwin Rommel (generaal-veldmaarschalk van het Heer)
- Walter Model (generaal-veldmaarschalk van het Heer)
- Hasso von Manteuffel (generaal van de pantsertroepen)
- Hans-Valentin Hube (generaal-overste)
- Albert Kesselring (generaal-veldmaarschalk van de Luftwaffe)
- Sepp Dietrich (generaal-overste van de Waffen-SS)
- Ferdinand Schörner (generaal-veldmaarschalk van het Heer)
- Adelbert Schulz (generaal-majoor)
- Herbert Otto Gille (generaal van de Waffen-SS)
- Karl Mauss (generaal van de pantsertroepen)
- Hermann Bernhard Ramcke (generaal van de Fallschirmtruppen)
- Theodor Tolsdorff (luitenant-generaal)
- Hermann Balck (generaal van de pantsertroepen)
Ridderkruis met gouden eikenloof, zwaarden en briljanten [bewerken]
Werd ingesteld op 29 december 1944 en werd eenmaal verleend aan de Stuka-piloot Hans-Ulrich Rudel (luitenant-kolonel). Hij ontving deze decoratie voor het vernietigen van honderden tanks aan het oostfront.
Grootkruis [bewerken]
In 1940 wordt Rijksmaarschalk Hermann Göring het Grootkruis van het ijzeren kruis verleend om de bevelhebber van de luchtmacht te eren voor de "Blitzkrieg" in België en Frankrijk. Dit grootkruis, een groot uitgevoerd ridderkruis werd om de hals gedragen.
De voor Göring vervaardigde ster met gouden stralen wordt, omdat de luchtmacht in de daaropvolgende veldtochten vaak ernstig tekortschiet, niet verleend. Dit ereteken is door de Amerikanen buitgemaakt en bevindt zich in het museum van het Amerikaanse leger.
Het IJzeren Kruis na 1945 [bewerken]
Het IJzeren Kruis wordt sinds 1945 niet meer verleend. De Bondsrepubliek staat het dragen van een IJzeren Kruis waarvan het hakenkruis is verwijderd conform een wet van 26 juli 1957 toe. Op overtreding van deze wettelijke bepaling staat een zware straf. In het algemeen verleent Duitsland, in tegenstelling tot andere NAVO-bondgenoten geen onderscheidingen meer voor moed.
In de Tweede Wereldoorlog werden volgens officiële, maar slecht gestaafde opgaven 7028 ridderkruisen verleend. De aantallen ijzeren kruisen verschillen dan ook per auteur. Op veilingen in Duitsland en elders zijn meer dan 55.000 ridderkruisen in omloop. Dat doet vermoeden dat deze kostbare onderscheiding, een authentiek ridderkruis kost in 2005 ongeveer €5000, op grote schaal vervalst is.
In 1952 werd het IJzeren Kruis, natuurlijk zonder swastika, afgebeeld op de "gekuiste" kruisen van het Duits Kruis.
Nu Duitsland betrokken is bij militaire acties in het kader van de NAVO en de VN wordt in de Bondsrepubliek een discussie over een passende dapperheidsonderscheiding gevoerd. Wordt dat een IJzeren Kruis? Tegenstanders achten de eeuwenoude vorm in diskrediet gebracht door de nazi-tijd. Voorstanders wijzen op de traditie.
Officiële vorm [bewerken]
De uiteindelijke vorm van de Orde van het IJzeren Kruis werd vastgelegd in een Duitse verordening die op 1 september 1939 werd getekend door Adolf Hitler in zijn functie van führer en rijkskanselier.
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Iron Cross op Wikimedia Commons. |
| Bronnen, noten en/of referenties |