Maarschalk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Veldmaarschalk)
Ga naar: navigatie, zoeken
Oostenrijkse maarschalkssstaf uit de 19e eeuw
Veldmaarschalk Lord Roberts in vol ornaat. In zijn rechterhand houdt hij zijn baton of maarschalksstaf
Standaard van Veldmaarschalk Alfred von Waldersee als bevelhebber in China

De maarschalk (Lat. Marscalcus of Marescalcus campi) of veldmaarschalk is in diverse legers de hoogste militaire rang, boven de generaal.

De meeste legers die de maarschalk (of vergelijkbaar) nog kennen, benoemen echter in vredestijd geen militairen in die rang. De tegenhanger van de maarschalk bij de marine is de grootadmiraal (Duits: Großadmiral, Engels: Admiral of the Fleet).

Herkomst[bewerken]

Het woord "maarschalk" is vermoedelijk afgeleid van het Oudduitse marah (paard) en scalc (knecht). De naam duidde oorspronkelijk de paardenknecht aan, en later de opperstalmeester die de zorg droeg voor de paarden en, tijdens veldtochten, voor de legertros namens de vorst. Er is ook een Franse, vrijwel identieke, afkomst. Het woord maréchal zou afgeleid zijn van mare (merrie of paard) en scale (bediende of knecht). De herkomst van het woord "marechaussee" is vergelijkbaar.

Aanvankelijk was de maarschalk, als stal- of paardenbeheerder, ondergeschikt aan de legeraanvoerder, de Constable (Engeland) of de Connétable (Frankrijk). Vanaf het eind van de middeleeuwen worden echter al hoge legerofficieren benoemd met die rang en vanaf de 18e eeuw komt de maarschalk voor als hoogste militaire aanvoerder in de legers van Frankrijk en Engeland. Onder Napoleon I werden de Maréchals-de-France machtige militaire aanvoerders met politieke invloed.

Naast de maarschalk kwamen in het verleden nog andere hoge militaire rangen voor, zoals de kapitein-generaal (bijvoorbeeld in de Republiek der Verenigde Nederlanden en in Spanje), de kolonel-generaal (Generaloberst) in het vooroorlogse Duitse leger (verder ook in Oost-Europa en Noord-Korea gebruikt) en (vrij zeldzaam) de Generalissimo (Sovjet-Unie, Spanje en China). De laatste titel werd wel meer gebruikt als titel door staatshoofden, dan als een werkelijke rang in het leger.

Er zijn ook andere maarschalken: de hofmaarschalk en de adelsmaarschalk. Dat zijn echter geen militaire functies.

Maarschalken per land[bewerken]

Nederland[bewerken]

In Gelderland werd de veldheer Maarten van Rossum in 1528 tot maarschalk benoemd.

Nederland had van 1840 tot 1881 zijn laatste veldmaarschalk in de persoon van prins Frederik, de tweede zoon van Koning Willem I. Bij Koninklijk Besluit van 1914 is de rang van veldmaarschalk afgeschaft.

Tot 1956 had de generaalsrang bij de landmacht naast vier zilveren sterren nog maarschalksstaven als onderscheidingsteken. Het vlaggenprotocol van de marine kent nog de admiraal, die gelijk is aan de maarschalk (of aan de vlootadmiraal in andere landen). Die rang is evenwel bij Koninklijk Besluit in 1956 afgeschaft.

Duitsland[bewerken]

Duitsland kende tot het eind van de Tweede Wereldoorlog de generaal-veldmaarschalk (Generalfeldmarschall) en Hitler stelde nog de rijksmaarschalk (Reichsmarschall) in. De kolonel-generaal (Generaloberst) kwam daarnaast al voor vanaf de 19e eeuw in het Pruisische leger. Deze rang bood een mogelijkheid om officieren te bevorderen boven de generaalsrang in vredestijd, aangezien maarschalken alleen in oorlogstijd werden aangesteld. In het keizerlijke Duitse leger werd de kolonel-generaal een officiële rang tussen generaal en veldmaarschalk.

Verenigd Koninkrijk[bewerken]

In de middeleeuwen was de maarschalk in Engeland aanvankelijk de koninklijke paardenmeester, een erfelijke functie, die dan ook een naam werd: de Earl Marshall. Vanaf Willem de Maarschalk (1146-1219), één van de beroemdste ridders, ging de maarschalk zich steeds minder met de paarden en meer met de regels van de heraldiek en genealogie bezighouden.

In de loop van de zeventiende eeuw werd de term "Field Marshal" - mogelijk naar Frans voorbeeld - gebruikt voor de communicatieofficier bij een veldslag. De officiële militaire rang van die naam werd ingesteld in 1736, toen de doorgewinterde legeraanvoerder generaal George Hamilton, graaf van Orkney door koning George II werd aangesteld als de eerste Britse veldmaarschalk. Aanvankelijk werd de benoeming tot maarschalk vooral gezien als een mogelijkheid om bejaarde generaals nog eenmaal te bevorderen. Zo was Charles Moore, markies van Drogheda zelfs al 91 jaar. Ze hadden dan ook zelden nog een actieve rol in het leger.

