Koninklijke Landmacht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Koninklijke Landmacht
Oprichting 9 januari 1814
Land Vlag van Nederland Nederland
Organisatie Ministerie van Defensie
Onderdeel van Nederlandse krijgsmacht
Type Landmacht
Aantal 19.865 militairen, 2.676 burgers (2013)[1]
3.800 reservisten[2]
Veldslagen Onder meer Slag bij Quatre-Bras
Slag bij Waterloo
Tiendaagse Veldtocht
Tweede Wereldoorlog
Commandanten Huidige:
Luitenant-generaal Mart de Kruif
Defensie van Nederland
Flag of the Netherlands.svg
Instanties

Ministerie van Defensie
Nederlandse Krijgsmacht
Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

Krijgsmachtdelen

Koninklijke Landmacht
Koninklijke Luchtmacht
Koninklijke Marine
Koninklijke Marechaussee

Interservice-organisaties

Commando DienstenCentra
Defensie Materieel Organisatie

Functies

Minister van Defensie
Commandant der Strijdkrachten
Inspecteur-generaal der Krijgsmacht

De Koninklijke Landmacht is een onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht, naast de Koninklijke Marine, de Koninklijke Luchtmacht en de Koninklijke Marechaussee. Sinds november 2005 is de Koninklijke Landmacht geen zelfstandige organisatie met een eigen bevelhebber meer. De operationele eenheden van de landmacht zijn toen opgegaan in het Commando Landstrijdkrachten (CLAS).

Geschiedenis[bewerken]

De landmacht werd op 9 januari 1814 opgericht.[3] Kort na de Tweede Wereldoorlog werd de landmacht georganiseerd in een legerkorps van 5 divisies, waarvan 1 paraat en 4 mobilisabel zouden worden. Later werd een aangepaste organisatie overwogen van 2 legerkorpsen, elk met één parate en één mobilisabele divisie.

Uiteindelijk kwam in de jaren zestig van vorige eeuw een organisatie tot stand van één legerkorps (het 1e Legerkorps) met 2 parate (de 1e en de 4e divisie) en 1 mobilisabele (de 5e) divisie. De mobilisabele divisie bestond aanvankelijk overwegend uit infanterietroepen, maar werd begin jaren zeventig gemechaniseerd.

Naast het 1e Legerkorps kende de landmacht nog het Nationaal Territoriaal Commando (NTC), het Nationaal Logistiek Commando (NLC), het Geneeskundig Commando en het Commando Opleidingen (COKL).

De divisies van het legerkorps bestonden alle uit 1 pantser- en 2 pantserinfanteriebrigades. Op korpsniveau was er daarnaast nog de Legerkorps Artillerie, bestaande uit 3 veldartilleriegroepen en een luchtdoelartilleriegroep en 1 mobilisabele infanteriebrigade.

Het NTC telde 2 mobilisabele infanteriebrigades en enkele mobilisabele infanteriebataljons. De organisatie van de landmacht stond in die periode in het teken van de Koude Oorlog, reden waarom in de jaren vijftig en zestig massaal gemechaniseerd en gepantserd werd: eind jaren tachtig telde de landmacht 913 tanks, enkele duizenden stuks pantserinfanterievoertuigen en ruim 400 stuks gemechaniseerde artillerie.

De landmacht leunde in die periode zwaar op de dienstplicht. Zo'n 40.000 dienstplichtigen werden per jaar voor eerste oefening opgeroepen en nog eens ca. 10.000 voor herhalingsoefening. De parate sterkte bedroeg tot in de jaren tachtig van vorige eeuw ongeveer 65.000 personen en na mobilisatie werden dat er ruim 210.000.

De val van het IJzeren Gordijn in 1989 heeft voor de krijgsmacht als geheel, maar vooral voor de landmacht grote gevolgen gehad. De dienstplicht werd de facto afgeschaft,[4] de organisatie werd omgevormd naar een professioneel beroepsleger en veel overbodig materieel werd afgestoten.

Er werd een luchtmobiele brigade opgericht. De samenwerking met andere landen, met name met Duitsland, is geïntensiveerd. Het Nederlandse 1e legerkorps is opgeheven. In plaats daarvan werd samen met Duitsland een legerkorps gevormd, het 1(GE/NL)Corps, waaraan beide landen een divisie bijdroegen: Nederland de 1e divisie "7 december" en Duitsland de 7. Panzerdivision.

