Tweede Duits-Deense Oorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tweede Duitse-Deense Oorlog
Onderdeel van de oorlogen van de Duitse eenwording
De Slag van Dybbøl door Jørgen Valentin Sonne, 1871
De Slag van Dybbøl door Jørgen Valentin Sonne, 1871
Datum 1864
Locatie Europa, Jutland, Sleeswijk-Holstein
Resultaat Duitse overwinning, Vrede van Wenen
Casus belli Conflict over het bezit van de hertogdommen Sleeswijk en Holstein
Territoriale
veranderingen
Sleeswijk-Holstein en Lauenburg naar Pruisen en Oostenrijk
Strijdende partijen
Flag of Prussia 1892-1918.svg Pruisen
Flag of the Habsburg Monarchy.svg Oostenrijk
Flag of Germany.svg Duitse Bond
Flag of Denmark.svg Denemarken
Deense soldaten in de Slag bij Dybbøl Skanse (1864)
Sleeswijk-Holsteinse kwestie
Betwiste gebieden
Sleeswijk · Holstein · Lauenburg
Oorlogen
1e Duits-Deense Oorlog (1848-1851) · 2e Duits-Deense Oorlog (1864) · Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog (1866)
Vredes en verdragen
Conventie van Londen (1852) · Vrede van Wenen (1864) · Verdrag van Gastein (1865) · Verdrag van Praag (1866)

De Tweede Duits-Deense Oorlog (ook wel de Deense Oorlog en de Deens-Pruisische Oorlog genoemd) was, net als de Eerste Duits-Deense Oorlog, het gevolg van de politieke spanningen tussen Duitse Bond en Denemarken over de status van de hertogdommen Sleeswijk en Holstein, ook wel de Sleeswijk-Holsteinse kwestie genoemd.

De Tweede Duits-Deense Oorlog brak in 1864 uit, toen Denemarken de hertogdommen Sleeswijk en Holstein wilde integreren. Dit was echter in strijd met de Protocol van Londen (1852): daarin stond namelijk vast dat beide hertogdommen bij Denemarken hoorden, maar wel als zelfstandige staten moesten worden behandeld. De Duitse publieke opinie reageerde dan ook heftig op deze poging tot integratie. Bismarck speelde in op deze kruistocht-sfeer en besloot om samen met Oostenrijk Denemarken de oorlog te verklaren om deze hertogdommen eens en voor altijd uit handen van Denemarken te halen.

Er volgde een korte oorlog met Pruisen en Oostenrijk aan de ene kant en Denemarken aan de andere. Al snel bleek dat de kracht van het gereorganiseerde leger van koning Wilhelm van Pruisen dat van het Deense leger overtrof. Ook konden de Denen niet rekenen op Britse steun en de oorlog viel dan ook in hun nadeel uit. In de Vrede van Wenen (1864) werd besloten dat de twee hertogdommen het gezamenlijke bezit zouden worden van Pruisen en Oostenrijk. Deze vrede betekende weliswaar het einde van de Tweede Duits-Deense Oorlog, maar niet van het politieke getouwtrek om de twee hertogdommen. Bismarck wist heel goed dat Oostenrijk zich weinig zou bemoeien met deze noordelijke gebieden.

De zegevierende keizer en koning stelden voor hun soldaten een Herinneringsmedaille aan de Veldtocht van 1864 in Denemarken en een Oorlogsherdenkingsmunt voor 1864 in.