Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO)
TNO-gebouw in Delft
TNO-gebouw in Delft
Opgericht 1932
Werkgebied Onderzoeksinstituut
Voorzitter Jan Mengelers
Motto TNO verbindt mensen en kennis om innovaties te creëren die de concurrentiekracht van bedrijven en het welzijn van de samenleving duurzaam versterken.
Type kennisorganisatie
Aantal werknemers ca. 3800
Hoofdkantoor Delft
Website
Portaal  Portaalicoon   Economie

De Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) is een onderzoeksinstituut met als doelstelling het toepassen van wetenschappelijke kennis in de praktijk. TNO telt ongeveer 3800 werknemers (2012) en is hiermee het grootste onderzoeksinstituut in Nederland.

Het hoofdkantoor van TNO is gevestigd in Delft, andere locaties zijn te vinden in onder meer Den Haag/Wassenaar, Apeldoorn, Eindhoven, Helmond, Groningen, Hoofddorp, Leiden, Rijswijk, Soesterberg, Bergen op Zoom (Heimolen), Utrecht en Zeist.

Geschiedenis[bewerken]

TNO is opgericht in 1932. Daar is een lange geschiedenis aan voorafgegaan. De Commissie Lorentz uit 1918 - officieel Wetenschappelijke Commissie van advies en onderzoek in het belang van volkswelvaart en weerbaarheid - met onder meer de wiskundige L.E.J. Brouwer betekende een eerste aanzet. Deze commissie was bedoeld om de beoefenaren van de natuurwetenschappen te betrekken bij het oplossen van allerlei problemen die het gevolg waren van de Eerste Wereldoorlog.

Nadat de commissie was gestopt met zijn activiteiten bleef de discussie over het effectiever inzetten van de wetenschap voor allerlei praktische behoeften doorgaan. Zo groeide het besef dat toepassingsgericht onderzoek een belangrijke bijdrage kon leveren aan het concurrentievermogen van de industrie. Grote bedrijven hadden intussen hun eigen R&D (research & development)-faciliteiten gecreëerd en bouwden aan samenwerking met de universiteiten. Voor het midden- en kleinbedrijf lag dat moeilijker. In het buitenland waren speciale organisaties gecreëerd om de industrie te ondersteunen.

Polygoonjournaal uit 1974

De discussies leidden ertoe dat de regering in 1923 een commissie onder voorzitterschap van de Utrechtse hoogleraar prof.dr. F.A.F.C. Went instelde. Deze kreeg de opdracht te onderzoeken "door welke maatregelen en in welke vorm het toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek hier te lande dienstbaar kon worden gemaakt aan het algemeen belang". De Commissie Went kwam in 1925 met zijn bevindingen en aanbevelingen. De regering nam de aanbevelingen in grote lijnen over. Ir. A. de Mooij A. Czn. werd als tijdelijk adviseur verbonden aan het ministerie van Onderwijs met als taak om, in samenwerking met de Commissie Went, een centrale organisatie van het toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek in Nederland voor te bereiden.

Dit resulteerde in de zogenoemde TNO-wet van 30 oktober 1930. In deze wet waren de taak, organisatievorm, juridische status en relatie met de overheid van de nieuwe instelling vastgelegd. De wet trad op 1 mei 1932 in werking. Op 10 mei 1932 werd het eerste bestuur van TNO geïnstalleerd.

Organisatie[bewerken]

TNO-gebouw in Eindhoven

TNO is geen overheidsinstelling en is dat ook nooit geweest. TNO is een zelfstandige instelling met onder meer een eigen financieel beleid, personeelsbeleid, commercieel beleid, onderzoeksbeleid, etc. TNO is een rechtspersoon krachtens de TNO-wet van 19 december 1985 (Staatsblad 762), gewijzigd in 2005 (Staatsblad 47), artikel 3 dat luidt:

  1. Er is een Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO.
  2. Zij bezit rechtspersoonlijkheid en is gevestigd te Delft.

TNO is daardoor een voorbeeld van een publiekrechtelijke rechtspersoon.

De organisatie kent op grond van artikel 15 uit de TNO-wet een instituutsstructuur.

Tot 2005[bewerken]

Tot de reorganisatie van 2005 was TNO onderverdeeld in 15 instituten, waaronder TNO Prins Maurits Laboratorium en TNO-NITG.

Een volledige 'stamboom' van alle TNO onderdelen en institaten sinds 1932 is te vinden op de site van eTNOs, de vereniging van ex-TNO'ers.

Het voormalige TNO Primatencentrum ging op 7 december 1994 over in het zelfstandige Biomedical Primate Research Centre.


2005 tot en met 2010[bewerken]

Van 1 januari 2005 tot en met 2010 was TNO onderverdeeld in 5 kerngebieden, die elk bestond uit een aantal business units:

2011[bewerken]

Sinds januari 2011 kent TNO een matrixorganisatie waarbij de projecten worden uitgevoerd binnen 7 thema's:

  • Gezond Leven
  • Industriële innovatie
  • Integrale Veiligheid
  • Energie
  • Mobiliteit
  • Gebouwde omgeving
  • Informatiemaatschappij

De meer dan 80 kennisgebieden die eerder in de kerngebieden waren ondergebracht zijn nu in drie instituten (expertisecentra) ondergebracht:

  • Technical Sciences
  • Behavioral and Societal Sciences
  • Earth, Environment and Life Sciences

In 2013 zijn de expertisegebieden 'Behavioral and Societal Sciences' en 'Earth, Environment and Life Sciences' samengevoegd tot 1 expertisegebied, genaamd 'Earth, Life and Social Sciences'.

Externe links[bewerken]