Begin 2004 is ook de Nederlandse 1e divisie opgeheven en werd het legerkorpshoofdkwartier omgevormd tot een hoofdkwartier dat kan worden ingezet als "High Readiness Forces Headquarters" (HRFHQ), een snel inzetbare NAVO-strijdmacht op Legerkorpsniveau. Nederland levert een deel het personeel van het hoofdkwartier, een deel van het staf-ondersteuningsbataljon en een deel van het CIS-bataljon (Communicatie- en Informatiesystemen).

Huidige organisatie[bewerken]

Sinds november 2005 is de Koninklijke Landmacht geen zelfstandige organisatie met een eigen bevelhebber meer. De operationele eenheden van de landmacht zijn toen opgegaan in het Commando Landstrijdkrachten (CLAS). Deze is verantwoordelijk voor opleiding, gereedstelling, instandhouding en nazorg. De Commandant Landstrijdkrachten geeft leiding aan dit Commando Landstrijdkrachten. Sinds 25 oktober 2011 is dit luitenant-generaal Mart de Kruif. De overige onderdelen van de landmacht zijn samengevoegd met soortgelijke onderdelen van marine en luchtmacht in twee ondersteunende defensieonderdelen: de Defensie Materieel Organisatie (DMO) en het Commando DienstenCentra (CDC).

Het Commando Landstrijdkrachten is als deel van de Nederlandse krijgsmacht direct geplaatst onder de Commandant der Strijdkrachten, samen met het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) en het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK). Deze Commandant der Strijdkrachten heeft de leiding voor wat betreft tactische inzet in handen. Sinds 28 juni 2012 is dit generaal Tom Middendorp.

Structuur[bewerken]

Het Commando Landstrijdkrachten bestaat in 2014 uit de volgende eenheden:

Taken[bewerken]

De inzetbaarheidsdoelstellingen van het Commando Landstrijdkrachten zijn:

  • Verdediging van eigen en bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief de Caribische delen van het Koninkrijk, met alle beschikbare middelen.[5] De taak wordt in bondgenootschappelijk verband uitgevoerd en in dat kader kan ook de NAVO een beroep doen op Nederland.
  • Deelneming aan wereldwijde operaties ter bevordering van internationale stabiliteit en rechtsorde, voor noodhulp bij rampen en humanitaire crises en voor de bescherming van de belangen van het Koninkrijk. De operaties worden meestal in internationaal verband uitgevoerd, waarbij bijdragen van verschillende partners in samengestelde eenheden worden geïntegreerd en in dat kader dient het CLAS te leveren:[6]
    • Eenmalig een samengestelde taakgroep van brigadeomvang of
    • Langdurig een samengestelde taakgroep van bataljonsomvang waarnaast
    • Gedurende korte tijd een tweede bataljonstaakgroep en
    • Langere tijd kleinere bijdragen inclusief presentie in het Caribisch gebied
    • Langdurige deelneming van compagnies-omvang aan een joint taakgroep special forces
    • Nichecapaciteiten als special forces, Patriot-luchtverdediging en het Duits-Nederlandse Legerkorpshoofdkwartier

Recente reorganisaties[bewerken]

De Landmacht maakt al jarenlang een periode door van reorganisaties en daarmee gepaard gaande opheffingen van eenheden of het ontstaan van nieuwe eenheden. Enkele recente voorbeelden hiervan zijn:

  • In 2009 werden de Explosieven Opruimings Diensten van de landmacht, luchtmacht en marine en de Duik en Demonteer Groep van de marine geïntegreerd tot het nieuwe Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD).
  • Het 103 ISTAR-bataljon werd in 2009 geïntegreerd met gelijkwaardige CLSK-, CZSK- en KMar-eenheden tot een nieuw Joint ISTAR Commando (JISTARC), dat valt onder het Landmacht-onderdeel OOCL.
  • Het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando (DGLC) werd in 2012 opgericht en omvat de grondgebonden luchtverdedigingseenheden van alle krijgsmachtdelen.
  • Het Korps Nationale Reserve bestaat sinds september 2012 nog uit 3 bataljons (10, 20 en 30 Bataljon) met een sterkte van circa 900 man per bataljon.
  • Alle Regionale Militaire Commando's, facilitaire eenheden verantwoordelijk voor militaire complexen in hun gebied en contacten met de lokale overheden, zijn in 2012 opgeheven.
  • In januari 2013 werd het VuursteunCommando opgericht. Dit commando omvat de voormalige korpsen Veldartillerie en Rijdende Artillerie. Ook zijn hierin de mortiereenheden van 11 Luchtmobiele Brigade en het Korps Mariniers opgenomen. De verkleinde eenheid omvat 425 man.