De Hertog van Wellington was al op zijn 44e maarschalk en was daarmee een uitzondering. Hij bezat uiteindelijk zelfs twaalf maarschalksstaven. Tijdens de Krimoorlog werd de eenarmige generaal FitzRoy Somerset, Lord Raglan, die in actieve dienst was, ondanks bewezen incompetentie tot maarschalk bevorderd. Frederick Roberts, Lord Roberts werd in 1895 tot maarschalk benoemd wegens zijn grote verdienste als aanvoerder in verschillende koloniale oorlogen. En Douglas Haig, Earl Haig werd in 1917 tot maarschalk benoemd, tijdens de Eerste Wereldoorlog. In de Tweede Wereldoorlog waren er zelfs meerdere maarschalken (Alexander, Montgomery) tegelijk.

De titel van maarschalk is ook verleend aan staatshoofden van bevriende landen zoals de Belgische koningen Leopold I en Albert I, koning Willem II van Nederland, keizer Wilhelm II van Duitsland (in 1901) en keizer Hirohito van Japan (in 1930). Dergelijke benoemingen hebben uiteraard geen militaire betekenis.

Na de Tweede Wereldoorlog vonden echter alleen nog benoemingen tot maarschalk plaats als een landmachtofficier de functie van Chef van de Defensiestaf vervulde. Indien de Chef afkomstig was uit de marine of de luchtmacht volgde benoeming tot Admiral of the Fleet respectievelijk Marshal of the Royal Air Force. Een (veld)maarschalk gaat niet met pensioen en houdt zijn hele leven recht op een aantal voorrechten zoals adjudanten en dienstauto's. Inmiddels is het bevorderen van generaals tot maarschalk echter een zeldzaamheid geworden. Het is sinds 1994 niet meer voorgekomen.

Frankrijk[bewerken]

De titel "maarschalk van Frankrijk" (Frans: Maréchal de France) bestaat nog steeds, maar wordt alleen nog als eretitel verstrekt. Vermaard is de groep van maarschalken die door keizer Napoleon I werden benoemd. Zij fungeerden onder de opperbevelhebber Napoleon als commandanten van grotere legerverbanden, de corps. Deze corps dienden indien nodig ook zelfstandig te kunnen opereren. Een latere bekende Franse maarschalk was Pétain, een held uit de Eerste Wereldoorlog maar een omstreden man tijdens de Tweede vanwege collaboratie.

Verenigde Staten[bewerken]

In 1944 werd om een heel praktische reden een vijfsterrenfunctie ingevoerd. Dat gaf namelijk minder scheve gezichten bij het geven en nemen van bevelen in de omgang met de Field Marshals van het British Empire.

De VS noemde deze functie echter geen "Marshal", maar "General of the Army". Als reden werd vaak opgegeven dat "marshal" George Marshall vreemd klonk, maar in feite kwamen er al "Generals of the Army" voor in de 19e eeuw. Ulysses S. Grant was de eerste, daarna volgden nog William T. Sherman en Philip Sheridan. In 1919 kreeg John Pershing de rang "General of the Armies", waarvan soms verondersteld wordt dat die nog hoger is. Dat wordt echter ook betwist, omdat de rangen in de praktijk nooit tegelijk door actief dienende officieren zijn gedragen. In al die gevallen droegen ze echter vier sterren.

George Washington is postuum zelfs nog benoemd tot General of the Armies of the United States, maar heeft bij leven nooit een hogere functie gehad dan die van luitenant-generaal (3 sterren).

Behalve George Marshall werden in 1944 ook nog Douglas MacArthur, Dwight Eisenhower en Henry H. Arnold bevorderd tot vijfsterrengeneraal. In 1950 kreeg Omar Bradley als laatste de rang. In 1995 is nog kort overwogen om Colin Powell, voorzitter van de Chefs van Staven, deze rang te geven, maar daar is van afgezien.

NAVO[bewerken]

Volgens het NATO standardization agreement (STANAG 2116) komt de rang van maarschalk, behalve in de hierboven genoemde landen, nog voor in Portugal (Marechal), Spanje (Capitán General), Turkije (Mareşal) en Italië (Generale d'Armata).

Sovjet-Unie/Rusland[bewerken]

De Sovjet-Unie kende "maarschalken van de Sovjet-Unie" en de lagere maarschalken van de krijgsmachtdelen. De Russische Federatie nam deze traditie over.

Egypte[bewerken]

Mohammed Hoessein Tantawi, de waarnemende president van Egypte vanaf 11 februari 2011, werd in 1989 bevorderd tot veldmaarschalk.

Herkenning[bewerken]

Als teken van waardigheid draagt de maarschalk in de meeste landen een maarschalksstaf, evenals zijn ranggenoot, de admiraal of vlootadmiraal. Doorgaans is de maarschalksstaf een staf van kort formaat, met fluweel bekleed en met goud of zilver versierd. Een maarschalk die zijn baton of commandostaf draagt, brengt een militair saluut door de staf omhoog te houden. Het Duitse leger kende voor de maarschalk voor dagelijks gebruik een eenvoudige lange smalle staf met een kwast, de zogenaamde Interimstab.

In de heraldiek is het gebruikelijk dat een maarschalk twee gekruiste batons of maarschalksstaven achter zijn wapenschild plaatst.

Trivia[bewerken]

De Maagd Maria is de patrones van het Peruaanse leger en heeft daarin de rang van maarschalkse. Er is in de geschiedenis verder nog geen vrouwelijke maarschalk geweest, maar het is gebruikelijk dat de echtgenote van een maarschalk maarschalkse genoemd wordt. Dit is ook zo in voor de Feldmarschallin in de opera Der Rosenkavalier van Richard Strauss. Ook het Frans kent een vrouwelijke vorm (une maréchale) om de echtgenote van een maarschalk aan te duiden.