Duitse eenwording

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Zie het artikel Duitse hereniging voor de vereniging van Bondsrepubliek en DDR in 1990.

Met de Duitse eenwording wordt in de eerste plaats gedoeld op het ontstaan in 1871 van het Duitse Keizerrijk uit de voordien vele onafhankelijke en semi-onafhankelijke staten en staatjes van de Duitse Bond.

Het streven naar de Duitse eenwording dateerde al van eerder. Belangrijk momenten die de aanzet vormden waren de Reden an die deutsche Nation uit 1807/'08 van Fichte tijdens de napoleontische bezetting en het Eerste Wartburgfest in 1817.

In 1848 was er even paniek: in Pruisen begon de Maartrevolutie. Deze zette echter niet door en werd snel neergeslagen door de autoriteiten. Aan het begin van de mislukte revolutie vond de oprichting van het Frankfurter Parlement plaats. Dit Parlement presenteerde een verenigd Duitsland op een dienblad aan de Pruisische koning. Deze weigerde echter: eenwording zou moeten geschieden op de voorwaarden van Pruisen.

De eenwording kwam er, zij het een paar decennia later. Eerst moest een aantal obstakels overwonnen worden. De belangrijkste daarvan, was de reactie van de andere landen op een verenigd Duitsland. Het Congres van Wenen had namelijk een verenigd Duitsland willen voorkomen. Een verenigd Duitsland zou namelijk te sterk zijn en het machtsevenwicht in gevaar brengen. Een politiek moest dus worden ontwikkeld waarmee Pruisen iedereen te vriend zou houden, hetgeen overigens niet echt lukte. Bedenker en uitvoerder van deze Realpolitik was de Pruisische minister-president Otto von Bismarck. Volgens hem "moest eenheid niet door compromissen bereikt worden, dat was een fout van 1848 geweest. Eenheid moest bereikt worden door bloed en ijzer (Blut und Eisen)."

Onder leiding van Bismarcks Pruisen werden de Bondsstaten verenigd. Het eerste obstakel was Sleeswijk-Holstein. De koning van Denemarken wilde dit gebied omwille van zijn economische kracht inlijven bij Denemarken. Bismarck besloot daarom samen met Oostenrijk Denemarken aan te vallen. Schleswig-Holstein werd ingelijfd bij Pruisen (met een Oostenrijks belang). Oostenrijk lag voor een deel in de Duitse Bond en Pruisen wilde hen eruit en verklaarde hen de oorlog, hiervoor kreeg hij assistentie van het net verenigde Italië. Aangezien Oostenrijk aan twee kanten werd aangevallen en zo het leger verzwakt werd, verloor het. Een handigheid van Bismarck, die hem echter onbegrip bij de keizer en Generale Staf opleverde, was het sluiten van vrede met Oostenrijk zonder gebiedsafstand te verlangen. Dit land zou hierdoor geen wrok tegen Pruisen koesteren. Wel werden landen die de kant van Oostenrijk hadden gekozen, Nassau, Hannover, Kurhessen en Hertogdom Holstein bij Pruisen ingelijfd. De Duitse Bond werd vervangen door een Noordduitse Bond waarin Pruisen absoluut dominant was en een Zuid-Duitse Bond. Bismarck sloot de bijstandsverdragen met de Zuid-Duitse Bond, wat inhield dat die de Noord-Duitse bond zou helpen in geval van een oorlog.

Een vijand was snel gevonden, namelijk Frankrijk. Een reden moest hij zelf uitvinden en deed hij met behulp van de Emscher-telegram. Frankrijk was ontsteld en verklaarde Pruisen de oorlog. De verdragen treden in werking, Frankrijk werd makkelijk verslagen en op 18 januari 1871 ontstond in de spiegelzaal in Versailles het Tweede Keizerrijk Duitsland.

In de periode tussen de Tweede Wereldoorlog en 1990 kende Duitsland een nieuwe periode van verdeeldheid, waaraan pas een einde kwam toen de voormalige DDR herenigd werd met de Bondsrepubliek tot het huidige Duitsland.

Zie ook[bewerken]