Toekomstige reorganisaties[bewerken]

In de defensiebegroting en de beleidswijzigingen van 2015 zijn de volgende wijzigingen opgenomen:

  • De operationele kern van het Commando Landstrijdkrachten gaat uit drie capaciteiten bestaan: een luchtmobiele, gemotoriseerde en een gemechaniseerde brigade. Dit betekent dat 13 Gemechaniseerde Brigade vanaf 2015 wordt omgevormd tot een lichte (gemotoriseerde) brigade.
  • Bij het Joint ISTAR Commando (JISTRAC) wordt 1 verkenningseskadron omgevormd naar een inlichtingen verkenningseskadron dat specialistische taken kan uitvoeren. Het 2e verkenningseskadron van JISTARC wordt in 2015 opgeheven. Diens activiteiten worden voortgezet door een nieuw te vormen Brigade Verkenningseskadron van 11 Luchtmobiele Brigade. Hierdoor beschikken zowel 11 Luchtmobiele Brigade, de toekomstige 13 Gemotoriseerde Brigade en 43 Gemechaniseerde Brigade over een 'eigen' verkenningseskadron.
  • De bevoorrading en transport worden herzien. De goederenvervoerstaak wordt overgenomen en geïntegreerd, waarna de gehele bevoorradings-en transportcapaciteit moet worden aangepast aan de nieuwe landmachtorganisatie. Hiervoor worden de bevoorradings- en transporteenheden geclusterd in één eenheid: het Bevoorradings- en Transport Commando.

Materieel[bewerken]

Het materieel van de Koninklijke Landmacht is de laatste jaren gemoderniseerd. Hier volgt een overzicht van soort en aantallen hoofduitrustingsstukken.[7]

Type 2008 2011 2015 Opmerkingen
Leopard 2 A6 80 0 0
Bergepanzer Büffel bergingsvoertuig 25 25 18
Leopard 1 Brugleggende tank 10 10 8 Worden vervangen door 10 PSB2 bridgelayers en 4 Noorse Leguan bridgelayers
Genietank Kodiak 0 0 10
M577 commandorupsvoertuig 48 24 12
Fennek 410 370 347
Fennek Stinger Weapon Platform 0 5 18
Mercedes-Benz 290GD Stinger Weapon Platform 0 18 18
Patriot Fire Peloton 3 3 3 In totaal 20 launchers
NASAMS II Fire Units 0 3 3 In totaal 6 launchers met elk 6 AIM-120B Advanced Medium Range Air to Air Missiles
CV9035NL 193 149 176
Gill Medium Range Antitankwapen (MRAT) 0 100 175
Boxer MRAV 0 0 200
Patria XA-188 GVV 90 20 13
Bushmaster 25 55 76
Luchtmobiel Speciaal Voertuig 90 140 160
Mortier 120mm 88 45 18
Mortier 81mm 80 80 51
TPz Fuchs 23 23 18
PzH 2000 Pantserhouwitser 24 18 18
Mercedes Benz 290G 5500 5200 5000 Worden vanaf 2014 vervangen door 1667 Volkswagen Amarok's
Mercedes Benz 280G 0 128 128
Diverse vrachtwagens 9500 8400 8400
Drone Raven 21 21 25
Drone Scan Eagle 0 0 2

Fotogalerij[bewerken]

Bewapening[bewerken]

De militairen van de Koninklijke Landmacht beschikken over de volgende bewapening.[8]

Naam Type wapen Afmeting (cm) Gewicht (kg) Kaliber (mm) Magazijn (aantal patronen) Rol
Diemaco C7 Semi-automatisch geweer 100 3,7 5.56 NAVO 30 Persoonlijke bewapening
Diemaco C8 Semi-automatische karabijn 85 3,7 5.56 NAVO 30 Persoonlijke bewapening
Glock 17 Pistool 20,3 0,87 9 Parabellum 17 Persoonlijke bewapening
Accuracy L115 Sluipschuttersgeweer 120 6,5 7.62 NAVO 5 Specialistische bewapening
Barret M107 Sluipschuttersgeweer 140 14 12.7 (.50cal) 10 Specialistische bewapening
Mossberg M590 Shotgun 116 4 18.2 7-8 Groepsbewapening
FN Minimi Machinegeweer 76,6[9] 7,1 5.56 NAVO Patroonband; 700 – 1000 schoten per minuut Groepsbewapening
FN MAG Machinegeweer 126 11,8 7.62 NAVO Patroonband; 700 - 750 schoten per minuut Groepsbewapening
Browning M2 Machinegeweer 165 38 12.7 (.50cal) Patroonband; 450 – 500 schoten per minuut Groepsbewapening
HK AGW Automatische granaatwerper 150 29 40 350 schoten per minuut Groepsbewapening

Traditionele indeling van eenheden[bewerken]

Naast de hiërarchieke indeling kent het CLAS ook nog een traditionele indeling in wapens en dienstvakken. De lucht- en zeestrijdkrachten kennen een dergelijke traditionele indeling niet. In het algemeen valt een gevechts- of gevechtssteunende eenheid onder een wapen, en wordt een ondersteunende eenheid door een dienstvak uitgevoerd. Er zijn uitzonderingen: de Genie en de Verbindingsdienst voeren ondersteunende taken uit, maar vallen onder wapens.

Wapens[bewerken]

De landmacht kent de volgende wapens:

Dienstvakken[bewerken]

De landmacht kent de volgende dienstvakken:

Regimenten[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van regimenten van de Nederlandse landmacht voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De wapens en dienstvakken kunnen weer onderverdeeld worden in één of meerdere regimenten. Dit zijn administratieve organisaties die de tradities van de eenheden bewaren. Voor de Tweede Wereldoorlog hadden regimenten slechts een nummer (met uitzondering van de regimenten Grenadiers en Jagers), maar in de jaren vijftig van de vorige eeuw kregen de regimenten een naam. Kenmerkend voor een Nederlands regiment is dat het over een Vaandel of Standaard beschikt. Een ander kenmerk is dat het regiment alleen een traditionele betekenis heeft. Anders dan in landen als Frankrijk, worden eenheden genummerd. Deze nummering is gebaseerd op de oude indeling van het leger in divisies. Ieder divisie bestond uit een aantal regimenten. Een regiment bestond op zijn beurt weer uit meerdere bataljons. Een voorbeeld hiervan is 42 Bataljon Limburgse Jagers. Historisch zou dit gezien moet worden als een bataljon van het 2e Regiment Infanterie, onderdeel van de 4e divisie. In de jaren zestig van de 20ste eeuw werd de landmacht al gereorganiseerd en oude, verdwenen regimenten kregen in de vorm van een herwaardering van de traditiebeleving hun nieuwe traditionele functie.

De eenheid van regiment is een puur ceremoniële functie. De regimentscommandant heeft er vrijwel altijd een reguliere functie bij. Vaak zijn bepaalde functionarissen op het opleidingsinstituut van het betreffende Wapen of Dienstvak ook regimentscommandant. Er is ook een regimentsadjudant. Het regiment draagt bij aan het zogenaamde "esprit de corps", het korpsgevoel en saamhorigheid. Ondanks de samenvoeging van regimenten, wordt nu steeds meer de waarde beseft die een regiment kan hebben voor het moreel en gevoel van eenheid van militairen. Een regiment draagt een rijke historie met zich mee, die soms rationeel gezien kunstmatig aandoet, maar wel effectief en belangrijk is. Hierbij kan worden gedacht aan 45 Pantserinfanterie Bataljon, dat recentelijk de tradities van het Regiment Infanterie Oranje Gelderland op zich heeft genomen.

Rangen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie: Lijst van militaire rangen van de Nederlandse Krijgsmacht

De Koninklijke Landmacht kent diverse rangen. Deze zijn vastgesteld volgens het Koninklijk Besluit van 20 juni 1956.

Open Dagen[bewerken]

In het verleden werden jaarlijks Landmachtdagen gehouden op verschillende kazernes - gericht op de werving van nieuw personeel - die vele bezoekers trokken. Vanwege bezuinigingen worden deze open dagen tegenwoordig twee keer per drie jaar gehouden. In 2014 koos de Koninklijke Landmacht ervoor om de Landmachtdagen niet centraal op één kazerne te houden, maar verspreid over 200 locaties in het land. Dit in het kader van het 200-jarig bestaan van de Koninklijke Landmacht.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Kerngegevens Defensie, feiten en cijfers, Ministerie van Defensie, 19 januari 2013.
  2. Functies reservisten, Ministerie van Defensie. Bezocht op 29 juni 2014.
  3. Oprichting van het leger (9 januari 1814), Ministerie van Defensie.
  4. Formeel is de dienstplicht nooit afgeschaft, maar is slechts de opkomstplicht opgeschort.
  5. Taken van de Landmacht, Defensie, geraadpleegd op 26 november 2014
  6. X Defensie Rijksbegroting 2015 Defensie, 16 september 2014
  7. Brochure Kerngegevens Defensie 2013, Defensie, 6 december 2013
  8. Overzicht wapens bij Defensie, Defensie.nl, geraadpleegd op 25 november 2014
  9. De versie met uitgeschoven kolf en een hydraulic buffer meet 91,4 centimeter